De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening van Stichting Milieuwerkgroep Buren tegen het besluit van 26 november 2025 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren. Dit besluit verleende een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het toepassen van pottenteelt, het bouwen van teelt ondersteunende voorzieningen (palen met draden), het aanleggen van verharde paden en het verbreden van een watergang op een locatie in de gemeente Buren.
Verzoekster betoogde dat de vergunning in strijd is met het bestemmingsplan “Buitengebied Buren” en het “Paraplubestemmingsplan archeologie Gemeente Buren 2023”, en dat het college de verkeerde procedure heeft gevolgd bij het verlenen van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). De voorzieningenrechter oordeelde dat de teelt ondersteunende voorzieningen als bouwwerken binnen de toegestane oppervlakte vallen en dat verharde paden ten behoeve van normaal agrarisch gebruik zijn toegestaan zonder vergunning. Ook de verbreding van de watergang is vergunningplichtig, maar de verleende vergunning is niet bestreden.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de activiteiten niet in strijd zijn met de bestemmingsplannen en dat de Bopa terecht is verleend. Het spoedeisend belang van verzoekster werd erkend, maar het zwaarwegende belang van vergunninghouder bij uitvoering van de werkzaamheden woog zwaarder. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en laat de bodemprocedure onverlet.