ECLI:NL:RBGEL:2026:2049
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M. Smit
- M. Wevers
- W.E. van Asbeck
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onterecht aftrek voorbelasting afgewezen
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2018-2019 van €40.272 en de daarbij behorende belastingrente. De inspecteur had de aftrek van voorbelasting op facturen van een gelieerde partij, [naam bedrijf 2] B.V., geweigerd omdat niet aannemelijk was dat belanghebbende de afnemer was van de prestaties.
De rechtbank onderscheidde facturen van vóór en na 16 november 2018, de datum waarop het personeel en wagenpark van [naam bedrijf 2] aan belanghebbende werden overgedragen. Voor de facturen na deze datum was niet aannemelijk dat [naam bedrijf 2] nog prestaties aan belanghebbende leverde. Voor de facturen van vóór die datum slaagde de inspecteur erin het bewijsvermoeden te ontzenuwen door te wijzen op de bijzondere omstandigheden, waaronder het derdenbeslag en de nauwe familiebanden tussen de betrokken ondernemingen.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat zij afnemer was van de prestaties, noch dat er een rechtsbetrekking bestond met [naam bedrijf 2]. Ook de stelling van inlening van personeel werd niet onderbouwd. De rechtbank oordeelde daarom dat de naheffingsaanslag en belastingrente terecht zijn opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting en belastingrente wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.