Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2654

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
11793181
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:277 lid 1 BWArt. 612 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst wegens niet tijdige aanbetaling en niet nakomen toegang tot werkzaamheden

Suelo Gietvloeren B.V. en [de gedaagde] sloten een overeenkomst voor levering en plaatsing van een vloer- en droogbouwsysteem. De betalingsvoorwaarden stelden dat 50% van het totaalbedrag vier weken voor aanvang en 50% op de eerste dag van de werkzaamheden voldaan moest zijn. Na een gewijzigde planning en meerdere communicatie-uitwisselingen, betaalde [de gedaagde] de aanbetaling niet tijdig en verleende hij geen toegang voor de uitvoering van de werkzaamheden.

Suelo vorderde ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding wegens tekortkoming. [De gedaagde] betwistte de betalingsverplichting voorafgaand aan de startdatum. De kantonrechter oordeelde dat partijen op 11 maart 2025 een bindende afspraak hadden gemaakt waarbij de betalingsvoorwaarden uit de offerte onverkort van kracht bleven.

Omdat [de gedaagde] niet betaalde en een derde partij de vloer liet leggen, was nakoming door Suelo niet meer mogelijk. De ontbinding van de overeenkomst werd toegewezen. De schadevergoeding wordt nog nader vastgesteld in een schadestaatprocedure, waarbij rekening wordt gehouden met het consumentenkarakter van [de gedaagde] en de redelijkheid van het beding in de algemene voorwaarden.

Uitkomst: De overeenkomst wordt ontbonden wegens niet tijdige aanbetaling en het niet toelaten van opdrachtnemer, met verwijzing naar schadestaatprocedure voor schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11793181 \ CV EXPL 25-5674
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SUELO GIETVLOEREN B.V.,
gevestigd te Wageningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Suelo,
gemachtigde: mr. A.A. Bart,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 augustus 2025 en de daarin genoemde processtukken.
- de akte overlegging producties 14 t/m 20 van 13 februari 2026 van Suelo.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.3.
Vervolgens is bepaald dat een vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
Suelo is gespecialiseerd in het aanleggen van premium gietvloeren, pvc en vloeren met vloerverwarming.
2.2.
Nadat Suelo ter plaatse bij [de gedaagde] een opname heeft uitgevoerd, hebben partijen op 31 oktober 2024 een overeenkomst gesloten voor het leveren en plaatsen van een droogbouwsysteem, het inslijpen van de vloerverwarming, het dichtzetten van sleuven, egaliseren, het plaatsen en leveren van een lavasteenvloer, het leveren van een composiet verdeler voor de vloerverwarming, het afkoppelen en demonteren van de oude radiatoren en het aanpakken van verschillende wanden.
2.3.
Op de offerte van 31 oktober 2024 worden de volgende betalingsvoorwaarden vermeld:
“ * 50% van het totaalbedrag 4 weken voor aanvang.
* 50% van het totaalbedrag dient bij ons zichtbaar te zijn op rekening de EERSTE dag van de werkzaamheden.”
2.4.
Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Suelo van toepassing verklaard. In artikel 3 onder Pro c daarvan staat het volgende:
“Bij annulering binnen 6 weken voor de overeengekomen datum van het begin van de werkzaamheden brengt Suelo 75% van de overeengekomen prijs in rekening.”
2.5.
Op 26 november 2024 heeft Suelo een definitieve planning voor het leggen van de vloer naar [de gedaagde] verstuurd, inhoudende dat de werkzaamheden op 10 februari 2025 zullen aanvangen (productie 3 Suelo).
2.6.
Op 5 december 2024 heeft Suelo een technische inspectie uitgevoerd en is zij op andere afmetingen dan die uit de offerte van 31 oktober 2024 uitgekomen. Nadat zij op 17 december 2024 de vloer opnieuw heeft afgemeten, heeft [de gedaagde] Suelo meerdere keren om een aangepaste offerte verzocht (productie 5 [de gedaagde] ).
