ECLI:NL:RBGEL:2026:2239

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
05/292074-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 175 WVWArt. 179 WVWArt. 9 SrArt. 14a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag met motorfiets met zwaar letsel tot gevolg

Op 28 mei 2025 veroorzaakte verdachte, een beginnend motorrijder, een verkeersongeval op de Meester Zwiersweg in Twello door het uitvoeren van een 'burnout' stunt nabij een groep toeschouwers. Ondanks eerdere mislukte pogingen bleef hij de stunt herhalen, waarbij hij de controle over zijn motor verloor en tegen het slachtoffer botste.

Het slachtoffer liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder vier gebroken ribben, een klaplong en een hersenschudding, wat een ziekenhuisopname en langdurige revalidatie noodzakelijk maakte. De rechtbank kwalificeerde dit letsel als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994.

De rechtbank oordeelde dat verdachte met een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid, onoplettendheid en onachtzaamheid handelde. De gedragingen van verdachte waren risicovol en niet passend gezien de omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van toeschouwers en zijn onervarenheid.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 120 uur, met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving, en legde een geheel voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden op met een proeftijd van twee jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de impact van het ongeval op hem.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een geheel voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden wegens aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/292074-25
Datum uitspraak : 18 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsvrouw: mr. W.A. Koers, advocaat in Leusden.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Twello in de gemeente Voorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (motorfiets), rijdende over de Meester Zwiersweg,
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl zich aldaar meerdere personen bevonden,
een zogenaamde “burnout” heeft gemaakt, het door middel van het geven van gas het opzettelijk laten spinnen van de achterkant van een motor terwijl de motorfiets op zijn plek blijft staan, waardoor de stabiliteit van het motorrijtuig (ernstig) werd verstoord en/of de besturing, alsmede de beremming van het voorwiel, (op de normale wijze) niet meer mogelijk was en/of niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken op het direct voor verdachte gelegen weggedeelte van die Meester Zwiersweg en/of die kruising en het zich daarop bevinden personen en/of waardoor en/of waarbij hij de macht over het stuur heeft verloren
en/of
in strijd met artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door verdachte bestuurde motorrijtuig (motorfiets) niet op zodanige wijze heeft geregeld, dat verdachte in staat was dat motorrijtuig (motorfiets) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover verdachte die weg (de Meester Zwiersweg) kon overzien en waarover deze vrij en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met meerdere (een) perso(o)nen, ten gevolge waarvan die perso(o)nen ten val is/zijn gekomen,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Twello in de gemeente Voorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (motorfiets), rijdende over de Meester Zwiersweg,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl zich aldaar meerdere personen bevonden, een zogenaamde “burnout” heeft gemaakt, het door middel van het geven van gas het opzettelijk laten spinnen van de achterkant van een motor terwijl de motorfiets op zijn plek blijft staan, waardoor de stabiliteit van het motorrijtuig (ernstig) werd verstoord en/of de besturing, alsmede de beremming van het voorwiel, (op de
normale wijze) niet meer mogelijk was en/of niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken op het direct voor verdachte gelegen weggedeelte van die Meester Zwiersweg en/of die kruising en het zich daarop bevinden personen en/of waardoor en/of waarbij hij de macht over het stuur heeft verloren en/of
in strijd met artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door verdachte bestuurde motorrijtuig (motorfiets) niet op zodanige wijze heeft geregeld, dat verdachte in staat was dat motorrijtuig (motorfiets) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover verdachte die weg (de Meester Zwiersweg) kon overzien en waarover deze vrij en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met meerdere (een) perso(o)nen, ten gevolge waarvan die perso(o)nen ten val is/zijn gekomen, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Twello, gemeente Voorst als bestuurder van een voertuig (motorfiets) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Meester Zwiersweg, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met meerdere (een) perso(o)nen, ten gevolge waarvan die perso(o)nen ten val is/zijn gekomen,
