ECLI:NL:RBGEL:2026:1672

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
53755564424
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 SvArt. 2:12 WETS
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs-maatregel met voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging na interstatelijke overdracht

De rechtbank Gelderland heeft op 27 februari 2026 uitspraak gedaan over de verlenging van een tbs-maatregel met verpleging die oorspronkelijk in België was opgelegd als interneringsmaatregel. De maatregel is omgezet in Nederland in een terbeschikkingstelling met verpleging, zonder duurbeperking, en de rechtbank verlengt deze maatregel met twee jaar.

De betrokkene lijdt aan schizofrenie en heeft een verleden van middelenmisbruik. De behandeling verloopt positief, met stabilisatie van de stoornis en een laag recidiverisico binnen het zorgkader. Deskundigen en reclassering adviseren de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, wat de rechtbank overneemt onder strikte voorwaarden, waaronder medicatietrouw, toezicht, en een contact- en locatieverbod.

De rechtbank legt voorwaarden op die onder meer het verblijf in een forensisch psychiatrisch centrum tot opname in een beschermde woonvorm omvatten, evenals het naleven van huisregels, medicatiegebruik, en het meewerken aan reclasseringstoezicht. Het contact- en locatieverbod betreft de Belgische provincie Limburg en de stad Maastricht, in het belang van de nabestaanden.

De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige afweging van veiligheid, behandeling en resocialisatie, waarbij de maatregel wordt verlengd om de veiligheid te waarborgen, maar tegelijkertijd ruimte wordt geboden voor geleidelijke terugkeer naar minder intensieve zorgvormen.

Uitkomst: De tbs-maatregel wordt met twee jaar verlengd en de dwangverpleging wordt voorwaardelijk beëindigd onder strikte voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.375644.24
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in [kliniek] , hierna: de
kliniek.
Raadsman: mr. J.A.W. Knoester, advocaat in Den Haag.

Procedure

De rechtbank van eerste aanleg Limburg-Afdeling Tongeren (België) heeft op 6 augustus 2021 de maatregel naar Belgisch recht internering van betrokkene bevolen.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 29 juli 2024 geadviseerd dat de interneringsmaatregel in Nederland kan worden ten uitvoer gelegd indien deze wordt omgezet in de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Het hof heeft daarbij overwogen:
“De internering is opgelegd voor een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel van
terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is daarom niet in duur
gemaximeerd tot vier jaar.
Ter bevordering van een goede voortzetting van de behandeling en resocialisatie van de
veroordeelde na de interstatelijke overdracht van de maatregel, is het hof van oordeel dat de eerste termijn van de terbeschikkingstelling na de overdracht dient te gelden voor de tijd van één jaar en dat in het kader van de eventuele verlengingsprocedure een multidisciplinaire rapportage dient wordt opgemaakt als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.”
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 5 november 2024 dit advies overgenomen en ingevolge artikel 2:12 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS), beslist dat de interneringsmaatregel in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd in de vorm van terbeschikkingstelling met verpleging met de overweging dat de maatregel niet is gemaximeerd en dat na één jaar een verlengingsprocedure zal worden gestart.
Deze maatregel is ingegaan op 20 november 2024, toen betrokkene is overgeplaatst van FPC [kliniek] naar de PPC-afdeling in de PI [plaats] . Op 25 juli 2025 is hij opgenomen in FPC [kliniek] .
Bij vordering van 13 oktober 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op dezelfde dag, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
Op de terechtzitting van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank het onderzoek aangehouden om de reclassering onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging en een maatregel rapport op te stellen. Op 13 februari 2026 heeft de rechtbank het onderzoek naar de vordering voortgezet.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
  • het adviesrapport van de kliniek van 30 september 2025, waarin wordt geadviseerd de duur van de maatregel te verlengen met twee jaren;
  • het advies van psychiater W.J. Canton van 8 augustus 2025, waarin wordt geadviseerd de duur van de maatregel te verlengen met twee jaren en het bevel tot verpleging voorwaardelijk te beëindigen;
  • het advies van psycholoog B. Koudstaal van 22 augustus 2025, waarin wordt geadviseerd de duur van de maatregel te verlengen met twee jaren en het bevel tot verpleging voorwaardelijk te beëindigen;
  • het reclasseringsadvies van 13 januari 2026, strekkende tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen van de kliniek;
  • een mail van de Slachtoffercoördinator van het openbaar ministerie van 12 februari 2026 met het verzoek in geval van voorwaardelijke beëindiging, nader genoemd contact- en locatieverbod op te leggen;
  • het proces-verbaal van de zitting van 31 oktober 2025.
Ter zitting van 13 februari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene en zijn raadsman,
- deskundige N.A. van Gerwen, hoofd behandeling in de kliniek,
- deskundige A.P.H. Lenders, reclasseringswerker, en
- de officier van justitie, mr. Z. Rajcevic.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de maatregel met twee jaren gehandhaafd en heeft gevorderd dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk wordt beëindigd met ingang van de plaatsing van betrokkene in FPA de [kliniek] . Op verzoek van de nabestaanden heeft de officier van justitie verzocht de voorwaarden uit te breiden met een locatie- en een contactverbod met [naam] en [naam] .
De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging met onmiddellijke ingang. Zo nodig kan hiervoor als extra voorwaarde worden opgenomen dat betrokkene tot aan de plaatsing in FPA de [kliniek] , verblijft in de kliniek en zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen van de kliniek. Tegen opname van een contact- en locatieverbod bestaat geen bezwaar.

