ECLI:NL:RBGEL:2026:238

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
C/05/458376 / FA RK 25-3529
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot meerderjarigverklaring van een minderjarige moeder in het kader van gezag over een ongeboren kind

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Gelderland op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in een verzoek tot meerderjarigverklaring van een minderjarige moeder, die zwanger is van haar eerste kind. De moeder, die op het moment van de uitspraak zeventien jaar oud is, heeft verzocht om met ingang van de geboorte van haar kind meerderjarig te worden verklaard. Dit verzoek is ingediend om te voorkomen dat er een gezagsvacuüm ontstaat na de bevalling, aangezien de moeder op dat moment nog minderjarig zou zijn. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder in staat is om beslissingen te nemen over haar ongeboren kind en dat zij, samen met de vader en de grootouders, een ondersteunend netwerk heeft. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen, wat de kinderrechter heeft gedaan. De beslissing houdt in dat de meerderjarigverklaring ingaat op het moment van de geboorte van het kind, zodat de moeder van rechtswege het gezag over haar kind kan uitoefenen. De kinderrechter heeft ook benadrukt dat het in het belang van het ongeboren kind is dat de moeder en de vader tijdens en na de bevalling beslissingen kunnen nemen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en er is een aantekening gemaakt in het openbare gezagsregister.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/458376 / FA RK 25-3529
Datum uitspraak: 13 januari 2026
beschikking meerderjarigverklaring
in de zaak van
de minderjarige [naam minderjarige] ,de aanstaande moeder, hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. M. de Mare te Maurik.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1] en [naam 2] ,de ouders van de moeder als wettelijk vertegenwoordigers, hierna te noemen: de grootouders,
wonende te [woonplaats] ,
[naam vader], de aanstaande vader, hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift ingekomen bij de griffie op 21 oktober 2025;
- de brief van mr. De Mare van 19 december 2025 met productie 6 en 7.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling van 6 januari 2026 zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. M. de Mare;
- de grootouders;
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2.De feiten

2.1.
De moeder is geboren uit het huwelijk van de grootouders op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . De grootouders hebben gezamenlijk het gezag over de moeder.
2.2.
De moeder is zwanger van de vader en is uitgerekend in februari 2026. De moeder wordt op [geboortedatum] meerderjarig.
2.3.
De vader is meerderjarig en heeft het ongeboren kind erkend op 15 september 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat zij meerderjarig zal worden verklaard met ingang van de dag dat het kind, waarvan zij zwanger is, geboren zal worden dan wel zo spoedig mogelijk daarna.
3.2.
De moeder heeft tijdens de zitting het verzoek nader toegelicht.

4.Het standpunt van de grootouders en de vader

4.1.
De vader heeft aangegeven achter het verzoek van de moeder te staan.
4.2.
De grootouders hebben aangegeven in te stemmen met het verzoek.

5.Het standpunt van de Raad

5.1.
De Raad heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen. Het is passend dat de moeder meerderjarig wordt verklaard zodat zij het gezag over haar kind kan uitoefenen. De ouders hebben goed nagedacht over wat er moet gebeuren voor het ongeboren kind. De aanstaande ouders en grootouders werken goed samen en de Raad complimenteert hen hiervoor.

