Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, waarbij [gedaagde] een drietal ongenummerde producties heeft overgelegd;
- de conclusie van repliek met productie 1 tot en met 10;
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
“relatienummer [nummer] regeling”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
betalingsregeling” heeft vermeld. Menzis heeft gesteld dat, nu [gedaagde] de tussen partijen gesloten betalingsregeling niet correct was nagekomen, deze reeds was komen te vervallen. Dit betekent dat bij deze betaling, gelet op het bepaalde in artikel 6:43 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), niet specifiek is aangegeven aan welke verbintenis (zorgverzekeringspremie) de betaling moet worden toegekend. Nu [gedaagde] geen (correcte) schuld heeft aangewezen waarop de betaling betrekking heeft, dient deze betaling overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:43 lid 2 BW Pro in de eerste plaats te worden toegekend aan de opeisbare verbintenissen. Komen meer verbintenissen in aanmerking, dan wordt de betaling toegerekend aan de voor de schuldenaar meest bezwarende verbintenis. Wat de meest bezwarende verbintenis is, wordt van geval tot geval vastgesteld. Zijn verbintenissen even bezwarend, dan wordt de oudste schuld het eerst voldaan. Kan geen oudste schuld worden vastgesteld, dan wordt de betaling naar evenredigheid aan de openstaande schulden toegekend.
Nu [gedaagde] in persoon (zonder gemachtigde) procedeert is artikel 238 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van toepassing. Dat artikel kent de mogelijkheid om een bedrag toe te kennen aan noodzakelijke reis- en verblijfkosten en verletkosten in de zin van gederfde inkomsten. [gedaagde] heeft niet kenbaar gemaakt dat hij daadwerkelijk noodzakelijke kosten heeft gemaakt en/of wat de omvang daarvan was, zodat de kantonrechter de proceskosten begroot op nihil.