ECLI:NL:RBGEL:2026:2326

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
AWB – 25 _ 1270
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing handhavingsverzoek voetbalvereniging wegens onvoldoende onderzoek

Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tiel om handhavend op te treden tegen vermeende overtredingen van de exploitatie- en alcoholvergunning door een voetbalvereniging. Het college wees dit verzoek af na controles die vooral tijdens de zomerstop plaatsvonden, een periode waarin de accommodatie nauwelijks werd gebruikt.

De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende en niet-representatief onderzoek heeft verricht, waardoor het besluit tot afwijzing niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is. Het college had meer representatieve controles moeten uitvoeren, met name buiten de zomerstop en op tijden waarop hinder werd ervaren.

De voetbalvereniging erkende een periode van bovengemiddeld gebruik als gastvereniging, wat extra hinder veroorzaakte. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de actuele situatie en de resultaten van een recent geluidsonderzoek.

Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een bestuurlijke lus, omdat overleg tussen partijen nog mogelijk is.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek wordt vernietigd, met opdracht tot een nieuwe beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1270

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. P.H.N. van Spanje),
en

het college van burgemeester en wethouders van Tiel

(gemachtigde: S.J.A. Rooijendijk).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [voetbalvereniging], uit [plaats] (gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers handhavingsverzoek. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van het handhavingsverzoek. Het college heeft zich dan ook niet zonder meer op het standpunt kunnen stellen dat geen aanleiding bestaat om handhavend op te treden. Dit betekent dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 23 november 2023 het college verzocht om handhavend op te treden tegen het vermeende strijdig handelen met de exploitatie- en alcoholvergunning door de voetbalvereniging. Omdat een besluit op zijn handhavingsverzoek uitbleef, heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Met de uitspraak van
5 juli 2024 [1] heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het college opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit op het handhavingsverzoek te nemen. Vervolgens heeft het college eisers handhavingsverzoek met het besluit van 26 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 februari 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van het handhavingsverzoek gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. T.A. Timmermans namens de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van de voetbalvereniging.
2.3.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst, omdat partijen hebben toegelicht dat eiser in overleg is getreden met de voetbalvereniging en dit overleg in een ver gevorderd stadium was. Vervolgens heeft eiser op 22 januari 2026 laten weten dat hij toch niet tot overeenstemming is gekomen met de voetbalvereniging. Hij verzoekt daarom de zaak te heropenen en een zitting te plannen.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2026 opnieuw op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, E.R.A. Franklin namens het college, [persoon A] namens de voetbalvereniging en de gemachtigde van de voetbalvereniging.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser woont aan [locatie] in [plaats], tegenover de voetbalvereniging. Eiser ervaart overlast van de voetbalvereniging. Deze overlast bestaat volgens eiser uit geluidshinder, hinder door het in openbaar nuttigen van alcohol door bezoekers, parkeerhinder en hinder door het niet naleven van de voorschriften in de exploitatie- en horecavergunning (sluitingstijden, afval, algemene hinder voor de omgeving). Eiser verzoekt het college daarom handhavend op te treden tegen het vermeende strijdig handelen met de exploitatie- en alcoholvergunning door de voetbalvereniging.
3.1.
Het college heeft het handhavingsverzoek met het besluit van 26 juli 2024 afgewezen, omdat bij controles geen overtredingen zijn vastgesteld. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het bestreden besluit van 4 februari 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.
Wie is bevoegd gezag?
4. De rechtbank overweegt ambtshalve dat eiser zijn verzoek om handhaving heeft gericht aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel en dat het college ook op het verzoek heeft beslist. De vraag is of dit juist is. Het verzoek om handhaving dateert van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Specifiek waar het gaat om overtreding van de voorschriften in de exploitatievergunning en alcoholwetvergunning geldt dat niet het college van burgemeester en wethouders maar de burgemeester het bevoegd gezag is. Voor zover het gaat om geluidsoverlast, gebruik in strijd met het bestemmingsplan of parkeeroverlast is dit in beginsel het college van burgemeester en wethouders. Omdat de beslissing op bezwaar, zoals hieronder nader zal worden toegelicht, om een andere reden niet in stand kan blijven, volstaat de rechtbank op dit moment met de enkele constatering van een mogelijk bevoegdheidsgebrek. In de nieuw te nemen beslissing op bezwaar kan hieraan aandacht worden besteed.
Is het onderzoek naar de door eiser gestelde overtredingen deugdelijk?
