Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2514

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
C/05/455371 / HZ ZA 25-218
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:174 BWArt. 3:300 BWVerordening (EU) 2012/1215Verordening (EU) 2016/1103Verordening (EU) 2008/593
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming echtscheidingsconvenant en verdeling onroerend goed tussen ex-echtelieden

Partijen zijn ex-echtelieden die in Turkije in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en in 2024 zijn gescheiden door een beschikking van deze rechtbank. Het echtscheidingsconvenant regelt onder meer de verkoop van de gezamenlijke woning in Nederland en de verdeling van de opbrengst, alsmede de toedeling van een auto en banktegoeden.

De woning is niet verkocht zoals afgesproken; eiser vordert nakoming van het convenant en medewerking van gedaagde aan verkoop via een makelaar. Gedaagde stelt dat een afwijkende afspraak is gemaakt om de woning aan hem toe te wijzen, maar de rechtbank oordeelt dat deze afspraak niet rechtsgeldig is omdat gedaagde de financiering niet heeft geregeld en de voorwaarden niet heeft aanvaard.

De rechtbank beveelt gedaagde tot medewerking aan verkoop en legt een dwangsom op bij niet-nakoming. De opbrengst wordt verdeeld conform het convenant, waarbij verrekening van een schuld van €6.000,- plaatsvindt. Daarnaast wordt bepaald dat de gezamenlijke woning in Turkije aan eiser wordt toebedeeld tegen een waarde van €90.000,-, waarbij zij €45.000,- aan gedaagde moet betalen. Voor de twee percelen grond in Turkije wordt vastgesteld dat partijen recht hebben op de helft van de waarde.

De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank beveelt nakoming van het echtscheidingsconvenant en regelt de verdeling van de woning in Nederland en het onroerend goed in Turkije tussen partijen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/455371 / HZ ZA 25-218
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie] ,
advocaat: mr. M. Janse,
tegen
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie] ,
advocaat: mr. M. Unalan-Akkan.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 december 2025
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn ex-echtelieden. Zij zijn op [huwelijksdatum] in gemeenschap van goederen gehuwd in Turkije. Bij echtscheidingsbeschikking van 12 januari 2024 van deze rechtbank is de echtscheiding uitgesproken.
2.2.
Onderdeel van voornoemde echtscheidingsbeschikking is een echtscheidingsconvenant. Hierin staat – samengevat en voor zover relevant – het volgende:
tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoort een woning gelegen aan de [adres] (hierna: de woning);
deze woning zal in oktober 2024 worden verkocht door een door partijen gezamenlijk aan te wijzen makelaar;
aan de woning is gekoppeld een hypothecaire geldlening bij ABN AMRO ter hoogte van € 215.000,00 met een daaraan gekoppelde spaarrekening waarvan het saldo op 31 december 2022 € 29.015,69 bedroeg;
het bedrag dat resteert na aflossing van de hypotheekschuld en betaling van de makelaar en overige verkoopkosten, zal bij helfte worden verdeeld tussen partijen evenals het actuele saldo van voornoemde spaarrekening;
tot de woning wordt verkocht, blijft [gedaagde in conventie] hierin wonen;
de tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behorende auto (een Audi A3 uit 2015) zal tegen een waarde van € 14.000,00 worden toebedeeld aan [gedaagde in conventie] ;
uiterlijk bij levering van de woning zal [gedaagde in conventie] aan [eiser in conventie] € 7.000,00 betalen voor de auto;
et huwelijksvermogen bestaat verder uit banktegoeden en inboedelgoederen;
partijen verklaren dat aan hen geen overige tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende vermogensbestanddelen bekend zijn.
2.3.
Partijen hebben geen uitvoering gegeven aan de afspraak om de woning in oktober 2024 via een makelaar te verkopen.
2.4.
De woning is op 8 mei 2025 door Rodenburg Makelaars getaxeerd op € 375.000,00.
2.5.
Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoren – ondanks de andersluidende verklaring van partijen in het convenant – ook meerdere onroerende zaken in Turkije, in de gemeente [gemeentenaam] . Deze zaken zijn niet betrokken bij de verdeling in het echtscheidingsconvenant.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser in conventie] vordert na vermeerdering van eis – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde in conventie] te bevelen om alle medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan de [adres] , onder andere inhoudende:
a. het binnen veertien dagen na betekening van het vonnis ondertekenen van een bemiddelingsopdracht tot verkoop van de woning aan Rodenburg Makelaars te Apeldoorn;
b. het toelaten van de makelaar in de woning binnen een week na verzoek van de makelaar daartoe;
c. het afgeven van de sleutel van de woning aan de makelaar binnen een week na betekening van het vonnis;
d. het toelaten van bezichtigingen, waarbij de woning tot genoegen van de makelaar opgeruimd is en [gedaagde in conventie] zelf niet aanwezig is;
e. de aanwijzingen van de makelaar in verband met de verkoop aanstonds op te volgen;
f. beschikbaar te zijn voor overleg met de makelaar;
g. zich te onthouden van het aanbrengen aan de woning van waardeverminderende factoren en/of schade;
h. de verkoopovereenkomst te ondertekenen;
i. de woning uiterlijk twee dagen voor levering aan de koper te ontruimen, bezemschoon te verlaten en de sleutels ter vrije beschikking van de kopende partij te stellen;
j. mee te werken aan de notariële overdracht van de woning;
een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer, dag of dagdeel dat [gedaagde in conventie] zich niet aan het vonnis houdt, met een maximum van € 50.000,00,
II. aan [eiser in conventie] vervangende toestemming te verlenen om namens [gedaagde in conventie] over te gaan tot verkoop van de woning indien [gedaagde in conventie] niet binnen veertien dagen na het vonnis overgaat tot algehele vrijwillige medewerking aan de verkoop van de woning, althans te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de wilsverklaring van [gedaagde in conventie] ten aanzien van het ondertekenen van de bemiddelingsopdracht tot verkoop, de koopovereenkomst voor zover in overeenstemming met het advies van de makelaar en/of de daarop aansluitende leveringsakte,
III. te bepalen dat voor zover nodig het vonnis in de plaats treedt van het deel van de notariële akte van levering waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde in conventie] , alsmede dat het vonnis in de plaats treedt van alle door [gedaagde in conventie] te verrichten (rechts)handelingen om de notaris opdracht te geven de opbrengst aan te wenden ten behoeve van de aflossing van de hypothecaire geldlening, betaling van de kosten van de verkopend makelaar en de notaris,
IV. te bepalen dat de opbrengst van de woning, verminderd met de hypothecaire geldlening en de kosten van de notaris en de makelaar, inclusief de kosten van de taxatie, alsmede het saldo van de aan de hypothecaire lening verbonden spaarpolis per de dag van levering van de woning bij helfte verdeeld worden,
V. te bepalen dat met het aandeel van [gedaagde in conventie] verrekend wordt hetgeen hij op grond van het echtscheidingsconvenant per saldo verschuldigd is aan [eiser in conventie] , te weten € 6.000,00 en dat het aandeel van [eiser in conventie] met € 6.000,00 wordt vermeerderd.
3.2.
