ECLI:NL:RBGEL:2026:1574

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
448518
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:9 BWArt. 2:248 BWArt. 6:96 lid 2 sub c BWArt. 6:119 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor pgb-fraude door feitelijk leidinggevende De Zorgconsulent

De zaak betreft een civiele procedure van VGZ Zorgkantoor tegen [gedaagde], feitelijk leidinggevende van De Zorgconsulent, wegens onrechtmatige daad en bestuurdersaansprakelijkheid.

VGZ stelde dat De Zorgconsulent zorg declareerde die niet of onvoldoende was geleverd, met valse documenten fraudeerde en daardoor schade veroorzaakte. VGZ vorderde vergoeding van €537.401,01 plus rente en incassokosten van [gedaagde], die de aansprakelijkheid betwistte.

De rechtbank oordeelde dat De Zorgconsulent structureel meer zorg declareerde dan geleverd, zorgsoorten factureerde die niet onder de Wlz vielen, en budgethouders onder druk zette. Uit onderzoek van Veiligheidszaken en CIZ-herindicaties bleek dat de zorg niet overeenkwam met de declaraties. [gedaagde] was feitelijk beleidsbepaler en had een uitgebreid leidinggevend takenpakket.

De rechtbank stelde vast dat [gedaagde] persoonlijk een ernstig verwijt treft wegens onvoldoende toezicht, het faciliteren van frauduleuze declaraties en onrechtmatige onttrekking van gelden. Hij werd hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de schade van VGZ. De vordering tot betaling van €537.401,01, incassokosten en proceskosten werd toegewezen, met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Feitelijk leidinggevende [gedaagde] wordt aansprakelijk gehouden voor €537.401,01 schade wegens pgb-fraude door De Zorgconsulent.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/448518 / HZ ZA 25-56
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
VGZ ZORGKANTOOR B.V.,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: VGZ,
advocaat: mr. G.D. Bosman,
tegen
[naam gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. E.H. Steentjes.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 juni 2025
- de mondelinge behandeling van 6 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] is van 2011 tot (omstreeks) oktober 2017 werkzaam geweest bij De Zorgconsulent B.V. (De Zorgconsulent). De Zorgconsulent was een onderneming die zich bezighield met het verlenen van begeleiding en zorg aan mensen met een beperking.
2.2.
VGZ is een zorgkantoor, waaraan de uitvoering van de Wet langdurige zorg (Wlz), het daarop gebaseerde Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg is opgedragen. De Wlz heeft VGZ aangewezen als zorgkantoor.
2.3.
De Wlz geeft recht op zorg aan verzekerden die 24 uur per dag toezicht of zorg nabij nodig hebben vanwege hun aandoening(en) of beperking(en). Op grond van de Wlz kunnen verzekerden zorg in natura krijgen of een persoonsgebonden budget (pgb).
2.4.
Om in aanmerking te komen voor een pgb moet eerst een aanvraag worden ingediend bij het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Het CIZ beoordeelt of iemand zorg nodig heeft en zo ja, welke zorg dit moet zijn, hoeveel uur zorg nodig is en hoe lang iemand recht heeft op deze zorg. Vervolgens geeft het CIZ een indicatiebesluit af, waarin de zorg wordt ingedeeld in de zorgcategorieën uit de Wlz (artikel 3.1.1), zoals persoonlijke verzorging, begeleiding, verpleging, vervoer, huishoudelijke hulp en logeeropvang. Met een indicatiebesluit van het CIZ kan een pgb worden aangevraagd bij een zorgkantoor.
Het zorgkantoor heeft tot taak om aan de hand van het indicatiebesluit te beslissen of een pgb moet worden verstrekt en zo ja, hoe hoog het pgb moet zijn. Het zorgkantoor geeft, nadat zij een budgetplan heeft ontvangen en nadat er een ‘bewustkeuzegesprek’ met de zorgbehoevende heeft plaatsgevonden, een toekenningsbeschikking af, waarna de persoon aan wie het pgb wordt verstrekt (hierna: de budgethouder) een pgb wordt voorgeschoten waarmee hij zelfstandig zorg kan inkopen. De budgethouder dient een schriftelijke zorgovereenkomst af te sluiten met de zorgverlener en die met een zorgbeschrijving aan het zorgkantoor over te leggen.
2.5.
