Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 10 van de zijde van Boston
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3 van de zijde van Radboud
- de mondelinge behandeling van 13 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Boston
- de pleitnota van Radboud.
2.De feiten
Algemene en procedurele informatie over de aanbesteding
Digitaal aanbieden
rechtsgeldig ondertekendte worden door een daartoe tekenbevoegde perso(o)n(en). Dit betreft een handtekening van een functionaris(sen) die volgens het uittreksel van het beroeps/handelsregister bevoegd is Inschrijver te vertegenwoordigen (c.q. handelt op basis van een volmacht welke wordt meegestuurd met Inschrijving).
LET OPinclusief toevoeging “de heer of mevrouw”, “naam” en “functie”).
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
kanof
zalworden uitgesloten, is een vraag van uitleg die aan de hand van de zogenaamde CAO-norm dient te worden beantwoord. Deze norm houdt in dat een bepaling naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst, van doorslaggevende betekenis zijn. Het komt daarbij aan op wat de normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver in deze aanbestedingsprocedure daaruit heeft mogen begrijpen. Indien deze toets uitwijst dat ieder van deze inschrijvers de eis hetzelfde heeft moeten begrijpen, is de conclusie dat de eis niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is en van die uitleg moet worden uitgegaan.
kanuitsluiten, indien de inschrijving niet aan de in die specifieke subparagrafen genoemde eisen voldoet. In paragraaf 1.3. van de Aanbestedingsleidraad zijn vervolgens de uitsluitingsgronden opgenomen. In deze paragraaf is bepaald dat indien een inschrijver niet aan alle gestelde criteria voldoet, de inschrijving ongeldig
zalworden verklaard en terzijde zal worden gelegd. In subparagraaf 1.3.1. van de Aanbestedingsleidraad zijn de eisen ten aanzien van het UEA geformuleerd. Hieruit volgt dat (i) het UEA dient te worden ondertekend door de tekenbevoegde(n) inclusief toevoeging “de heer of mevrouw”, “naam” en “functie”, (ii) de persoon die het UEA ondertekent conform het Handelsregister vertegenwoordigingsbevoegd dient te zijn, (iii) indien wordt gehandeld op basis van een volmacht, de volmacht waaruit blijkt dat de persoon bevoegd is om namens de rechtsgeldig bevoegde persoon de documenten te ondertekenen, bijgevoegd dient te zijn en (iv) het UEA dient te worden uitgedraaid, ondertekend door een daartoe bevoegde en vervolgens dient te worden ingescand.
[medewerker Boston]voor, waarbij slechts staat vermeld dat hij een beperkte volmacht heeft. Uit deze informatie volgt niet dat
[medewerker Boston]op dat moment (statutair of zelfstandig) vertegenwoordigingsbevoegd was om namens Boston het UEA te ondertekenen. Zelfs als Radboud was gehouden het handelsregister zelf te raadplegen, dan was daarmee de benodigde informatie niet bekend geworden. Dat de volmacht waaruit die informatie volgens Boston wel blijkt op een later moment, te weten 12 november 2025, alsnog is overgelegd, brengt geen verandering in de omstandigheid dat aan dit vereiste op het moment van inschrijving niet was voldaan.