ECLI:NL:RBGEL:2026:1776

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
028794-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 57 Wetboek van StrafrechtArt. 4 Penitentiaire beginselenwetArt. 6:2:10 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van twee gaspistolen met munitie

Verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van twee gaspistolen van het merk Aksa en munitie in een hotelkamer te Nijmegen in januari 2024. De wapens en munitie werden aangetroffen in dozen met motorhelmen die verdachte onder een valse naam had aangeschaft.

De rechtbank stelde vast dat verdachte de hotelkamer had gehuurd en dat hij opdracht had gegeven aan een ander om zijn spullen, waaronder de dozen met wapens, op te halen. Er was geen bewijs dat iemand anders zonder medeweten van verdachte de wapens in de kamer had geplaatst. De verdediging voerde aan dat er geen direct bewijs was van wetenschap of feitelijke beschikkingsmacht, maar dit werd door de rechtbank verworpen.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de wapens en munitie voorhanden had en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. De straf werd lager vastgesteld dan de eis van 24 maanden vanwege de omstandigheden van de zaak. Daarnaast werd de teruggave van een in beslag genomen iPhone aan verdachte gelast.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van twee gaspistolen en munitie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/028794-24
Datum uitspraak : 26 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] (Denemarken),
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].
Raadsvrouw: mr. D.N.A. Brouns, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 januari 2024 tot en met 23
januari 2024 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,
één of meerdere vuurwapen(s) van categorie III en/of munitie van categorie III, te weten
- twee (gas)pistolen van het merk, Aksa, kaliber 9 mm knal en/of
- 11 patronen van het merk Geco 9 mm Luger, type 9x19SR MEN13FO517 en/of 9x19SR
MEN13HO514 en/of S&B 9x19 13, kaliber 9x 19 mm en/of
- 12 patronen van het merk Geco 9 mm Luger, type, S&B 9x19 12, kaliber 9x 19 mm in elk geval (een) vuurwapen(s) en/of munitie voorhanden heeft/hebben gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 22 januari 2024 werd bij verdachte een hotelkamer pas van hotel De Prince te Nijmegen aangetroffen. Verdachte heeft destijds hotelkamer nummer [nummer] van dit hotel gehuurd en heeft daarin verbleven. Verdachte zei dat hij uitgecheckt was en heeft twee pasjes aan de politie overhandigd. De politie heeft die dag de pasjes bij het hotel ingeleverd en in die kamer [nummer] van hotel De Prince te Nijmegen de koffer van verdachte aangetroffen en twee dozen (nieuwe verpakkingen) met daarin motorhelmen. [2]
Op 23 januari 2024 werden op dezelfde hotelkamer [nummer] twee vuurwapens en munitie aangetroffen in één van de dozen, met daarop de tekst Scorpion Exo, waarin de helmen zaten. [3] Het betrof twee (gas)pistolen van het merk Aksa in het kaliber 9 mm knal. De vuurwapens zijn geschikt om projectielen mee te verschieten. Er werd een passend patroonmagazijn aangetroffen dat gevuld was met 11 kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm. Op de hulsbodem stond vermeld: “Geco 9 mm Luger", ”9x19SR MEN13F0517", "9x19SR MEN13HO514" en “S&B 9x19 13". Daarnaast werd een passend patroonmagazijn aangetroffen dat gevuld was met 12 kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm. Op de hulsbodem stond vermeld: “Geca 9 mm Luger“ en “S&B 9x19 12". [4]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat enkel is gebleken dat verdachte op 8 januari 2024 de helmen voorhanden heeft gehad. Het is niet gebleken dat verdachte wapens op enig moment voorhanden heeft gehad. Er zijn geen DNA-sporen of vingerafdrukken van verdachte aangetroffen op de vuurwapens of munitie. Er is niet gebleken hoeveel passen van de hotelkamers er zijn uitgegeven. Ook is het niet duidelijk wanneer de dozen en/of wapens in de hotelkamer zijn geplaatst en of verdachte toen ook nog in de hotelkamer is geweest. In de gehele tenlastegelegde periode kon immers ook personeel van het hotel op de hotelkamer komen. Hieruit volgt dat verdachte geen wetenschap of feitelijke beschikkingsmacht had met betrekking tot de wapens en munitie. De raadsvrouw verzoekt primair om verdachte vrij te spreken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Beoordeling door de rechtbank
De helmen van het merk Scorpion Covert FX zijn aangekocht bij Voordeelhelmen in Amsterdam op 8 januari 2024 door een klant die als naam [naam 1] had opgegeven. [5] Op de camerabeelden van de aankoop van deze helmen wordt verdachte door de verbalisant herkend als koper. [6]
Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat de Deen zich voorstelde als [naam 1], maar door het Deense meisje wel eens [naam 1] werd genoemd. [7] [naam 1] heeft [medeverdachte] gevraagd om zijn spullen bij het hotel op te halen en de dag erna heeft hij dat weer gevraagd. [naam 1] zei tegen [medeverdachte] dat hij die spullen dan later bij hem zou ophalen. [medeverdachte] heeft toen, 23 januari 2024, aan [naam 2] gevraagd om de spullen op te halen. Het ging om twee kleine dozen en een koffer. [naam 2] zei dat de politie al was geweest en spullen had meegenomen. [8] De rechtbank merkt op dat de (eerste) voornaam van verdachte [naam 1] is.