6.De beoordeling

6.1.
De moeder is op dit moment minderjarig en zal ook tijdens de geboorte van het ongeboren kind minderjarig zijn. De moeder verzoekt de kinderrechter om meerderjarig te worden verklaard omdat zij zelf alle beslissingen over haar ongeboren kind wil nemen. Met toewijzing van het verzoek is dat mogelijk omdat zij dan van rechtswege het gezag krijgt over haar kind.
6.2.
In de wet is geregeld dat de minderjarige vrouw die als degene die het gezag heeft, haar kind wenst te verzorgen en op te voeden, een verzoek kan indienen om meerderjarig te worden verklaard als zij de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. [1] Dit verzoek kan voor de bevallig worden gedaan. De kinderrechter willigt het verzoek slechts in, indien zij dit in het belang van de moeder en haar kind wenselijk oordeelt. [2]
6.3.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat de moeder zeventien jaar is. Zij is dan ook ontvankelijk in haar verzoek.
6.4.
De moeder is op dit moment hoogzwanger en is in februari 2026 uitgerekend. Hoewel de zwangerschap onverwachts kwam, hebben zij en de vader besloten om er samen voor te gaan met steun van hun familie. De ouders hebben de afgelopen maanden voorbereidingen getroffen voor de komst van hun kind. Zo is de opvang geregeld en hebben zij samen nagedacht hoe zij hun toekomstplannen, zoals school, kunnen vormgeven. De moeder heeft goede afspraken gemaakt met school zodat zij haar eindexamen van de HAVO dit jaar kan doen. De kinderrechter heeft uit de stukken kunnen afleiden dat de ouders een liefdevol netwerk hebben en dat zij hier veel steun van krijgen, wat tijdens de zitting ook goed zichtbaar was. Zowel de grootouders moederszijde als die van vaderszijde zijn erg betrokken en helpen de aanstaande ouders waar nodig. Zij ondersteunen het verzoek van de moeder en vinden dat de moeder goed in staat is om keuzes/beslissingen te maken. De kinderrechter leidt ook uit de stukken en de zitting af dat de moeder in staat is om weloverwogen keuzes te maken over het ongeboren kind. De kinderrechter vindt het dan ook in het belang van de moeder en het ongeboren kind dat de moeder meerderjarig wordt verklaard zodat zij van rechtswege het gezag krijgt en zelf de beslissingen over het ongeboren kind kan nemen. De kinderrechter weegt hier ook mee dat de vader het ongeboren kind heeft erkend, maar pas het gezamenlijk gezag over het ongeboren kind verkrijgt nadat de moeder het gezag krijgt. Door de moeder meerderjarig te verklaren wordt de moeder dus niet alleen in staat gesteld om de beslissingen over het kind alleen te kunnen nemen, maar ook om dat gezamenlijk met de vader te doen of een beslissing aan hem over te laten.
6.5.
In de wet is geregeld dat - indien het verzoek voor de bevalling is ingediend - de kinderrechter niet eerder dan na de bevalling op het verzoek kan beslissen. [3] De kinderrechter ziet in dit geval echter aanleiding om hiervan af te wijken, zoals door de moeder ook is verzocht. De in de wet aan de minderjarige moeder geboden mogelijkheid om meerderjarig te worden verklaard is
primair gegeven omhaar in staat te stellen
zelf haar kind te kunnen verzorgen en op te voeden.Indien de kinderrechter pas na de bevalling op het verzoek beslist, zal er direct na de bevalling een gezagsvacuüm ontstaan. De kinderrechter acht dat niet in het belang van het ongeboren kind aangezien niet uit te sluiten is dat er tijdens of na de bevalling beslissingen over het kind genomen moeten worden. Zoals hiervoor is overwogen, acht de kinderrechter de moeder in staat om die beslissingen te nemen. Zo nodig kan zij zich daarbij gesteund voelen door een stabiel netwerk. De kinderrechter heeft niet de verwachting dat de situatie en het vermogen van de moeder om beslissingen te kunnen nemen na de bevalling anders zal zijn dan nu het geval is. De moeder is immers ook al binnen afzienbare tijd uitgerekend. De kinderrechter acht het in het belang van het ongeboren kind dat de moeder (en ook de vader) tijdens en direct na de bevalling beslissingen kan nemen. De kinderrechter zal daarom bepalen dat de meerderjarigverklaring ingaat op het tijdstip waarop het kind wordt geboren en wijst het verzoek van de moeder dan ook toe.
6.6.
Deze beslissing heeft tot gevolg dat beide ouders vanaf het moment van de geboorte van het kind van rechtswege het gezag zullen uitoefenen over het kind aangezien de vader het kind heeft erkend. [4]

7.De beslissing

De kinderrechter
7.1.
verklaart
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] meerderjarig met ingang van het tijdstip dat zij is bevallen van haar kind;
7.2.
bepaalt dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. K. van der Lee, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.Artikel 1:253ha van het Burgerlijk Wetboek.
2.Lid 4 van artikel 1:253ha van het Burgerlijk Wetboek.
3.lid 3 van artikel 1:253ha van het Burgerlijk Wetboek.
4.artikel 1:253b lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 1:233 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 1:251b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.