Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2572

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
05/332943-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 55 SrArt. 225 SrArt. 326 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen hypotheekfraude met valse documenten en oplichting hypotheekverstrekker

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van hypotheekfraude, bestaande uit het opmaken van valse geschriften, het gebruik daarvan en oplichting van een hypotheekverstrekker. Verdachte en een medeverdachte hebben valse documenten, waaronder een werkgeversverklaring, salarisspecificatie en schenkingsovereenkomst, opgesteld en gebruikt om een hypothecaire lening van € 986.000 te verkrijgen voor de aankoop van een woning.

Uit onderzoek bleek dat de medeverdachte niet daadwerkelijk in dienst was bij het bedrijf van verdachte en dat de documenten valselijk waren opgesteld om een fictief dienstverband en inkomen te suggereren. De schenkingsovereenkomst was eveneens vals en diende om schenkbelasting te ontwijken. De hypotheekverstrekker werd door deze listige kunstgrepen misleid, waardoor zij de lening verstrekte.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een leidende rol had in deze constructie en veroordeelde hem tot 15 maanden gevangenisstraf, lager dan de eis van 30 maanden vanwege een lager benadelingsbedrag. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband met de bewezen feiten en de complexiteit van de vordering.

Verdachte was niet verschenen en verblijft vermoedelijk in het buitenland. Zijn strafblad toonde geen eerdere soortgelijke veroordelingen. De rechtbank benadrukte het belang van vertrouwen in hypotheekaanvragen en veroordeelde verdachte voor het ondermijnen daarvan met valse documenten.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van hypotheekfraude met valse documenten en oplichting.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/332943-25
Datum uitspraak : 3 april 2026
Tegenspraak (279 Sv)
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
raadsman: mr. B.J. Driessen, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de pleegperiode van 1 november 2021 tot en met 31 januari 2022
te Woerden en/of Siebengewald en/of Groesbeek, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft
opgemaakt en/of heeft vervalst, door
- op de schenkingsovereenkomst valselijk en/of in strijd met de waarheid te
vermelden dat er EUR 100.000 werd geschonken aan [naam] als ontvanger
door [medeverdachte] als schenker met als handtekening van schenker die van
[naam] en/of als ontvanger die van [medeverdachte] , en/of
- op de werkgeversverklaring valselijk en/of in strijd met de waarheid te vermelden
dat [medeverdachte] sinds 1 juli 2021 in vaste dienst is bij [bedrijf 1]
en/of een bruto jaarinkomen heeft van EUR 169.008,00 met een vakantietoeslag van
EUR 13.788,84, en/of
- op de salarisspecificatie valselijk en/of in strijd met de waarheid te vermelden dat
[medeverdachte] in de periode november 2021 salaris uitgekeerd heeft gekregen
Op IBAN [rekeningnummer] en/of een bruto maandinkomen heeft van EUR
14.084,00 / netto EUR 7.820,49,
met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te
doen gebruiken;
2.
hij in of omstreeks de pleegperiode van 21 januari 2022 tot en met 15 maart 2022
te Boxmeer en/of Heerlen en/of Woerden en/of Groesbeek en/of Siebengewald en/of
Berg en Dal, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vals en/of vervalste geschriften die bestemd
waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware deze echt en onvervalst, door
een werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie en/of schenkingsovereenkomst
in het kader van (de acceptatie van) een hypotheekaanvraag/-verstrekking (een
geldlening van EUR 986.000 voor het (onder)pand [ [adres] ] te [plaats] )
aan te leveren en/of toe te zenden aan (een) tussenperso(o)n(en), zijnde (een)
medewerker(s) van [bedrijf 2] ,
en/of heeft geleverd en/of toegezonden of - middels voormelde
tussenperso(o)n(en) - laten leveren en/of toezenden aan
hypotheek-/geldverstrekker [bedrijf 3] ;
3.