5. Handhavend optreden is alleen mogelijk als sprake is van een overtreding. De vaststelling of waarneming van feiten en omstandigheden die leiden tot de conclusie dat al dan niet sprake is van een overtreding dient te worden gedaan door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag. Verder dienen de vastgestelde of waargenomen feiten en omstandigheden op een duidelijke wijze te worden vastgelegd. Dat kan geschieden in een schriftelijke rapportage, maar in bepaalde gevallen ook met foto’s of ander bewijsmateriaal. Duidelijk moet zijn waar, wanneer en door wie de feiten en omstandigheden zijn vastgesteld of waargenomen en welke werkwijze daarbij is gehanteerd. [2] Verder wordt van een bestuursorgaan niet verwacht dat het naar aanleiding van een handhavingsverzoek elke dag controleert, maar wel is vereist dat het aantal controles representatief is en dat de wijze van toezichthouden die door een bestuursorgaan wordt gekozen, deugdelijk is. [3]
5.1.
Uit het voorgaande volgt dat voor het bewijs van een overtreding in dit geval een waarneming of vaststelling nodig is door of vanwege het college. Dat eiser een logboek met (in zijn ogen) overtredingen heeft bijgehouden en fotomateriaal heeft overgelegd om zijn handhavingsverzoek te onderbouwen, is op zichzelf dus niet genoeg.
5.2.
Eiser stelt dat het door het college verrichte onderzoek naar de overtredingen niet deugdelijk is. Zo heeft het college nagelaten om op representatieve tijden te controleren. Het is algemeen bekend dat in juli geen activiteiten plaatsvinden bij een voetbalvereniging en de kantine is gesloten. Het is dus ook logisch dat er dan geen overtredingen worden geconstateerd. Daarbij stelt het college dat het geluidsmetingen heeft verricht, maar eiser is niets bekend van de resultaten.
5.3.
De rechtbank oordeelt dat het college bij de voorbereiding van het besluit tot afwijzing van het verzoek om handhaving niet de nodige kennis heeft vergaard voordat het kon besluiten om het verzoek om handhaving af te wijzen. Het college heeft de afwijzing van het handhavingsverzoek gebaseerd op meerdere controles die zijn verricht tijdens de zomerstop. Dit betreft een periode waarbinnen sportcompetities en trainingen stilliggen en waardoor in de regel zeer beperkt gebruik wordt gemaakt van de accommodatie. Daarmee moet met eiser worden vastgesteld dat de gecontroleerde situatie niet representatief is. In de periode tot de zomerstop zijn ook controles uitgevoerd, maar die zagen met name op parkeerhinder. Van deze controles zijn door de Dienst Handhaving dagrapporten opgemaakt. Uit die dagrapporten valt niet altijd af te leiden op welke tijd de controle heeft plaatsgevonden. Voor zover wél een tijdstip is vermeld, valt op dat de controles nagenoeg allemaal gedurende de dagperiode zijn geweest. Ook hier is dan de vraag of dit wel een representatief beeld geeft. Bovendien zag het handhavingsverzoek van eiser niet alleen op parkeerhinder maar ook op het niet naleven van de exploitatie- en alcoholvergunning.
5.4.
De voetbalvereniging heeft erkend dat gedurende een periode sprake is geweest van een bovengemiddeld gebruik van de accommodatie. Dit kwam doordat zij optrad als gastvereniging voor een andere voetbalvereniging. Daarbij is niet goed ingeschat welke gevolgen dit meebracht voor de directe omgeving. Hoewel het gastgebruik inmiddels is geëindigd, ondervindt eiser naar zijn zeggen nog steeds overmatige hinder. Mede gelet op de door eiser naar voren gebrachte weekstaten met daarop een beschrijving van de hinder en de erkenning van de voetbalvereniging dat het gebruik van de sportaccommodatie bovengemiddeld was, kon het college niet volstaan met de verrichte controles zoals die voorafgaand aan de besluitvorming zijn gedaan. Ter zitting is gebleken dat na het nemen van de beslissing op bezwaar een geluidsonderzoek heeft plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn eiser noch de rechtbank bekend. Nu het college opnieuw moet beslissen, kunnen de resultaten van dit onderzoek bij de nieuw te nemen beslissing worden betrokken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Het college dient opnieuw onderzoek te doen naar de actuele situatie bij de voetbalvereniging, waarbij rekening wordt gehouden met de openingstijden van de voetbalvereniging en de momenten waarop eiser stelt hinder te ondervinden. De rechtbank draagt daarom het college op om met inachtneming van deze uitspraak binnen twaalf weken na de datum van verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiser nemen.
6.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. Op de laatste zitting is gebleken dat nog steeds een opening bestaat voor overleg tussen eiser en de voetbalvereniging. Niet valt uit te sluiten dat eiser alsnog afspraken maakt met de voetbalvereniging waardoor verdere besluitvorming op het verzoek tot handhaving niet nodig is.
6.2.
Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht vergoeden aan eiser. Ook krijgt eiser een vergoeding voor zijn proceskosten. Deze vergoeding bedraagt
€ 2.335 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op zitting en 0,5 punt voor het verschijnen op een nadere zitting met een waarde per punt van
€ 934). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt het college op om opnieuw op het bezwaar te beslissen;
  • bepaalt dat het college het griffierecht van € 194 aan eiser moet vergoeden;
  • veroordeelt het college tot betaling van € 2.335 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van
mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Rechtbank Gelderland 5 juli 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:4214.
2.ABRvS 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3831.
3.ABRvS 1 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1542.