Een derde heeft de minister verzocht om op grond van de Wet open overheid (Woo) informatie openbaar te maken over inspectierapporten en werkinstructies van de NVWA met betrekking tot welzijnsschendingen bij Nederlandse roodvleesslachterijen in 2023. De minister besloot deze informatie gedeeltelijk openbaar te maken. Eiseres, een slachtbedrijf, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank Gelderland.
De voorzieningenrechter heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. Eiseres voerde aan dat openbaarmaking zou leiden tot een structurele dreiging van sabotage en geweld door dierenrechtenextremisten en tot onevenredige benadeling door reputatieschade. Ook stelde zij dat de stukken geanonimiseerd moeten worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres geen concrete, actuele en verifieerbare dreiging aannemelijk heeft gemaakt en dat de enkele vrees voor acties van dierenrechtenactivisten onvoldoende is om openbaarmaking te weigeren. Ook is reputatieschade geen reden voor geheimhouding. De minister heeft bovendien de belangen van eiseres ondervangen door te vermelden dat de documenten nog niet onherroepelijk zijn. Geanonimiseerde openbaarmaking is niet noodzakelijk omdat het publieke belang bij openbaarheid zwaarder weegt.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister mag de stukken openbaar maken, met een uitstel van twee weken om hoger beroep mogelijk te maken. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.