hij in of omstreeks de pleegperiode van 1 november 2021 tot en met 15 maart 2022
te Woerden en/of Groesbeek en/of Berg en Dal en/of Siebengewald, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst,
het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het
teniet doen van een inschuld, te weten
een geldlening van EUR 986.000 voor het (onder)pand [ [adres] ] te
[plaats] , door
- voor het verkrijgen van de hypotheek het eigen ingelegde vermogen te
verantwoorden met een valselijke en/of in strijd met de waarheid opgemaakte
schenkingsovereenkomst, immers staat op de schenkingsovereenkomst vermeld dat
er EUR 100.000 werd geschonken aan [naam] als ontvanger door [medeverdachte]
als schenker, met als handtekening van schenker die van [naam]
en/of als ontvanger die van [medeverdachte] , en/of
- voor het verkrijgen van de hypotheek een werkgeversverklaring te overhandigen
welke valselijk en/of in strijd met de waarheid is opgemaakt, immers staat op die
werkgeversverklaring vermeld dat [medeverdachte] sinds 1 juli 2021 in vaste dienst
is bij [bedrijf 1] en/of een bruto jaarinkomen heeft van EUR 169.008,00
met een vakantietoeslag van EUR 13.788,84, en/of
- voor het verkrijgen van de hypotheek een salarisspecificatie te overhandigen welke
valselijk en/of in strijd met de waarheid is opgemaakt, immers staat op de
salarisspecificatie vermeld dat [medeverdachte] in de periode november 2021
salaris uitgekeerd heeft gekregen op IBAN [rekeningnummer] en/of een bruto
maandinkomen heeft van EUR 14.084,00 / netto EUR 7.820,49.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 1, 2 en 3
Vanwege de samenhang tussen de feiten zal de rechtbank deze gezamenlijk bespreken.
Op 21 januari 2022 heeft advieskantoor [bedrijf 2] te Boxmeer namens mw. [medeverdachte] bij [bedrijf 3] (gevestigd in Heerlen) een aanvraag gedaan ter verkrijging van een hypothecaire financiering. De aanvraag bedroeg een bedrag van
€ 986.000,00 voor de aankoop van de woning aan de [adres] in [plaats] . Bij die aanvraag zijn de volgende documenten aangeleverd:
  • een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] ten behoeve van [medeverdachte]
  • een loonstrook/salarisspecificatie van [bedrijf 1] van november 2021 ten behoeve van [medeverdachte] ;
  • een chenkingsovereenkomst waarbij [medeverdachte] één van de partijen is.
Op 15 maart 2022 werd de hypothecaire lening verstrekt en op diezelfde dag werd de woning aan de [adres] te [plaats] door [medeverdachte] gekocht voor € 1.090.000,00. Naast [medeverdachte] , staat ook verdachte sinds 11 mei 2022 ingeschreven op dit adres. [3]
Door verbalisanten werden Informatiebox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV) gegevens opgevraagd. Daaruit volgt dat verdachte directeur en enig aandeelhouder van [bedrijf 4] (‘[bedrijf 4]’) was en dat [bedrijf 4] aandeelhouder en bestuurder van onderneming [bedrijf 1] (‘[bedrijf 1]’)was. [4] Verdachte was daarmee indirect ook bestuurder van [bedrijf 1].
Verbalisanten hebben de bij de aanvraag overgelegde salarisspecificatie beoordeeld en merken het volgende op:
  • het maandsalaris van [medeverdachte] is € 14.084,00 bruto, € 7.820,49 netto per maand. Dat is hoog. Volgens de werkgeversverklaring is de functie van [medeverdachte] bedrijfsleider/ manager. Na raadpleging van de Nationale Beroepengids 2021 werd vastgesteld dat managers in de bouw en installatiewerk gemiddeld € 4.450,00 bruto per maand verdienen, waarbij het minimale bruto maandsalaris ligt op € 2.400,00 en het maximale op € 6.500,00 bij een 40-urige werkweek;
  • er staat vermeld dat het salaris wordt uitbetaald op IBAN [rekeningnummer] .
