ECLI:NL:RBGEL:2026:1859

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
05/083125-25 en 21.002436-22 (tul)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor beroving, ontvoering en wapenbezit met zware gevangenisstraf

Op 14 en 15 maart 2025 heeft verdachte samen met medeverdachten het slachtoffer onder valse voorwendselen naar een afgelegen locatie gelokt. Onder bedreiging met wapens is het slachtoffer gedwongen in de auto te stappen en zijn autosleutels, telefoon, bankpas en inlogcode af te geven. Omdat het pinlimiet was bereikt, werd het slachtoffer meegenomen naar de woning van verdachte, waar hij een nacht opgesloten werd.

De volgende dag werd er nog meerdere malen gepind met de bankpas van het slachtoffer, in totaal werd € 30.000 onrechtmatig verkregen. Verdachte speelde een organiserende en sturende rol, regelde wapens en bepaalde de gang van zaken. Daarnaast had verdachte op 6 mei 2025 een verboden vuurwapen in zijn bezit.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling, dagbesteding, schuldaflossing, contact- en gebiedsverbod. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële en immateriële schade aan het slachtoffer en werd beslag gelegd op diverse voorwerpen.

De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer die PTSS en depressie ontwikkelde, en het hoge recidiverisico van verdachte. De voorwaardelijke straf en voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard. Ook werd een eerdere voorwaardelijke jeugddetentie omgezet in gevangenisstraf wegens nieuwe feiten binnen de proeftijd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met schadevergoeding en bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05.083125-25 en 21.002436-22 (tul)
Datum uitspraak : 17 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
voorheen wonende aan [adres] ,
op dit moment gedetineerd in [plaats] .
Raadsvrouw: mr. M. Burgers, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering aanpassing omschrijving feiten, ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard en/of Herveld en/of Randwijk, althans in Nederland, op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen (van in totaal € 30.037,46), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en/of bankgegevens op naam van [slachtoffer] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere
deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of
- ( meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon en/of de toegangscode van de bank-app af te geven en/of
- het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat de voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten (teneinde zijn banklimiet – voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen – te verhogen);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard en/of Herveld en/of Randwijk, althans in Nederland, op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere geldbedragen (van in
totaal € 30.037,46), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en/of bankgegevens op naam van [slachtoffer] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of
- ( meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon en/of de toegangscode van de bank-app af te geven en/of
- het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten (teneinde zijn banklimiet - voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen - te verhogen);
2
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of
- ( meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon af te geven en/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten, althans, die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden, althans een dreigende sfeer te creëren en/of (voortdurend) in de nabijheid van die [slachtoffer] te verblijven, waardoor die [slachtoffer] werd belet/belemmerd de (afgelegen) locatie (te Hemmen) en/of het voertuig en/of de woning te verlaten;
3.
hij op of omstreeks 6 mei 2025 te Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (gas)pistool, van het merk/type Zoraki 918, kaliber 9mm (gas/knal), zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen feit 1 en 2:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 41-48, en het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer] , p. 64-69;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 72, het proces-verbaal van bevindingen, p. 74, het proces-verbaal van bevindingen, p. 75 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 76-78;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.
Bewijsmiddelen feit 3:
- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 8-9, nazending stukken II, proces-verbaalnummer 20250915.1149;
- het proces-verbaal van binnentreden in woning, p. 210-211;
- kennisgeving van inbeslagneming, aanvullend procesdossier (kvi), p. 1;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.
Op grond van de genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Gelet op het feit dat de vrijheidsbeneming van aangever zich niet heeft beperkt tot het vervoer in de auto, maar op een gegeven moment is besloten om aangever mee te nemen naar de woning van verdachte en daar te houden tot de volgende dag, kan niet worden geoordeeld dat verdachte van die handelingen (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van eendaadse samenloop zoals door de raadsvrouw betoogd, maar van meerdaadse samenloop.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
1
hij in
of omstreeksde periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en
/ofDodewaard en
/ofHerveld en
/ofRandwijk
en Ochten,
althans in Nederland, op de openbare weg, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
een of meerderegeldbedragen (van in totaal € 30.037,46),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en
/of dat/die weg te nemen
goed/goederen onder
zijn/hun bereik heeft
/hebbengebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en
/ofbankgegevens op naam van [slachtoffer] ,
