Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een tijdelijk pandverbod opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van het oordeel is dat verzoeker het griffierecht van €53,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald. De griffier heeft verzoeker via het bij de rechtbank bekende e-mailadres in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Verzoeker heeft hieraan geen gehoor gegeven en heeft ook geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.