[gedaagde in conventie] voert verweer. [gedaagde in conventie] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in conventie] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde in conventie] vordert na wijziging van eis – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te bepalen dat de woning aan de [adres] met de hypotheekschuld aan hem zal worden toebedeeld, waarbij [eiser in conventie] van haar hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de kredietverstrekker zal worden ontslagen en [eiser in conventie] zal worden uitgekocht voor een bedrag van € 105.690,21 zoals tussen partijen is overeengekomen,
II. [gedaagde in conventie] voor de overname van de huidige hypotheek met uitkoop een termijn te verlenen van drie maanden na het vonnis,
III. te bepalen dat de gezamenlijke woning in ( [gemeentenaam] ) Turkije (zonder hypotheek) aan [eiser in conventie] zal worden toebedeeld, waarbij [eiser in conventie] de helft van de waarde zoals eerder overeengekomen tussen partijen van € 45.000,00 (totale waarde € 90.000,00) aan [gedaagde in conventie] dient te voldoen, althans bij betwisting van de huidige waarde door [eiser in conventie] , [eiser in conventie] te veroordelen om binnen veertien dagen na vonnis een taxatie te laten verrichten en te bepalen dat aan de hand van de rechtsgeldig getaxeerde waarde de helft aan [gedaagde in conventie] dient te worden voldaan,
IV. voor recht te verklaren dat partijen over en weer een vordering op elkaar hebben zoals beschreven in onderdeel I en III,
V. te bepalen dat partijen over en weer inzake de verdeling betreft de helft van de overwaarde de woning welke aan [eiser in conventie] toekomt van € 105.690,21, te verrekenen met de vordering van [gedaagde in conventie] op [eiser in conventie] wegens verdeling van de woning in Turkije van € 45.000,00, althans een andere getaxeerde waarde, waarbij deze verrekening geschiedt tijdens de overdracht van de woning in Nederland bij de notaris,
VI. te bepalen dat de opbrengst van de twee percelen grond in ( [gemeentenaam] ) Turkije, welke gezamenlijk eigendom zijn, na verkoop tussen partijen dient te worden verdeeld.
3.5.
[eiser in conventie] voert verweer. [eiser in conventie] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in conventie] in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zal de rechtbank deze vorderingen gezamenlijk behandelen.
Bevoegde rechtbank en toepasselijk recht
4.2.
Gelet op de internationale aspecten van deze zaak, moet worden vastgesteld of deze rechtbank bevoegd is en welk recht op de vorderingen van toepassing is.
4.3.
In de kern vordert [eiser in conventie] nakoming van het echtscheidingsconvenant. Deze vordering vloeit daarmee niet rechtstreeks voort uit het huwelijk van partijen, maar uit een nadien tussen partijen gesloten overeenkomst. Gelet hierop valt deze vordering niet onder de uitzondering van artikel 1 lid 2 onder Pro a van de Brussel I bis Verordening (Verordening (EU) 2012/1215), zodat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan de hand van deze verordening moet worden bepaald. Aangezien [gedaagde in conventie] woonplaats heeft in Nederland, is de Nederlandse rechter bevoegd op grond van artikel 4 lid 1 van Pro deze verordening. De rechtbank Gelderland is bevoegd, gelet op de woonplaats van [gedaagde in conventie] , gedaagde in conventie.
4.4.
De Nederlandse rechter is ook bevoegd om kennis te nemen van de reconventionele vorderingen van [gedaagde in conventie] . Die vorderingen betreffen voor een deel de nakoming van een volgens [gedaagde in conventie] na het echtscheidingsconvenant gesloten afwijkende overeenkomst. Ten aanzien van het deel van de vorderingen dat hierop betrekking heeft, geldt hetzelfde als hiervoor over de vorderingen in conventie is overwogen. Voor het overige betreffen de vorderingen van [gedaagde in conventie] de vermogensrechtelijke afwikkeling van het reeds ontbonden huwelijk van partijen. Dat deel van de vorderingen valt onder het toepassingsgebied van de Huwelijksvermogensverordening (Verordening (EU) 2016/1103). Omdat de vorderingen van [gedaagde in conventie] niet als nevenverzoek bij een verzoek tot echtscheiding zijn ingediend, maar als zelfstandige vorderingen in een dagvaardingsprocedure, moet de rechtsmacht worden beoordeeld aan de hand van de bevoegdheidsregeling neergelegd in artikel 6 van Pro de Huwelijksvermogensverordening. Omdat partijen bij het aanbrengen van de zaak hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, is de Nederlandse rechter ingevolge artikel 6 onder Pro a van die verordening bevoegd om te beslissen op de onderhavige vorderingen.
4.5.
