3.2.De burgemeester heeft beleidsregels Wet Damocles (art. 13b Opiumwet) vastgesteld.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van de woning en het bijbehorende erf over te gaan?
4. De burgemeester heeft gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 174a, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet en artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, omdat er sprake is van een overtreding van de Gemeentewet en de Opiumwet. Verzoekster betwist niet dat de burgemeester bevoegd is om over te gaan tot sluiting van de gebouwen en het bijbehorende erf op het perceel.
Heeft de burgemeester gehandeld in overeenstemming met zijn beleidsregels?
5. De bevoegdheid, geregeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet, biedt de burgemeester beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om van de bevoegdheid tot sluiting van de woning gebruik te maken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.
6. De burgemeester hanteert beleid bij het toepassen van zijn bevoegdheden op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Het gaat hier om een eerste overtreding van de Opiumwet. Blijkens deze beleidsregels kan bij overtreding van de Opiumwet de woning voor de duur van drie maanden en de paardenstal voor de duur van zes maanden worden gesloten. Bij verzwarende omstandigheden (wapens) kan een langere duur worden opgelegd. De voorzieningenrechter stelt vast dat in de woning geen drugs is aangetroffen. In de paardenstal is wel drugs aangetroffen en in de gebouwen op het perceel (waaronder de woning) een enorme hoeveelheid wapens en munitie alsmede een ondergrondse schietbaan.
Hoewel de beleidsregels niet helemaal passend zijn voor de onderhavige situatie, volgt de voorzieningenrechter - gelet op de zeer grote hoeveelheid wapens, munitie en drugs - de burgemeester in zijn stelling dat aansluiting kan worden gezocht bij deze beleidsregels voor het bepalen van de duur van de sluiting. De burgemeester heeft de duur van de sluiting voor de gebouwen en het bijbehorende erf beperkt tot drie maanden en heeft deze duur naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd.
Is de sluiting voor de duur van drie maanden evenredig?
7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de evenredigheidstoets is neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit dat artikel volgt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de factoren geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid een rol kunnen spelen bij de toetsing van een besluit aan de norm van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb.Verzoekster voert in de kern aan dat de noodzaak om te sluiten ontbreekt en dat de sluiting niet evenwichtig is. De voorzieningenrechter zal daarom de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de maatregel betrekken bij de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter bespreekt deze aspecten afzonderlijk van elkaar.
Is de sluiting een geschikt middel?
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sluiting een geschikt middel is om het doel herstel van de openbare orde en het wegnemen van bekendheid van de woning in het criminele circuit te bereiken. Tussen de doorzoeking op 13 en 14 oktober 2025 en het bestreden besluit van 6 maart 2026 zit enige tijd, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet dermate lang dat sluiting redelijkerwijs niet meer kan bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een sluiting worden gediend. De burgemeester heeft op zitting toegelicht dat het verwijderen van de drugs, wapens en munitie een hele klus is geweest en dat er onderzoek heeft plaatsgevonden. Het heeft daarom enige tijd gevergd om tot zorgvuldige besluitvorming te komen. De burgemeester heeft rekening gehouden met het tijdsverloop door de aanvankelijke sluitingsduur van zes maanden te matigen naar drie maanden. Dit komt de voorzieningenrechter niet onredelijk voor. Dat de partner al geruime tijd in voorlopige hechtenis zit en dat de drugs, wapens en munitie, van het perceel zijn verwijderd, maakt voorgaande niet anders.
Is de sluiting noodzakelijk?
9. Verzoekster stelt dat sluiting van de gebouwen en het bijbehorende erf niet noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Dit klemt te meer nu de burgemeester een periode van een aantal maanden heeft laten verstrijken vanaf de doorzoeking op 13 oktober 2025 tot nu, alvorens een voornemen c.q. besluit is genomen tot het sluiting voor een periode van drie maanden. Daarbij komt dat deze maatregel geen doel zal treffen. Het doel van het beleid is onder andere het herstellen van de openbare orde en veiligheid en het kenbaar maken aan de burger welke maatregelen hij van de overheid kan verwachten na overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
Verzoekster meent dat de woning niet bekend staat als drugspand en geen verband houdt met het criminele milieu. Er zijn geen incidenten op of bij het perceel geweest die daar aanleiding voor geven.
