Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2568

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
461852
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Brussel I-bisArt. 6 lid 1 Brussel I-bisArt. 6 sub e RvArt. 4 lid 1 Rome II-VerordeningArt. 10:159 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

De voorzieningenrechter wijst deels vorderingen toe in kort geding over boilerroomfraude en bevriezing cryptoactiva

In deze zaak vordert eiser in kort geding tegen Whitebit, een in Hong Kong gevestigde cryptobeurs, verstrekking van klant- en transactiegegevens, geheimhouding, bevriezing van cryptoactiva en tegoeden, en machtiging tot betekening per e-mail. Eiser stelt slachtoffer te zijn van boilerroomfraude waarbij zijn cryptovaluta via Whitebit zijn weggesluisd.

Whitebit is niet verschenen, maar de voorzieningenrechter verleent verstek omdat de dagvaarding volgens het Haags Betekeningsverdrag tijdig en op juiste wijze is betekend. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van Nederlandse regels en dat Nederlands recht van toepassing is.

De voorzieningenrechter wijst de vordering tot verstrekking van klant- en transactiegegevens toe, evenals de vordering tot gedeeltelijke bevriezing van cryptoactiva die tot eiser te herleiden zijn. De vordering tot volledige bevriezing wordt afgewezen omdat nog niet vaststaat dat alle betrokkenen bij de fraude betrokken zijn. De geheimhoudingsvordering wordt deels toegewezen om te voorkomen dat gebruikers vooraf worden geïnformeerd.

De vorderingen tot voorwaardelijke afgifte van tegoeden en machtiging tot betekening per e-mail worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en wettelijke grondslag. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank verleent verstek tegen Whitebit en wijst deels de vorderingen toe tot verstrekking van klantgegevens en gedeeltelijke bevriezing van cryptoactiva.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/461852 / KG ZA 26-28
Vonnis in kort geding van 2 april 2026
in de zaak van

