Veroordeelde werd in 2016 in Duitsland veroordeeld tot 3 jaar en 9 maanden gevangenisstraf, waarvan hij in 2018 voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld onder voorwaarden. Tijdens de proeftijd werd hij in Frankrijk en later opnieuw in Duitsland veroordeeld, wat een overtreding van de algemene voorwaarde van de voorwaardelijke invrijheidstelling vormt.
De officier van justitie diende een vordering tot herroeping in met het volledige strafrestant. Tijdens de zitting bleek dat veroordeelde inmiddels klinische behandeling voor zijn verslaving succesvol had afgerond en nog onder ambulante nazorg en toezicht van de Duitse reclassering staat. Hij woont in Duitsland, heeft een gezin en een baan.
De rechtbank overweegt dat herroeping geen toegevoegde waarde heeft en zelfs averechts zou werken gezien de positieve wending in het leven van veroordeelde. Ook verlenging van de proeftijd acht de rechtbank niet nodig omdat hij al aan voorwaarden in Duitsland voldoet tot 2029.
Daarom wijst de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af.