Bij raadpleging van genoemde bankrekening op naam van [medeverdachte] , was geen transactie zichtbaar waarin het salaris van de periode november 2021, ad € 7.820,49, was bijgeschreven;
  • als naam staat [medeverdachte] vermeld. Opmerkelijk is dat hier niet de voorletters staan vermeld;
  • er worden verschillende lettertypes gebruikt en de bedragen staan niet recht onder elkaar;
  • bij salariscomponenten staan de navolgende inhoudingen niet vermeld: Loon ZVW, premie ZVW, pensioenpremie en naam pensioenfonds, premie WW, premie WIA uitkering en premies ZW;
  • bij cumulatieven staat slechts een overzicht van de maand november 2021 vermeld. Daar [medeverdachte] sinds 1 juli 2021 in dienst was, had hier het totale salaris vermeld moeten staan, namelijk de periode van juli 2021 tot en met november 2021;
  • als reservering vakantiegeld 8% staat als bedrag € 1.149,07 vermeld. Dat is niet juist: 8% van het salaris ad € 14.084,00 is € 1.126,72 en niet € 1.149,07.
Verdachte heeft hierover verklaard dat hij deze salarisspecificatie heeft opgemaakt. [6]
Uit de bij de hypotheekaanvraag overgelegde werkgeversverklaring van [bedrijf 1] blijkt dat het gaat om werknemer [medeverdachte] die in dienst is sinds 1 juli 2021 als bedrijfsleider/manager, met een bruto jaarsalaris van € 169.008,00 en vakantietoeslag van
€ 13.788,84. [7]
Verdachte heeft verklaard dat hij deze werkgeversverklaring ten behoeve van de hypotheekaanvraag heeft opgemaakt in Siebengewald en ook heeft ondertekend. [8]
Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat zij startte bij het bedrijf van verdachte ([bedrijf 1]) om te re-integreren. Dat traject startte in 2021. Ze werkte een paar uur per week en ze had geen directeursfunctie. De salarisspecificatie en de werkgeversverklaring heeft verdachte opgesteld. Verdachte en [medeverdachte] hadden een relatie en hebben samen het pand bezichtigd. Ze zouden daar voor de kinderen gaan wonen. [medeverdachte] was in de veronderstelling dat ze de hypotheek samen kregen. [9]
Door verbalisanten werden Informatiebox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV) gegevens opgevraagd met betrekking tot verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Uit deze gegevens blijkt dat [medeverdachte] in 2021 en 2022 geen salaris heeft ontvangen waarop loonbelasting is ingehouden. Zij ontving in die jaren alleen uitkeringen en zorgtoeslagen. In de iRVI gegevens van [bedrijf 1] en [bedrijf 4] is te zien dat er na respectievelijk januari 2022 en december 2021 geen aangiftes loonbelasting zijn gedaan. [10]
De bankgegevens van betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte] werden geanalyseerd en daaruit kwam het volgende naar voren. In de periode van 21 oktober 2021 tot 2 december 2021 werd vijf keer het salaris van [medeverdachte] teruggeboekt naar de bankrekening van [bedrijf 1] onder vermelding van de volgende omschrijving: “Loon terug gestort wegens niet doorgaan arbeidsovereenkomst. Foutieve betaling.” De salarissen van december 2021 en januari 2022 waren volledig bijgeschreven. Het salaris van februari 2022 was deels bijgeschreven en de salarissen van maart en april 2022 waren niet zichtbaar. Het salaris van juli 2021 was in delen bijgeschreven, namelijk in juni en juli 2022. Het nettoloon van € 7.820,49 over de maand november 2021, dat volgens de aangeleverde loonstrook door [medeverdachte] aan [bedrijf 3] op bovengenoemde bankrekening van [medeverdachte] zou worden overgemaakt, was ook niet zichtbaar in de bankgegevens. [11]
Verder is een schenkingsovereenkomst overgelegd aan de hypotheekverstrekker. Op die overeenkomst stond dat het ging om een bedrag van € 100.000,00 te schenken door [medeverdachte] aan [naam] in Zuid-Afrika. Opmerkelijk was dat onder de handtekening van de schenker, de handtekening van [naam] stond vermeld en onder de handtekening van de ontvanger, de handtekening van [medeverdachte] .
