Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] uit [plaats], eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Uit het overzicht op pagina 5 van het besluit van 4 november 2024 blijkt dat het SV-loon in de maanden januari tot en met mei 2024 € 2.985 bedroeg (ook voor mei geldt dat, als de ontvangen vakantietoeslag wordt afgetrokken, het SV-loon € 2.985 bedraagt). In juni 2024 bedraagt het SV-loon € 3.172,38. In juni 2024 was het SV-loon dus € 187,38 hoger dan in mei 2024. Het standpunt van eiseres dat de terugvordering enkel het gevolg is van de in juni ontvangen ORT van € 22,32 is dus niet juist.
Op grond van artikel 44, eerste lid, van de WAO wordt bij de vaststelling van de hoogte van de WAO-uitkering rekening gehouden met het inkomen uit arbeid, op de wijze zoals in dat artikel is bepaald. Dit is een gebonden bevoegdheid die het UWV geen ruimte geeft om hiervan af te wijken. Eiseres heeft bovendien op geen enkele manier onderbouwd waarom de vaststelling van haar SV-loon tot onevenredige gevolgen heeft geleid.