2.7.
Op 10 februari 2025 heeft de loodgieter voor een gesloten deur bij [de gedaagde] gestaan. Diezelfde dag heeft [de gedaagde] aan Suelo gemaild dat er niemand van de zijde van Suelo op 10 februari 2025 is langsgekomen om te starten met de werkzaamheden, terwijl hij al verschillende voorbereidingen had getroffen.
2.8.
Op 12 februari 2025 heeft DBV Nederland B.V. (hierna: DBV) de materialen voor de dekvloer bij [de gedaagde] bezorgd.
2.9.
Vervolgens is een geschil tussen partijen ontstaan, waarbij partijen zich hebben laten bijstaan door hun (voormalige) gemachtigden. Op 10 maart 2025 heeft de voormalige gemachtigde van [de gedaagde] het volgende e-mailbericht naar de gemachtigde van Suelo verzonden:
“(…)
Indien Suelo bereid is om de werkzaamheden voor de overeengekomen prijs van EUR 32.500,- exclusief BTW te verrichten, is cliënt welwillend om de overeenkomst voort te zetten.
Daarnaast is cliënt vanwege een verblijf in het buitenland niet in staat de werkzaamheden uit te laten voeren tot de eerste week van mei a.s. Het is aldus van belang dat er nieuwe afspraken met betrekking tot de planning worden gemaakt. Daarbij is voor cliënt eveneens essentieel dat de planning definitief vast komt te staan, inclusief een definitieve startdatum waarover geen misverstand kan ontstaan.
(…)”
2.10.
De gemachtigde van Suelo heeft op 11 maart 2025 als volgt gereageerd:
“(…)
Omdat de meerprijs vanwege die afwijkende maten niet tijdig is gecommuniceerd en de communicatie rondom de loodgieter ongelukkig is gelopen, is cliënte desondanks bereid om de werkzaamheden alsnog uit te voeren tegen de overeengekomen prijs van € 32.500,- excl. btw en overige bepalingen in de offerte. (…)”
2.11.
Op 14 maart 2025 is de nieuwe planning ter goedkeuring aan de voormalige gemachtigde van [de gedaagde] voorgelegd. Uit deze planning volgt dat de werkzaamheden ditmaal op 28 april 2025 zullen starten.
2.12.
Bij e-mail van 19 maart 2025 heeft de voormalige gemachtigde van [de gedaagde] daarmee ingestemd.
2.13.
Vervolgens heeft Suelo op 25 maart 2025 een factuur naar [de gedaagde] gestuurd. Daarop staat dat de aanbetaling van 50% van de aanneemsom voor 30 maart 2025 moet zijn betaald (productie 9 Suelo).
2.14.
Op 7 april 2025 heeft de gemachtigde van Suelo aan de voormalige gemachtigde van [de gedaagde] gemaild dat de loodgieter opnieuw voor een gesloten deur heeft gestaan en dat [de gedaagde] de aanbetaling niet heeft voldaan.
2.15.
De voormalige gemachtigde van [de gedaagde] heeft op 8 april 2025 gereageerd dat de loodgieter vooraf met de aannemer van [de gedaagde] contact zou opnemen en dat een kennis van [de gedaagde] voor betaling van de aanbetaling zou zorgdragen.
2.16.
Bij brief van 16 april 2025 heeft Suelo [de gedaagde] gesommeerd om het bedrag van
€ 18.203,80 te voldoen (productie 10 Suelo).
2.17.
[de gedaagde] heeft op 17 april 2025 geantwoord dat hij in de eerste week van mei 2025 tot betaling zal overgaan (productie 11 Suelo).
2.18.
