Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1614

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/05/461700 / HA ZA 26-20
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101 RvArt. 108 lid 1 RvArt. 108 lid 2 RvArt. 110 lid 1 RvArt. 99 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst consumentenzaak naar rechtbank Midden-Nederland

Geldersche Houtbouw B.V. vordert betaling van openstaande facturen uit een overeenkomst van aanneming van werk met een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, waardoor sprake is van een consumentenovereenkomst. De eiser dagvaardde de gedaagde voor de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.

De rechtbank beoordeelt ambtshalve haar relatieve bevoegdheid en constateert dat de gedaagde woonachtig is binnen het arrondissement van de rechtbank Midden-Nederland, die daarom in beginsel relatief bevoegd is. Het door Geldersche Houtbouw ingeroepen forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden wordt niet gevolgd omdat het een consumentenovereenkomst betreft en de forumkeuze niet na het ontstaan van het geschil is overeengekomen.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. Partijen worden erop gewezen dat voor voortzetting van de procedure een nieuwe dagvaarding moet worden uitgebracht. Het vonnis is gewezen door rechter D.T. Boks en op 18 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank Gelderland verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/461700 / HA ZA 26-20
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GELDERSCHE HOUTBOUW B.V.,
gevestigd te Kootwijkerbroek (gemeente Barneveld),
eisende partij,
hierna te noemen: Geldersche Houtbouw,
advocaat: mr. J.P. Voorn te Rotterdam,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het herstelexploot van 29 december 2025,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Geldersche Houtbouw stelt met [gedaagde] een overeenkomst van aanneming van werk te hebben gesloten. Zij vordert betaling van € 102.900,00 aan openstaande facturen.
Relatieve bevoegdheid
2.2.
De zaak betreft een overeenkomst tussen een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (Geldersche Houtbouw) en een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf ( [gedaagde] ). Dat is een consumentenovereenkomst (artikel 101 Rv Pro). In dat geval moet de rechtbank ambtshalve beoordelen of zij relatief bevoegd is (artikel 110 lid 1 Rv Pro).
2.3.
[gedaagde] woont in [woonplaats] . [woonplaats] ligt binnen het arrondissement van de rechtbank Midden-Nederland. Daarom is in beginsel de rechtbank Midden-Nederland relatief bevoegd de zaak te behandelen (artikel 99 lid 1 Rv Pro).
2.4.
Geldersche Houtbouw heeft [gedaagde] gedagvaard voor de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem. Hieraan heeft zij artikel 20 van Pro de volgens haar toepasselijke
algemene voorwaarden ten grondslag gelegd, waarin een forumkeuze voor de rechtbank Gelderland is opgenomen.
2.5.
Het forumkeuzebeding waar Geldersche Houtbouw zich op beroept, heeft geen gevolg. Immers betreft de zaak een consumentenovereenkomst en is de forumkeuze niet overeengekomen na ontstaan van het geschil en is het niet [gedaagde] die zich tot de rechtbank wendt (artikel 108 lid 1 en Pro 2 Rv). De rechtbank Gelderland is daarom op basis van het forumkeuzebeding niet relatief bevoegd de zaak te behandelen.
2.6.
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, locatie Lelystad (artikel 99 lid 1 Rv Pro en het zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Midden-Nederland).

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het onderhavige geschil,
3.2.
verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, locatie Lelystad,
3.3.
wijst partijen erop dat voor voortzetting van de procedure vereist is dat een van partijen de andere partij bij exploot oproept tegen een nieuwe roldatum.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.