De officier van justitie vorderde aanvankelijk een ontnemingsbedrag van €111.008,74, maar heeft dit tijdens de terechtzitting aangepast naar €80.889,32, gebaseerd op een kweekschema dat minimaal drie oogsten van hennep aantoont.
De militaire kamer heeft vastgesteld dat de netto opbrengst per oogst na aftrek van kosten €30.119,38 bedraagt, wat voor drie oogsten een totaal van €90.358,14 oplevert. Na verdere aftrek van kosten wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €80.889,36.
De veroordeelde is eerder veroordeeld voor medeplegen van overtreding van de Opiumwet en gekwalificeerde diefstal. De kamer acht het aannemelijk dat de veroordeelde samen met een ander de beschikking had over de opbrengst, waardoor het voordeel hoofdelijke wordt toegerekend.
De kamer legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat, met een gijzelingstermijn van maximaal 808 dagen. De verplichting vervalt indien de medeveroordeelde aan de betalingsverplichting voldoet.