ECLI:NL:RBGEL:2026:1775

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
166671-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 2 OpiumwetArt. 10 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voorbereidingshandelingen productie synthetische drugs met oplegging kostenverhaal

Op 19 mei 2023 werden in een door verdachte gehuurd bedrijfspand in Zevenaar meerdere jerrycans met chemicaliën, waaronder 440 liter BMK en PMK-glycidezuur, aangetroffen die bestemd waren voor de productie van synthetische drugs. DNA-onderzoek koppelde verdachte aan de vuilniszakken waarin de jerrycans waren verpakt. Camerabeelden toonden verdachte en zijn vader meerdere malen goederen in en uit de loods brengen.

De verdediging voerde gebrek aan bewijs aan, onder meer over de hoeveelheid BMK en de interpretatie van DNA-sporen, maar de rechtbank achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Verdachte had kennis van de aanwezigheid van de chemicaliën en gebruikte het pand als opslagruimte.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, mede vanwege de ernst van het feit en de overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd de maatregel kostenverhaal opgelegd voor €5.816,49 voor de opruimkosten van het drugslab. De rechtbank hield rekening met persoonlijke omstandigheden en het reclasseringsadvies.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en moet €5.816,49 kostenverhaal betalen voor opruiming drugslab.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/166671-23
Datum uitspraak : 26 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1], [postcode] [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. F. van den Heuvel, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 mei 2023 te Zevenaar althans in Nederland,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van (meth)amfetamine en/of amfetamine en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
- zich en/of een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit heeft verschaft, en
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd
waren tot het plegen van dat feit, door:
- een pand aan de [adres 2] te Zevenaar te huren, (als opslagruimte voor chemicaliën,
grondstoffen, (laboratorium)benodigdheden) te gebruiken en/of beschikbaar te stellen, en
- een grote hoeveelheid chemicaliën, grondstoffen, (laboratorium)benodigdheden voorhanden te
hebben, waaronder:
- (475 liter) Benzylmethylketon en/of
- een (grote) hoeveelheid PMK-glycidezuur en/of
- een of meerdere stalen flenzen en/of platen en/of
- een destillatiebuis en/of
- een of meerdere ademmasker(s) en/of
- een gasbrander.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 19 mei 2023 zijn er meerdere jerrycans in vuilniszakken aangetroffen in een bedrijfspand aan de [adres 2] te Zevenaar. Daarnaast werd daar aangetroffen: ruim 2,5 kg PMK-glycidezuur, stalen flenzen en platen, een destillatiebuis, meerdere ademmaskers en een gasbrander. De ethylester van 'PMK-glycidezuur' wordt gebruikt voor het vervaardigen
van PMK (piperonylmethylketon), een grondstof voor MDMA. [2] Het bedrijfspand werd gehuurd door verdachte. [3]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ten laste gelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Er is geen onderzoek gedaan naar het vermeend barricaderen van de tussendeur. De getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] sluiten niet op elkaar aan. Uit de telefoon van verdachte is niets gebleken dat hem kan linken aan het ten laste gelegde. Verder is er onvoldoende onderzoek gedaan naar verdachte, hetgeen zijn onschuld had kunnen onderbouwen. Het DNA-materiaal van verdachte op de vuilniszak, dat wellicht alleen op de buitenkant heeft gezeten, kan er eveneens op een andere wijze, bijvoorbeeld door overdracht, op zijn gekomen. De camera-beelden zeggen op zichzelf ook weinig omdat niet al het beeldmateriaal beschikbaar is alsmede er een andere toegangsdeur is voor de loods dan de deur waarop de camera’s zijn gericht.
Subsidiair heeft de raadsvrouw het standpunt ingenomen dat slechts vijf van de witte jerrycans onderzocht zijn. De in de tenlastelegging opgenomen hoeveelheid van 475 liter kan daardoor niet wettig en overtuigend worden bewezen, nu maar kan worden vastgesteld dat er sprake was van 125 liter van de grondstof BMK. De andere jerrycans zijn immers niet onderzocht, waardoor niet kan worden vastgesteld dat deze jerrycans ook de grondstof BMK hebben bevat.
