ECLI:NL:RBGEL:2026:2209
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonurgentieverklaring wegens verwijtbare verantwoordelijkheid en geen hardheidsclausule
Eiser diende op 30 augustus 2024 een aanvraag in voor een woonurgentieverklaring nadat hij vanwege relatieproblemen en echtscheiding zijn woning in Duitsland had verlaten en sindsdien bij een vriend verbleef. Het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal wees de aanvraag af omdat eiser verwijtbaar verantwoordelijk werd geacht voor het ontstaan van zijn woonnoodsituatie en de hardheidsclausule niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelt dat het college dit besluit terecht heeft genomen. Eiser was hoofdhuurder van de woning en had de verantwoordelijkheid om zijn hoofdverblijf te behouden of terug te krijgen. Ondanks het handelen van zijn ex-vrouw en verhuurder heeft eiser lange tijd geen pogingen ondernomen om terug te keren of de uitschrijving ongedaan te maken. Ook het late verzoek tot echtscheiding en onvoldoende inspanningen om woonruimte te vinden ondersteunen dit oordeel.
Verder is geoordeeld dat de situatie van eiser niet uitzonderlijk genoeg is om de hardheidsclausule toe te passen. De belangen van zijn kinderen wegen niet zwaar genoeg mee omdat zij niet bij hem wonen en hij pas recent gedeeltelijk zorg draagt. Ook heeft eiser onvoldoende actief gereageerd op woningaanbod.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de woonurgentieverklaring wegens verwijtbare verantwoordelijkheid en geen toepassing van de hardheidsclausule.