Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
“verklaring kwijting en decharge”ondertekend, waarop twee maal optie 2 is aangevinkt (productie 3 bij de dagvaarding). In de verklaring is onder meer het volgende opgenomen:
Rechtbank Gelderland
Partijen, kinderen van de overleden erflater, sloten op 11 januari 2024 een vaststellingsovereenkomst over de afwikkeling van de nalatenschap. De overeenkomst hield onder meer in dat zij over en weer kwijting en decharge verleenden.
Eiser vorderde vernietiging van deze overeenkomst wegens misbruik van omstandigheden en bedrog, stellende dat zij onder druk was gezet en niet volledig was geïnformeerd over de nalatenschap. Zij stelde dat de nalatenschap meer omvatte dan vermeld en dat er zaken waren verzwegen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende feiten en bewijs had geleverd voor bedrog, aangezien zij op de hoogte was van de voertuigen en geen concrete aanwijzingen gaf van opzettelijke verzwijging. Ook het beroep op misbruik van omstandigheden faalde, omdat eiser niet aannemelijk maakte dat zij onder druk was gezet en dat de wederpartij daarvan op de hoogte was.
De vaststellingsovereenkomst werd daarom als rechtsgeldig beschouwd en de vorderingen van eiser werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst af en verklaart deze rechtsgeldig.