ECLI:NL:RBGEL:2026:2346
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit transformatorhuisje
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede om niet handhavend op te treden tegen een transformatorhuisje nabij zijn woning. Het college had op 7 januari 2026 het handhavingsverzoek afgewezen omdat het huisje niet vergunningplichtig is en er geen overtreding is.
Eerder was een verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit. Inmiddels is bezwaar alsnog ingediend en is een herhaald verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is.
De rechter bevestigt dat het transformatorhuisje op grond van de artikelen 2.27 en 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet omgevingsvergunningplichtig is. Het college heeft het handhavingsverzoek dan ook terecht afgewezen. Ook de aangevoerde motiveringsklachten en het vermeende bevoegdheidsgebrek leiden niet tot een ander oordeel. De belangenafweging is niet aan de orde omdat er geen overtreding is.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en laat de bodemprocedure onverlet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen omdat het transformatorhuisje niet vergunningplichtig is en er geen overtreding is.