Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2571

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
05/340109-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38v SrArt. 38w SrArt. 45 SrArt. 55 SrArt. 300 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen zware mishandeling met gebieds- en contactverbod

Op 25 oktober 2024 vond in de woning van het slachtoffer een ernstig geweldsincident plaats waarbij verdachte zijn levensgezel aanviel. Verdachte greep het slachtoffer bij de keel, drukte deze dicht en sloeg haar meerdere malen op het hoofd. Het slachtoffer liep daarbij onder meer een hersenschudding en ernstige verwurgingletsels op.

De rechtbank stelde vast dat poging tot doodslag niet bewezen kon worden vanwege onvoldoende bewijs voor opzet of voorwaardelijk opzet op de dood. Wel werd wettig en overtuigend bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan poging tot zware mishandeling door het dichtknijpen van de keel en mishandeling door het slaan op het hoofd.

De rechtbank hield rekening met het ernstige karakter van het geweld, de kwetsbaarheid van het slachtoffer in haar eigen woning en het strafblad van verdachte. De opgelegde straf is een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest, en een maatregel ex artikel 38v Sr met een contactverbod en een gebiedsverbod van 2 jaar.

De maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard met een vervangende hechtenis van maximaal zes maanden bij overtreding. Verdachte is vrijgesproken van poging tot doodslag en veroordeeld voor de overige feiten. Het vonnis werd uitgesproken op 3 april 2026 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland te Arnhem.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en een 38v maatregel met contact- en gebiedsverbod wegens zware mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/340109-24
Datum uitspraak : 3 april 2026
Verstek
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 25 oktober 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer] (zijn levensgezel) opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer]
(onverhoeds) heeft aangevallen en/of die [slachtoffer] op het bed heeft geduwd en/of
(vervolgens) die [slachtoffer] bij de keel en/of nek en/of hals(streek) heeft (vast)gepakt en/of
vastgehouden en/of de keel en/of nek en/of hals(streek) heeft dichtgedrukt en/of
dichtgedrukt heeft gehouden en/of met zijn (verdachtes) duimen (met kracht) heeft
gedrukt op de keel en/of nek en/of hals(streek) en/of het keelgat van die [slachtoffer] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 oktober 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] (zijn
levensgezel) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
die [slachtoffer] (onverhoeds) heeft aangevallen en/of die [slachtoffer] op het bed heeft geduwd en/of
(vervolgens) die [slachtoffer] bij de keel en/of nek en/of hals(streek) heeft (vast)gepakt en/of
vastgehouden en/of de keel en/of nek en/of hals(streek) heeft dichtgedrukt en/of
dichtgedrukt heeft gehouden en/of met zijn (verdachtes) duimen (met kracht) heeft
gedrukt op de keel en/of nek en/of hals(streek) en/of het keelgat van die [slachtoffer]
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 oktober 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland,
zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] op het bed te duwen
en/of (vervolgens) bij de keel en/of hals(streek) vast te pakken en/of vast te houden
en/of de keel en/of nek en/of hals(streek) van die [slachtoffer] dicht te drukken en/of
dichtgedrukt te houden en/of met zijn (verdachtes) duimen (met kracht) te drukken
op de keel en/of nek en/of hals(streek) en/of het keelgat van die [slachtoffer] ;
2.
hij op of omstreeks 25 oktober 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland,
zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] een of meerdere malen te
stompen/te slaan tegen het hoofd, althans tegen het lichaam.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Verdachte, aangeefster [slachtoffer] en de dochter van aangeefster waren op 25 oktober 2024 in de woning van aangeefster in [woonplaats] . Verdachte en aangeefster waren samen in de slaapkamer op de eerste verdieping en hadden ruzie. [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, te weten poging tot doodslag.
Het standpunt van verdachte
Verdachte heeft ontkend aangeefster te hebben geslagen of te hebben verwurgd. Hij heeft verklaard dat hij aangeefsters telefoon – die aan een koord om haar nek hing – van haar nek heeft getrokken.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
Vanwege de samenhang tussen de feiten zal de rechtbank deze gezamenlijk bespreken.
Verbalisanten werden op 25 oktober 2024 gebeld door een meisje dat aangaf dat haar moeder werd aangevallen door de vriend van haar moeder. Op de achtergrond was geschreeuw en gegil te horen. Toen verbalisanten ter plaatse bij de woning in [woonplaats] kwamen, stond het meisje bij de voordeur en riep zij in paniek om hulp. Zij was hevig geëmotioneerd. Verbalisanten hoorden vanuit de woning dat er werd geroepen om hulp, dit kwam van de eerste verdieping. Een vrouw riep dat ze werd vermoord. De kamer waar het geschreeuw vandaan kwam was afgesloten. Verbalisanten bonsden op de deur, waarna de deur werd geopend door een man. Verbalisanten zagen een vrouw op bed liggen die hevig geëmotioneerd was. Verbalisant zag dat de vrouw striemen had aan haar keel/nek en een verdikking op het voorhoofd had. Ze was onder invloed en kortademig. De vrouw zei dat de man haar bij de keel had gepakt en haar keel had dichtgeknepen, waardoor ze geen zuurstof kreeg. De man had haar ook op haar hoofd geslagen. [3]
