In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 13 januari 2026 uitspraak gedaan over de natuurvergunning die op 20 juni 2023 door de provincie Gelderland is verleend aan een veehouderij. De eisers, waaronder Coöperatie Mobilisation for the Environment en Vereniging Leefmilieu, hebben beroep ingesteld tegen deze vergunning, omdat zij van mening zijn dat deze niet voldoet aan de eisen die zijn gesteld in eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank heeft vastgesteld dat de natuurvergunning niet voldoet aan het kader uit de uitspraken van 18 december 2024, waarin is bepaald dat intern salderen niet meer mag worden betrokken bij de vraag of een vergunning vereist is, maar alleen als mitigerende maatregel in een passende beoordeling. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de natuurvergunning vernietigd, omdat partijen het erover eens zijn dat de vergunning niet aan de wettelijke eisen voldoet. De rechtbank heeft de provincie opgedragen om uiterlijk op 1 juli 2026 een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met deze uitspraak. Tevens is de provincie veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan de eisers.