Op de vorderingen van [eiser in conventie] is Nederlands recht van toepassing. Zoals hiervoor is overwogen betreffen die vorderingen de nakoming van een tussen partijen gesloten overeenkomst. Die overeenkomst, waarin partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, heeft de verdeling van de voormalige echtelijke woning van partijen in Nederland tot onderwerp. De toepasselijkheid van Nederlands recht vloeit gelet hierop voort uit artikel 4 lid 1 onder Pro c van de zogeheten Rome I verordening (Verordening (EU) 2008/593). Dit zelfde geldt voor de vorderingen van [gedaagde in conventie] , voor zover die betrekking hebben op nakoming van de door [gedaagde in conventie] gestelde nadere afspraak.
4.6.
Voor de beoordeling van de overige reconventionele vorderingen van [gedaagde in conventie] is verder van belang dat op het huwelijksgoederenregime Turks recht van toepassing is. Dit volgt uit de conflictregel die is geformuleerd in het Chelouche/Van Leer-arrest van de Hoge Raad (HR 10 december 1976, ECLI:NL:HR:1976:AE1063, NJ 1977/275). Partijen hebben niet gesteld dat zij ten aanzien van hun huwelijksvermogensstelsel een (geldige) rechtskeuze hebben uitgebracht. Gelet hierop wordt het toepasselijk recht aangewezen door de gemeenschappelijke Turkse nationaliteit van partijen ten tijde van de huwelijkssluiting. Ter zake merkt de rechtbank wel op dat partijen hun vorderingen volledig naar Nederlands recht hebben ingekleed en ten aanzien van de onroerende zaken waarover vorderingen zijn ingediend geen twistpunten hebben voorgelegd waarvoor de uitleg van het Turkse huwelijksvermogensrecht van belang is. In deze procedure liggen vorderingen voor ten aanzien van een woning in Nederland, een woning in Turkije en twee percelen grond in Turkije. Ten aanzien van deze onroerende zaken zijn partijen het met elkaar eens dat zij deze tijdens hun huwelijk hebben verworven, dat deze goederen hierdoor in een huwelijksgemeenschap zijn gevallen en dat zij allebei aanspraak kunnen maken op de helft van de waarde hiervan.
De woning in [plaatsnaam]
4.7.
Het voornaamste geschilpunt tussen partijen betreft de afwikkeling van de verdeling van de woning. [eiser in conventie] vordert nakoming van het echtscheidingsconvenant, waarin verkoop via een gezamenlijk aan te wijzen makelaar is overeengekomen. Deze vordering kan in beginsel worden toegewezen, aangezien partijen deze wijze van verdeling zijn overeengekomen. Het moge zo zijn dat [gedaagde in conventie] inmiddels liever heeft dat ook (een deel van) het Turkse onroerend goed van partijen wordt verdeeld, zodat hij mogelijk alsnog in staat is om de woning in Nederland van [eiser in conventie] over te nemen, maar die gewijzigde wens van [gedaagde in conventie] kan geen afbreuk doen aan de overeenkomst die hij met [eiser in conventie] heeft gesloten.
4.8.
[gedaagde in conventie] voert verder als verweer dat partijen na het sluiten van het convenant een afwijkende afspraak hebben gemaakt, inhoudende dat hij de woning mag overnemen. Ter onderbouwing hiervan verwijst [gedaagde in conventie] naar e-mailcorrespondentie die (de advocaten van) partijen hierover hebben gevoerd. De rechtbank volgt [gedaagde in conventie] niet in deze stelling. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.8.1.
Bij e-mail van 8 mei 2025 heeft de advocaat van [eiser in conventie] aan [gedaagde in conventie] bericht dat [eiser in conventie] onder voorwaarden kan instemmen met de toedeling van de woning aan [gedaagde in conventie] tegen een waarde van € 375.000,00. [gedaagde in conventie] zou de hypotheekschuld moeten overnemen en aan [eiser in conventie] een bedrag moeten betalen van € 105.542,62. In die e-mail is aan [gedaagde in conventie] een termijn gegeven van 30 dagen om de financiering ter zake te regelen en dit, onderbouwd met stukken, aan te tonen. Hierbij is aangegeven dat indien [gedaagde in conventie] niet binnen 30 dagen de herfinanciering geregeld zou krijgen, de woning dan ter verkoop zou moeten worden aangeboden.