Indien een budgethouder niet in staat is om de volledige regie te voeren over de ingekochte zorg, de administratie en de financiële afwikkeling kan een gewaarborgde hulp worden ingeschakeld die dat voor de budgethouder regelt.
2.6.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) krijgt het pgb in beheer van het zorgkantoor en betaalt de door de budgethouder gekozen zorgverlener(s). De budgethouder krijgt het pgb dus niet op zijn eigen bankrekening overgemaakt.
2.7.
De budgethouder moet verantwoording afleggen over zijn/haar uitgaven voor zorg, hulp en begeleiding. Op basis van de toekenningsbeschikking van het zorgkantoor, de betalingen die via de SVB hebben plaatsgevonden en de door de budgethouder aan het zorgkantoor afgelegde verantwoording stuurt het zorgkantoor een jaarafrekening aan de budgethouder. Budget dat niet aan de in de toekenningsbeschikking opgenomen zorg wordt besteed en/of niet (voldoende) is verantwoord, moet na afloop worden terugbetaald aan het zorgkantoor. Het eventueel terug te vorderen bedrag wordt vastgelegd in een zogenoemde definitieve afrekening pgb.
2.8.
In het kader van de aanpak van fraude met pgb’s zijn tussen de zorgkantoren en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) afspraken gemaakt om, indien er reden is om pgb terug te vorderen waarbij de budgethouders te goeder trouw hebben gehandeld, maar sprake is van ‘malafide zorgaanbieders’, die zorgaanbieders ‘aan te pakken’ in plaats van de budgethouders. In dat kader zijn de zorgkantoren gezamenlijk inspanningen gaan verrichten om ervoor te zorgen dat de budgethouders die te goeder trouw hebben gehandeld, niet (langer) worden geconfronteerd met een terugvordering en dat vermoedelijk frauderende zorgaanbieders worden aangepakt. Dat betekent onder meer dat in geval van een budgethouder die te goeder trouw is, de vordering van het zorgkantoor op de budgethouder wordt stopgezet en dat, wanneer de budgethouder een vordering heeft op de vermoedelijk frauderende zorgverlener, het zorgkantoor deze vordering op de zorgaanbieder overneemt van de budgethouder. Het zorgkantoor vraagt de budgethouder mee te werken aan het cederen van die vordering aan het zorgkantoor. Een en ander is toegelicht in een namens de minister van VWS geschreven brief van 7 december 2015 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal (productie 117 van VGZ).
2.9.
De afdeling Veiligheidszaken (hierna: Veiligheidszaken) van de Coöperatie VGZ UA (bestuurder van VGZ Zorgkantoor) heeft over de jaren 2015 tot en met 2018 voor VGZ een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van dertig budgethouders die pgb hebben gebruikt voor de inkoop van zorg bij De Zorgconsulent. Dat onderzoek (hierna: het rechtmatigheidsonderzoek) heeft plaatsgevonden op basis van de administratie van de budgethouders, interviews met budgethouders, intensieve dossiercontrole en interviews met de heer [bestuurder] , de bestuurder van De Zorgconsulent, en mevrouw [medewerker 1] , hoofd financiële administratie bij De Zorgconsulent.
2.10.
In augustus 2017 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar aanleiding van een eerder onderzoek in 2016 over de kwaliteit van de zorg van De Zorgconsulent geconcludeerd dat de situatie sinds 2016 niet is verbeterd (productie 120 van VGZ). De IGZ heeft in haar rapport onder meer geconstateerd dat het aantal gewerkte uren in de overgelegde overzichten het aantal beschikbare uren van de medewerkers overschrijdt en dat de bestuurder van De Zorgconsulent het aantal gewerkte uren van de begeleiders niet bijhoudt. De IGZ heeft geconcludeerd dat bij De Zorgconsulent
“met de huidige inzet van medewerkers niet voldaan kan worden aan zorgbehoefte die past bij de Wlz-indicatie”en
“dat de zorg die geleverd wordt onvoldoende veilig, doeltreffend, doelmatig en tijdig is en aansluit bij de behoefte van de cliënt”. Daarnaast is geconstateerd dat de medewerkers van De Zorgconsulent verantwoordelijk zijn voor de personele inzet, dat de bestuurder geen overzicht heeft van de personele inzet en hier ook niet op stuurt. De IGZ heeft bij beslissing van 6 september 2017 vervolgens aanwijzingen aan De Zorgconsulent gegeven ter verbetering van de kwaliteit, waaraan op 6 januari 2018 gevolg diende te zijn gegeven (productie 121 van VGZ).