  • Op 2 februari 2022 wordt van bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [bedrijf 4] € 50.000,00 overgeboekt naar rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] met als omschrijving “lening deel 1”. Op 3 februari werd vervolgens van diezelfde rekening een bedrag van € 32.118,00 overgemaakt naar de bankrekening van [naam] met als omschrijving “lening deel 2”;
  • Op 3 en 4 februari 2022 wordt twee keer € 50.000 overgeboekt van de rekening van [naam] naar rekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte] onder vermelding van “schenking”;
  • Op 11 en 12 maart 2022 wordt 2 maal € 50.000 van de spaarrekening van [medeverdachte] overgeboekt naar haar betaalrekening en deze bedragen worden op 11 en 13 maart 2022 overgeboekt naar notaris Stoker in verband met de aankoop van de woning;
  • volgens de hypotheekofferte zou [medeverdachte] bij de aankoop van de woning een geldbedrag van € 132.612,00 aan eigen geld ingeleggen.
Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat zij de schenkingsovereenkomst heeft getekend. [13]
Verdachte heeft hierover verklaard dat het geld van hem kwam. [naam] is de man van zijn zus. Verdachte had € 100.000,00 bij [naam] staan. Omdat het een schenking buiten Europa betrof, hoefde er volgens hem geen schenkbelasting over betaald te worden. [naam] heeft het geld toen aan [medeverdachte] overgemaakt. [medeverdachte] heeft het vervolgens aan de notaris betaald voor het huis. De betalingen van [bedrijf 4] aan [naam] op 2 en 3 februari 2002 heeft verdachte of zijn moeder gedaan. Deze constructie is gebruikt, omdat dat belastingtechnisch gunstiger was. Verdachte heeft de schenkingsovereenkomst opgesteld. [14]
Op grond van deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte] niet werkelijk de manager van het bedrijf van verdachte is geweest, en dat daaruit volgt dat de werkgeversverklaring en de loonstrook in strijd met de waarheid en dus valselijk door verdachte zijn opgemaakt. Verder wordt vastgesteld dat de schenkingsovereenkomst ook in strijd met de waarheid en dus valselijk is opgemaakt, nu er helemaal geen sprake was van een schenking, maar door deze constructie de schenkbelasting werd omzeild. Ook wekt de schenkingsovereenkomst de – voor een hypotheekverstrekker relevante – indruk dat [medeverdachte] kon beschikken over vrij besteedbaar eigen vermogen ten behoeve van de aankoop van de woning.
Deze valse stukken zijn aan [bedrijf 3] overgelegd ten behoeve van het verkrijgen van een hypothecaire geldlening voor de aankoop van de woning in [plaats] . [bedrijf 3] is op basis van deze stukken overgegaan tot de verstrekking van een hypotheek voor een bedrag van
€ 986.000,00.
De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met een ander stukken valselijk heeft opgemaakt en vervolgens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van deze stukken. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.
Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank concludeert dat sprake is geweest van een fictief dienstverband tussen medeverdachte en het bedrijf van verdachte, met als doel het verkrijgen van een hypothecaire geldlening bij [bedrijf 3], ter financiering van de aankoop van de woning in [plaats] . Door het opmaken en ondertekenen van een valse werkgeversverklaring, en daarnaast het opmaken en verstrekken van een valse loonstrook en een valse schenkingsovereenkomst, zijn listige kunstgrepen toegepast. Om het dienstverband en de inkomsten daaruit echt te laten lijken vonden overboekingen op de bankrekening plaats alsof sprake was van een loonbetaling. Door de listige kunstgrepen is bij [bedrijf 3] een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor deze bank is bewogen tot de afgifte van geld, namelijk een hypothecaire geldlening van € 986.000,00. Als de bank had geweten dat sprake was van het opgeven van onjuiste gegevens, zou zij de hypothecaire lening niet hebben verstrekt. Daarbij is sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte. Kortom, feit 3 – het medeplegen van oplichting van [bedrijf 3] – is ook bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in
of omstreeksde pleegperiode van 1 november 2021 tot en met 31 januari 2022
te
Woerden en/ofSiebengewald
en/of Groesbeek, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,
meermalen,
althans eenmaal,
geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft
opgemaakt
en/of heeft vervalst, door
- op de schenkingsovereenkomst valselijk en/of in strijd met de waarheid te
vermelden dat er EUR 100.000 werd geschonken aan [naam] als ontvanger
door [medeverdachte] als schenker met als handtekening van schenker die van
[naam] en
/ofals ontvanger die van [medeverdachte] , en
/of
- op de werkgeversverklaring valselijk en/of in strijd met de waarheid te vermelden
dat [medeverdachte] sinds 1 juli 2021 in vaste dienst is bij [bedrijf 1]
en
/ofeen bruto jaarinkomen heeft van EUR 169.008,00 met een vakantietoeslag van
EUR 13.788,84, en
/of
- op de salarisspecificatie valselijk en/of in strijd met de waarheid te vermelden dat
[medeverdachte] in de periode november 2021 salaris uitgekeerd heeft gekregen
Op IBAN [rekeningnummer] en/of een bruto maandinkomen heeft van EUR
14.084,00 / netto EUR 7.820,49,
met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te
doen gebruiken;
2.
hij in
of omstreeksde pleegperiode van 21 januari 2022 tot en met 15 maart 2022
te
Boxmeer en/ofHeerlen en
/of Woerden en/of Groesbeek en/ofSiebengewald
en/of
[plaats] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vals
een/of vervalstegeschriften die bestemd
waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware deze echt en onvervalst, door
een werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie en/of schenkingsovereenkomst
in het kader van (de acceptatie van) een hypotheekaanvraag/-verstrekking (een
geldlening van EUR 986.000 voor het (onder)pand [ [adres] ] te [plaats] )
aan te leveren en/of toe te zenden aan (een) tussenperso(o)n(en), zijnde (een)
medewerker(s) van [bedrijf 2] ,
en/of heeft geleverd en/of toegezonden of - middels voormelde
tussenperso(o)n(en) - laten leveren en/of toezenden aan
hypotheek-/geldverstrekker [bedrijf 3] ;
3.
hij in
of omstreeksde pleegperiode van 1 november 2021 tot en met 15 maart 2022
te Woerden en/of Groesbeek en/of [plaats] en/of Siebengewald, althansin
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door
het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst,
het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het
teniet doen van een inschuld,te weten
een geldlening van EUR 986.000 voor het (onder)pand [ [adres] ] te
[plaats] , door
- voor het verkrijgen van de hypotheek het eigen ingelegde vermogen te
verantwoorden met een valselijke en/of in strijd met de waarheid opgemaakte
schenkingsovereenkomst, immers staat op de schenkingsovereenkomst vermeld dat
er EUR 100.000 werd geschonken aan [naam] als ontvanger door [medeverdachte]
als schenker, met als handtekening van schenker die van [naam]
en
/ofals ontvanger die van [medeverdachte] , en
/of
- voor het verkrijgen van de hypotheek een werkgeversverklaring te overhandigen
welke valselijk en/of in strijd met de waarheid is opgemaakt, immers staat op die
werkgeversverklaring vermeld dat [medeverdachte] sinds 1 juli 2021 in vaste dienst
is bij [bedrijf 1] en/of een bruto jaarinkomen heeft van EUR 169.008,00
met een vakantietoeslag van EUR 13.788,84, en
/of
- voor het verkrijgen van de hypotheek een salarisspecificatie te overhandigen welke
valselijk en/of in strijd met de waarheid is opgemaakt, immers staat op de
salarisspecificatie vermeld dat [medeverdachte] in de periode november 2021
salaris uitgekeerd heeft gekregen op IBAN [rekeningnummer] en
/ofeen bruto
maandinkomen heeft van EUR 14.084,00 / netto EUR 7.820,49.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