De eigenaar van hotel De Prince heeft verklaard dat kamer [nummer] in eerste instantie op naam van [verdachte] van 17 januari 2024 tot 22 januari 2024 was geboekt, maar dat op 22 januari 2024 nog voor twee nachten werd bijgeboekt. Verdachte is op camerabeelden op 22 januari 2024 in het hotel te zien. Verder verklaart de hoteleigenaar dat de man die in kamer [nummer] verbleef na 22 januari 2024 niet meer in het hotel gezien is. Omdat de gasten geen pasjes meer hadden konden ze na de avond van 22 januari 2024 niet meer in de kamer. [9]
De rechtbank stelt, ondanks hetgeen verdachte heeft verklaard, vast dat hij degene is die [naam 1] werd genoemd. Dit volgt immers uit de verklaring van [medeverdachte] en de opgegeven naam bij de aankoop van de helmen. Hiermee staat ook vast dat verdachte aan [medeverdachte] opdracht heeft gegeven om de twee dozen, waarvan de rechtbank ervan uitgaat dat daarmee de twee dozen met helmen en vuurwapens werden bedoeld, en zijn koffer op te halen. Verdachte verbleef verder op kamer [nummer] van hotel De Prince die ook door hem werd betaald, waar op 23 januari 2024 twee vuurwapens en munitie zijn gevonden. De vuurwapens zijn aangetroffen in dozen waarin motorhelmen zaten die door verdachte zijn gekocht onder een valse c.q. andere naam. Op 22 januari 2024 is verdachte voor het laatst in dit hotel geweest en later op deze dag werden de twee dozen van de helmen door de politie gezien in de desbetreffende hotelkamer. Het is verder niet gebleken dat en geen scenario onderbouwd waarin het mogelijk is dat iemand anders in de hotelkamer is geweest nadat verdachte daar op 22 januari 2024 nog is gezien, bij hem diezelfde dag het pasje van de kamer is aangetroffen door de politie en vervolgens bij het hotel is ingeleverd, tot het moment waarop in deze helmen vuurwapens en munitie werden aangetroffen.
Gelet op de voorgaande overweging is de rechtbank van oordeel dat verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht had over de twee vuurwapens en de munitie. De helmen waarin de vuurwapens zijn aangetroffen zijn door verdachte aangeschaft, de vuurwapens zijn in zijn hotelkamer, waar ook zijn koffer zich nog bevond, aangetroffen. Nog daargelaten dat geen alternatieve verklaring is gegeven hoe, wanneer en waarom een ander dat buiten wetenschap en medewerking van verdachte daar toen in zijn hotelkamer in zijn helm zou hebben gelegd volgt de wetenschap van verdachte van de wapens en munitie én zijn beschikkingsmacht daarover uit de omstandigheid dat verdachte de opdracht heeft gegeven aan een ander om specifiek zijn koffer en de twee dozen op te halen nadat de politie in de hotelkamer was geweest.