Verbalisant hoorde de dochter van het slachtoffer zeggen dat zij 112 had gebeld, omdat zij beneden op de bank zat en haar moeder “au au au” had horen roepen. Ze dacht dat haar moeder vermoord zou worden door [verdachte] (verdachte). Toen zij naar boven is gelopen om te kijken wat er aan de hand was, gooide [verdachte] de deur dicht en deed hij deze op slot. [4]
Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte boven doordraaide, omdat hij zijn telefoon niet kon vinden. Hij viel haar ineens aan en ze belandden op bed. Hij greep haar met beide handen bij haar keel. Tijdens de worsteling sloeg verdachte haar meer dan vijf of zes keer op haar hoofd. Ze voelde de klappen op haar voorhoofd en boven op het hoofd. Aangeefster had pijn aan haar hals, keel en op haar hoofd. [5]
Verdachte heeft verklaard dat aangeefster zijn verloofde is. [6]
Aangeefster is medisch onderzocht door een forensisch arts. Bij haar was sprake van meerdere bloeduitstortingen op het hoofd/aangezicht, bloedingen in het slijmvlies aan de binnenzijde van de oogleden en een hersenschudding. In de hals was sprake van bloeduitstortingen, schaafverwondingen en een krasverwonding. Daarnaast waren er op de armen en handen bloeduitstortingen en krasverwondingen zichtbaar. Het letsel aan het hoofd (hersenschudding) en het letsel aan de armen/handen zijn van lichte ernst. Het letsel aan de hals is passend bij een ernstige verwurging (klasse 3).
De uitwendige letsels genezen binnen 2-3 weken. De klachten van keelpijn en hoofdpijn kunnen enkele weken aanhouden. Naar verwachting zal er geen restschade ontstaan. De letsels aan de hals verlopen niet in een lineair patroon, maar bevinden zich verspreid over de linkerzijde, rechterzijde en de voorzijde van de hals. Deze letsels passen beter bij de hypothese dat het letsel in de hals is ontstaan door het dichtknijpen/vastgrijpen van de hals met twee handen, dan door het trekken aan een koord om de hals. [7]
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte aangeefster bij haar keel heeft vastgepakt en haar keel heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt gehouden en met zijn duimen heeft gedrukt op de keel van aangeefster. Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte aangeefster meerdere keren heeft geslagen tegen het hoofd.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld welke juridische kwalificaties dit onder de feiten 1 en 2 oplevert.
Feit 1 – verwurgingshandelingen, poging tot doodslag
Om tot een bewezenverklaring van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag te kunnen komen, is onder meer vereist dat verdachte opzet had op de dood van [slachtoffer] . De rechtbank ziet geen aanknopingspunten in het procesdossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet heeft gehad om [slachtoffer] van het leven te beroven.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Hiervan is kort gezegd sprake als er een aanmerkelijke kans aanwezig was dat dit gevolg – de dood – zou intreden en verdachte op dat moment welbewust die kans heeft aanvaard. Of dit zo is, is naar vaste jurisprudentie afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
Het dichtknijpen van de keel levert op zichzelf (nog) geen aanmerkelijke kans op de dood op. Daarvoor is nodig dat komt vast te staan met welke kracht, duur en/of intensiteit dat gebeurde. Dat [slachtoffer] letsel heeft opgelopen, staat met de letselbeschrijving genoegzaam vast. De letselbeschrijving geeft echter geen inzicht in de duur van de door verdachte aangelegde verwurging bij [slachtoffer] . Ook de verklaringen in het dossier zijn over de duur van de verwurging onvoldoende specifiek. Het ontbreken van deze nadere informatie maakt dat de rechtbank niet vast kan stellen dat er een aanmerkelijke kans op de dood bestond. De onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag kan daarom niet worden bewezen. De rechtbank zal verdachte dan ook daarvan vrijspreken.
Feit 1 – verwurgingshandelingen, poging tot zware mishandeling
Voor bewezenverklaring van een poging tot zware mishandeling is vereist dat verdachte het opzet had om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat zich in de keel en hals kwetsbare en vitale organen bevinden zoals de luchtpijp, het strottenhoofd en de halsslagader. Ook zou een gebrek aan zuurstof gedurende langere tijd tot een hersenbeschadiging kunnen leiden. Het moet ook voor verdachte duidelijk zijn geweest dat hij met het met beide handen dichtknijpen van de hals en/of de keel van [slachtoffer] de aanmerkelijke kans in het leven riep dat zij daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Dat dit niet is gebeurd, lijkt slechts te danken aan het optreden van de verbalisanten die aangeefster te hulp schoten. Na het incident hebben de verbalisanten gezien dat aangeefster kortademig was. De bij [slachtoffer] vastgestelde puntbloedingen in het slijmvlies aan de binnenzijde van de oogleden, bevestigen dat de keel is dichtgedrukt, nu dergelijk letsel volgens het rapport van de forensisch arts kan ontstaan na ongeveer 10 seconden afsluiting van de halsslagaders. [8] Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan het handelen van verdachte niet anders worden uitgelegd dan dat verdachte hiermee de aanmerkelijke kans, dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen, bewust heeft aanvaard. De rechtbank acht op grond van het voorgaande de onder 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2 - slaan op het hoofd, mishandeling
