ECLI:NL:RBGEL:2026:2661
Rechtbank Gelderland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verhuurder mag huurprijs na einde huurovereenkomst niet achteraf indexeren, deels toewijzing schadevergoeding
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over vorderingen na het einde van een huurovereenkomst voor kantoorruimte. De verhuurder stelde dat hij de huurprijs achteraf mocht indexeren en vorderde daarnaast schadevergoeding wegens vermeende gebreken bij oplevering.
De kantonrechter oordeelde dat de huurprijs niet achteraf geïndexeerd kan worden omdat de verhuurder dit niet tijdens de looptijd van de huurovereenkomst heeft gedaan en de algemene voorwaarden die de indexering regelen niet van toepassing zijn. De vordering tot huurindexering werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van de schadevergoeding werd vastgesteld dat de huurder aansprakelijk is voor het verwijderen van een handgelakte tafel (€500), en dat hij het gehuurde niet volledig leeg heeft opgeleverd door het achterlaten van bureaus en een ordnerkast (€160). Voor herstel van beschadigingen aan parketvloer, wanden en plafond werd een redelijke vergoeding van €480 toegewezen. De vordering voor niet-ingeleverde sleutels werd afgewezen wegens onvoldoende redelijkheid van de verhuurder.
De verhuurder vorderde ook een compensatie voor het niet kunnen verhuren in januari 2025, maar dit werd afgewezen omdat de verhuurder het risico droeg door geen voorinspectie te plannen. De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen over het toegekende bedrag (€206,91). De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De huurprijsindexering wordt afgewezen, maar de schadevergoeding van €1.140 en incassokosten worden toegewezen met wettelijke rente.