ECLI:NL:RBGEL:2026:1918

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/05/462385 / FA RK 26-312
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 HKVArt. 3 HKVArt. 5 HKVArt. 10 HKVArt. 23 HKV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning Turkse gezagsbeslissing na echtscheiding en aantekening in gezagsregister

De vrouw verzoekt de rechtbank Gelderland om erkenning van een Turkse rechterlijke beslissing van 4 juli 2017, waarin het gezag over hun minderjarige kind aan haar is toegekend na echtscheiding. De echtscheiding en nevenvoorzieningen zijn uitgesproken door de familierechtbank in Mersin, Turkije, waar beide ouders destijds woonden.

De rechtbank beoordeelt dat zij bevoegd is omdat de vrouw en het kind in haar arrondissement wonen. De erkenning betreft een maatregel als bedoeld in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, waarbij Nederland en Turkije partij zijn. De Turkse rechter was bevoegd omdat hij over de echtscheiding besliste en daarmee ook over het gezag, conform het verdrag.

Er zijn geen gronden om de erkenning te weigeren, zoals strijd met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank besluit de Turkse gezagsbeslissing te erkennen en aantekening in het Nederlandse gezagsregister toe te staan. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot meer is afgewezen.

Uitkomst: De Turkse gezagsbeslissing wordt erkend en in het Nederlandse gezagsregister aangetekend.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/462385 / FA RK 26-312
Datum uitspraak: 16 maart 2026
beschikking erkenning buitenlandse uitspraak gezag
in de zaak van
[naam vrouw](hierna de vrouw),
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. M.M.P. Gerrits te Wijchen.

1.De procedure en het verzoek

1.1.
Het verzoekschrift is ingekomen op 26 januari 2026. Het verzoek betreft de erkenning van de buitenlandse beslissing tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
1.2.
Er heeft geen zitting plaatsgevonden.

2.De feiten

2.1.
De vrouw is getrouwd geweest met
[naam man], die woont in [woonplaats 2] , [land] (hierna verder te noemen: de man).
2.2.
Uit hun huwelijk is geboren de minderjarige:
[naam kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , [land] .
2.3.
Tussen de vrouw en de man is de echtscheiding uitgesproken door de familierechtbank in Mersin , Turkije op 4 juli 2017. Het vonnis is op 5 juli 2017 mondeling toegelicht.
2.4.
In die beslissing heeft de rechtbank ook, kort samengevat:
  • beslist dat het gezag over de minderjarige wordt toegekend aan de vrouw,
  • een omgangsregeling tussen de man en de minderjarige vastgesteld,
  • een bedrag aan kinderalimentatie vastgesteld.
2.5.
In de basisregistratie personen is vermeld dat de vrouw gescheiden is en dat het huwelijk met de man per [scheidingsdatum] geëindigd is.

3.De beoordeling

3.1.
De vrouw verzoekt de rechtbank over te gaan tot erkenning van de beslissing van de Turkse rechter van 4 juli 2017, zodat kan worden overgegaan tot aantekening van de gezagsbeslissing in het Nederlandse gezagsregister, inhoudende dat het gezamenlijk gezag over de minderjarige [het kind] is geëindigd en het eenhoofdig ouderlijk gezag toekomt aan de vrouw.
3.2.
Deze rechtbank is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen omdat de vrouw en de minderjarige hun woonplaats hebben in het arrondissement van de rechtbank Gelderland.
3.3.
Het verzoek ziet op de erkenning van de gezagsbeslissing van de Turkse rechter in Nederland. Dit is een maatregel als bedoeld in artikel 1 en Pro artikel 3 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKV). Ten tijde van de beslissing waren zowel Nederland als Turkije aangesloten bij dat Verdrag. Voor de beoordeling van het verzoek zijn in het bijzonder de artikelen 23 en 24 van dat Verdrag van toepassing.
3.4.
In artikel 23 HKV Pro is bepaald dat door de autoriteiten van Verdragsluitende Staten genomen maatregelen van rechtswege in alle andere Verdragsluitende Staten worden erkend, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond.
3.5.
Allereerst moet daarom de vraag worden beantwoord of de maatregel, in dit geval de rechterlijke uitspraak, is genomen door een daartoe bevoegde autoriteit. Het uitgangspunt voor gezagsbeslissingen over minderjarige kinderen is dat de rechter van hun gewone verblijfplaats bevoegd is. Dit volgt uit artikel 5 HKV Pro. Als uitzondering daarop is in artikel 10 HKV Pro bepaald dat de rechter die bevoegd is om te beslissen over een verzoek tot echtscheiding ook bevoegd is om in dat kader beslissingen te nemen in het belang van de kinderen. Uit de stukken blijkt dat de vrouw en de man destijds hun woonplaats in Turkije hadden. Dat betekent dat de Turkse rechter bevoegd was om over de echtscheiding te beslissen en daarmee ook om een gezagsbeslissing te nemen.
3.6.
De rechtbank heeft geen reden te veronderstellen dat de erkenning van de gezagsbeslissing, gelet op het belang van het kind, kennelijk in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Van enige andere weigeringsgrond als bedoeld in artikel 23 lid 2 HKV Pro is evenmin sprake.
3.7.
Gelet hierop behoort de beslissing van de Turkse rechter in Nederland van rechtswege te worden erkend. Uit artikel 24 HKV Pro volgt verder dat iedere belanghebbende de rechtbank kan verzoeken om een beslissing over die erkenning te nemen. Dat doet de rechtbank bij deze.
3.8.
Omdat de rechtbank direct op het verzoek beslist zonder de man verder in de procedure te betrekken, is er geen reden voor compensatie van de proceskosten.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat:
  • de gezagsbeslissing die deel uitmaakt van de echtscheidingsbeslissing van de familierechtbank in Mersin , Turkije, van 4 juli 2017, mondeling toegelicht op 5 juli 2017, in Nederland wordt erkend en
  • in het gezagsregister kan worden aangetekend dat het gezamenlijk gezag is geëindigd en dat de vrouw alleen het gezag uitoefent over de minderjarige:
4.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E.M. Overkamp, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.