Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2442

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
26/1299
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetArt. 174a GemeentewetArt. 3:4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning en erf wegens wapens en drugs

De burgemeester van Apeldoorn heeft op grond van artikel 174a Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet besloten tot sluiting van de woning, bijgebouwen en het erf van verzoekster voor drie maanden vanwege de vondst van een zeer grote hoeveelheid wapens, munitie en drugs op het perceel. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening tegen dit besluit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting en dat de maatregel geschikt is om de openbare orde te herstellen. Ondanks het tijdsverloop tussen doorzoeking en besluitvorming is de sluiting noodzakelijk vanwege de ernst van de situatie, waaronder een ondergrondse schietbaan en automatische wapens.

Verzoekster voerde aan dat de sluiting niet evenwichtig is vanwege haar gezinssituatie, medische problemen en mantelzorg, maar de voorzieningenrechter acht deze omstandigheden onvoldoende om de sluiting onredelijk te maken. De sluiting wordt daarom niet onevenredig geacht.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en bepaalt dat de sluiting niet eerder dan twee weken na uitspraak wordt geëffectueerd, zodat verzoekster tijd heeft voor opvang van dieren en het regelen van alternatieve woonruimte. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting woning en erf wegens wapens en drugs wordt afgewezen; sluiting voor drie maanden blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1299

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. P.A.J. van Putten),
en

de burgemeester van de gemeente Apeldoorn

(gemachtigden: mr. A. Aziz en R. Visscher).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang van 6 maart 2026, waarin de burgemeester heeft besloten de gebouwen en het bijbehorende erf op het perceel [locatie] in [plaats] te sluiten voor de duur van drie maanden. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt om een voorlopige voorziening. Zij voert daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Het procesverloop