Bij e-mail van 22 april 2025 heeft de gemachtigde van Suelo het volgende aan de voormalige gemachtigde van [de gedaagde] geschreven (productie 8 Suelo):
“(…)
voor de goede orde wijs ik daarom op het volgende:
de offerte is onverminderd van kracht gebleven;
daarin is bepaald dat in ieder geval 50% 4 weken vóór aanvang werk moet zijn betaald;
de zgn. 14-dagenbrief die inmiddels is verstuurd voor bijgaande factuur van deze 50% is vereist om aanspraak te kunnen maken op incassokosten;
de termijn die in die brief is gesteld, wil dus niet zeggen dat uw cliënt kan wachten tot de eerste week van mei a.s.;
sterker, cliënt zal 28 april a.s. niet beginnen met het werk als de 50% niet omgaand wordt betaald en uiterlijk vrijdag 25 april a.s. is ontvangen;
in dat geval zal uw cliënt ook schadeplichtig zijn voor het wederom ‘niet thuis’ geven, ook al is er een derde die toegang verleent (dus bedoeld is: niet binnen de gestelde termijn betaalt);
voor betaling van een factuur geldt een fatale termijn, het verzuim is rees ingetreden en uw cliënt moet dan ook rekenen op ontbinding van de overeenkomst;
de extra schade die dan zal worden verhaald op uw cliënt is door cliënte hieronder begroot
Capaciteit verlies als we niet zouden gaan werken conform afspraak:
- Indien buiten onze schuld om niet gewerkt kan worden op de afgesproken ingangsdatum, brengen wij € 450,-- excl btw in rekening voor een dag oponthoud.
- Indien buiten onze schuld om niet gewerkt kan worden in de gehele afgesproken week, brengen wij € 1.950,-- excl btw in rekening.- 28 april loodgieter = 1 dag- 1 + 2 mei knauf brio = 2 dagen- 6+7 mei vloerverwarming +9+9 mei sleuven dichtzetten en egaliseren = 1 week- 12 mei t/m 16 mei suelo wall = 1 week- 19 t/m 23 mei Suelo crete = 1 weekCapaciteit verlies Suelo € 7200 excl btw
Dan weet ik eerlijk gezegd niet welke rekening wij krijgen van onze onderaannemers zoals de loodgieter, DBV nederland, RepairBush etc..Aan uw cliënt de keus.
(…)”
2.19.
[de gedaagde] is niet tot betaling overgegaan. Op enig moment heeft hij de materialen, die op 12 februari 2025 door DBV waren geleverd, laten afvoeren en een derde partij ingeschakeld voor het leggen van de vloer.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Suelo vordert bij vonnis, na eiswijziging ter zitting, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. primair de ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst met veroordeling van [de gedaagde] tot betaling van de schade dientengevolge, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten;
II. subsidiair de veroordeling van [de gedaagde] tot betaling van:
 € 21.385,82, waarvan € 1.950,00 aan capaciteitsverlies, € 274,98 aan wettelijk rente tot op 20 juni 2025 en € 957,04 aan buitengerechtelijke incassokosten;
 de wettelijke rente over € 20.153,80 vanaf 20 juni 2025 tot aan de dag van algehele betaling;
 de proceskosten en nakosten.
3.2.
Suelo legt aan haar vordering primair ten grondslag dat [de gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen de (voormalige) gemachtigden gemaakte afspraak van
11 maart 2025 door de aanbetaling van 50% op de aanneemsom niet tijdig te voldoen. Aangezien [de gedaagde] een vloer door een derde partij heeft laten leggen, vordert Suelo ontbinding van de overeenkomst en betaling van de schade als gevolg daarvan. Subsidiair vordert Suelo nakoming van de overeenkomst.
3.3.