1.[naam eiser 1] ,

en
2. [naam eiser 2]
beiden wonende te [woonplaats] , gemeente [woongemeente] ,
eisende partijen,
hierna – in mannelijk enkelvoud – te noemen: [de eiser] ,
advocaat: mr. J.J.A.M. de Haas,
tegen
CLEAR WHITE TECHNOLOGIES LIMITED,
gevestigd te Hong Kong SAR, Volksrepubliek China,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Whitebit,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 24 februari 2026 met producties 1 t/m 11
  • proces-verbaal van constatering van 26 februari 2026
  • de aanvullende producties 13 en 14
  • de mondelinge behandeling van 30 maart 2026
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Dit kort geding gaat over een internationale vorm van fraude in cryptovaluta die ook wel “boilerroomfraude” wordt genoemd. [de eiser] voert aan slachtoffer te zijn geworden van deze vorm van fraude. Als gevolg daarvan is hij de hele overwaarde van zijn verkochte woning kwijtgeraakt. [de eiser] heeft, nadat hij op de hoogte raakte van de fraude, aangifte gedaan en door onderzoeksbureau Crypto-Tracing een blockchainanalyse laten uitvoeren. Uit het rapport van 9 oktober 2025 van Crypto-Tracing blijkt dat er transacties tussen de oplichter(s) vanaf de exchange wallet van Bybit naar (via omwegen) de exchange wallets van Whitebit, HTX en HITBTC hebben plaatsgevonden, waarbij de betalingen verliepen via Satos B.V. (de voormalige Nederlandse entiteit van Bybit). Whitebit, HTX en HITBTC hebben toegang tot de gegevens die [de eiser] nodig heeft om de gebruikers te identificeren.
[de eiser] heeft thans Whitebit in rechte betrokken om de benodigde gegevens te verkrijgen. Whitebit past volledige KYC (know your customer) toe en beschikt dus over de persoons- en adresgegevens van hun klanten. Ook kunnen zij de accounts en mogelijk de gestolen cryptovaluta van deze gebruikers ‘bevriezen’. [de eiser] vordert in dit kort geding onder meer verstrekking van identificatiegegevens (waaronder klantgegevens en transactiegegevens), een gebod tot geheimhouding, bevriezing van de cryptoactiva en tegoeden van de gebruiker(s), (voorwaardelijke) afgifte van tegoeden en een machtiging om het vonnis per e-mail te betekenen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen deels toe.
Hierna wordt uitgelegd waarom tot dat oordeel is gekomen.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert bij vonnis, in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I.
Verstrekking identificatiegegevens
Primair:
1. Whitebit te gebieden om binnen tien werkdagen na betekening van het vonnis aan [de eiser] c.q. hun advocaat te verstrekken:
a. Een volledig uittreksel van alle Klantgegevens (zoals gedefinieerd in
randnummer 20 van de dagvaarding) van de gebruiker(s) wiens/wier account(s)
de transactie(s) met de in het rapport van Crypto-Tracing (productie 9) genoemde
Hash ID's heeft/hebben ontvangen;
Een volledig overzicht van alle Transactiegegevens (zoals gedefinieerd in
randnummer 22 van de dagvaarding) met betrekking tot de account(s) van
voornoemde gebruiker(s) voor de periode van 1 januari 2023 tot en met heden.
Subsidiair (indien de voorzieningenrechter oordeelt dat verstrekking van alle Transactiegegevens te verstrekkend is):
2. Whitebit te gebieden om binnen tien werkdagen na betekening van het vonnis aan [de eiser] c.q. hun advocaat te verstrekken:
a. Een volledig uittreksel van alle Klantgegevens zoals gedefinieerd in
randnummer 20 van de dagvaarding van de gebruiker(s) zoals bedoeld onder
1.a;
Een beperkt overzicht van de Transactiegegevens bestaande uit:
i. De datum en tijd van alle stortingen op en opnames van de account(s) van voornoemde gebruiker(s);
ii. De rekeningnummers van bankrekeningen waarmee transacties zijn
verricht;
iii. De wallet-adressen waarnaar cryptoactiva zijn verzonden;
iv. De huidige saldi aan cryptoactiva en fiatgeld op de account(s).
Zowel primair als subsidiair:
II.
Geheimhouding
3. Whitebit te verbieden om voornoemde gebruiker(s) voorafgaand aan of
gedurende dertig dagen na de verstrekking van de onder I gevorderde gegevens op
enigerlei wijze - direct of indirect - te informeren over:
