ECLI:NL:RBGEL:2026:216
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke afwijzing van verzoek om inzage in persoonsgegevens door de KMar op grond van de Wpg
In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 13 januari 2026, wordt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Defensie behandeld. Eiser had verzocht om inzage in en informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens door de Koninklijke Marechaussee (KMar) op basis van de Wet Politiegegevens (Wpg). De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, omdat het besluit van de minister gebreken vertoont. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de minister binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. De rechtbank concludeert dat de minister de gebreken niet volledig heeft hersteld en dat er geen aanleiding is om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. Eiser heeft recht op inzage in zijn persoonsgegevens, en de rechtbank wijst erop dat de minister de belangen van eiser onvoldoende heeft meegewogen in zijn besluitvorming. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten van eiser, die zijn vastgesteld op € 1.868, en bepaalt dat het griffierecht van € 184 aan eiser moet worden vergoed.