Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De moeder van eiser huurde een woning van Ons Huis. Eiser woonde sinds zijn geboorte onafgebroken in deze woning en voerde met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Na het overlijden van zijn moeder vorderde eiser voortzetting van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro.
Ons Huis betwistte dit en vorderde ontruiming van de woning, stellende dat eiser niet voldeed aan de wettelijke eisen. De kantonrechter beoordeelde of eiser zijn hoofdverblijf in de woning had en of sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Uit verklaringen en stellingen bleek dat eiser en zijn moeder gezamenlijk huishielden, kosten deelden en dat eiser nooit de intentie had de woning te verlaten.
De kantonrechter concludeerde dat aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 7:268 lid 2 en Pro 3 BW was voldaan, waardoor eiser de huur voortzet vanaf 1 april 2025. De vorderingen van Ons Huis werden afgewezen. Ons Huis werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voortgezet door eiser vanaf 1 april 2025 en de vorderingen van Ons Huis worden afgewezen.