Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
Verdachte verklaart dat zij op dat moment boos was omdat zij dacht dat de fietser tegen haar auto had geslagen, en dat het wel kan dat zij gemopperd heeft. Verdachte verklaart dat haar gezondheidssituatie en het feit dat zij het afgelopen jaar veel heeft meegemaakt, kunnen hebben bijgedragen aan haar boosheid op dat moment. [12]
3.De bewezenverklaring
of omstreeks16 februari 2025 te Heerde
een ofmeerdere botbreuken en
/of
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
- verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
- de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
- de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
- de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
- 14a, 14b, 14c, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht;
- 179a Wegenverkeerswet 1994.
10.De beslissing
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 5.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 5.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 50 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.