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Er is daarbij sprake van aanmerkelijke schuld.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor het primair tenlastegelegde omdat er geen sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendrijgedrag. Haar cliënt dacht de stunt risicoloos te kunnen uitvoeren, maar heeft een verkeerde inschatting gemaakt. Dat is één en dezelfde fout en bovendien een situatie van momentale onoplettendheid. Daarmee is niet aan de eisen van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 (hierna: WVW) voldaan. De raadsvrouw heeft ook vrijspraak bepleit voor het subsidiair tenlastegelegde. Het is volgens haar maar de vraag of kan worden bewezen dat het verkeer gehinderd is of gevaar is veroorzaakt op de weg in de zin van artikel 5 WVW Pro. Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Op 28 mei 2025 reed verdachte als bestuurder van een motorfiets op de Meester Zwiersweg in Twello, alwaar op dat moment de weg was afgezet met dranghekken in verband met een galafeest van het Zone.college. Achter de dranghekken stonden verschillende toeschouwers. [2] De eindexamenkandidaten mochten zich op een leuke/ ludieke manier naar school laten vervoeren. De scholieren werden door de voertuigen voor de ingang van de school afgezet, over de gerealiseerde aanrijroute. Voor het dranghek zat het slachtoffer, [slachtoffer] , gehurkt foto’s te maken van de aankomende voertuigen en scholieren. Naast het slachtoffer bevonden zich ook enkele collega’s van haar op de route, binnen de hekken. [3] Verdachte kwam op enig moment samen met een aantal andere motorrijders in een groepje aanrijden. [4] Het groepje motorrijders stond op een afstand van ongeveer 3 meter voor het slachtoffer stil. [5] Verdachte probeerde vervolgens om een zogenaamde ‘burnout’ te maken. [6]
Getuige [getuige 1] verklaarde dat hij zag dat één van de motorrijders meerdere keren hard gas gaf. Hij zag dat hij zijn achterwiel probeerde te laten draaien terwijl hij op zijn plek bleef staan. Hij zag dat de motor meerdere keren kleine stukjes naar voren schoot. Hij zag plotseling de gehele motor omhoog vliegen in de richting van het drankhek. Hij zag dat de bestuurder het stuur vast bleef houden en daarbij achter zijn motor bleef hangen. Hij zag dat hij de gehele controle over de motor kwijt was. Toen hij zich omdraaide zag hij dat [slachtoffer] met haar rug tegen het dranghek zat. [7] Getuige [getuige 2] verklaarde aanvullend dat zij zag dat de bestuurder van de zwarte motor de achterband probeerde rond te laten draaien. Plotseling zag zij dat het voorwiel van de zwarte motor omhoog vloog. Zij zag daarbij dat de motor vooruit vloog in de richting van het hek. Zij zag dat de motor tegen [slachtoffer] aankwam. [8]
Verdachte verklaarde ter terechtzitting dat de ‘burnout’ in eerste instantie niet goed ging, omdat zijn achterwiel stil bleef staan doordat de band niet in de ondergrond greep. Bij de tweede keer gebeurde hetzelfde, waarna hij dacht: derde keer scheepsrecht. Bij de derde keer had hij dusdanig weinig grip dat de motor vooruit schoot. Het lukte hem niet meer om de motor in bedwang te houden. Verdachte verklaarde dat de motor de eerste en de tweede keer kleine stukjes naar voren is geschoten en dat hij bij de derde keer wegschoot, zoals getuige [getuige 1] verklaarde. Ook verklaarde verdachte dat hij toen hij probeerde de burnout te maken, de toeschouwers wel had zien staan, maar [slachtoffer] niet. [9] Op de vraag van de officier van justitie waarom hij bleef proberen om de ‘burnout’ te maken, verklaarde verdachte dat dit met groepsdruk en stoerdoenerij te maken had. [10]
Verdachte verklaarde verder dat hij een keer eerder heeft geprobeerd om een ‘burnout’ te maken, maar dat dit op een afgesloten terrein plaats vond waarbij alleen andere motorrijders aanwezig waren. [11]
Verdachte was ten tijde van het ongeval een beginnend bestuurder. [12]
Zwaar lichamelijk letsel
Voor een bewezenverklaring van artikel 6 WVW Pro is (samengevat) vereist dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval en dat door verdachte aan een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat. De rechtbank heeft dus te beoordelen of het letsel van [slachtoffer] als zodanig kwalificeert.
