ECLI:NL:RBGEL:2026:2067

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
05-208200-25; 05-237310-24; 05-320879-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i SrArt. 138 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minderjarige voor afpersing met mes en vernieling politie-eigendom

Op 6 juli 2025 werd de toen dertienjarige aangever in Nijmegen door een groep minderjarigen, waaronder verdachte, onder bedreiging met een mes gedwongen zijn tas, telefoon, bankpas en vape af te geven. Verdachte sloeg het slachtoffer tweemaal in het gezicht en droeg bij aan het getalsmatige overwicht. Daarnaast werd het slachtoffer gedwongen een sigaret te roken en een poederachtige substantie te gebruiken terwijl hij werd gefilmd, waarna het filmpje via Snapchat werd verspreid.

Verdachte werd ook veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen van een supermarkt op 23 juli 2024 ondanks een winkelverbod en voor het vernielen van een telefoon van de politie op 4 september 2025. De rechtbank sprak verdachte vrij van een andere afpersingszaak wegens onvoldoende bewijs.

De psychologische rapportage toonde zwakbegaafdheid en diverse stoornissen bij verdachte, wat leidde tot verminderd toerekeningsvatbaarheid. Gezien het lange voorarrest en de ernst van de feiten legde de rechtbank een jeugddetentie van 50 dagen op, met aftrek van de voorarresttijd. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële en immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer, met wettelijke rente. De vordering van de politie voor schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 50 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest en tot betaling van materiële en immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/208200-25; 05/237310-24; 05/320879-25 (gev. ttz.)
Datum uitspraak : 10 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats], wonende aan [adres].
Raadsman: mr. F.E.J. Janzing, advocaat in Wijchen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Onder parketnummer 05/208200-25 is aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een tas (met inhoud) en/of een telefoon en/of een bankpas en/of een vape, in elk
geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval
aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die
diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij zijn tas af moet geven en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij met hen, verdachten, mee moet lopen en/of
in het midden van de groep moet (blijven) lopen en/of die [aangever 1] in het midden
van de groep te duwen en/of
- een mes te trekken en/of te tonen aan die [aangever 1] en/of een mes op zeer korte
afstand van die [aangever 1] te houden en/of op die [aangever 1] te richten en/of
- die [aangever 1] op/tegen het lichaam te duwen en/of op/tegen het hoofd en/of het
lichaam te slaan en/of te stompen en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij zijn spullen af moet geven en/of de
spullen/goederen van die [aangever 1] af te pakken en/of
- voornoemd mes op/tegen de keel van die [aangever 1] te zetten en/of die [aangever 1]
(daarbij) de woorden toe te voegen: "als je de code niet zegt gaat het mes recht door
je strot heen" en/of
- ( vervolgens) tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij (weer) mee moet lopen en/of als
die [aangever 1] weg gaat rennen voornoemd mes naar hem gegooid zal worden en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of
- ( vervolgens) voornoemd mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever 1] te
houden en/of te drukken,
althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[aangever 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (met inhoud) en/of een
telefoon en/of een bankpas en/of een vape, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die
geheel of ten dele aan die [aangever 1] en/of een derde toebehoorde(n)
door
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij zijn tas af moet geven en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij met hen, verdachten, mee moet lopen en/of
in het midden van de groep moet (blijven) lopen en/of die [aangever 1] in het midden
van de groep te duwen en/of
- een mes te trekken en/of te tonen aan die [aangever 1] en/of een mes op zeer korte
afstand van die [aangever 1] te houden en/of op die [aangever 1] te richten en/of
- die [aangever 1] op/tegen het lichaam te duwen en/of op/tegen het hoofd en/of het
lichaam te slaan en/of te stompen en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij zijn spullen af moet geven en/of en/of de
spullen/goederen van die [aangever 1] af te pakken en/of
- voornoemd mes op/tegen de keel van die [aangever 1] te zetten en/of die [aangever 1]
(daarbij) de woorden toe te voegen: "als je de code niet zegt gaat het mes recht door
je strot heen" en/of
- ( vervolgens) tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij (weer) mee moet lopen en/of als
die [aangever 1] weg gaat rennen voornoemd mes naar hem gegooid zal worden en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of
- ( vervolgens) voornoemd mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever 1] te
houden en/of te drukken,
althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;
2.
hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegen,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een ander, te weten [aangever 1],
door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige
andere feitelijkheid gericht tegen die ander
wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of
- ( vervolgens) een mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever 1] te houden en/of
te drukken en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij een sigaret aan moet steken en op moet roken
en/of
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij (hard)drugs), althans een witte en/of
poederachtige substantie, op moet snuiven en/of
- die [aangever 1] (daarbij) te filmen (met zijn eigen telefoon) en/of voornoemd filmpje
(vervolgens) te verspreiden via social media (Snapchat),
althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking.
Onder parketnummer 05/237310-24 is aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Nijmegen
in het besloten lokaal aan de Symfoniestraat bij de Coop,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 17 maart 2024 schriftelijk de
toegang tot die Coop ontzegd voor de duur van twaalf maanden.
Onder parketnummer 05/320879-25 is aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 september 2025 te Nijmegen
opzettelijk en wederrechtelijk
een telefoon in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te
weten aan Politie Oost Nederland, toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/208200-25: [1]
Feit 1 en feit 2
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Aangever [aangever 1] kwam op 6 juli 2025 naar Nijmegen op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 1] omdat [aangever 1] foto’s van een meisje op zijn telefoon zou hebben. [aangever 1] is daar op meerdere momenten en locaties bedreigd met een mes. In de eerste situatie werd [aangever 1] gedwongen zijn spullen af te staan onder dreiging van dat mes. Het ging om afgifte van een tas met inhoud, een telefoon, een bankpas en een vape. Er werd tegen [aangever 1] gezegd dat hij zijn tas moest afstaan, dat hij met de verdachten mee moest lopen en in het midden van de groep moest blijven. Het mes werd op zeer korte afstand van die [aangever 1] gehouden en op hem gericht. Ook werd [aangever 1] geduwd tegen het lichaam en geslagen tegen het hoofd. Later werd het mes tegen de keel van [aangever 1] gezet met daarbij de woorden dat als hij de code van zijn telefoon niet zou afgeven, het mes door zijn strot heen zou gaan. Als [aangever 1] zou wegrennen, zou het mes naar hem gegooid worden.
Op een later moment, bij de trappen in het tunneltje bij Nijmegen Centraal, werd [aangever 1] gedwongen op zijn knieën te gaan zitten. Het mes werd tegen zijn voorhoofd aangehouden en gedrukt. Vervolgens werd hij gedwongen een sigaret te roken, een poederachtige substantie op te snuiven en moest hij terwijl hij werd gefilmd sorry zeggen. Het filmpje is daarna verspreid via Snapchat. [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 en aan feit 2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft voor beide feiten vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman het volgende bepleit. Verdachte heeft [aangever 1] twee klappen gegeven. Die klappen waren echter om [aangever 1] bij de les te houden en hadden niets te maken met de afpersing. Verdachte wilde ingrijpen om erger te voorkomen. Deze handelingen kunnen niet als deelneming worden gekwalificeerd. Het vasthouden van de telefoon van [aangever 1] door verdachte kan worden gezien als een helingshandeling.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman bepleit dat verdachte bij deze situatie feitelijk niet aanwezig was. Ook heeft hij op geen enkele andere manier enig aandeel bij dit feit gehad.
Beoordeling door de rechtbank
Niet ter discussie staat dat sprake is geweest van een afpersing van [aangever 1] op 6 juli 2025 in Nijmegen. [aangever 1] heeft verklaard dat hij zijn spullen moest afstaan en niet dat de spullen werden afgepakt. De rechtbank kwalificeert het feit dat verdachte heeft bekend daarom als het subsidiair tenlastegelegde feit (afpersing) en spreekt verdachte van het primair tenlastegelegde (de diefstal met geweld) vrij.
