Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De zaak in het kort
3.De beoordeling in de hoofdzaak
Op 16 oktober jl. hebben wij als eigenaar van een pand aan [adres] , kadastraal bekend [gegevens kadaster] , door middel van aangehecht schrijven tot u gericht.
24 november 2023 is bezorgd. De Gemeente betwist de ontvangst hiervan niet. Ook in zoverre is dus voldaan aan de ingangseisen van artikel 13 lid 1 Wvg Pro.
28 november 2023 is gesproken over het inschakelen van taxateurs. De Gemeente denkt dat het een bewuste strategie is dat de bestuurder van de Stichting, [bestuurder] , een brief stuurt aan een antwoordnummer die daardoor te laat aankomt bij de juiste personen binnen de Gemeente terwijl de Gemeente ondertussen alleen contact heeft met de adviseur van de Stichting, [adviseur] , die tijdens de bespreking op 28 november 2023 geen melding maakt van het verzoek dat de bestuurder heeft gedaan. Volgens de Gemeente werpt de Stichting rookgordijnen op, zodat zij net aan de wet voldoet en de Gemeente om de tuin kan leiden.
13 Wvg op het bureau van de behandelend ambtenaren, [ambtenaar 1] en [ambtenaar 2] , is terechtgekomen. Gedurende deze vier weken is verder geen melding gemaakt van het bestaan van het verzoek door de Stichting. Dit terwijl in de tussentijd wel een bespreking heeft plaatsgevonden tussen deze ambtenaren en de adviseur van de Stichting, [adviseur] , op 28 november 2023. Vast staat dat de ambtenaren van de Gemeente tijdens deze bespreking niet op de hoogte waren van het bestaan van het verzoek en dat [adviseur] hiervan geen melding heeft gemaakt. In het licht van het feit dat het verzoek op dat moment niet bekend was bij de relevante personen binnen de Gemeente en niet is besproken op 28 november 2023 heeft de Gemeente onvoldoende gemotiveerd gesteld waarom zij uit die bespreking redelijkerwijs heeft mogen afleiden dat de Stichting het verzoek van 21 november 2023 introk. Uit wat zij stelt over het onderwerp van deze bespreking (zie hierna in 3.17), kan dit niet worden afgeleid. Dit standpunt wordt derhalve in zoverre verworpen.
21 november 2023 niet te begrijpen dat de Stichting vond dat het rechtsgevolg van artikel 13 lid 3 Wvg Pro (vervreemdingsvrijheid) was ingetreden, laat staan waarom.
9 september 2024 aan de advocaat van de Stichting, aldus de Stichting.