ECLI:NL:RBGEL:2026:1865
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingesteld beroep op niet-tijdig beslissen
Eiser heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem verzocht om contactherstel met zijn meerderjarige dochter te bevorderen en te waarborgen dat documenten hierover niet zonder zijn toestemming worden vernietigd of gearchiveerd. Dit betrof een aanvraag op grond van de Jeugdwet en een verzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
De rechtbank overweegt dat noch de Jeugdwet, noch de AVG een wettelijke beslistermijn voor dergelijke aanvragen en verzoeken bevat. Daarom is artikel 4:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing, dat een redelijke beslistermijn voorschrijft, in ieder geval acht weken. Het college had uiterlijk op 9 december 2025 moeten beslissen.
Eiser stelde het college echter al op 20 november 2025 in gebreke, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Vervolgens stelde hij op 4 december 2025 beroep in, nog vóór het verstrijken van de termijn en zonder de vereiste twee weken na ingebrekestelling af te wachten. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank gaat niet in op de vraag of sprake is van een aanvraag in de zin van de Awb of of het college bevoegd was te beslissen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediend beroep en ingebrekestelling.