Beoordeling door de rechtbank
De aangetroffen jerrycans zijn alle positief indicatief getest op de aanwezigheid van BMK. [4] In het bedrijfspand zijn 12 witte jerrycans van 25 liter aangetroffen, waarvan drie monsters zijn getest. Er werd één jerrycan van 20 liter aangetroffen die half vol zat. Verder waren er nog 7 jerrycans van 20 liter waarvan twee monsters zijn genomen. In deze monsters is de stof BMK (benzylmethylketon) aangetoond. BMK is een grondstof voor amfetamine en metamfetamine. Het politieonderdeel LFO (Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen) concludeert dat met de aangetroffen 475 liter BMK tussen de 427,5 en 475 liter amfetamineolie kan worden geproduceerd en tussen de 855 en 1.140 kilogram onversneden amfetaminepasta kan worden geproduceerd. [5]
Van één van de vuilniszakken (AAPP2770NL) werd een bemonstering genomen. Uit deze bemonstering (AAQV7208NL#01) is een DNA-mengprofiel van minimaal 3 donoren verkregen. Uit dit DNA-mengprofiel kon een DNA-profiel worden onderscheiden, waaruit een DNA-profiel van 2 personen kon worden afgeleid. Het DNA-profiel van verdachte komt hiermee overeen. Het DNA-profiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte donor is dan wanneer dit niet zo is [6] .
Getuige [getuige 1] heeft op 20 mei 2023 verklaard dat verdachte € 200,00 per maand contant voor de huur van het bedrijfspand betaalde. Het was verdachte die graag contant wilde betalen. Verdachte had twee sleutels en getuige zelf had ook een sleutel. Getuige [getuige 1] kon vanuit zijn ruimte naar de ruimte van verdachte door een deur, maar die was sinds een paar maanden geblokkeerd omdat er iets voor stond. Een week voor het verhoor was getuige [getuige 1] nog aanwezig in de ruimte van verdachte, maar toen zag hij niets bijzonders. Getuige [getuige 1] had een dag voor het verhoor met verdachte gesproken over het aantreffen van de jerrycans. Verdachte heeft tegen getuige [getuige 1] gezegd dat er diesel in de jerrycans zat. [7]
De politie heeft camerabeelden van de ingang van het bedrijfspand (loods) bekeken van de periode van 11 mei 2023 tot en met 19 mei 2023. Uit de camerabeelden bleek dat de verklaring van getuige [getuige 1] overeenkwam met de bevindingen op de camerabeelden. Daarnaast werden verdachte en zijn vader op de beelden herkend door de verbalisant. Er werden op meerdere data en tijdstippen goederen vanuit de achterbank en kofferbak van een auto in de loods gebracht. Op 14 mei 2023 om 10:35 uur kwam de Mercedes voorzien van kenteken [kenteken] aan bij de loods waar twee mannen meerdere tassen vanuit de loods in de auto verplaatsten. Later die dag om 22:41 uur arriveerde een personenauto, gelijkend op de Mercedes ([kenteken]) bij de loods waar een bestuurder uitstapte en goederen uit de kofferbak de loods naar binnen bracht. Daarna bleef deze man in de loods tot hij om 23:08 uur vertrok. Op 17 mei 2023 werd er om 00:54 uur activiteit vastgelegd voor de [adres 2]. Op 18 mei 2023 om 01:10 uur kwam een witte bestelauto, die twee dagen eerder ook bij de loods was, aan bij de loods en reed achteruit. Op 17 mei 2023 om 08:08 uur kwam de Mercedes ([kenteken]) aan bij het pand aan de [adres 2]. Er is beschreven dat er twee personen in het voertuig zaten waarvan de bijrijder de deur van de loods aan de [adres 2] opende. Vervolgens werd de achterklep geopend en vond er activiteit plaats in de ruimte links naast de deur. Gedurende de periode van de camerabeelden zag de verbalisant, geen andere personen de loods binnen gaan dan verdachte en zijn vader. Tevens werd gezien dat deze personen zich middels een handeling bij het slot, met sleutel, de toegang naar de loods verschaften en de loods bij het weggaan middels het slot sloten. [8]
Uit de huurovereenkomst van de Mercedes ([kenteken]) bleek dat deze auto gehuurd werd voor een bedrag van € 500,00 per week door verdachte. [9]
Verdachte heeft verklaard dat de ademmaskers en de destillatiebuis van hem zijn. Verder heeft hij verklaard dat hij met getuige [getuige 1] heeft gesproken op 19 mei 2023 en dat hij is weggegaan bij het bedrijfspand omdat de politie eraan kwam. Verdachte had destijds geen inkomsten en leefde van geld van zijn broer en van zijn moeder. [10]
De rechtbank overweegt naar aanleiding van de bewijsmiddelen het verhandelde ter terechtzitting het volgende.