feit 1:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
en
feit 2:
medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;
en
feit 3:
medeplegen van oplichting.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die het voorarrest niet overstijgt in combinatie met een forste werkstraf bepleit.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan hypotheekfraude door het opmaken van valse geschriften, het gebruik maken van die valse geschriften en oplichting van een hypotheekverstrekker. Verdachte heeft ervoor gezorgd dat zijn medeverdachte op papier een dienstverband had bij zijn bedrijf. Ten bewijze van het fictieve dienstverband werden een werkgeversverklaring en loonspecificatie opgemaakt en bij de hypotheekverstrekker ingeleverd. Ook werd een valse schenkingsovereenkomst opgemaakt en gebruikt. Op basis van de valse documenten is een hypothecaire geldlening verstrekt. Hypotheekverstrekkers moeten kunnen vertrouwen op de echtheid van de door de aanvrager(s) verstrekte documenten. Verdachte en zijn medeverdachte hebben dat vertrouwen beschaamd. Dit soort constructies ondermijnen (het vertrouwen in) de economie en de financiële markten en maken het des te lastiger voor anderen om op eerlijke wijze een hypothecaire geldlening te verkrijgen. Verdachte heeft hierin een leidende rol gespeeld. Hij was degene die zorgde voor de valse documenten, en het fictieve dienstverband liep via zijn bedrijf. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen, maar houdt zich kennelijk schuil in het buitenland. Hij lijkt hiermee geen enkele verantwoordelijkheid te willen nemen voor zijn handelen.
Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van 19 februari 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Daarnaast volgt daaruit ook dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Gezien de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De door de raadsman bepleite taakstraf doet daar onvoldoende recht aan. Dat aan de medeverdachte wel een taakstraf is opgelegd, was een beslissing van het openbaar ministerie. Verdachte heeft de valse documenten opgesteld, zijn bedrijven waren erbij betrokken en hij was degene die achter de geldstromen zat. De rechtbank acht zijn rol in het geheel dus kwalijker dan die van medeverdachte [medeverdachte] .
Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van 15 maanden passend. Dat is lager dan de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf, nu de rechtbank uitgaat van een lager benadelingsbedrag, namelijk het volledige bedrag van de hypothecaire lening, maar het bedrag dat de bank claimt als geleden schade.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [bedrijf 3] heeft in verband met de feiten 1, 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 170.529,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
In de visie van het openbaar ministerie is geen sprake van een rechtstreeks verband tussen de ten laste gelegde feiten en de gevorderde schade. Als er al sprake is van rechtstreekse schade, dan is de vraag in hoeverre en zonder evenredige belasting van het strafgeding dit kan worden vastgesteld. De officier van justitie heeft zich gelet hierop op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
De verdediging is het daarmee eens.
Overweging van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu deze vordering te ingewikkeld is om inhoudelijk op te beslissen, mede gezien de vraag naar het rechtstreeks verband met de bewezenverklaarde feiten.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47, 55, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 verklaart de benadeelde partij [bedrijf 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. I. de Bruin en mr. G. Pesselse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 april 2026.
Mr. I. de Bruin is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024034733, gesloten op 25 juli 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [bedrijf 3] , p. 108, 113 en bijlagen, p. 124-128; proces-verbaal van bevindingen, p. 172-174.
3.Proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [bedrijf 3] , p. 108; proces-verbaal van bevindingen, p. 174; proces-verbaal van bevindingen, p. 235-236.
4.Processen-verbaal van bevindingen, p. 136 en 175.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 209-210.
6.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 80-81.
7.De als bijlage bij het proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [bedrijf 3] gevoegde werkgeversverklaring, p. 125.
8.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 80.
9.Schriftelijke verslag OM-hoorgesprek d.d. 20 februari 2026.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 235-237.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 223-225.
12.Proces-verbaal van bevindingen, p. 212-213.
13.Schriftelijke verslag OM-hoorgesprek d.d. 20 februari 2026.
14.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 81.