i. Het feit dat eisers informatie over hun account(s) hebben gevorderd;
ii. Het feit dat Whitebit dergelijke informatie heeft verstrekt of zal verstrekken;
iii. De inhoud van het vonnis.
III.
Bevriezing cryptoactiva en tegoeden
4. Whitebit te gebieden om met ingang van de betekening van het vonnis alle cryptoactiva, fiatgeld en overige tegoeden die worden aangehouden op of ten behoeve van de account(s) van de in randnummer 1 bedoelde gebruiker(s) (hierna: "de Tegoeden") te bevriezen, in die zin dat:
a. Whitebit alle noodzakelijke technische en organisatorische maatregelen neemt om te voorkomen dat voornoemde gebruiker(s) de Tegoeden kan/kunnen verkopen, verhandelen, omwisselen, opnemen of naar een externe wallet of bankrekening over
kan/kunnen maken;
b. Deze bevriezing van kracht blijft tot het eerstkomende van de volgende momenten:
i. Het verstrijken van een termijn van vierentwintig maanden na de datum van
het vonnis; of
ii. Het moment waarop een vonnis in een bodemprocedure tussen [de eiser] en
voornoemde gebruiker(s) wordt gewezen met betrekking tot de rechtsvraag of
voornoemde gebruiker(s) gehouden is/zijn tot vergoeding van de door [de eiser]
geleden schade.
5. Whitebit te gebieden om binnen vijf werkdagen na betekening van het vonnis aan [de eiser] c.q. hun advocaat schriftelijk te bevestigen dat de onder 4 bedoelde bevriezing is geëffectueerd, onder vermelding van:
i. De datum en het tijdstip waarop de bevriezing is doorgevoerd;
ii. Een specificatie van de bevroren Tegoeden per type cryptoactivum en fiatvaluta;
iii. De totaalwaarde van de bevroren Tegoeden in Euro's op het moment van
bevriezing.
IV.
Voorwaardelijke veroordeling tot afgifte tegoeden
6. Whitebit te gebieden om, onder de opschortende voorwaarde dat [de eiser] binnen een
termijn van twee jaar na het vonnis aan Whitebit per e-mail (naar het adres legal@whitebit.com) een gewaarmerkte kopie doen toekomen van een vonnis waarin voornoemde gebruiker(s) wordt/worden veroordeeld tot betaling aan [de eiser] van een bedrag van ten minste het equivalent van de waarde van de bevroren Tegoeden:
i. De bevroren Tegoeden binnen veertien dagen na ontvangst van voormelde
gewaarmerkte kopie over te maken naar door [de eiser] schriftelijk aan te wijzen
bankrekening(en) en/of cryptowallet(s), zulks tot maximaal het bedrag waartoe
voornoemde gebruiker(s) in voormeld vonnis is/zijn veroordeeld.
V.
Betekening per e-mail
7. [de eiser] te machtigen om het vonnis per e-mail aan Whitebit te betekenen door toezending aan het e-mailadres legal@whitebit.com, welke betekening per e-mail dezelfde rechtsgevolgen heeft als een betekening door een gerechtsdeurwaarder.
VI.
Proceskosten
8. De proceskosten te compenseren tussen partijen.
3.2.
Het standpunt van [de eiser] komt op het volgende neer. Hij is het slachtoffer geworden van een variant op boilerroomfraude en heeft een spoedeisend en rechtmatig belang bij zijn vorderingen. Uit het rapport van Crypto-Tracing blijkt dat onder meer de beurs van Whitebit is gebruikt om de gesloten cryptoactiva weg te sluizen. De gebruiker(s) van de
account(s) bij Whitebit is of zijn dus zeer waarschijnlijk ofwel dezelfde persoon als de persoon achter de oplichting, ofwel een handlanger of geldezel. [de eiser] heeft daarom recht op verkrijging van de gevorderde gegevens met betrekking tot accounts die Whitebit beheert. Alleen Whitebit heeft toegang tot die gegevens. De advocaat van [de eiser] heeft dan ook Whitebit aangeschreven om de gegevens over de gebruiker(s) die hij nodig heeft te verkrijgen. Uit de reactie van Whitebit blijkt echter dat Whitebit niet bereid is aan dit verzoek te voldoen tenzij zij daar een gerechtelijk bevel toe krijgt. Omdat het onzeker is of [de eiser] ooit (een deel van) zijn geld terugziet, verzoekt [de eiser] ook dat Whitebit wordt geboden alle tegoeden gekoppeld aan de account(s) van de gebruiker(s) te bevriezen voor een periode van twee jaar, dan wel totdat een vonnis in een bodemprocedure wordt gewezen in een procedure tussen [de eiser] en de gebruikers c.q. fraudeurs.