2. Verzoekster woont samen met de heer [naam] (hierna: partner) en twee minderjarige kinderen op het perceel [locatie] in [plaats] . Op dit perceel staat een woning, een klein schuurtje, een jachthut, een schuur/paardenstal en een mantelzorgwoning. De vader van verzoekster woont in de mantelzorgwoning.
2.1.
In het besluit van de burgemeester en een daaraan ten grondslag liggende bestuurlijke rapportage van de Politie Eenheid Oost komt het volgende naar voren. Op 13 oktober 2025 hebben medewerkers van de Koninklijke Marechaussee de auto van de partner aangetroffen bij een militair schietterrein. In de auto lag een mes. De partner en de auto zijn daarna gecontroleerd. In de broekzak van partner zat een patroonhouder (kaliber 22). In de auto is aangetroffen: een verschoten patroonhuls, € 5.000,-- contant in coupures van € 50,-- biljetten, een zoeklamp, een schrikhalsband voor honden en een honkbalknuppel.
2.2.
Naar aanleiding van de gevonden voorwerpen zijn op 13 oktober 2025 en 14 oktober 2025 de woning en het erf van verzoekster en haar partner doorzocht.
2.2.1.
In de woning is het volgende gevonden: een dubbelloops wapen met scherpe munitie, buksen, messen en een hakbijl. Een aantal van deze goederen lag in het zicht en binnen handbereik. Er lag een mes op de wasmachine, een hakbijl in de speelgoedkast, een buks in de hoek van een kinderkamer en een mes in een doos onder het bed in een kinderkamer.
2.2.2.
In de kleine schuur lagen messen, machetes en hakbijlen tussen het kinderspeelgoed.
2.2.3.
In de jachthut is het volgende gevonden:
- een grote hoeveelheid vallen en klemmen;
- € 8.210,-- in coupures van € 50,-- biljetten;
- een demper voor vuurwapen;
- een (vermoedelijk) AK-47 in de meterkast;
- munitie;
- messen;
- meerdere jachtwapens.
In de jachthut is verder een verborgen ruimte gevonden. Deze ruimte geeft toegang tot een kelderruimte. In deze kelder lag een grote hoeveelheid vuurwapens, jachtwapens, automatische wapens, shotguns, handvuurwapens en munitie. Ook was er een ondergrondse schietbaan ingericht met een diameter van 2 meter en een lengte van ongeveer 60 meter. De hele ruimte was voorzien van piramideschuim, wat gebruikelijk is voor geluidsisolatie. Ook stond er een voorwerp in de schietbaan, dat kan dienen als schiethouder/schietsteun.
2.2.4.
In de paardenstal zijn materialen aangetroffen die nodig zijn bij de hennepteelt:
- 20 armaturen;
- 20 assimilatielampen;
- 2 schakelborden;
- 2 snelheidsregelaars;
- 19 transformatoren:
- 5 slakkenhuizen;
- 3 ventilatoren;
- knipbenodigdheden.
Daarnaast is in de paardenstal een verborgen luik in een kast gevonden, die toegang geeft tot een aparte ruimte. In deze ruimte is een hennepkwekerij aangetroffen met daarin 420 hennepplanten en diverse zakken met henneptoppen (eindproduct). In totaal is er 9,5 kilogram (brutogewicht) aan henneptoppen gevonden.
2.3.
Door Forensische Opsporing is vastgesteld dat er in totaal 124 vuurwapens zijn gevonden. Hierbij kon grofweg een onderverdeling gemaakt worden in de volgende soorten:
- 43 x enkelloops kogelgeweren van verschillende fabrikanten en modellen in diverse
soorten kalibers;
- 24 x enkelloops hagelgeweren van verschillende fabrikanten en modellen waarvan 7 van
het type pump-action (shotgun) in diverse soorten kalibers;
- 29 x dubbelloops hagelgeweren van verschillende fabrikanten en modellen in diverse
soorten kalibers;
- 4 x pistolen van verschillende fabrikanten en modellen in diverse soorten kalibers;
- 8 x revolvers van verschillende fabrikanten en modellen in diverse soorten kalibers;
- 5 automatische of vermoedelijk automatische vuurwapens van verschillende
fabrikanten en modellen in diverse soorten kalibers.
2.3.1.
Er is ook een aanzienlijke hoeveelheid munitie aangetroffen. Forensische Opsporing heeft in totaal 233.878 stuks kogelpatronen van diverse kalibers aangetroffen. Deze kogelpatronen zijn geschikt om te worden verschoten met veel van de gevonden wapens. Ook werden er nog eens 109.923 stuks hagelpatronen aangetroffen van diverse kalibers. Verder is er munitie gevonden die ook geschikt is om met automatische wapens te worden verschoten. Er is ruim 6000 kilo aan munitie afgevoerd. Volgens de bestuurlijke rapportage werden er verder nog (vermoedelijk) explosieven aangetroffen, naar later bleek 3 cobra’s 6, 4 verpakkingen met commercieel verpakt kruit, twee doosjes met slaghoedjes, en 6 cilindervormige buizen (met opschrift 1 kg per buis), die na onderzoek door het NFI [1] Aldicarp bleken te zijn. Dit is een insecticide die sinds 2004 niet meer wordt toegelaten in de Europese Unie.
2.4.
Op 15 december 2025 heeft de burgemeester van de politie de bestuurlijke rapportage ontvangen.
2.5.
Op 6 februari 2026 heeft de burgemeester verzoekster een voornemen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, inhoudende de sluiting van de gebouwen op het perceel, gestuurd. Verzoekster heeft een zienswijze ingediend.
