De moeder verzoekt de rechtbank om de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente te gelasten alsnog een geboorteakte op te maken en in te schrijven voor haar dochter, geboren in 2021, omdat destijds geen aangifte van geboorte is gedaan. De moeder en vader hebben een affectieve relatie en zijn ouders van een ander kind, maar de vader heeft het jongere kind nog niet erkend.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de ouders zeker zijn dat het kind hun dochter is. De geboorte is niet geregistreerd vanwege betrokkenheid van jeugdzorg bij het gezin en de angst dat het kind uit huis geplaatst zou worden. De ambtenaar en officier van justitie maken geen bezwaar tegen het verzoek, maar wijzen op de wettelijke beperking dat alleen de moeder als ouder kan worden vermeld zolang de vader het kind niet erkent.
De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is dat de geboorte alsnog wordt geregistreerd zodat het kind kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, zoals inschrijving op school. De rechtbank gelast de ambtenaar om de geboorteakte op te maken met de geslachtsnaam van de moeder. De beschikking treedt in de plaats van wettelijke aangifte en wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.