Over het subsidiaire feit 1:
De rechtbank moet beoordelen welke handelingen verdachte bij deze afpersing heeft verricht en of die maken dat verdachte als medepleger gezien kan worden. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Er zijn volgens de rechtbank twee momenten tijdens de feiten te onderscheiden:
de afpersing in de Vondelstraat (feit 1) en de dwang op de trappen bij het tunneltje van Nijmegen Centraal (feit 2). Over de rol van verdachte bij feit 1 overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft verklaard dat zijn medeverdachten samen met [aangever 1] bij de Vondelstraat naar een plek gingen, een steegje, waar minder mensen waren. Verdachte hoorde geschreeuw en zag een mes. Verdachte zag dat [aangever 1] zijn spullen (waaronder zijn telefoon) af moest geven. Verdachte gaf [aangever 1] twee klappen gaf op de wang. [3] Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat verdachte erbij kwam staan en [aangever 1] in het gezicht sloeg. Ook heeft verdachte volgens [medeverdachte 2] tegen [aangever 1] gezegd dat hij het respectloos vond om zomaar foto’s van meiden te maken. [4] Vlak voordat de politie arriveert, geeft verdachte de afgegeven telefoon van [aangever 1] aan een begeleider van de woongroep. [5] Volgens [medeverdachte 2] wilde verdachte deze telefoon hebben omdat hij zelf geen telefoon had. Verdachte zou hiervoor dertig euro per week gaan betalen aan een medeverdachte. [6]
De rechtbank concludeert op basis van het bovenstaande dat verdachte bij de afpersing aan de Vondelstraat was, [aangever 1] heeft aangesproken op de foto’s (de reden voor de afpersing), tijdens de afpersing [aangever 1] klappen heeft gegeven en dus geweldshandelingen heeft verricht en tot slot werd aangetroffen met (een deel van) de buit, de telefoon. Ook droeg verdachte door zijn aanwezigheid bij aan het getalsmatige overwicht dat de groep op [aangever 1] had. Dit alles maakt dat de rechtbank de bijdrage van verdachte van voldoende gewicht vindt om van medeplegen te kunnen spreken. Vorengenoemde gedragingen duiden naar hun uiterlijke verschijningsvorm op een oogmerk tot afpersing. Het door verdachte geschetste scenario dat hij [aangever 1] klappen gaf omdat hij [aangever 1] ‘bij de les wilde houden’ of hem ‘wakker wilde maken’ volgt de rechtbank niet. Deze verklaring vindt op geen enkele manier steun in de bewijsmiddelen en vindt de rechtbank niet aannemelijk. Daarmee vindt de rechtbank feit 1 subsidiair wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat uit het dossier onvoldoende is gebleken dat verdachte aan de situatie op de trappen enig aandeel heeft gehad. Verdachte wordt niet benoemd in de verklaringen van [aangever 1] en wordt ook niet door medeverdachten aangewezen als persoon die bij de dwang aanwezig was of daaraan op de een of andere manier een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. De rechtbank spreekt verdachte van dit feit daarom vrij.
Parketnummer 05/237310-24: [7]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever 2] heeft namens de Coop supermarkt aan de Symfoniestraat in Nijmegen aangifte gedaan van lokaalvredebreuk. [8] Verdachte heeft op 17 maart 2024 een winkelverbod gekregen voor deze supermarkt vanwege diefstal. Dit verbod gold tot 17 maart 2025. [9] Desondanks ging verdachte op 23 juli 2024 de supermarkt in. [10] Daarmee vindt de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 05/320879-25: [11]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft bekend als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 4 september 2025, p. 5;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 februari 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/208200-25:
1.
subsidiairhij op
of omstreeks6 juli 2025 te Nijmegen
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en
/ofbedreiging met geweld
[aangever 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (met inhoud) en
/ofeen
telefoon en
/ofeen bankpas en
/ofeen vape,
in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die
geheel of ten deleaan die [aangever 1]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)door
- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij zijn tas af moet geven en
/of- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij met hen, verdachten, mee moet lopen en
/ofin het midden van de groep moet (blijven) lopen en
/ofdie [aangever 1] in het midden
van de groep te duwen en
/of- een mes te trekken en
/ofte tonen aan die [aangever 1] en
/ofeen mes op zeer korte
afstand van die [aangever 1] te houden en
/ofop die [aangever 1] te richten en
/of- die [aangever 1]
op/tegen het lichaam te duwen en
/of op/tegen het hoofd
en/of hetlichaamte slaan
en/of te stompenen
/of- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij zijn spullen af moet geven en
/of- voornoemd mes
op/tegen de keel van die [aangever 1] te zetten en
/ofdie [aangever 1]
(daarbij) de woorden toe te voegen: "als je de code niet zegt gaat het mes recht door
je strot heen" en
/of- (vervolgens) tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij (weer) mee moet lopen en
/ofals
die [aangever 1] weg gaat rennen voornoemd mes naar hem gegooid zal worden en
/of- tegen die [aangever 1] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en
/of- (vervolgens) voornoemd mes
op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever 1] te
houden en
/ofte drukken,
althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking.