in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en
/ofgemakkelijk te maken,
en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere
deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en
/ofaf te spreken en
/ofdie [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en
/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en
/of
- ( meerde
remalen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en
/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en
/of optegen de rug,
althans het lichaamvan die [slachtoffer] te drukken en
/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van
en/of inde auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en
/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en
/ofzijn telefoon en
/ofde toegangscode van de bank-app af te geven en
/of
- het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat de voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en
/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en
/ofte blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en
/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en
/ofdaar (tegen zijn wil) vast te houden en
/ofop te sluiten (teneinde zijn banklimiet – voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen – te verhogen);
2
hij in
of omstreeksde periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en
/ofDodewaard,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft
/hebbenberoofd en
/ofberoofd gehouden, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en
/ofaf te spreken en
/ofdie [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en
/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en
/of
- ( meerde
remalen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en
/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en
/of optegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en
/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van
en/of inde auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en
/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en
/ofzijn telefoon af te geven en
/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en
/ofte blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en
/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en
/ofdaar (tegen zijn wil) vast te houden en
/ofop te sluiten,
althans, die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden, althans een dreigende sfeer te creëren en/of (voortdurend) in de nabijheid van die [slachtoffer] te verblijven, waardoor die [slachtoffer] werd belet/belemmerd de (afgelegen) locatie (te Hemmen) en
/ofhet voertuig en
/ofde woning te verlaten;
3.
hij op
of omstreeks6 mei 2025 te Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe,
althans in Nederland,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (gas)pistool, van het merk/type Zoraki 918, kaliber 9mm (gas/knal), zijnde een vuurwapen in de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel en het feit wordt gepleegd op de openbare weg,
feit 2:
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden,
feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel dienen de bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd, te weten een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan een ambulante behandeling, meewerken aan dagbesteding en meewerken aan het aflossen van schulden. Het tevens door de reclassering geadviseerde contactverbod met het slachtoffer en het gebiedsverbod voor de provincie Overijssel dienen niet als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr te worden opgelegd, maar eveneens in de vorm van bijzondere voorwaarden. Daarbij dient het gebiedsverbod enkel te gelden voor de plaats Hellendoorn. Gelet op het hoge recidiverisico heeft de officier van justitie de rechtbank gevraagd om de op te leggen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit de vergeldingscomponent in de strafmaat niet te zeer te laten doorklinken en heeft aangevoerd dat het vanuit het oogpunt van recidivebeperking niet nodig is verdachte langer vast te houden. Concreet is voorgesteld om een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van dertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Aan het voorwaardelijke deel kunnen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd, met dien verstande dat:
- verdachte zich binnen drie werkdagen dient te melden in plaats van binnen één dag;
- verdachte wel wil meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van betalingsregelingen, maar dat hij zich niet kan conformeren aan het meewerken aan de schuldhulpverlening, al dan niet in het kader van de WSNP;
- geen contact- en gebiedsverbod wordt opgelegd, dan wel dat een contact- en gebiedsverbod wordt opgelegd op de wijze zoals door de officier van justitie is gevorderd, dan wel dat een gebiedsverbod wordt opgelegd voor de provincie Overijssel met uitzondering van alle A- en N-wegen in Overijssel.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
Verdachte, hierna: [verdachte] , heeft zich op 14 en 15 maart 2025 samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] schuldig gemaakt aan diefstal met en onder bedreiging van geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangever [slachtoffer] , hierna: het slachtoffer. Het slachtoffer is door [verdachte] onder de naam ‘ [naam] ’ via Snapchat benaderd. Hij heeft een vertrouwensband met hem opgebouwd, waarbij het slachtoffer ook persoonlijke informatie heeft gedeeld, zoals de hoogte van zijn banksaldo en informatie over het feit dat hij autisme heeft. Nadat er veelvuldig contact is geweest heeft [verdachte] het slachtoffer onder valse voorwendselen - in het kader van een date - naar de kasteeltuin in Hemmen gelokt. Daar is het slachtoffer opgewacht. [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] droegen bivakmutsen, donkere kleding en handschoenen. Onder bedreiging van wapens, waaronder een pistool en een boksbeugel, is het slachtoffer vervolgens vastgepakt