4.De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.
Gelet op het internationale karakter van de zaak zal allereerst worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen en zo ja, welk recht van toepassing is.
4.2.
Artikel 4 lid 1 Brussel Pro I-bis (Verordening nr. 1215/2012) stelt als hoofdregel dat de rechter van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft bevoegd is. Whitebit is gevestigd in Hong Kong (China) en heeft dus geen woonplaats in een lidstaat. De voorzieningenrechter kan haar bevoegdheid dan ook niet ontlenen aan de hoofdregel van die verordening. In het geval dat een gedaagde geen woonplaats heeft in een lidstaat, moet de rechterlijke bevoegdheid volgens artikel 6 lid 1 Brussel Pro I bis worden beoordeeld aan de hand van de Nederlandse bevoegdheidsregels, die zijn neergelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 6 sub e Rv Pro heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht, nu sprake is van een zaak betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad en dreigende schade in Nederland optreedt (onder meer als [de eiser] de gevorderde informatie niet krijgt en de activa niet worden bevroren, maar worden vrijgegeven).
4.3.
Op grond van artikel 4 lid 1 Rome Pro II-Verordening (EG 864/2007) en artikel 10:159 Burgerlijk Pro wetboek (BW) is Nederlands recht van toepassing.
Verstek
4.4.
Whitebit is niet verschenen. De voorzieningenrechter zal daarom beoordelen of tegen Whitebit verstek kan worden verleend.
4.5.
Aangezien Whitebit in de Volksrepubliek China is gevestigd, is op grond van artikel 55 Rv Pro het Haags Betekeningsverdrag (HBV) van toepassing, waar zowel de Volksrepubliek China als Nederland partij bij zijn.
4.6.
[de eiser] heeft het voor Whitebit bestemde dagvaardingsexploot op 24 februari 2026 doen betekenen overeenkomstig het Haags Betekeningsverdrag en artikel 55 lid 1 Rv Pro, door het uitbrengen van het exploot aan het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost-Nederland, met achterlating van twee afschriften van het exploot in de Nederlandse taal en een vertaling van die stukken in de Engelse taal. Daarnaast is verzocht om aan de centrale autoriteiten te verzoeken om de exploten en de vertaling daarvan alsmede de Summary met Warning, onderdeel van het modelformulier behorende bij het HBV, aan Whitebit te doen betekenen of kennisgeven overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 van het HBV door betekening of kennisgeving daarvan met inachtneming van de vormen die in de wetgeving van de aangezochte lidstaat zijn voorgeschreven voor de betekening of kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich aldaar bevindende personen en om een afschrift van het exploot te retourneren, vergezeld van de verklaring als bedoeld in artikel 6 van Pro het HBV.
4.7.
Blijkens het proces-verbaal van constatering heeft de deurwaarder op 26 februari 2026 een afschrift van de dagvaarding, inclusief de daarin vermelde schriftelijke last van de voorzieningenrechter en de daarin genoemde producties, voorzien van een vertaling in de Engelse taal van de dagvaarding en de schriftelijke last, per aangetekende post verzonden aan Whitebit. Uit het proces-verbaal blijkt voorts dat de deurwaarder op 26 februari 2026 een scan van voornoemde stukken per e-mail heeft verzonden aan legal@whitebit.com. Uit de door [de eiser] overgelegde e-mails van Whitebit van 9 en 15 januari 2026 blijkt dat dit e-mailadres door Whitebit wordt gebruikt.
4.8.
Niet gebleken is dat de dagvaarding volgens de Chinese voorschriften is betekend noch dat de dagvaarding “in persoon of aan zijn woonplaats” is afgegeven aan Whitebit op een andere in het HBV geregelde wijze. Dat brengt in beginsel mee dat (nog) geen verstek kan worden verleend tegen Whitebit. [de eiser] stelt zich echter op het standpunt dat haar vorderingen desondanks bij verstek moeten worden toegewezen, nu hij daarbij een spoedeisend belang heeft.
