Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2501

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
05/264959-22 besl.
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens complexe stoornissen en recidivegevaar

Betrokkene is veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden, die op 31 januari 2024 is ingegaan. Na omzetting naar verpleging van overheidswege is betrokkene in afwachting van plaatsing in een kliniek, met een wachttijd van 12 tot 18 maanden. De rechtbank heeft kennisgenomen van een adviesrapport waarin verlenging van de tbs met twee jaar wordt geadviseerd.

Tijdens de zitting op 30 januari 2026 handhaaft de officier van justitie de vordering tot verlenging vanwege de complexe meervoudige problematiek, waaronder cocaïneverslaving, ADHD en zwakbegaafdheid. Betrokkene heeft zich in het verleden onttrokken aan behandeling, maar toont inmiddels meer zelfinzicht en is gestopt met drugsgebruik. De raadsvrouw verzocht om aanhouding van de behandeling voor een pro justitia-rapportage en subsidiar een beperking van de verlenging tot één jaar.

De rechtbank oordeelt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid de verlenging van de maatregel vereisen. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen omdat de wet dit niet toestaat. Wel wordt de maatregel verlengd met één jaar om de voortgang te kunnen volgen. Tevens wordt opdracht gegeven tot het opmaken van een dubbele Pro Justitia-rapportage voor de volgende verlengingszitting.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en wijst het verzoek tot aanhouding af.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Parketnummer: 05/264959-22
Datum uitspraak: 30 januari 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2000,
thans verblijvende in P.I. [plaats] .
Raadsvrouw mr. B.L.M. Dankelman, advocaat te Amsterdam.

Procedure

Betrokkene is op 16 oktober 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden. Bij dat vonnis is hem tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Deze maatregel is ingegaan op 31 januari 2024. Bij beslissing van 31 januari 2025 van deze rechtbank is alsnog de verpleging van overheidswege bevolen. Deze beslissing is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij beslissing van 3 juli 2025 bevestigd.
Bij vordering van 29 december 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van het volgende processtuk:
- het adviesrapport van de kliniek van 23 oktober 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren. Nu betrokkene nog niet is geplaatst in de kliniek, is afgezien van het oproepen van een deskundige.
Ter zitting van 30 januari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsvrouw mr. B.L.M. Dankelman;
- de officier van justitie, mr. M.M.J.A. Peters.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Betrokkene heeft zich in het verleden onttrokken aan behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Uit de stukken blijkt dat sprake is van complexe meervoudige problematiek. Er heeft op 24 september 2025 een intake plaatsgevonden bij de [kliniek] , en betrokkene is thans in afwachting van plaatsing. De informatie uit de intake is niet verwerkt in het verlengingsadvies van de kliniek. De wachttijd is ongeveer 12 tot 18 maanden. Betrokkene verblijft thans meer dan één jaar als passant in de P.I. [plaats] . De verwachting is dat plaatsing dus niet heel lang meer op zich laat wachten.
De raadsvrouw van betrokkene heeft primair verzocht om aanhouding van de behandeling zodat kan worden onderzocht of, en zo ja, onder welke voorwaarden de dwangverpleging alsnog voorwaardelijk kan worden beëindigd. Subsidiair heeft de raadvrouw verzocht om een beperking van de verlenging tot één jaar. De raadsvrouw heeft verzocht ten behoeve van de volgende verlengingszitting een pro justitia rapportage op te laten stellen en heeft daartoe aangevoerd dat het recidiverisico grotendeels is gebaseerd op verslavingsproblematiek. Betrokkene maskeerde destijds problemen door alcohol- en drugsgebruik. Betrokkene heeft tijdens het verblijf in de PI zelfinzicht en ziektebesef gekregen. Hoewel binnen de PI makkelijk aan drugs te komen is, heeft hij al lange tijd niets meer gebruikt.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege meerdere afpersingen en een poging daartoe, diefstal en diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon.
Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met misdrijven die gericht waren tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit de ontslagbrief van de kliniek Fivoor van 14 januari 2025 blijkt dat betrokkene lijdt aan een stoornis in het gebruik van cocaïne (matig-ernstig), een aandachtsdeficiëntie-/ hyperactiviteitsstoornis en zwakbegaafdheid.
Verloop van de maatregel
Betrokkene verbleef destijds voor een tweede behandelpoging bij Fivoor, welke behandeling is afgebroken. Na de omzetting van de maatregel met voorwaarden naar verpleging van overheidswege op 31 januari 2025 is betrokkene sindsdien in afwachting van plaatsing bij de [kliniek] . Als gevolg hiervan heeft de behandeling nog niet kunnen starten. De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.
Betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat hij na de omzetting in tbs met dwangverpleging, voor zichzelf een knop heeft kunnen omzetten en dat hij heeft gewerkt aan het verkrijgen van meer zelfinzicht. Zo ziet hij inmiddels in dat hij ook zelf verantwoordelijk is voor de door hem gemaakte fouten en niet altijd de schuld bij anderen moet neerleggen. Hij is in de PI waar hij nu tijdelijk verblijft, zelfstandig gestopt met het gebruik van drugs en heeft geen positieve drugstesten gehad. Hij mag beginnen als magazijnmedewerker/ vorkheftruckchauffeur en heeft daarvoor net de benodigde papieren behaald.
Recidivegevaar
Gelet op de nog onbehandelde stoornissen is de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot.
Conclusie
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen dan wel de algemene veiligheid van goederen de verlenging van de maatregel eist.
De wet biedt geen mogelijkheid om de zaak aan te houden voor het laten opmaken van Pro Justitia rapportage met het oog op een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging alvorens op de vordering tot verlenging van de maatregel te beslissen, zoals door de raadsvrouw is verzocht. Dit verzoek dient te worden afgewezen.
Anderzijds heeft de rechtbank tijdens de behandeling ter zitting in positieve zin verandering in het gedrag en de houding van betrokkene vastgesteld, waarvan de rechtbank hoopt dat betrokkene dit zal vasthouden. Het is voor betrokkene van belang dat de maatregel niet langer duurt dan nodig is. Om de voortgang van de behandeling goed te kunnen volgen ziet de rechtbank aanleiding om de maatregel te verlengen met één jaar. Daarnaast geeft de rechtbank opdracht tot het laten opmaken van een dubbele Pro Justitia-rapportage voor de volgende verlengingszitting.

De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot aanhouding van de behandeling voor het laten opmaken van Pro Justitia-rapportage.
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met
één jaar;
-draagt de officier van justitie op ten behoeve van de volgende verlengingszitting opdracht te geven tot het laten opmaken van een dubbele Pro Justitia-rapportage en toe te zien dat deze rapporten uiterlijk één week voorafgaand aan de volgende verlengingszitting zullen worden toegezonden aan de rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. Verkroost, als voorzitter, mr. A.P. Sno en mr. A. Bril, als rechters in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 januari 2026