4.8.2.
Bij e-mail van 11 juni 2025 heeft de advocaat van [eiser in conventie] aan de advocaat van [gedaagde in conventie] bericht dat de termijn is verstreken en dat zij nog die week een reactie wil. Bij e-mail van 19 juni 2025 heeft de advocaat van [gedaagde in conventie] aan de advocaat van [eiser in conventie] bericht dat [gedaagde in conventie] van zijn financieel adviseur heeft begrepen dat hij de woning kan overnemen. Onderbouwende stukken zijn daarbij niet overgelegd. Verder heeft [gedaagde in conventie] in die e-mail de Turkse onroerende zaken betrokken bij de financiële afwikkeling. Volgens [gedaagde in conventie] heeft hij recht op verrekening.
4.8.3.
De e-mail van 8 mei 2025 moet worden gezien als een aanbod om – in afwijking van het convenant – de woning alsnog aan [gedaagde in conventie] toe te delen, tegen de in die e-mail genoemde voorwaarden. [gedaagde in conventie] heeft niet binnen de door [eiser in conventie] gestelde termijn van 30 dagen gereageerd. Hij heeft ook niet gereageerd binnen de verlengde termijn van de
e-mail van 11 juni 2025. Verder heeft hij in zijn e-mail van 19 juni 2025 weliswaar aangegeven dat hij in staat is om de financiering te regelen, maar hij heeft dit niet onderbouwd met stukken, zoals [eiser in conventie] als voorwaarde had gesteld. [gedaagde in conventie] heeft de benodigde financiering bovendien niet daadwerkelijk geregeld. Tot slot heeft [gedaagde in conventie] bij zijn aanvaarding van het aanbod van [eiser in conventie] een wezenlijk nieuw element betrokken, te weten de verrekening van de waarde van de Turkse onroerende zaken, zodat van een zuivere aanvaarding geen sprake is. Om deze redenen kan niet worden geoordeeld dat in de genoemde e-mails een afwijkende afspraak tussen partijen besloten ligt.
4.8.4.
Dat partijen nadien een afwijkende afspraak hebben gemaakt is gesteld noch gebleken.
4.9.
Het voorgaande betekent dat [gedaagde in conventie] gehouden is om de in het echtscheidingsconvenant neergelegde verdelingsafspraak na te komen en dat de hiertoe strekkende vorderingen van [eiser in conventie] ten aanzien van de verkoop van de woning zullen worden toegewezen. Hierbij betrekt de rechtbank dat [gedaagde in conventie] alleen verweer heeft gevoerd tegen de door [eiser in conventie] gevorderde verkoop van de woning op zichzelf en niet tegen de door [eiser in conventie] voorgestelde wijze waarop die verkoop zou moeten plaatsvinden.
4.10.
De door [eiser in conventie] gevorderde dwangsom zal worden toegewezen en gemaximeerd zoals in de beslissing is vermeld. De rechtbank acht in dit geval de in de beslissing vermelde dwangsom een voldoende prikkel tot nakoming, waardoor het toewijzen van de vordering op de voet van artikel 3:300 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) overbodig is. Deze vordering zal daarom worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de door [eiser in conventie] gevorderde vervangende toestemming uit hoofde van artikel 3:174 BW Pro.
4.11.
De door [gedaagde in conventie] in reconventie gevorderde toedeling van de woning aan hem zal gelet op het voorgaande worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de hieraan gekoppelde verrekeningsvordering (onder V).
4.12.
De vordering van [eiser in conventie] betreffende de afwikkeling tussen partijen na verkoop van de woning (vorderingen IV) zal worden toegewezen. Tussen partijen is namelijk niet in geschil dat op deze wijze dient te worden afgerekend na de verkoop van de woning. Evenmin is tussen partijen in geschil dat [eiser in conventie] uit hoofde van het echtscheidingsconvenant een vordering van € 6.000,00 heeft op [gedaagde in conventie] . De hiertoe strekkende verrekeningsvordering van [eiser in conventie] zal daarom worden toegewezen.