en meegenomen naar zijn eigen auto. Hij is gedwongen om achterin plaats te nemen, tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in, en om zijn autosleutels af te geven. Daarna zijn zij met zijn vieren gaan rijden. Onderweg is het slachtoffer gedwongen om zijn telefoon en bankpas af te geven. Daarbij is een pistool op hem gericht. Ook is hij gedwongen om via face ID zijn telefoon te ontgrendelen en de inlogcode van zijn bank-app af te geven. Omdat er een betaallimiet was ingesteld en de ophoging daarvan pas de volgende ochtend aangepast zou zijn, is vervolgens besloten om het slachtoffer een nacht op te sluiten in de woning van [verdachte] . Voordat men naar deze woning reed, is er door [medeverdachte 1] met de bankpas van het slachtoffer getankt en € 5.000 gepind. Het slachtoffer heeft tie-wraps om zijn polsen gekregen en is geblinddoekt. In de woning van [verdachte] is het slachtoffer een nacht in de bijkeuken opgesloten. [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn de volgende ochtend op verschillende plekken nog eens in totaal € 25.000 gaan pinnen. Een deel van dit geld is met de bankpas van het slachtoffer gepind, een ander deel is met de bankpas van [verdachte] gepind, nadat het geld eerst was overgemaakt van de rekening van het slachtoffer naar de rekening van [verdachte] . Daarna, aan het eind van de ochtend, is het slachtoffer met een nekkraag over zijn ogen in zijn eigen auto door [medeverdachte 1] ergens op de dijk achtergelaten.
De rechtbank beschouwt [verdachte] als organisator en als uitvoerder met een grote, sturende rol. Hij is, dat bekent hij zelf ook, degene geweest die contact heeft gelegd met het slachtoffer en een vertrouwensband met hem heeft opgebouwd. De door het slachtoffer gedeelde informatie over de hoogte van zijn banksaldo en zijn autisme heeft [verdachte] uiteindelijk op grove wijze misbruikt door het plan op te zetten om het slachtoffer van zijn geld te beroven. Hij heeft het slachtoffer in dat kader naar een donkere, afgelegen plek gelokt en heeft anderen geronseld om mee te doen. Verder heeft [verdachte] wapens geregeld en voorbereidingen getroffen. Zo heeft hij een aantal dagen voordat de strafbare handelingen plaatsvonden uitgezocht hoeveel er maximaal gepind kon worden bij welke banken en heeft hij adressen van (pin)locaties op een rijtje gezet en doorgestuurd naar [medeverdachte 1] . Tijdens de beroving en ontvoering van het slachtoffer heeft [verdachte] bepaald wat er moest gebeuren en welke vervolgstappen gezet moesten worden. Hij gaf aan dat het slachtoffer nog een nachtje moest blijven en dat hij naar zijn, [verdachte] , woning zou worden meegenomen. In die woning verbleef op dat moment ook zijn nog geen twee jaar oude zoontje. Ten slotte heeft [verdachte] bepaald wanneer het slachtoffer weer mocht gaan en hoe het geld zou worden verdeeld. Daarbij hield hij het grootste gedeelte zelf.
De rechtbank kan niet anders dan vaststellen dat de rol en handelswijze van verdachte zorgelijk zijn. Hij had behoefte aan geld en heeft als oplossing bedacht om met misbruik van vertrouwen en met geweld iemand geld afhandig te maken. Hij lijkt vervolgens op lichtzinnige wijze te zijn overgegaan tot ontvoering, omdat hij € 5.000, de limiet op de bankrekening van het slachtoffer, te weinig vond. De manier waarop verdachte daarover heeft verklaard geeft de indruk dat niet werkelijk tot hem doordringt wat hij daarmee een ander heeft aangedaan.
[verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Delicten als de onderhavige veroorzaken veel maatschappelijke onrust en leiden tot een toename van gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Zij zijn bovendien voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Hoewel het slachtoffer in deze zaak direct na de gebeurtenissen heel helder een uitgebreide en gedetailleerde verklaring heeft kunnen afleggen zijn de mentale gevolgen voor hem uiteindelijk erg groot (geweest). Blijkens de toelichting op de schadevergoedingsvordering en het ter terechtzitting op indringende wijze uitgeoefende spreekrecht ondervindt het slachtoffer nog dagelijks de gevolgen van de gebeurtenissen. Vanaf het moment dat hij op 15 maart 2025 werd vrijgelaten is het steeds slechter met hem gegaan. Hij is in behandeling bij een psycholoog en is bij de bedrijfsarts en huisarts terechtgekomen. Hij heeft de diagnose PTSS gekregen in combinatie met een depressieve stoornis. In de periode daarna werd hij steeds depressiever, kreeg hij lichamelijke klachten en had hij veel slapeloze nachten en veel last van stress. Op dit moment is hij volledig arbeidsongeschikt en heeft hij geen zin meer in het leven.
Naast genoemde beroving en ontvoering heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan het bezit van een vuurwapen. Dit vuurwapen lag in een keukenkastje in zijn woning; de woning waarin ook zijn zoontje van 2 jaar aanwezig was. Het ongecontroleerde bezit van een wapen maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Daarnaast wijst de praktijk uit, zoals ook in deze zaak, dat het bezit van een vuurwapen vaak leidt tot het gebruik daarvan, hetgeen vervolgens niet zelden leidt tot levensgevaarlijke situaties. Hiertegen dient daarom streng te worden opgetreden.