4.9.
De voorzieningenrechter kan in spoedeisende gevallen in kort geding verstek verlenen tegen een (niet verschenen) in het buitenland gevestigde gedaagde, wanneer nog niet is gebleken dat de betekeningsvoorschriften in acht zijn genomen. Dan moet wel zoveel mogelijk zijn gewaarborgd dat de dagvaarding degene voor wie die is bestemd daadwerkelijk heeft bereikt en wel zo tijdig dat hij nog de mogelijkheid heeft gehad verweer te voeren [1] . Dat is hier het geval. Uit de overlegde producties blijkt afdoende dat de advocaat van [de eiser] met Whitebit per e-mail heeft gecommuniceerd over de onderhavige kwestie. Vervolgens heeft de advocaat van [de eiser] de dagvaarding plus vertaling, producties en dagbepaling naar het desbetreffende e-mailadres verstuurd. Bovendien blijkt uit de overgelegde e-mails van Whitebit dat zij op de hoogte is van de procedure en bereid is informatie te verstrekken indien zij daartoe bij vonnis wordt veroordeeld. Gelet op het hiervoor overwogene is daarom voorshands voldoende aannemelijk dat Whitebit tijdig kennis heeft genomen van de dagvaarding. Het spoedeisende karakter van de vorderingen van [de eiser] is ook voldoende aannemelijk geworden en vloeit voort uit de aard daarvan.
4.10.
Alles afwegende is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gewaarborgd dat de dagvaarding Whitebit daadwerkelijk heeft bereikt en zo tijdig dat zij nog de mogelijkheid heeft gehad om verweer te voeren. Dat leidt tot de slotsom dat verstek zal worden verleend tegen Whitebit.
De vorderingen
4.11.
De primaire vordering onder I tot het verstrekken van identificatiegegevens komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen. Aan de subsidiaire vordering onder I wordt daarom niet toegekomen.
4.12.
Ten aanzien van de vordering onder III die betrekking heeft op de bevriezing van de cryptoactiva en tegoeden wordt als volgt overwogen. Het is naar voorlopig oordeel in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt tegenover [de eiser] , en daarmee onrechtmatig, om de tegoeden niet (deels) te bevriezen. In dit oordeel weegt mee dat voldoende aannemelijk is geworden dat [de eiser] het slachtoffer is geworden van (een variant van) boilerroomfraude. [de eiser] vordert bevriezing van alle cryptoactiva, fiatgeld en overige tegoeden, die worden aangehouden op of ten behoeve van account(s) van ‘de in randnummer 1 bedoelde gebruiker(s)’(zie r.o. 3.1. sub I. primair onder 1 a). Toegewezen wordt echter slechts bevriezing van het deel van de wallet dat betrekking heeft op de activa die tot [de eiser] te herleiden zijn. De voorzieningenrechter ziet geen grond om meer of alles te laten bevriezen, ook al niet omdat nog niet vaststaat dat de personen die thans de activa onder zich hebben, bij die fraude betrokken zijn. Dat weet [de eiser] zelf ook niet, hij wil een bodemprocedure gaan beginnen om dat uit te zoeken (en daarin uitleg krijgen over de verkrijging van de activa door de desbetreffende personen en met name of daar een (reële) tegenprestatie tegenover staat).
4.13.
De vordering onder II die ziet op geheimhouding zal deels worden toegewezen als na te melden. [de eiser] heeft er recht op en belang bij dat gebruikers niet vooraf op de hoogte worden gesteld. Door eerder informatie te verstrekken aan gebruikers zou Whitebit handelen in strijd met hetgeen in maatschappelijk verkeer jegens [de eiser] betaamt, te meer nu cryptoactiva die op haar platform worden aangehouden binnen enkele minuten al naar andere wallets of platforms kunnen worden overgemaakt waardoor verhaal definitief illusoir wordt. Voor het overige wordt de vordering afgewezen nu een grondslag voor dat deel van de vordering ontbreekt.
4.14.