Parketnummer 05/237310-24:
hij op
of omstreeks23 juli 2024 te Nijmegen
in het besloten lokaal aan de Symfoniestraat bij de Coop,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruikwederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 17 maart 2024 schriftelijk de
toegang tot die Coop ontzegd voor de duur van twaalf maanden.
Parketnummer 05/320879-25:
hij op
of omstreeks4 september 2025 te Nijmegen
opzettelijk en wederrechtelijk
een telefoon
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of tendele aan een ander, te
weten aan Politie Oost Nederland, toebehoorde
heeft vernield
, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05/208200-25:
feit 1 subsidiair:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Parketnummer 05/237310-24:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
Parketnummer 05/320879-25:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat geen ruimte meer is voor een straf gelet op het lange voorarrest van verdachte.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 15 december 2025 (het strafblad),
  • de Pro Justitia rapportage van 17 oktober 2025, opgesteld door G.H.J. Friedrichs-Groenendaal, Msc, kinder- en jeugdpsycholoog, GZ-psycholoog, orthopedagoog-generalist;
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 9 februari 2026.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt drie strafbare feiten. Zo is hij de Coop binnengegaan terwijl hij daar een winkelverbod had en heeft hij in de cel een telefoon van de politie vernield. Dit zijn vervelende feiten. Echter, het zwaartepunt in deze zaak ligt voor de rechtbank bij de afpersing van [aangever 1]. Verdachte en zijn medeverdachten hebben op 6 juli 2025 de toen dertienjarige kwetsbare [aangever 1] naar Nijmegen gelokt. [aangever 1] dacht daar een vriend te treffen maar hij kwam tegenover een groep van vier jongens (waaronder een vriend van hem) te staan. Hij werd bedreigd met een mes, moest zijn spullen afstaan en de bevelen van de groep opvolgen. Zowel uit het dossier als de slachtofferverklaring blijkt dat deze gebeurtenissen een enorme impact op hem hebben gehad. Hij heeft nog dagelijks last van de gevolgen van het handelen van de verdachten. Verdachte heeft bijgedragen aan de afpersing door [aangever 1] tweemaal in het gezicht te slaan. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.
De persoon van verdachte
Verdachte heeft is door een psycholoog onderzocht en heeft met de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) gesproken. De psycholoog concludeert dat bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid, een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis, een stoornis in het cannabisgebruik en een normoverschrijdende gedragsstoornis. Ook zijn er antisociale en borderline persoonlijkheidskenmerken zichtbaar. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Daarom adviseert de psycholoog de afpersing verminderd aan verdachte toe te rekenen. De psycholoog schat het risico op recidive hoog in. Daarom is het van belang dat verdachte stabiliseert op het gebied van wonen, vrijetijdsbesteding en hulpverlening. De Raad kan zich vinden in de adviezen van de psycholoog en adviseert de rechtbank aan verdachte een (deels) voorwaardelijke taakstraf op de leggen in de vorm van een werkstraf. Als bijzondere voorwaarden is van belang dat verdachte begeleiding krijgt door de jeugdreclassering, meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en de behandeling die daaruit voortvloeit, meewerkt aan begeleiding en behandeling die ziet op het middelengebruik, een dagbesteding heeft en verblijft in een instelling voor begeleid/beschermd wonen.
