Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
3.Voornemen tot terugkomen op een bindende eindbeslissing
4.De beslissing
[datum] 2026 te [tijd]te reageren op het voornemen zoals verwoord in randnummer 3.4 van dit tussenvonnis.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
In deze civiele bodemzaak tussen [gedaagde] en Holland Wood B.V. heeft de kantonrechter op 1 april 2026 een tussenvonnis gewezen waarin hij terugkomt op een eerdere bindende eindbeslissing van 12 januari 2026. Deze eerdere beslissing wees een verzoek om uitstel voor het indienen van een conclusie van antwoord af, omdat het verzoek te laat was ingediend.
De procedure startte met een dagvaarding van [gedaagde] op 17 november 2025. Holland Wood werd uitstel verleend tot 7 januari 2026 om een conclusie van antwoord in te dienen, maar verzuimde tijdig een verzoek tot nader uitstel in te dienen. Na mededeling van de kantonrechter dat vonnis zou worden gewezen, meldde de gemachtigde van Holland Wood dat zij zich wilde verweren en een mondelinge behandeling wenste, verwijzend naar artikel 6 EVRM Pro en artikel 87 Rv Pro.
De kantonrechter oordeelt dat het recht van Holland Wood om verweer te voeren niet mag vervallen door een omissie die slechts twee dagen te laat was. Gezien de belangen en omstandigheden acht hij het onaanvaardbaar dat het uitstelverzoek definitief wordt afgewezen. Daarom wordt Holland Wood alsnog in de gelegenheid gesteld om een conclusie van antwoord in te dienen en zal [gedaagde] op de rolzitting kunnen reageren op dit voornemen. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter herroept de eerdere bindende eindbeslissing en verleent Holland Wood alsnog uitstel voor het indienen van een conclusie van antwoord.