De rechtbank stelt aan de hand van de hierna te noemen bewijsmiddelen vast dat door de gedragingen van verdachte letsel bij het slachtoffer is veroorzaakt, te weten: vier gebroken ribben, een klaplong en een hersenschudding. Verder bestond het letsel uit een zwelling aan de thorax links, een tand door de lip, een schaafwond op de linker onderarm en een zwelling/hematoom aan de linkerknie en het linker bovenbeen. In verband met de klaplong heeft het slachtoffer een week in het ziekenhuis gelegen, waarvan één nacht op de IC. Het slachtoffer heeft in verband met haar letsel fysiotherapie gehad en kon niet werken. Zes weken na het incident zat zij (nog steeds) in de Ziektewet. De geschatte duur van de genezing betreft 6 maanden. [13]
Het (gecombineerde) letsel was van dien aard dat een verblijf in het ziekenhuis, waaronder een nacht op de IC, noodzakelijk is gebleken. Ook was het letsel van dien aard dat ander medisch ingrijpen, namelijk fysiotherapie noodzakelijk is gebleken. De genezingsduur werd geschat op 6 maanden. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat dit (gecombineerde) letsel van slachtoffer naar normaal spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.
Juridische kwalificatie van de gedragingen
Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro, is vereist dat het rijgedrag van verdachte zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro.
Verdachte heeft als bestuurder van een motorfiets geprobeerd om een ‘burnout’ te maken op een locatie met veel omstanders. Daarbij heeft hij niet gezien dat er een vrouw gehurkt op korte afstand (ongeveer 3 meter) voor hem zat. Bij de eerste twee pogingen is de stunt niet gelukt en is zijn motorfiets telkens een stukje naar voren geschoten. Desondanks heeft hij het nog een derde keer geprobeerd, waarbij hij de macht over het stuur is verloren en met zijn motorfiets tegen [slachtoffer] is gebotst. Verdachte heeft slechts een enkele keer eerder een dergelijke ‘burnout’ gemaakt. Verdachte heeft bovendien verklaard gezien te hebben dat er toeschouwers stonden. Gelet op de hoeveelheid toeschouwers bij de ingang van de school, het feit dat hij met zijn motorfiets in de richting van de toeschouwers stond en zijn onervarenheid met het uitvoeren van een ‘burnout’, had hij moeten inzien dat dit niet de plek en tijd was om een dergelijke stunt uit te voeren. Dat de meeste toeschouwers zich achter de dranghekken bevonden, doet aan het voorgaande niet af. Dit feit maakt namelijk niet dat de gedragingen van verdachte met zijn motor niet (meer) als risicovol kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank is van oordeel dat het op deze manier en onder deze omstandigheden uitvoeren van een dergelijke stunt moet worden aangeduid als handelen met een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid, onoplettendheid en onachtzaamheid. Verdachte is in aanmerkelijke mate tekortgeschoten in de zorgvuldigheid die van hem als bestuurder mocht worden verwacht. Het ongeval is dan ook aan verdachtes schuld te wijten. Dit betekent dat de rechtbank een overtreding van artikel 6 WVWwettig Pro en overtuigend bewezen acht.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks28 mei 2025 te Twello in de gemeente Voorst
, althans in Nederland,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (motorfiets), rijdende over de Meester Zwiersweg,
roekeloos, in elk geval zeer, althansaanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en
/ofonachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en
/of
terwijl zich aldaar meerdere personen bevonden,
een zogenaamde “burnout” heeft gemaakt, het door middel van het geven van gas het opzettelijk laten spinnen van de achterkant van een motor terwijl de motorfiets op zijn plek blijft staan, waardoor de stabiliteit van het motorrijtuig (ernstig) werd verstoord en
/ofde besturing, alsmede de beremming van het voorwiel, (op de normale wijze) niet meer mogelijk was en
/ofniet of in onvoldoende mate heeft gekeken en
/ofis blijven kijken op het direct voor verdachte gelegen weggedeelte van die Meester Zwiersweg en
/ofdie kruising en de zich daarop bevinden personen,
ofwaardoor en/of waarbij hij de macht over het stuur heeft verloren
en
/of
in strijd met artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door verdachte bestuurde motorrijtuig (motorfiets) niet op zodanige wijze heeft geregeld, dat verdachte in staat was dat motorrijtuig (motorfiets) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover verdachte die weg (de Meester Zwiersweg) kon overzien en waarover deze vrij
wasen
/ofis gebotst tegen,
althans in aanrijding is gekomen met meerdere (een