2.6.
De burgemeester heeft bij besluit van 6 maart 2026 besloten om:
- op grond van artikel 174a, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet, over te gaan tot tijdelijke sluiting van de gebouwen (inclusief de woning, behalve de paardenstal) en het bijbehorende erf;
- op grond van artikel 13b van de Opiumwet over te gaan tot tijdelijke sluiting van de paardenstal;
op het perceel aan de [locatie] in [plaats] met ingang van 12 maart 2026 om 10.00 uur voor de duur van drie maanden.
2.7.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
2.8.
De burgemeester heeft op 10 maart 2026 de sluiting opgeschort tot aan de uitspraak van de voorzieningenrechter.
2.9.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.10.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster met haar gemachtigde en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is het toetsingskader?
3. Uit artikel 174a, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet, volgt dat de burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door het aantreffen in de woning of het lokaal of op het erf van een wapen als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet wapens en munitie de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
3.1.
Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat
daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a
voorhanden is.
3.2.
De burgemeester heeft beleidsregels Wet Damocles (art. 13b Opiumwet) vastgesteld.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van de woning en het bijbehorende erf over te gaan?
4. De burgemeester heeft gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 174a, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet en artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, omdat er sprake is van een overtreding van de Gemeentewet en de Opiumwet. Verzoekster betwist niet dat de burgemeester bevoegd is om over te gaan tot sluiting van de gebouwen en het bijbehorende erf op het perceel.
Heeft de burgemeester gehandeld in overeenstemming met zijn beleidsregels?
5. De bevoegdheid, geregeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet, biedt de burgemeester beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om van de bevoegdheid tot sluiting van de woning gebruik te maken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.
6. De burgemeester hanteert beleid bij het toepassen van zijn bevoegdheden op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Het gaat hier om een eerste overtreding van de Opiumwet. Blijkens deze beleidsregels kan bij overtreding van de Opiumwet de woning voor de duur van drie maanden en de paardenstal voor de duur van zes maanden worden gesloten. Bij verzwarende omstandigheden (wapens) kan een langere duur worden opgelegd. De voorzieningenrechter stelt vast dat in de woning geen drugs is aangetroffen. In de paardenstal is wel drugs aangetroffen en in de gebouwen op het perceel (waaronder de woning) een enorme hoeveelheid wapens en munitie alsmede een ondergrondse schietbaan.
Hoewel de beleidsregels niet helemaal passend zijn voor de onderhavige situatie, volgt de voorzieningenrechter - gelet op de zeer grote hoeveelheid wapens, munitie en drugs - de burgemeester in zijn stelling dat aansluiting kan worden gezocht bij deze beleidsregels voor het bepalen van de duur van de sluiting. De burgemeester heeft de duur van de sluiting voor de gebouwen en het bijbehorende erf beperkt tot drie maanden en heeft deze duur naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd.
Is de sluiting voor de duur van drie maanden evenredig?
7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de evenredigheidstoets is neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit dat artikel volgt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de factoren geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid een rol kunnen spelen bij de toetsing van een besluit aan de norm van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. [2] Verzoekster voert in de kern aan dat de noodzaak om te sluiten ontbreekt en dat de sluiting niet evenwichtig is. De voorzieningenrechter zal daarom de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de maatregel betrekken bij de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter bespreekt deze aspecten afzonderlijk van elkaar.
Is de sluiting een geschikt middel?