Er zijn 20 jerrycans gewikkeld in een vuilniszak aangetroffen in het door verdachte gehuurde deel van een bedrijfspand. Ondanks hetgeen de verdediging heeft aangevoerd stelt de rechtbank vast dat alle 20 jerrycans de stof BMK hebben bevat. De politie heeft immers alle jerrycans indicatief positief getest op BMK, waarna willekeurig een aantal monsters zijn genomen. Bij deze monsters is door het NFI vastgesteld dat deze de stof BMK bevatten. De rechtbank merkt op dat het LFO uitgaat van een andere hoeveelheid liters BMK dan de hoeveelheid waarop de rechtbank op basis van het dossier uitkomt. Uit het rapport van het NFI blijkt immers een hoeveelheid van totaal 12 jerrycans met 25 liter en 7 jerrycans met 20 liter BMK. Dit is een totaal van 440 liter aangetroffen BMK. Er is ook nog een blauwe jerrycan aangetroffen die half gevuld was, maar daarvan kan niet worden vastgesteld welke hoeveelheid BMK zich in deze jerrycan bevond.
De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de jerrycans met BMK en de gripzakjes met PMK-glycidezuur in zijn loods. Met betrekking tot dit verweer overweegt de rechtbank het volgende. Voor de rechtbank is, naar aanleiding van het DNA-onderzoek van het NFI en op basis van de overige informatie in het dossier, komen vast te staan dat een gedeelte van het DNA dat is aangetroffen in de bemonstering van één van de vuilniszakken waarin de jerrycans waren gewikkeld, van verdachte afkomstig is. Dit betreft niet een geringe hoeveelheid zoals de raadsvrouw heeft aangevoerd, immers is dit slechts een
relatiefgeringe hoeveelheid DNA ten opzichte van de hoeveelheid DNA van onbekende man A die er is aangetroffen. De bemonstering met daarin DNA van verdachte bevond zich bovendien niet willekeurig op een vuilniszak, maar op een vuilniszak waarin de jerrycans bevattende BMK zat gewikkeld. Verder is eveneens uit de camerabeelden gebleken dat een persoon, die herkend wordt als verdachte, in een auto gelijkend op de auto waarin verdachte reed meerdere malen in de nacht bij de loods wordt gezien. Ook worden er door die persoon meerdere malen goederen in en uit de loods gebracht. Weliswaar heeft verdachte verklaard dat iedereen in de loods naar binnen kon omdat de deur niet op slot was, maar op de camerabeelden is vastgelegd dat het slot van de deur dicht wordt gedaan bij het verlaten van de loods. Het is eveneens onwaarschijnlijk dat een andere persoon, bijvoorbeeld getuige [getuige 1], die ook in het bezit was van een sleutel van de loods, de jerrycans daar heeft neergezet om vervolgens een melding te doen bij de politie. Hiermee zou hij zijn eigen (waardevolle) handel in gevaar brengen terwijl er geen aanwijzingen waren dat de politie de aanwezigheid van BMK in de desbetreffende loods op het spoor was. Het is daarnaast opmerkelijk dat verdachte, nadat getuige [getuige 1] hem verteld heeft dat de politie eraan komt, wegrijdt. Ook heeft verdachte voordat hij wegging aan getuige [getuige 1] verteld dat er diesel in de jerrycans zat. Indien de verdachte daadwerkelijk dacht of vermoedde dat er in de jerrycans diesel zat, dan had hij immers geen reden om weg te rijden wegens de komst van de politieagenten. Tot slot had verdachte destijds geen inkomsten, maar had hij wel een huurovereenkomst op zijn naam staan van een auto met een huurprijs van € 500,- per week en betaalde hij de huur van € 200,- van de loods met contant geld.