De onroerende zaken in Turkije
4.13.
Hoewel tussen partijen onduidelijkheid bestaat over de vraag welke onroerende zaken in Turkije precies tot hun gezamenlijke eigendom behoren, is tussen hen niet in geschil dat zij gezamenlijk eigenaar zijn van een woning in [gemeentenaam] die op naam staat van [eiser in conventie] . De advocaat van [eiser in conventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling weliswaar aangevoerd dat deze woning mogelijk op naam is gezet van een zoon, maar daarna heeft [eiser in conventie] het zelf steeds gehad over het appartement dat op haar naam staat. Tussen partijen is niet in geschil dat deze woning door hen is verkregen tijdens hun huwelijk en partijen gaan er zelf kennelijk allebei van uit dat die woning nog steeds hun gezamenlijk eigendom is. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding om op dit punt van een andere feitelijke veronderstelling uit te gaan.
4.14.
[gedaagde in conventie] vordert verdeling van deze woning. [eiser in conventie] heeft in reactie hierop aangegeven dat zij niet wil dat deze woning wordt verdeeld, zonder dat ook een andere woning in Turkije wordt verdeeld. Die woning is volgens [eiser in conventie] gezamenlijk eigendom van partijen en volgens [gedaagde in conventie] privé-eigendom van hem. Wie op dit punt gelijk heeft kan in het midden blijven, aangezien ter aanzien van deze woning geen vorderingen aan de rechtbank zijn voorgelegd.
4.15.
[eiser in conventie] voert verder als verweer aan dat er onvoldoende feiten zijn gesteld om tot verdeling te kunnen overgaan. Hoewel aan [eiser in conventie] kan worden toegegeven dat de door partijen aan de rechtbank verschafte informatie over dit object zeer summier is, kan naar het oordeel van de rechtbank toch beslist worden over de wijze van verdeling. Het is voor partijen zelf namelijk volstrekt duidelijk over welk object het gaat, waarbij [eiser in conventie] zelfs een concreet adres heeft genoemd ( [adres] / [gemeentenaam] , Turkije). Het te verdelen object is daarmee voldoende bepaalbaar om in de onderlinge verhouding tussen partijen de wijze van verdeling te kunnen bepalen.
4.16.
Ten aanzien van de waarde van de onroerende zaak heeft [gedaagde in conventie] bij herhaling, ook voorafgaand aan de procedure, gesteld dat uitgegaan moet worden van een waarde van € 90.000,00. [gedaagde in conventie] heeft onweersproken gesteld dat hij deze waarde genoemd heeft gekregen toen hij hierover in Turkije navraag heeft gedaan. [eiser in conventie] heeft deze waarde niet gemotiveerd betwist. In het bijzonder heeft [eiser in conventie] niet gesteld dat deze waarde te hoog is en dat zij, indien uitgegaan zou worden van deze waarde, benadeeld zou worden als – zoals partijen voorstaan – de woning aan haar zou worden toebedeeld. [eiser in conventie] heeft slechts aangevoerd dat zij niet weet wat de waarde van deze woning is, waarbij zij geen enkele moeite lijkt te hebben gedaan om na te gaan wat de onroerende zaak dan wel (globaal) waard zou zijn. Verder weegt de rechtbank mee dat [gedaagde in conventie] onweersproken heeft gesteld dat de woning in gebruik is bij [eiser in conventie] en dat hij – in tegenstelling tot [eiser in conventie] – geen taxatie van de woning in Turkije kan regelen omdat hij niet de beschikking heeft over de daarvoor benodigde sleutel of ‘papieren’ van de woning. Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank aanleiding om bij de verdeling uit te gaan van de door [gedaagde in conventie] gestelde waarde van € 90.000,00.