2.11.
De Zorgconsulent is op 24 april 2018 in staat van faillissement verklaard.
In het openbaar faillissementsverslag van de curator van De Zorgconsulent (productie 115 van VGZ) is op 9 augustus 2019 in
“1.1 Directie en organisatie”opgenomen:
“Bestuurder en enig aandeelhouder van de vennootschap (De Zorgconsulent, rb
) is VG-Zorgnet B.V., van welke vennootschap de heer [bestuurder] bestuurder is. De heer [bestuurder] voerde de directie over de gefailleerde vennootschap.”
Over de oorzaak van het faillissement is in het faillissementsverslag in 1.5 opgenomen dat het faillissement enerzijds is te wijten aan (mogelijke) zorgfraude en anderzijds aan faillissementsfraude doordat grote bedragen zijn onttrokken aan de vennootschap: [bestuurder] heeft voorafgaand aan het faillissement zonder rechtsgrond circa € 220.000,00 aan zichzelf in privé overgemaakt, circa € 450.000,00 aan zijn persoonlijke vennootschap en € 260.000,00 aan de persoonlijke vennootschap van [gedaagde] , [vennootschap gedaagde] B.V. Daarnaast is onder
“4.1 Debiteuren”over [gedaagde] het volgende opgenomen:
“(…)
Ten aanzien van de vorderingen op de heer [gedaagde] en [vennootschap gedaagde] B.V. geldt dat deze eveneens zijn ontstaan doordat er betalingen hebben plaatsgevonden, zonder dat hieraan een rechtsgrond ten grondslag lag. Deze betalingen zijn in rekening-courant met de gefailleerde vennootschap geboekt. De heer [gedaagde] betwist dit en stelt dat er wel degelijk afspraken/overeenkomsten aan de betalingen ten grondslag hebben gelegen.
De curator heeft voorts beslag gelegd op de bankrekeningen van de heer [gedaagde] en [vennootschap gedaagde] B.V. Dit beslag heeft doel getroffen voor een bedrag groot € 40.138,89. Vervolgens hebben er diverse besprekingen plaatsgevonden met de heer [gedaagde] over het treffen van een minnelijke regeling. Deze gesprekken hebben er uiteindelijk in geresulteerd dat partijen (…) een minnelijke regeling hebben gesloten waarbij betaling plaatsvond, gelijk aan de bedragen waar beslag op was gelegd.”
2.12.
Naar aanleiding van de constateringen van de curator heeft veelvuldig overleg met de Belastingdienst en de FIOD plaatsgevonden en is een strafrechtelijke procedure tegen [bestuurder] gestart. Op 20 februari 2020 heeft de rechtbank Overijssel [bestuurder] veroordeeld tot een gevangenisstraf en tot betaling van € 465.150,00 aan de curator in het faillissement in verband met valsheid in geschrifte en het onttrekken van genoemd bedrag aan De Zorgconsulent in het zicht van het faillissement (productie 116 van VGZ).
2.13.
In verband met het rechtmatigheidsonderzoek heeft Veiligheidszaken [gedaagde] bij brief van 17 januari 2020 uitgenodigd voor een interview. Daarop heeft [gedaagde] telefonisch laten weten daarvan af te zien omdat de afwikkeling van het faillissement door de curator nog niet was afgerond.
2.14.
Bij rapport van 3 februari 2021 heeft Veiligheidszaken verslag gedaan van het rechtmatigheidsonderzoek (productie 3 van VGZ). In het rapport is de situatie van tien budgethouders als hierna volgend uitgewerkt.
--------------------
1.
Ten aanzien van [budgethouder 1]
2.15.
VGZ heeft aan mevrouw [budgethouder 1] voor de jaren 2015 tot en met 2017 een pgb toegekend van respectievelijk € 38.635,71 (2015), € 36.750,00 (2016) en € 37.247,00 (2017) voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP (later “Schoonmaken van de woning” genoemd) en Begeleiding Individueel (productie 4 van VGZ).
2.16.
[budgethouder 1] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 5 tot en met 7 van VGZ).
2.17.
VGZ heeft het pgb van [budgethouder 1] per 1 december 2017 beëindigd omdat niet werd voldaan aan de verplichtingen die aan het pgb zijn verbonden. Veiligheidszaken heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb op basis van haar administratie, een interview met [budgethouder 1] op 28 september 2018 en intensieve dossiercontrole, waarna bij brief van 3 september 2020 onder meer de volgende bevindingen aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 1] zijn gerapporteerd (productie 9 van VGZ):
“(…)
Zorgovereenkomst en zorgbeschrijving
(…)