10. De voorzieningenrechter volgt verzoekster hier niet in. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in dit geval heeft mogen besluiten dat de noodzaak bestond om de gebouwen en het bijbehorende erf te sluiten voor een periode van drie maanden. De aangetroffen hoeveelheid drugs en drugsmaterialen en de enorme hoeveelheid wapens en munitie, waaronder automatische vuurwapens, zijn voldoende om een dergelijke maatregel in te zetten om de openbare orde te herstellen. De voorzieningenrechter is het met de burgemeester eens dat het voorhanden hebben van wapens en drugs een ernstig en concreet risico vormt voor de openbare orde en veiligheid.
De combinatie van wapens, een verborgen schiettunnel en aanzienlijke hoeveelheden drugs en drugsmaterialen, maakt dat sprake is van een zeer ernstige situatie.
De voorzieningenrechter kan de burgemeester volgen in zijn stelling dat het aannemelijk is dat de gebouwen en het bijbehorende erf een schakel vormden binnen een crimineel circuit. Dat er geen activiteiten meer zijn waargenomen sinds de doorzoeking leidt niet zonder meer tot de conclusie dat de situatie is genormaliseerd. Door een zichtbare sluiting voor een periode van drie maanden wordt een signaal richting buitenwereld gegeven en kan de openbare orde worden hersteld en de rust terugkeren. Gelet op de aard, hoeveelheid en ernst van situatie met betrekking tot de aangetroffen wapens, munitie en drugs(materialen), de aannemelijkheid van de rol van het perceel binnen het criminele circuit en de openbare orde en veiligheid en het feit dat een minder ingrijpend middel zoals een waarschuwing deze risico’s niet zal wegnemen, heeft de burgemeester een tijdelijke sluiting van drie maanden noodzakelijk kunnen achten.
11. Verzoekster voert aan dat een sluiting van de woning en het bijbehorende erf niet evenwichtig is. Zij woont er met haar twee minderjarige kinderen van 8 en 10 jaar. Haar partner zit in voorlopige hechtenis. De kinderen hebben recent een zeer ingrijpende gebeurtenis meegemaakt. Juist in deze periode is stabiliteit, rust en continuïteit in hun dagelijkse leven van groot belang. De kinderen ontvangen ondersteuning via school en begeleiding vanuit het maatschappelijk werk van de gemeente. Het behoud van hun vertrouwde leefomgeving is essentieel voor hun emotionele verwerking en ontwikkeling. Een tijdelijk verblijf elders zal een grote impact hebben op de kinderen. Daarbij komt dat zij geen alternatieve woonruimte heeft. Zij wijst op medische problemen van één van haar kinderen en van haarzelf. Daarnaast is er sprake van een mantelzorgsituatie. Haar vader is 80 jaar en hulpbehoevend. Een tijdelijke verhuizing zou met zich meebrengen dat ook voor hem passende opvang gezocht moet worden, hetgeen voor hem een grote belasting en onrust betekent. Het vinden van tijdelijke woonruimte is vooralsnog niet haalbaar gebleken.
Ook heeft verzoekster de dagelijkse zorg over meerdere dieren. Een sluiting voor een periode van drie maanden zal betekenen dat er dient te worden gezorgd voor opvang van de verschillende dieren. Hier zullen hoge kosten mee gemoeid zijn, hetgeen verzoekster niet kan voldoen op dit moment. Voor de hoogdrachtige merrie geldt dat verplaatsing ernstige risico’s oplevert.
12. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt kan stellen dat sluiting noodzakelijk is, moet hij zich ervan vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als die duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel.
Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer naar het pand terug te keren. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.