De voorwaardelijke vordering tot afgifte van tegoeden onder IV zal worden afgewezen. Een concreet, spoedeisend belang voor deze vordering heeft [de eiser] niet gesteld en een juridische grondslag evenmin. Wat [de eiser] hier, naar eigen zeggen om praktische en proceseconomische redenen, in wezen vordert, heeft veel weg van een executoriale maatregel. Er zijn echter nog lang geen vonnissen tegen nu nog onbekende derden en nog te bezien valt of [de eiser] met de (mogelijk) te verkrijgen informatie procedures gaat opstarten. Bovendien doorkruist wat [de eiser] wil (mogelijk) de regels van executie in China. Onderzoek daarnaar is nog niet gedaan, zo blijkt uit het antwoord op vragen tijdens de mondelinge behandeling. Als het recht van China voorziet in de mogelijkheid van erkenning en/of tenuitvoerlegging van een in de toekomst te wijzen vonnis, heeft [de eiser] geen belang bij de onderhavige vordering. Als het recht van China daarin niet voorziet, is de vordering in strijd met het recht.
4.15.
De vordering onder V die ziet op een machtiging om het vonnis per e-mail te betekenen zal eveneens worden afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.
4.16.
Bij toewijzing van de vorderingen wordt steeds een termijn na betekening – en dus niet na toezending – gesteld. Dat sluit (beter) aan bij het wettelijke systeem en is, mede, ter vermijding van verschillen van mening over het moment van ontvangst van e-mails. Daarnaast worden iets langere termijnen voor nakoming bepaald.
Proceskosten
4.17.
In overeenstemming met het gevorderde, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verleent verstek tegen Whitebit;
5.2.
gebiedt Whitebit om binnen tien werkdagen na betekening van het vonnis aan [de eiser] c.q. hun advocaat te verstrekken:
a. Een volledig uittreksel van alle Klantgegevens (zoals gedefinieerd in
randnummer 20 van de dagvaarding) van de gebruiker(s) wiens/wier account(s)
de transactie(s) met de in het rapport van Crypto-Tracing (productie 9) genoemde
Hash ID's heeft/hebben ontvangen;
Een volledig overzicht van alle Transactiegegevens (zoals gedefinieerd in
randnummer 22 van de dagvaarding) met betrekking tot de account(s) van
voornoemde gebruiker(s) voor de periode van 1 januari 2023 tot en met heden.
5.3.
gebiedt Whitebit om binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis dat deel van alle cryptoactiva, fiatgeld en overige tegoeden dat betrekking heeft op de activa die tot [de eiser] te herleiden zijn en die worden aangehouden op of ten behoeve van de account(s) van de in r.o. 5.2. sub a bedoelde gebruiker(s) (hierna: "de Tegoeden") te bevriezen, in die zin dat:
a. Whitebit alle noodzakelijke technische en organisatorische maatregelen neemt om te voorkomen dat voornoemde gebruiker(s) de Tegoeden kan/kunnen verkopen, verhandelen, omwisselen, opnemen of naar een externe wallet of bankrekening over
kan/kunnen maken;
b. Deze bevriezing van kracht blijft tot het eerstkomende van de volgende momenten:
i. Het verstrijken van een termijn van vierentwintig maanden na de datum van
dit vonnis; of
ii. Het moment waarop een vonnis in een bodemprocedure tussen [de eiser] en
voornoemde gebruiker(s) wordt gewezen met betrekking tot de rechtsvraag of
voornoemde gebruiker(s) gehouden is/zijn tot vergoeding van de door [de eiser]
geleden schade.
5.4.
gebiedt Whitebit om binnen vijf werkdagen na het geven van uitvoering aan het in r.o. 5.3 gegeven bevel aan [de eiser] c.q. zijn advocaat schriftelijk te bevestigen dat de onder r.o. 5.3 bedoelde bevriezing is geëffectueerd, onder vermelding van:
i. De datum en het tijdstip waarop de bevriezing is doorgevoerd;
ii. Een specificatie van de bevroren Tegoeden per type cryptoactivum en fiatvaluta;
iii. De totaalwaarde van de bevroren Tegoeden in Euro's op het moment van
bevriezing.
5.5.
verbiedt Whitebit om de in r.o. 5.2. sub a bedoelde gebruikers vooraf in kennis te stellen van de in r.o. 5.3 getroffen voorziening,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.
771

Voetnoten

1.Hoge Raad 14 december 2007, ECLI:HR:2007:BB7192