[de gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Suelo, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Suelo, met veroordeling van Suelo in de kosten van deze procedure. Hij betwist te hebben ingestemd met de afspraak van 11 maart 2025. Volgens hem is afgesproken dat hij pas hoefde te betalen, nadat Suelo op 28 april 2025 met de werkzaamheden zou beginnen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling relevant, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het geschil in deze procedure spitst zich toe op de vraag of [de gedaagde] jegens Suelo is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen op 11 maart 2025 gemaakte afspraak. Voor de beantwoording van deze vraag dient aangeknoopt te worden bij de e-mailberichten van 10 en 11 maart 2025 van de (voormalige) gemachtigden van partijen (zie 2.8 en 2.9). Daaruit volgt in essentie dat partijen zijn overeengekomen dat Suelo de werkzaamheden alsnog zal uitvoeren tegen betaling van een aanneemsom van € 32.500,00 exclusief btw door [de gedaagde] . Daarbij is de toevoeging in het e-mailbericht van 11 maart 2025 “en overige bepalingen in de offerte” in het bijzonder relevant, aangezien Suelo daarmee stipuleert dat de bepalingen in de offerte van 31 oktober 2024 onverkort van kracht zijn op de afspraak van 11 maart 2025. Hieronder wordt dus tevens verstaan de betalingsvoorwaarde dat 50% van de aanneemsom vier weken voor aanvang van de werkzaamheden dient te zijn betaald en de resterende 50% uiterlijk op de eerste dag van de werkzaamheden (zie 2.3).
4.2.
De kantonrechter heeft de afspraak van 11 maart 2025 aan [de gedaagde] voorgehouden. [de gedaagde] persisteert echter in zijn verweer dat hij pas hoefde te betalen, nadat Suelo met de werkzaamheden zou zijn begonnen. Hij heeft echter geen bescheiden overgelegd die dit staven, zodat zijn verweer faalt. Overigens is ook niet (kort) nadien betaald en zijn door [de gedaagde] afspraken tot het toelaten van Suelo, althans diens onderaannemers, niet nagekomen. Dit betekent dat [de gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de afspraak van 11 maart 2025 door de aanbetaling van 50% niet voor 30 maart 2025 te betalen en Suelo in staat te stellen de werkzaamheden uit te voeren. Verder staat vast dat een derde partij een vloer bij [de gedaagde] heeft gelegd, zodat Suelo de overeenkomst niet meer kan nakomen, althans dit is zinledig. De primair gevorderde ontbinding van de overeenkomst zal dan ook worden toegewezen. Aan de subsidiaire vordering wordt daardoor niet toegekomen.
4.3.
Wordt een overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbonden, dan is de partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd, verplicht haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt, doordat geen wederzijdse nakoming, maar ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt (artikel 6:277 lid 1 BW Pro). Door Suelo is gesteld dat zij als gevolg van de tekortkoming door [de gedaagde] schade heeft geleden. Een deel daarvan heeft zij door middel van facturen van partijen met wie zij heeft samengewerkt inzichtelijk weten te maken (productie 20 Suelo). Over een compleet overzicht van de gestelde schade beschikt zij vooralsnog niet. Zij vordert daarom dat de schade nader bij staat wordt opgemaakt.
4.4.
In artikel 612 Rv Pro is bepaald dat de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt de schade in het vonnis begroot, voor zover hem dit mogelijk is. Indien begroting in het vonnis niet mogelijk is, spreekt hij een veroordeling uit tot schadevergoeding, op te maken bij staat. De kantonrechter sluit niet uit dat het voor Suelo inmiddels wel mogelijk is zich nader over (de omvang van) de door haar gestelde schade uit te laten. De kantonrechter zal gelet daarop de zaak verwijzen naar de rol voor uitlating door Suelo en vervolgens voor antwoordakte door [de gedaagde] , alvorens te beslissen over de gevorderde verwijzing van de zaak naar de schadestaatprocedure. Hierbij zij opgemerkt dat niet zonder meer bij de in de algemene voorwaarden genoemde 75% van de aanneemsom kan worden aangehaakt, nu [de gedaagde] een consument is en dit beding onredelijk bezwarend kan zijn indien de werkelijke schade lager is.
4.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
[datum] 2026voor het nemen van een akte door Suelo over wat is vermeld onder 4.4, waarna de wederpartij op de rol van vier (4) weken na het nemen van de akte een antwoordakte kan nemen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
46409/560