In de zorgbeschrijving, welke op 14 oktober 2014 door zowel uw bewindvoerder GSBB als de zorgverlener is ondertekend, staat dat De Zorgconsulent u begeleidt bij complexe taken, de postverwerking, contacten met instanties (…)
Toestemmingsverklaring
Middels een door u ondertekende toestemmingsverklaring, d.d. 5 maart 2012, heeft De Zorgconsulent toestemming gekregen alle relevante informatie, documenten, besluiten en toekenningen bij het zorgkantoor op te vragen. De heer [naam gedaagde] staat in het formulier als contactpersoon bij De Zorgconsulent vermeld.
De heer [gedaagde] heeft de toestemmingsverklaring op 5 maart 2012 per e-mail bij het zorgkantoor aangeleverd. Bij dit bericht heeft hij tevens een door u ondertekende wijziging voor woon- en correspondentieadres doorgegeven. In deze brief staat het volgende postadres vermeld: p/a De Zorgconsulent (…) Winterswijk .
Huisbezoek 6 augustus 2016
Op 6 augustus 2016 is het zorgkantoor bij u op huisbezoek geweest. Tijdens het bezoek was een medewerker van De Zorgconsulent aanwezig. Aangezien dit niet is toegestaan, heeft de betreffende persoon uiteindelijk niet aan het gesprek deelgenomen. Vanuit uw bewindvoerder GSBB was op hun eigen verzoek niemand bij het huisbezoek aanwezig.
Tijdens het huisbezoek heeft het zorgkantoor de volgende bevindingen gedaan:

De Zorgconsulent is in het bezit van uw administratie.
(…)
Gewaarborgde hulp

Op 24 januari 2017 heeft het zorgkantoor een formulier voor wettelijk vertegenwoordiger of gewaarborgde hulp ontvangen waarin u de heer [medewerker 2] aanstelt als uw gewaarborgde hulp. Op dit formulier, door u ondertekend, is aangegeven dat de heer [medewerker 2] niet uw zorgverlener is. (…) Het zorgkantoor heeft vastgesteld dat de heer [medewerker 2] op dat moment als ZZP’er werkzaam was bij De Zorgconsulent. Daarnaast was meneer reeds voor drie andere budgethouders gewaarborgde hulp. Op basis van deze informatie heeft het zorgkantoor de heer [medewerker 2] als gewaarborgde hulp afgekeurd.
(…)
Interview
(…)

Uw begeleider gaf uitleg over de administratie. De begeleider had beschikking over uw DigiD.
(…)
  • U was niet bezig met urenbriefjes.
  • U moest iedere maand een maandoverzicht ondertekenen. Het overzicht was elke maand anders.
(…)
Intensieve dossiercontrole
(…)

De inhoud van het begeleidingsplan en de maandrapportages is niet passend bij iemand met een ZZP 6VG indicatie. Bijvoorbeeld het gegeven dat er slechts eenmaal per week een begeleider op bezoek komt. Er is vastgesteld dat in een opvolgende rapportage enkel tekst is gekopieerd en geplakt uit een voorgaande rapportage. Dit duidt op ondoelmatige zorglevering.
(…)