Uit het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte met betrekking tot het voorhanden hebben van de vuurwapens en munitie heeft gehandeld in nauwe en bewuste samenwerking met een andere persoon of meerdere andere personen. Uit de bewijsmiddelen blijkt ook niet dat verdachte de vuurwapens en munitie al in de periode vóór 22 januari 2024 voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal verdachte vrij spreken voor het in vereniging plegen en voor de periode van 17 januari 2024 tot en met 21 januari 2024.
De rechtbank acht verder het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op één of meerdere tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van
22 januari 2024tot en met 23 januari 2024 te Nijmegen,
in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,
één ofmeerdere vuurwapen
(s
)van categorie III en
/ofmunitie van categorie III, te weten
- twee (gas)pistolen van het merk, Aksa, kaliber 9 mm knal en
/of
- 11 patronen van het merk Geco 9 mm Luger, type 9x19SR MEN13FO517 en
/of9x19SR
MEN13HO514 en
/ofS&B 9x19 13, kaliber 9x 19 mm en
/of
- 12 patronen van het merk Geco 9 mm Luger, type, S&B 9x19 12, kaliber 9x 19 mm
in elk geval (een) vuurwapen(s) en/of munitievoorhanden heeft
/hebbengehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest waarbij wordt uitgegaan vanaf het moment dat verdachte in Berlijn is aangehouden, te weten 11 juli 2025.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte bij een bewezenverklaring reeds zijn straf heeft uitgezeten. Het gaat om twee omgebouwde gaspistolen die niet waren doorgeladen. Het gaat om een feit van 2 jaar geleden. Daarnaast is er geen sprake van relevante documentatie. Als gekeken wordt naar vergelijkbare zaken en LOVS-oriëntatiepunten dan dient de straf niet langer te zijn dan het reeds ondergane voorarrest.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens en munitie die hij had verstopt in helmen in dozen. De vuurwapens waren, hoewel niet doorgeladen, wel direct te gebruiken en bevonden zich in een hotelkamer. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie levert een onaanvaardbaar risico op voor de maatschappij en zorgt voor maatschappelijke onrust. Daarnaast zijn er aanwijzingen in het dossier dat er sprake is van beroepscriminaliteit of in ieder geval de (mogelijke) voorbereiding voor een ernstig strafbaar feit. De vuurwapens zijn in twee motorhelmen aangetroffen waarbij ook drie valse identiteitsbewijzen lagen. In de auto waarin verdachte werd aangehouden werd eveneens een GPS-tracker en twee zwarte kledingsets aangetroffen. Daarbij heeft verdachte al een geruime tijd geen (legale) inkomsten. Uiteindelijk is verdachte nadat de wapens zijn gevonden gevlucht naar het buitenland. De rechtbank neemt dit alles in strafverzwarende zin mee.
De rechtbank heeft kennis genomen van het Deense strafblad (uittreksel ECRIS) van verdachte van 3 oktober 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het in het publiek dragen van een mes.
Gelet op de proceshouding van verdachte, die geen openheid van zaken heeft gegeven over het bezit van de vuurwapens en munitie, acht de rechtbank enkel afstraffing op zijn plaats. De rechtbank zal echter de eis van de officier van justitie niet volgen omdat zij de strafverzwarende omstandigheden van deze zaak anders weegt. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest alsmede de tijd die hij in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om uitlevering heeft doorgebracht passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de teruggave van de Apple iPhone aan verdachte gelasten omdat geen sprake is van de gevallen als genoemd in de artikelen 33a of 36c van het Wetboek van Strafrecht, waardoor de telefoon niet voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer in aanmerking komt.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis of in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om uitlevering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 gelast de teruggave van de Apple iPhone, kleur: Wit, goednummer: PLO060U-2024034017-35L4072 aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 februari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van Team Opsporing, opgemaakte proces-verbaal, ONRAA24001 / AIWAYS dossiernummer DOS00362, gesloten op 14 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 74; stamprocesverbaal p. 9; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 februari 2026.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 41, 42.
4.Proces-verbaal onderzoek wapen, p. 456 t/m 462; proces-verbaal onderzoek wapen p. 463 t/m 470.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 232.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 186, 187.
7.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 555, 557.
8.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 556; proces-verbaal van bevindingen, p. 137 t/m 144.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. 94, 95, proces-verbaal van bevindingen, p. 198 en proces-verbaal van bevindingen, p. 207.