ECLI:NL:RBGEL:2026:1619
Rechtbank Gelderland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing oproeping in vrijwaring vennootschap onder firma in civiele procedure
In deze civiele procedure bij de rechtbank Gelderland heeft de gedaagde partij in de hoofdzaak een incidentele vordering ingediend tot oproeping van de vennootschap onder firma [firma], handelend onder de naam [bedrijf], in vrijwaring. De eiser in het incident verwees naar het eerdere oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de aangevoerde en niet weersproken gronden voldoende zijn om de vordering toe te wijzen. De oproeping in vrijwaring wordt daarom toegestaan, zodat de vennootschap onder firma als partij kan worden betrokken bij de procedure.
De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden totdat in de hoofdzaak een uitspraak wordt gedaan. Tevens is de zaak verwezen naar de rolzitting van 8 april 2026 voor de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, en worden verdere beslissingen aangehouden.
Het vonnis is gewezen door rechter S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot oproeping in vrijwaring toe en houdt de beslissing over de kosten aan tot de hoofdzaak.