De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 19 december 2025, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Hij liep nog in een proeftijd ten tijde van de delicten en heeft dus tijdens de proeftijd opnieuw strafbare feiten gepleegd.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van de inhoud van het reclasseringsadvies van 8 januari 2026. Daarin wordt aangegeven dat verdachte voor detentie zijn leven voor een groot deel niet op orde had. Hij had geen dagbesteding, onvoldoende inkomen om zijn levensstijl te bekostigen, schulden in het formele en informele circuit, een deels crimineel sociaal netwerk, psychosociale problemen (agressie, impulsiviteit en gebrekkige oplossingsvaardigheden) en een ambivalente houding ten aanzien van crimineel gedrag. Deze problemen zijn naar de mening van de reclassering met elkaar verweven en versterken elkaar. Zij maken ook dat het risico op recidive (algemeen en gewelddadig) hoog is. Beschermende factoren zijn er nauwelijks. Positief is wel dat hij zegt open te staan voor begeleiding en behandeling. Omdat hij dit deels wel, deels niet in een gedwongen kader wil doen, heeft de reclassering twijfels over de haalbaarheid van een compleet plan van aanpak in een gedwongen kader. Motiverende factor voor verdachte is zijn zoon. Hij wil een actieve vaderrol in zijn leven spelen. Het vaderschap heeft hem echter niet ervan weerhouden onderhavige feiten te plegen.
De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:
- meldplicht bij de reclassering;
- ambulante behandeling;
- dagbesteding;
- aflossing schulden.
Zij adviseert ook de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht, nu de kans op een misdrijf met schade voor personen groot is.
Daarnaast adviseert de reclassering een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr op te leggen, inhoudende een gebiedsverbod voor de provincie Overijssel en een contactverbod met het slachtoffer, beide voor de duur van maximaal vijf jaren. Ook deze maatregel moet dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Oplegging van straf
Gelet op de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de rol die verdachte daarbij heeft gespeeld, zijn proceshouding en daarnaast het strafblad van verdachte en het feit dat hij ten tijde van het plegen van de feiten nog in een proeftijd liep, is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een langdurige (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie is. Bij het bepalen van de duur van die gevangenisstraf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Alles overziend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel worden alle door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld. Tevens zal de rechtbank een contactverbod met het slachtoffer en een gebiedsverbod voor de plaats Hellendoorn als bijzondere voorwaarden opleggen.
Gelet op het strafblad van verdachte en het feit dat het risico op recidive door de reclassering wordt ingeschat als hoog, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat hij opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom zal de rechtbank overeenkomstig het verzoek van de officier van justitie bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met de feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vorderde aanvankelijk € 31.435,41 aan materiële schade en € 15.000,00 aan smartengeld. Aangezien inmiddels met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een vaststellingsovereenkomst is gesloten, op grond waarvan twee derde van de totale vordering is voldaan, wordt van [verdachte] thans nog een bedrag gevorderd van € 10.478,47 aan materiële schade en € 5.000,00 euro immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om hoofdelijke veroordeling alsmede om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Overwegingen van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 primair en 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De in dit verband oorspronkelijk gevorderde kosten ad
€ 31.435,41 staan naar het oordeel van de rechtbank in direct verband met de bewezenverklaarde feiten, zijn voldoende onderbouwd, komen redelijk voor en zijn overigens ook niet betwist. Deze kosten liggen daarom voor toewijzing gereed. Omdat reeds een deel van de kosten door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is voldaan, zal de rechtbank enkel het restant, zijnde € 10.478,47, toewijzen.
Smartengeld
Een benadeelde partij kan op grond van artikel 6:106 lid Pro 1, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak maken op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Dat kan als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van ‘een aantasting in de persoon op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen of indien het gaat om een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan.
Op grond van vaste jurisprudentie kunnen in sommige gevallen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen zonder zo’n nadere concrete onderbouwing.
De rechtbank is van oordeel dat, hoewel (vanwege het ontbreken van stukken daaromtrent) de aanwezigheid van psychisch letsel niet naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld, de aard en de ernst van de normschending zeker in de omstandigheden zoals hierboven omschreven – in dit geval meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen. De rechtbank heeft daarvoor met name in aanmerking genomen dat met de door verdachte gepleegde feiten een ernstige inbreuk is gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de benadeelde partij, waardoor hij in zijn persoon is aangetast. Dit is aan [verdachte] toe te rekenen. Het oorspronkelijk gevorderde bedrag van € 15.000,00 komt de rechtbank in de gegeven omstandigheden niet onrechtmatig of ongegrond voor en ligt daarom voor toewijzing gereed. Omdat ook ten aanzien van dit deel van de vordering reeds een deel door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is voldaan, zal de rechtbank enkel het restant, zijnde € 5.000,00, toewijzen. Dit bedrag is overigens ook niet betwist.
Verdachte is vanaf 14 maart 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen. De proceskosten tot vandaag worden begroot op nihil.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2025. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
De rechtbank overweegt dat verdachte voor beide schadebedragen hoofdelijk kan worden aangesproken, nu er sprake is van groepsaansprakelijkheid op grond van artikel 6:166 BW Pro, dit zowel voor wat betreft het toegewezen bedrag aan materiële schade en smartengeld, als de schadevergoedingsmaatregel. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