De beoordeling

Indexdelict
De internering van betrokkene is opgelegd voor doodslag op zijn toenmalige partner, een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is daarom niet in duur gemaximeerd tot vier jaar.
Stoornis
Uit de rapporten van de deskundigen blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie van het paranoïde type en van een verleden met misbruik van opioïden en cannabis. Door medicatie en verblijf in een gestructureerde omgeving zijn de hallucinaties en wanen inmiddels verdwenen. De stoornis is nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Op 25 juli 2025 is betrokkene opgenomen op behandelafdeling [afdeling] van de [kliniek] . De behandeling verloopt positief. Betrokkene is open in het contact, doet zichtbaar zijn best om mee te draaien binnen de groep en stelt daarbij hoge eisen aan zichzelf. Hij functioneert stabiel, stelt zich meewerkend op, heeft ziektebesef, is behandeltrouw en zeer gemotiveerd om zijn medicatie te blijven gebruiken. Betrokkene beseft dat zijn medicatie het allerbelangrijkste is in zijn risicomanagement en handelt hier ook naar. Dit brengt mee dat betrokkene volgens de deskundigen toe is aan de stap van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Binnen dit kader dient hij te worden opgenomen in een FPA, waar stapsgewijs kan worden toegewerkt naar een passende beschermde woonvorm waar hij langdurig kan verblijven.
DIZ heeft betrokkene toegeleid naar FPA de [kliniek] . Hij staat hiervoor op de wachtlijst. Het streven is om betrokkene daar zo snel mogelijk na de beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te plaatsen. Ter zitting heeft de reclasseringswerker toegelicht dat FPA de [kliniek] zeer recent heeft laten weten dat er in april 2026 een passende plek voor betrokkene beschikbaar komt, maar een concrete opnamedatum is nog niet bekend. De deskundige van de kliniek heeft ter zitting toegezegd dat betrokkene - onder de titel van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging - tot aan de opname in een FPA op de huidige afdeling van de kliniek kan verblijven.
Recidivegevaar
Binnen het kader van de TBS wordt het recidiverisico als laag ingeschat. In een situatie zonder zorg en toezichthoudend kader stijgt het risico naar bovengemiddeld. Om te voorkomen dat betrokkene (opnieuw) afglijdt, is stevige en langdurige inbedding in zorg essentieel. Adequate instelling op antipsychotica, middelenabstinentie en voldoende ondersteuning en toezicht op het toestandsbeeld van betrokkene zijn van groot belang..
Verlenging van de maatregel
De rechtbank overweegt dat de stoornis nog altijd aanwezig is en dat het recidiverisico bij het wegvallen van de maatregel nog actueel is. De rechtbank is daarom van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. Gelet op de inhoud van de adviezen en het stadium van de behandeling,
zal de rechtbank de duur van de maatregel verlengen met twee jaren.
Voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging
De rechtbank stelt vast dat de kliniek, de reclassering en de onafhankelijke psychiater en psycholoog adviseren om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. Ook betrokkene staat achter dat advies. De rechtbank ziet geen reden anders te beslissen en zal overgaan tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege onder de voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. Betrokkene heeft verklaard zich aan deze voorwaarden te zullen houden.
Ter zitting heeft de deskundige van de kliniek toegezegd dat betrokkene ook onder deze nieuwe titel in de kliniek kan verblijven tot aan de opname in een FPA. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de voorwaardelijke beëindiging per direct ingaat en hiervoor een extra voorwaarde opnemen zoals ter zitting besproken. Gelet op de ernst van het indexdelict, zal de rechtbank in het belang van de nabestaanden ook het verzochte contact- en locatieverbod voor Belgische provincie Limburg en de plaats Maastricht opleggen.

De beslissing

De rechtbank:
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met
twee jaren;
-beëindigt de verpleging van overheidswege onder de voorwaarden, dat betrokkene:
1. zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
2. meewerkt aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat hij:
- zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien;
- zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering;
- de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is;
- meewerkt aan huisbezoeken;
- de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
- meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die
contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;
3. als de reclassering dat nodig vindt en betrokkene daarmee instemt, wordt opgenomen voor een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC)/FPK of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of betrokkene deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
4. niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat, zonder toestemming van de reclassering;
5. zijn medicatie (in pil en depotvorm) neemt zoals voorgeschreven door een behandeld
psychiater;
6. meewerkt aan opname in FPA [kliniek] , zodra een passende plek voor hem beschikbaar komt (in april 2026), of een soortgelijke zorginstelling De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
7. tot aan de plaatsing in genoemde FPA ter overbrugging verblijft in FPC de [kliniek] . Betrokkene houdt zich aan de regels aldaar en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
8. meewerkt aan ambulante behandeling door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend op de klinische opname. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
9. verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend op de klinische opname. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering
voor hem heeft opgesteld;
10. geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
11. geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit verbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
12. zich inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
13. meewerkt met een budgetcoach of bewindvoerder, als de reclassering dat nodig acht;
14. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt, zoekt of heeft met
[naam] en [naam] , zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig
vindt;
15. zich niet bevindt in de Belgische provincie Limburg en de stad Maastricht, zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig vindt.
- geeft aan de Reclassering Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en betrokkene ten behoeve daarvan te begeleiden.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.D. Leen, voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. G. Pesselse, rechters in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
Mr. Pesselse en de griffier zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.