Gelet op hiervoor genoemde omstandigheden en de hoeveelheid aangetroffen BMK en PMK-glycidezuur en de overige goederen, kan het niet anders dan dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van deze goederen in zijn loods. Verder volgt uit alle goederen en vloeistoffen tezamen, in combinatie met de verklaring van verdachte tegen getuige [getuige 1] dat de jerrycans slechts diesel bevatten, dat verdachte kennis had dat deze combinatie van goederen en vloeistoffen geen ander doel hadden dan en enkel konden dienen voor de productie van (synthetische) drugs. Het bedrijfspand (de loods) is hierbij gebruikt en ter beschikking gesteld als opslagruimte voor deze chemicaliën en goederen.
Alles overwegend acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks19 mei 2023 te Zevenaar
althans in Nederland,om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en
/of
- het opzettelijk vervaardigen van (meth)amfetamine en/of amfetamine en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
- zich en/of een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit heeft verschaft, en
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd
waren tot het plegen van dat feit, door:
- een pand aan de [adres 2] te Zevenaar te huren, (als opslagruimte voor chemicaliën,
grondstoffen, (laboratorium)benodigdheden) te gebruiken en
/ofbeschikbaar te stellen, en
- een grote hoeveelheid chemicaliën, grondstoffen, (laboratorium)benodigdheden voorhanden te
hebben, waaronder:
- (
440liter) Benzylmethylketon en
/of
- een (grote) hoeveelheid PMK-glycidezuur en
/of
- een of meerdere stalen flenzen en/of platen en
/of
- een destillatiebuis en
/of
-
een ofmeerdere ademmasker
(s
)en
/of
- een gasbrander.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich en een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Verder verzoekt de officier van justitie om oplegging van de maatregel kostenverhaal ter hoogte van een bedrag conform het rapport.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat bij een strafoplegging er rekening gehouden wordt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft een moeilijke periode achter de rug, waarbij hij ten tijde van het ten laste gelegde graag aan zijn motor sleutelde. Dit kon na de huidige verdenking niet meer. Hij heeft daarna een café overgenomen, maar dit is niet succesvol geweest. Inmiddels is hij weer aan het werk, heeft hij een zoon van zes maanden en start hij binnenkort met een schuldsaneringstraject. Een gevangenisstraf zou deze positieve ontwikkelingen doorkruisen. Het zou ook niet passend zijn om na dit tijdsverloop nog een gevangenisstraf op te leggen. Er is geen sprake van een risico op recidive, waardoor verdachte meer baat heeft bij een voorwaardelijke gevangenisstraf of een (deels) voorwaardelijke taakstraf.
Tot slot wordt, gelet op de bepleite vrijspraak, verzocht om de oplegging van de maatregel kostenverhaal af te wijzen. Subsidiair refereert de raadsvrouw zich op dat punt aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs. Het is een ernstig feit omdat verdachte hiermee mede verantwoordelijk is voor het in stand houden van de handel in (meth)amfetamine. Deze handel gaat gepaard met criminaliteit, waarbij (ernstig) geweld niet wordt geschuwd. Daarnaast zijn drugs verslavend en schadelijk voor de gezondheid. De aangetroffen chemicaliën die dienen om synthetische drugs mee te produceren zijn eveneens schadelijk voor mens en natuur. Het opruimen van deze schadelijke stoffen levert een aanzienlijke kostenpost op voor de samenleving. Verdachte heeft zich geen moment bekommerd om deze nadelige effecten en had enkel eigen financieel gewin voor ogen. De rechtbank rekent verdachte dit aan.
De persoon van verdachte
Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld van soortgelijke feiten.