9.De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de in beslag genomen Apple iPhone 13 Pro Max (G3447226), met behulp waarvan de feiten 1 primair en 2 zijn begaan of voorbereid, verbeurd verklaren.
De rechtbank zal de overige in beslag genomen voorwerpen, te weten een gaspistool (G3447225), een huls (G3447244), twee busjes pepperspray (G3447290) en een uitschuifbare wapenstok (G3447314), onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de feiten zijn begaan en/of deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

10.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21.002436-22)

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte op 12 maart 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf en omzetting naar gevangenisstraf.
De raadsvrouw heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, nu het niet opportuun is om over te gaan tot tenuitvoerlegging van een straf die is gekoppeld aan een proeftijd die twee weken na de pleegdatum van de onderhavige feiten zou aflopen en die is opgelegd naar aanleiding van feiten die verdachte meer dan vijf jaar geleden heeft begaan. Indien de vordering toch wordt toegewezen verzoekt de raadsvrouw om over te gaan tot vervanging van de jeugddetentie door gevangenisstraf.
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd. In hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om tot een andersluidend oordeel te komen. Omdat verdachte inmiddels 23 jaar is en hij naar het oordeel van de rechtbank niet meer voor een jeugddetentie in aanmerking komt, zal de rechtbank de drie maanden jeugddetentie omzetten naar drie maanden gevangenisstraf.

11.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 36f, 47, 57, 57, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

12.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig (48) maanden;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • stelt als bijzondere voorwaarden:
- verdachte meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan tijdens kantooruren bij Reclassering Nederland op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem. Verdachte geeft toestemming om referenten te raadplegen (onder andere werkgever, schuldhulpverleners en behandelaars);
- verdachte laat zich gedurende de proeftijd behandelen door Kairos Tiel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel mogelijk en na aanmelding door de toezichthouder. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op cognitieve vaardigheden, schuldenproblematiek, het maken van keuzes in de sociale contacten en probleemoplossingsvaardigheden en eventueel andere problemen wanneer die zich voordoen;
- verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
-verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- verdachte zoekt of heeft gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met het slachtoffer [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ;
- verdachte bevindt zich gedurende de proeftijd niet in Hellendoorn, de woonplaats van het slachtoffer;
 geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
 beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht
dadelijk uitvoerbaarzijn;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 beveelt de onttrekking aan het verkeer van een gaspistool (G3447225), een huls (G3447244), twee busjes pepperspray (G3447290) en een uitschuifbare wapenstok (G3447314);
 verklaart verbeurd een Apple iPhone 13 Pro Max (G3447226);
 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 12 maart 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voorwaardelijk opgelegde straf, te weten drie (3) maanden jeugddetentie (parketnummer 21.002436-22) en bepaalt dat dit ten uitvoer wordt gelegd als drie (3) maanden gevangenisstraf;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 1 primair en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 legt aan verdachte de
verplichting op om aan de Staat te betalen, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag van
€ 10.478,47aan materiële schade en
€ 5.000,00aan smartengeld,
telkensvermeerderd met de hiervoor omschreven wettelijke rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 102 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Vogel (voorzitter), mr. J.M. Graat en
mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.
Mr. Gerritsen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, Onderzoeksnaam en -nummer TALA – ON4R025031, proces-verbaalnummer 20250616.1119, gesloten op 18 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.