)perso
(o
)n
en, ten gevolge waarvan die perso
(o
)n
enten val is
/zijngekomen,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel
of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht,
dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot
tot het verrichten van 120 uren werkstraf subsidiair 60 dagen hechtenis en daarnaast een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij de bepaling van de straf rekening te houden met de nadelen die verdachte zelf door het ongeval heeft gehad. Verder heeft zij verzocht om aan verdachte geen onvoorwaardelijke rijontzegging op te leggen en daartoe gewezen op de omstandigheden dat verdachte niet eerder een ongeval heeft veroorzaakt, hij nog jong is, hij net weer aan het werk is, hij zich aan het begin van zijn carrière bevindt en hij zijn rijbewijs nodig heeft om zijn werkzaamheden uit te voeren.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft als bestuurder van een motorfiets een verkeersongeval veroorzaakt als gevolg waarvan het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Hij heeft tijdens de aankomst van de leerlingen bij een galafeest drie maal geprobeerd om een stunt uit te voeren, waarbij hij bij de derde poging de macht over het stuur is verloren en zijn motorfiets tegen het slachtoffer aan is gebotst. Op verkeersdeelnemers rust een zorgplicht en verdachte is hierin in aanmerkelijke mate tekortgeschoten. Verdachte heeft daarmee zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van de zich op de weg bevindende personen onvoldoende in acht genomen.
Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS is voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld, oplegging van een werkstraf van 120 uur en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van zes maanden het uitgangspunt.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat verdachte weliswaar eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, maar niet voor soortgelijke feiten. De rechtbank heeft verder ter terechtzitting geconstateerd dat het ongeval en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer ook met verdachte veel heeft gedaan en nog steeds doet. Hij heeft telefonisch contact gehad met het slachtoffer en (nogmaals) zijn excuses aan haar aangeboden.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis, indien verdachte de werkstraf niet (naar behoren) verricht, een passende reactie vormt. Als bijkomende straf zal de rechtbank, anders dan is geëist, een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden opleggen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat verdachte door het ongeval al veel is kwijtgeraakt, waaronder zijn toenmalige baan, en dat hij zijn rijbewijs nodig heeft om de werkzaamheden van zijn nieuwe baan te kunnen uitvoeren en dat (dus) zijn rijbewijs van belang is om zijn baan te behouden. Aan de voorwaardelijke straf zal de rechtbank een proeftijd van twee jaar verbinden, als stok achter de deur om niet opnieuw op de openbare weg dergelijke stunts uit te halen of op andere wijze de verkeersveiligheid in gevaar te brengen.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een
taakstrafvan
120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

ontzegtverdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 maanden;
 bepaalt dat deze ontzetting van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen,
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de
proeftijdvan
twee jarenschuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. Arts (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. P.J. Verbeek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2026.
mr. T.M.A. Arts is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025248608, gesloten op 1 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2026; Proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer] , p. 7-8.
3.Proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer] , p. 7-8.
4.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2026.
5.Proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer] , p. 8.
6.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2026.
7.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 14-15.
8.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 11.
9.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2026.
10.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2026.
11.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2026.
12.Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het openbaar ministerie aan verdachte van 26 januari 2026.
13.Proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer] , p. 8-9; Medische informatie p. 40.