Verdachte heeft aangeefster meermaals geslagen tegen het hoofd. Aangeefster heeft daar pijn en letsel aan het hoofd aan overgehouden. De rechtbank acht de onder 2 tenlastegelegde mishandeling gelet daarop bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks25 oktober 2024 te [woonplaats] ,
althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]
(zijn
levensgezel
)opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
die [slachtoffer]
(onverhoeds
)heeft aangevallen en
/ofdie [slachtoffer] op het bed heeft geduwd en
/of
(vervolgens
)die [slachtoffer] bij de keel en/of nek en/of hals(streek) heeft (vast)gepakt en
/of
vastgehouden en
/ofde keel en/of nek en/of hals(streek) heeft dichtgedrukt en/of
dichtgedrukt heeft gehouden en
/ofmet zijn (verdachtes) duimen (met kracht) heeft
gedrukt op de keel en/of nek en/of hals(streek) en/of het keelgat van die [slachtoffer]
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op
of omstreeks25 oktober 2024 te [woonplaats] ,
althans in Nederland,
zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer]
een ofmeerdere malen
te
stompen/te slaan tegen het hoofd
, althans tegen het lichaam.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
feit 1, subsidiair:
poging tot zware mishandeling;
en
feit 2:
mishandeling.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de officier van justitie gevorderd een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op te leggen inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor een gebied in een straal van 500 meter rondom haar adres, waarbij op iedere overtreding een maand hechtenis staat, met een maximum van 6 maanden. De officier van justitie heeft gevorderd deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige mishandelingen door het slachtoffer te verwurgen en meermaals op haar hoofd te slaan. Door zo te handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Tevens vond dit geweld plaats in de woning van het slachtoffer, bij uitstek de plek waar zij zich veilig had moeten kunnen voelen. Dat het slachtoffer heel bang is geweest tijdens dit geweld is invoelbaar en blijkt ook uit haar verklaringen.
Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van 19 februari 2026, waaruit blijkt dat hij een uitgebreid justitieel verleden heeft, maar recent niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Naar het oordeel van de rechtbank kan, in het bijzonder gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend. Dat is lager dan de door de officier van justitie gevorderde straf, mede omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring is gekomen.
Ten slotte zal de rechtbank aan verdachte ter voorkoming van strafbare feiten een contactverbod met het slachtoffer voor de duur van twee jaar opleggen en een locatieverbod ten aanzien van de omgeving van de woning van aangeefster. De rechtbank zal dit doen in de vorm van een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr. De rechtbank stelt de vervangende hechtenis op een maand hechtenis per overtreding met een maximum van zes maanden. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon, zal de rechtbank tevens bevelen dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 38v, 38w, 45, 55, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende:
  • een gebiedsverbod. Het gebiedsverbod houdt in dat verdachte zich gedurende 2 jaar niet bevindt in het gebied binnen een straal van 500 meter van [adres] te [woonplaats] ;
  • Een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 2 jaar zich onthoudt van – direct of indirect – contact met: [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1990;
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste één maand voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op;
 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Bruin (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. G. Pesselse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 april 2026.
Mr. I.de Bruin is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024503301 gesloten op 29 oktober 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 63-65; proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 6.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 18.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 21.
5.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 6.
6.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 62.
7.Forensisch medische letselrapportage van 24 februari 2025.
8.Forensisch medische letselrapportage van 24 februari 2025, p. 9.