De straf
De rechtbank weegt zwaar mee dat verdachte lang in voorarrest heeft gezeten. De rechtbank heeft op 10 december 2025 de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven omdat artikel 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering aan de orde was. Verdachte heeft zijn straf naar het oordeel van de rechtbank dus al uitgezeten. Sindsdien heeft verdachte een passende woonplek gevonden en is hij niet gerecidiveerd. Ook houdt de rechtbank rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank ziet net zoals de officier van justitie dan ook geen ruimte meer om nu nog een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Gelet op de rol van verdachte bij feit 1, de vrijspraak van feit 2 en de oriëntatiepunten die rechtbanken hanteren bij dit soort feiten, vindt de rechtbank jeugddetentie voor de duur van 50 dagen passend en legt dit dan ook op. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, gaat daarvan af. Dat betekent dat verdachte geen aanvullende straf meer krijgt.

8.De beoordeling van de civiele vordering

Parketnummer 05/208200-25:
De benadeelde partij [aangever 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert (na wijziging ter terechtzitting) € 256,14 aan materiële schade en € 3.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de gevorderde reiskosten betwist. Daarnaast heeft de verdediging bepleit dat er geen grond is voor immateriële schadevergoeding.
De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadepost is voldoende onderbouwd en de gevorderde kosten (reiskosten) zijn in lijn met de geldende jurisprudentie. De rechtbank wijst de gevorderde € 256,14 toe.
Geen hoofdelijkheid
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij, gelet op het verschil in rol en aandeel tussen de verdachten, niet hoofdelijk toewijzen. De rechtbank vindt het daarnaast onwenselijk dat verdachte onderling met zijn medeverdachten de betalingen moet regelen. De rechtbank zal daarom de vordering per verdachte vaststellen en deze verdachte veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 64,- aan materiële schadevergoeding.
Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval de aard en de ernst van de normschending zodanig zijn dat een aantasting in de persoon op andere wijze kan worden aangenomen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Daarmee is voldaan aan de grond voor immateriële schadevergoeding. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen.
De rechtbank weegt daarbij in het bijzonder mee dat het hier gaat om ernstige strafbare feiten. Gelet daarop vindt de rechtbank het gevorderde bedrag van € 3.500,- passend. Echter, ook bij de immateriële schadevergoeding geldt de overweging van de rechtbank over het niet hoofdelijk opleggen ervan.
Gelet op de veroordeling van deze verdachte (voor enkel de afpersing) en zijn kleinere rol bij dat feit ten opzichte van zijn medeverdachten, zal de rechtbank deze verdachte veroordelen tot het betalen van € 400,-.
Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Verdachte is vanaf 3 februari 2026 (datum indiening vordering) wettelijke rente over het bedrag aan materiële schadevergoeding verschuldigd.
Over het bedrag aan immateriële schadevergoeding is verdachte vanaf 6 juli 2025 (datum feit) rente verschuldigd.
Als het bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.
BEM-clausule
De noodzakelijkheid van het opleggen van de BEM-clausule is niet gebleken en daarom wijst de rechtbank dit onderdeel van de vordering af.
Parketnummer 05-320879-25:
De benadeelde partij Politie Oost-Nederland (wettelijk vertegenwoordigd door ​​​​​​​[naam]) heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 382,79 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 138, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair tenlastegelegde en feit 2;
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot:
een jeugddetentievoor de duur van
50 (vijftig) dagen;
beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:
Parketnummer 05/208200-25 [aangever 1]
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 64,- aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2026 (materieel) en 6 juli 2025 (immaterieel) tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] een bedrag te betalen € 64,- aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2026 (materieel) en 6 juli 2025 (immaterieel) tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Parketnummer 05-320879-25 Politie Oost-Nederland
 verklaart de
benadeelde partij Politie Oost-Nederland niet-ontvankelijkin de vordering tot materiële schade.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.M. Bögemann (voorzitter en kinderrechter), mr. M.G.J. Post en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2026.
mr. Bögemann is buiten staat
dit vonnis mede te onderteken.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025319661, gesloten op 28 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 6 juli 2025, p. 22 – 24; proces-verbaal van aanvullend verhoor van aangever [aangever 1] van 8 juli 2025, p. 26 – 33.
3.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2026.
4.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 29 juli 2025, p. 392.
5.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 8 juli 2025, p. 45 – 46.
6.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 29 juli 2025, p. 392.
7.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024341481, gesloten op 23 juli 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
8.Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 23 juli 2024, p. 5.
9.Winkelontzegging Coop Symfoniestraat, p. 26
10.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2026.
11.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025427296, gesloten op 6 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.