Op 27 januari 2026 is een reclasseringsadvies over verdachte opgemaakt door Reclassering Nederland. Reclassering concludeert dat er geen delictgerelateerde criminogene noch beschermende factoren kunnen worden vastgesteld, gelet op de ontkenning van verdachte. De reclassering ziet op de leefgebieden van verdachte geen problematiek die aandacht van de reclassering behoeft. De huidige financiële situatie van verdachte wordt als eventuele risicofactor gezien, die wordt opgevangen door de gemeente waar een schuldhulpverleningstraject is aangevangen. Reclassering wijst er onder meer op dat het feit uit 2023 dateert en verdachte sindsdien niet meer in aanraking is geweest met justitie en stelt dat er geen noodzaak is tot reclasseringsbemoeienis. Reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Redelijke termijn
In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt in eerste aanleg geldt dat een einduitspraak binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen moet zijn afgerond met een einduitspraak. Bijzonderheden die reden zijn om van dit uitgangspunt af te wijken zijn niet gebleken.
Verdachte is op 20 juli 2023 aangehouden en verhoord. De redelijke termijn is daardoor op dat moment aangevangen en de overschrijding daarvan is gestart op 20 juli 2025. Daarmee is de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met ongeveer 7 maanden, overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
De straf
De rechtbank zal de eis van de officier van justitie niet volgen. Gelet op de LOVS-oriëntatiepunten en de richtlijnen van het OM is de eis, wegens de ernst van het feit en de grote hoeveelheid die zelfs de hoogste categorie van de LOVS-oriëntatiepunten over voorbereidingshandeling voor Opiumwetdelicten flink te boven gaat, ver onder de gebruikelijke maatstaf. Gelet hierop is enkel een gevangenisstraf van forse duur op zijn plaats. De rechtbank acht daarnaast een deels voorwaardelijke straf passend om verdachte er in de toekomst van te weerhouden om wederom strafbare feiten te plegen. De rechtbank neemt daarom als startpunt een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Gelet echter op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank deze straf matigen. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Maatregel kostenverhaal
De Maatregel Kostenverhaal is opgenomen in artikel 13d van de Opiumwet. Deze maatregel maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp.
In het dossier zit een rapport maatregel kostenverhaal, een factuur voor de werkzaamheden ter opruiming van de opslaglocatie, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en hardware ter vernietiging en een betalingsbewijs van deze factuur. De gemaakte kosten zijn vastgesteld op € 5.816,49. De in beslag genomen voorwerpen moesten worden vernietigd, omdat zij ernstig gevaar opleverden voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid.
De rechtbank stelt vast dat aan de vereisten voor oplegging van de maatregel kostenverhaal is voldaan. In het pand waren namelijk gevaarlijke chemicaliën aanwezig en er zijn kosten gemaakt om deze chemicaliën af te voeren en de hardware te vernietigen. De kosten zijn in de factuur behoorlijk onderbouwd en er is door de verdediging geen (inhoudelijk) verweer op dit punt gevoerd. De rechtbank zal het gevorderde bedrag dan ook toewijzen zoals door de officier van justitie gevorderd. De rechtbank legt aan verdachte de maatregel kostenverhaal op voor een bedrag van
€ 5.816,49.
Als dit bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling voor de duur van 54 dagen worden toegepast, zonder dat daardoor de betalingsverplichting van verdachte vervalt.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10, 10 a en 13d van de Opiumwet.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
 bepaalt dat
een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van
de proeftijd van drie jarenschuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
  • legt op de
  • bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op
Dit vonnis is gewezen door E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A.H.J. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 februari 2026.
mr. E.S.M. van Bergen en mr. A.H.J. Steenweg zijn buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer ON4R023046 – onderzoek VARAAN, gesloten op 21 december 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 159; proces-verbaal van bevindingen, p. 17, 18; NFI-rapport identificatie van drugs, p. 85.
3.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2026.
4.Proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 29.
5.Proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 30, 31; NFI rapport, p. 48.
6.Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijfsruimte ([adres 2] Zevenaar) p. 0500055. NFI rapport DNA-onderzoek, p. 94, 95.
7.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 24 t/m 26.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 164 t/m 179.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. 131.
10.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 februari 2026.