4.17.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij ieder recht hebben op de helft van de waarde van de woning. Evenmin is tussen partijen in geschil dat [eiser in conventie] gebruikmaakt van de woning en dat deze aan haar moet worden toebedeeld. De rechtbank zal daarom de wijze van verdeling bepalen in die zin dat de woning moet worden toebedeeld aan [eiser in conventie] voor een waarde van € 90.000,00, waarbij zij ten tijde van de levering een bedrag van € 45.000,00 verschuldigd is aan [gedaagde in conventie] .
4.18.
Wat betreft de overige in geschil zijnde onroerende zaken in Turkije (twee percelen grond) vordert [gedaagde in conventie] – zo begrijpt de rechtbank na toelichting tijdens de mondelinge behandeling – alleen een verklaring voor recht dat partijen – in hun interne verhouding – bij de uiteindelijke tegeldemaking beide recht hebben op de helft van de waarde van deze onroerende zaken. Dit is tussen partijen niet in geschil, zodat de vordering als zodanig kan worden toegewezen. Voor het overige hebben partijen ten aanzien van deze percelen geen vorderingen ingesteld, zodat hierover ook niets zal worden beslist. Hetgeen partijen over de percelen meer of anders hebben aangevoerd, kan daarom onbesproken blijven.
De proceskosten
4.19.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
beveelt [gedaagde in conventie] om alle medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan de [adres] , onder andere inhoudende:
a. het binnen veertien dagen na betekening van het vonnis ondertekenen van een bemiddelingsopdracht tot verkoop van de woning aan Rodenburg Makelaars te Apeldoorn;
b. het toelaten van de makelaar in de woning binnen een week na verzoek van de makelaar daartoe;
c. het afgeven van de sleutel van de woning aan de makelaar binnen een week na betekening van het vonnis;
d. het toelaten van bezichtigingen, waarbij de woning tot genoegen van de makelaar opgeruimd is en [gedaagde in conventie] zelf niet aanwezig is;
e. de aanwijzingen van de makelaar in verband met de verkoop aanstonds op te volgen;
f. beschikbaar te zijn voor overleg met de makelaar;
g. zich te onthouden van het aanbrengen aan de woning van waardeverminderende factoren en/of schade;
h. de verkoopovereenkomst te ondertekenen;
i. de woning uiterlijk twee dagen voor levering aan de koper te ontruimen, bezemschoon te verlaten en de sleutels ter vrije beschikking van de kopende partij te stellen;
j. mee te werken aan de notariële overdracht van de woning,
5.2.
bepaalt dat [gedaagde in conventie] een dwangsom aan [eiser in conventie] verbeurt van € 500,00 voor iedere dag dat hij in gebreke blijft aan de veroordelingen onder 5.1 te voldoen, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
5.3.
bepaalt dat de opbrengst van de woning, verminderd met de hypothecaire geldlening en de kosten van de notaris en de makelaar, inclusief de kosten van de taxatie, alsmede het saldo van de aan de hypothecaire lening verbonden spaarpolis per de dag van levering van de woning bij helfte verdeeld worden,
5.4.
bepaalt dat met het aandeel van [gedaagde in conventie] verrekend wordt hetgeen hij op grond van het echtscheidingsconvenant per saldo verschuldigd is aan [eiser in conventie] , te weten € 6.000,00 en dat het aandeel van [eiser in conventie] met € 6.000,00 wordt vermeerderd,
5.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.6.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1 tot en met 5.4 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.8.
stelt als wijze van verdeling van de gezamenlijke woning in Turkije ( [adres] / Aksaray ) vast dat de woning aan [eiser in conventie] zal worden toebedeeld, waarbij [eiser in conventie] ten tijde van de levering aan [gedaagde in conventie] een bedrag van € 45.000,00 dient te voldoen,
5.9.
verklaart voor recht dat partijen bij de uiteindelijke tegeldemaking van de twee percelen grond in ( [gemeentenaam] ) Turkije beide recht hebben op de helft van de waarde van deze onroerende zaken,
5.10.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.11.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.8 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
5.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
RG/ES