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sluiting een geschikt middel is om het doel herstel van de openbare orde en het wegnemen van bekendheid van de woning in het criminele circuit te bereiken. Tussen de doorzoeking op 13 en 14 oktober 2025 en het bestreden besluit van 6 maart 2026 zit enige tijd, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet dermate lang dat sluiting redelijkerwijs niet meer kan bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een sluiting worden gediend. De burgemeester heeft op zitting toegelicht dat het verwijderen van de drugs, wapens en munitie een hele klus is geweest en dat er onderzoek heeft plaatsgevonden. Het heeft daarom enige tijd gevergd om tot zorgvuldige besluitvorming te komen. De burgemeester heeft rekening gehouden met het tijdsverloop door de aanvankelijke sluitingsduur van zes maanden te matigen naar drie maanden. Dit komt de voorzieningenrechter niet onredelijk voor. Dat de partner al geruime tijd in voorlopige hechtenis zit en dat de drugs, wapens en munitie, van het perceel zijn verwijderd, maakt voorgaande niet anders.
Is de sluiting noodzakelijk?
9. Verzoekster stelt dat sluiting van de gebouwen en het bijbehorende erf niet noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Dit klemt te meer nu de burgemeester een periode van een aantal maanden heeft laten verstrijken vanaf de doorzoeking op 13 oktober 2025 tot nu, alvorens een voornemen c.q. besluit is genomen tot het sluiting voor een periode van drie maanden. Daarbij komt dat deze maatregel geen doel zal treffen. Het doel van het beleid is onder andere het herstellen van de openbare orde en veiligheid en het kenbaar maken aan de burger welke maatregelen hij van de overheid kan verwachten na overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
Verzoekster meent dat de woning niet bekend staat als drugspand en geen verband houdt met het criminele milieu. Er zijn geen incidenten op of bij het perceel geweest die daar aanleiding voor geven.
10. De voorzieningenrechter volgt verzoekster hier niet in. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in dit geval heeft mogen besluiten dat de noodzaak bestond om de gebouwen en het bijbehorende erf te sluiten voor een periode van drie maanden. De aangetroffen hoeveelheid drugs en drugsmaterialen en de enorme hoeveelheid wapens en munitie, waaronder automatische vuurwapens, zijn voldoende om een dergelijke maatregel in te zetten om de openbare orde te herstellen. De voorzieningenrechter is het met de burgemeester eens dat het voorhanden hebben van wapens en drugs een ernstig en concreet risico vormt voor de openbare orde en veiligheid.
De combinatie van wapens, een verborgen schiettunnel en aanzienlijke hoeveelheden drugs en drugsmaterialen, maakt dat sprake is van een zeer ernstige situatie.
De voorzieningenrechter kan de burgemeester volgen in zijn stelling dat het aannemelijk is dat de gebouwen en het bijbehorende erf een schakel vormden binnen een crimineel circuit. Dat er geen activiteiten meer zijn waargenomen sinds de doorzoeking leidt niet zonder meer tot de conclusie dat de situatie is genormaliseerd. Door een zichtbare sluiting voor een periode van drie maanden wordt een signaal richting buitenwereld gegeven en kan de openbare orde worden hersteld en de rust terugkeren. Gelet op de aard, hoeveelheid en ernst van situatie met betrekking tot de aangetroffen wapens, munitie en drugs(materialen), de aannemelijkheid van de rol van het perceel binnen het criminele circuit en de openbare orde en veiligheid en het feit dat een minder ingrijpend middel zoals een waarschuwing deze risico’s niet zal wegnemen, heeft de burgemeester een tijdelijke sluiting van drie maanden noodzakelijk kunnen achten.
Is sluiting evenwichtig?
11. Verzoekster voert aan dat een sluiting van de woning en het bijbehorende erf niet evenwichtig is. Zij woont er met haar twee minderjarige kinderen van 8 en 10 jaar. Haar partner zit in voorlopige hechtenis. De kinderen hebben recent een zeer ingrijpende gebeurtenis meegemaakt. Juist in deze periode is stabiliteit, rust en continuïteit in hun dagelijkse leven van groot belang. De kinderen ontvangen ondersteuning via school en begeleiding vanuit het maatschappelijk werk van de gemeente. Het behoud van hun vertrouwde leefomgeving is essentieel voor hun emotionele verwerking en ontwikkeling. Een tijdelijk verblijf elders zal een grote impact hebben op de kinderen. Daarbij komt dat zij geen alternatieve woonruimte heeft. Zij wijst op medische problemen van één van haar kinderen en van haarzelf. Daarnaast is er sprake van een mantelzorgsituatie. Haar vader is 80 jaar en hulpbehoevend. Een tijdelijke verhuizing zou met zich meebrengen dat ook voor hem passende opvang gezocht moet worden, hetgeen voor hem een grote belasting en onrust betekent. Het vinden van tijdelijke woonruimte is vooralsnog niet haalbaar gebleken.
Ook heeft verzoekster de dagelijkse zorg over meerdere dieren. Een sluiting voor een periode van drie maanden zal betekenen dat er dient te worden gezorgd voor opvang van de verschillende dieren. Hier zullen hoge kosten mee gemoeid zijn, hetgeen verzoekster niet kan voldoen op dit moment. Voor de hoogdrachtige merrie geldt dat verplaatsing ernstige risico’s oplevert.
12. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt kan stellen dat sluiting noodzakelijk is, moet hij zich ervan vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als die duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel.
Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer naar het pand terug te keren. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.
12.1.
Voor zover verzoekster heeft willen stellen dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid overweegt de voorzieningenrechter dat dit betoog niet slaagt. Op zitting heeft verzoekster verklaard dat zij op de hoogte was van de wapens in de woning, maar dat zij hier niet achter stond. Ook was zij er van op de hoogte dat er wapens in de jachthut aanwezig waren.
12.2.
Inherent aan een sluiting van een woning is dat een bewoner de woning tijdelijk moet verlaten of dat de eigenaar tijdelijk niet de beschikking heeft over de woning. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid. Dat wordt anders als de betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen. Daarbij gaat het niet om een binding met de omgeving van de woning, maar specifiek om een binding met de woning zelf. [3] De voorzieningenrechter is niet gebleken van een dergelijke bijzondere binding. Verzoekster geeft aan dat de doorzoeking en de voorlopige hechtenis van de partner een grote impact op de kinderen hebben gehad en dat de kinderen rust nodig hebben. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat deze situatie voor de kinderen ingrijpend is, maakt dit niet dat er sprake is van een bijzondere binding met de woning. Niet onderbouwd is dat het vanwege de notenallergie van een van de kinderen noodzakelijk is om binnen een paar minuten van school af te wonen. Uit de door verzoekster overgelegde gegevens van haar huisarts blijkt evenmin dat zij vanwege haar eigen medische omstandigheden een bijzondere binding heeft met de woning. Verzoekster heeft er op gewezen dat voor haar en de kinderen slechts een alternatief onderkomen is te vinden op 45 minuten reistijd van de school van de kinderen Een dergelijk langere reistijd van de verblijfplaats naar school is weliswaar niet praktisch, maar dat maakt niet dat verzoekster en de kinderen aan de woning gebonden zijn.
12.3.
Verzoekster heeft wel stukken ingebracht waarmee zij tot op zekere hoogte aannemelijk maakt dat zij in de directe omgeving van de woning geen recreatieverblijf voor een periode van drie maanden kan vinden, maar zij heeft daarmee niet onderbouwd dat het voor haar niet mogelijk is om tijdelijke woonruimte te vinden.
12.4.
De burgemeester heeft in het besluit toegelicht dat in de verblijfplaats van de vader van verzoekster geen medische aanpassingen zijn aangetroffen. Verzoekster heeft ook niet onderbouwd dat haar vader dusdanig hulpbehoevend is dat hij niet tijdelijk elders kan verblijven.
12.5.
De door verzoekster aangevoerde redenen met betrekking tot de opvang van de dieren zijn vooral financieel van aard. Niet gebleken is dat verzoekster deze kosten niet zou kunnen dragen. Ten aanzien van de drachtige merrie merkt de voorzieningenrechter op dat de situatie niet ideaal is, maar dat onvoldoende gebleken is dat onderdak elders te belastend is voor het paard. Bovendien heeft de burgemeester aangegeven mee te willen denken over een oplossing voor de verzorging van de dieren.
12.6.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat sluiting van de woning in de gegeven omstandigheden niet onevenwichtig is. Het betoog slaagt niet.
13. De voorzieningenrechter is resumerend van oordeel dat de burgemeester bevoegd is om tot sluiting van de woning over te gaan en dat sluiting in de gegeven omstandigheden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Het bestreden besluit zal daarom naar verwachting in bezwaar in stand blijven.

Conclusie en gevolgen

14. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dit betekent dat de burgemeester de gebouwen en het bijbehorende erf op voormeld perceel mag sluiten voor de duur van drie maanden. Wel zal de voorzieningenrechter bepalen dat verzoekster een termijn van twee weken moet worden gegund om de dieren elders onder te brengen en voor alternatieve woonruimte zorg te dragen voordat de sluiting wordt geeffectueerd. Een dergelijke termijn acht de voorzieningenrechter toereikend. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de sluiting van de gebouwen en het bijbehorende erf van verzoekster niet eerder wordt geëffectueerd dan twee weken na de datum van deze uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NFI staat voor Nederlands Forensisch Instituut.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 en ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
3.Zie bijvoorbeeld ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912.