De facturen van het jaar 2015 tonen declaraties voor Persoonlijke Verzorging. Medisch Advies heeft geconcludeerd dat De Zorgconsulent u geen aantoonbare hulp bij de Persoonlijke Verzorging heeft geboden. (…) De informatie in het dossier toont echter dat u reeds goed voor zichzelf kunt zorgen.
(…)

De facturen van het jaar 2015 tonen declaraties voor Huishoudelijke Hulp. Medisch Advies concludeert dat De Zorgconsulent geen Huishoudelijke Hulp aan u heeft geboden. Er is enkel af en toe een voorzetje gegeven, de werkelijke uitvoer heeft u echter zelf gedaan.
(…)

De weekrapportages bevatten tegenstrijdige informatie
(…)
  • Er is zorg beschreven welke geen Wlz-zorg betreft. Bijvoorbeeld: koffiedrinken.
  • Er is zorg gedeclareerd, welke wegens afwezigheid van u feitelijk niet is geleverd.
(…)

Uw zorgvraag past bij een ZZP 2VG/ZZP 3VG indicatie.
(…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • De in de zorgbeschrijving (…) beschreven zorg en de vastgestelde feitelijk geleverde zorg komen niet overeen.
  • In de zorgovereenkomst voor de jaren 2015 en 2016 staat vermeld dat er sprake is van variabele zorgverlening welke tegen een vast uurloon wordt gefactureerd. Dit komt niet overeen met de feitelijk geleverde vaste zorg zoals op de facturen vermeld.
  • In de zorgovereenkomst geldend voor het jaar 2016 staat vermeld dat De Zorgconsulent u begeleiding individueel biedt en dat zij u hulp bieden bij het huishouden en de persoonlijke verzorging. De facturen van het jaar 2016 tonen enkel levering van begeleiding individueel.
  • De bedragen op de urenstaten van het jaar 2017 komen niet overeen met het in de zorgovereenkomst afgesproken maandbedrag en het bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedrag.
  • Het PGB is nagenoeg elk jaar opgemaakt.
  • Een getekende toestemmingsverklaring heeft De Zorgconsulent de mogelijkheid geboden uw zorgdossier bij andere partijen op te vragen. De Zorgconsulent lijkt uw administratie in bezit te hebben gehad.
  • (…)
  • De vermoedelijke onbalans tussen zorgvraag, zorglevering en facturatie is middels de intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • De zorg zoals blijkt uit de administratie, uit huisbezoeken en uit het interview komt op verschillende vlakken niet overeen.
  • De intensieve dossiercontrole heeft uitgewezen dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd, dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.”
2.18.
Bij brief van 23 oktober 2020 heeft Veiligheidszaken de bevindingen en de eindconclusie aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 1] gestuurd (productie 10 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Middels een intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat De Zorgconsulent u enige zorg heeft geboden. Er is echter geconcludeerd dat er nooit sprake is geweest van hulp bij het huishouden en de persoonlijke verzorging. De Zorgconsulent heeft wel voor deze zorgvormen gedeclareerd.
Verder heeft De Zorgconsulent, middels de door u getekende toestemmingsverklaring, de mogelijkheid gehad uw zorgdossier bij andere partijen op te vragen. Het lijkt erop dat De Zorgconsulent uw zorgadministratie in bezit heeft gehad.
Op grond van onze bevindingen stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor u en wat feitelijk aan u werd geleverd. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Wij achten het aannemelijk dat De Zorgconsulent de gedeclareerde uren voor begeleiding heeft geleverd. Voor wat betreft de gedeclareerde uren voor huishoudelijke hulp en persoonlijke verzorging stellen wij vast dat deze zorg niet aan u is verleend.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met uw pgb.”
2.19.
Bij brieven van 26 april 2021 (productie 12 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 1] een herziene budgetvaststelling voor 2015 en 2016 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op haar heeft van in totaal € 16.015,00. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.20.
Bij akte van cessie van 11 mei 2021 heeft [budgethouder 1] haar vorderingen op De Zorgconsulent overgedragen aan VGZ. Op 21 juli 2021 heeft de bewindvoerder van [budgethouder 1] namens haar aangifte tegen De Zorgconsulent gedaan van “overige horizontale fraude” (productie 13 van VGZ), waarna VGZ [budgethouder 1] op 22 juli 2021 te goeder trouw heeft verklaard (productie 14 van VGZ).
2.
Ten aanzien van [budgethouder 2]
2.21.
VGZ heeft aan mevrouw [budgethouder 2] voor de jaren 2015 tot en met 2017 een pgb toegekend van respectievelijk € 30.556,31 (2015), € 27.758,00 (2016) en € 28.133,00 (2017) voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Schoonmaken van de woning en Begeleiding Individueel (productie 15 van VGZ).
2.22.
[budgethouder 2] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 16 en 17 van VGZ)
2.23.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 2] . Veiligheidszaken heeft daarover onder meer als volgt aan [budgethouder 2] gerapporteerd bij brief van 4 september 2020 (productie 18 van VGZ):
“(…)
Toestemmingsverklaring en omzettingsformulier
Middels een door u ondertekende toestemmingsverklaring, d.d. 21 november 2012, heeft De Zorgconsulent toestemming gekregen alle informatie, (indicatie)besluiten, toekenningen, overige documenten en correspondentie bij het zorgkantoor op te vragen. (…)In het door u ondertekende omzettingsformulier van Zorg in Natura naar pgb, d.d. 7 februari 2013, is als contactpersoon de heer [gedaagde] opgenomen. Tevens heeft u het zorgkantoor middels het formulier verzocht alle post aangaande uw pgb te sturen naar het bij de contactpersoon genoemde adres (…).
(…)
Huisbezoek 31 mei 2017
Op 31 mei 2017 is het zorgkantoor bij u op huisbezoek geweest. Tijdens het bezoek was uw individuele begeleider vanuit De Zorgconsulent aanwezig. U vond het erg spannend het gesprek alleen te voeren. Om deze reden heeft het zorgkantoor de aanwezigheid van uw begeleider bij uitzondering toegestaan. Naast uw begeleider was tevens de eigenaar van De Zorgconsulent bij aanvang van het bezoek aanwezig. Op verzoek van het zorgkantoor is hij weggegaan;
(…)
Ambtshalve herindicatie CIZ
Het Centrum Indicatiestelling zorg (CIZ) heeft een ambtshalve herindicatie uitgevoerd. In hun onderzoek heeft het CIZ vastgesteld dat u minder zorg nodig heeft. Uw indicatie is per 3 augustus 2018 verlaagd van een ZZP 3VG naar een ZZP 1 VG.
(…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • De in 2015 gedeclareerde zorgvormen komen niet geheel overeen met hetgeen in de zorgovereenkomst is vermeld.
  • In 2015 is er gedeclareerd op feestdagen.
(…)
  • In de zorgovereenkomst voor de jaren 2015 en 2016 staat vermeld dat er sprake is van variabele zorglevering welke tegen een vast uurloon wordt gefactureerd. Dit komt niet overeen met de feitelijk geleverde vaste zorg zoals op de facturen vermeld.
  • Voor het jaar 2016 zijn er onduidelijkheden en onjuistheden in de bij de facturen behorende urenstaten aangetroffen.
  • De bedragen op de urenstaten van het jaar 2017 komen niet overeen met de in de zorgovereenkomst afgesproken en het bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedrag.
  • Het pgb is nagenoeg elk jaar opgemaakt.
(…)
  • De in de zorgbeschrijvingen en zorgplannen beschreven zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de vastgestelde feitelijk geleverde zorg.
  • De vermoedelijke onbalans tussen zorgvraag, zorglevering en facturatie is middels de intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • De intensieve dossiercontrole heeft uitgewezen dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd, dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.
(…)”
2.24.
Bij brief van 23 oktober 2020 heeft Veiligheidszaken de bevindingen en de eindconclusie aan [budgethouder 2] en haar bewindvoerder gestuurd (productie 19 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Middels een intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat De Zorgconsulent u geen persoonlijke verzorging en huishoudelijk ondersteuning heeft geboden. De in uw zorgdossier beschreven begeleiding individueel voldoet niet aan de functie zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg. Op grond van onze bevindingen uit het onderzoek stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor u en wat feitelijk aan u werd geleverd. Voor wat betreft de gedeclareerde uren stellen wij vast dat deze zorg niet of niet correct aan u is verleend.
Verder heeft De Zorgconsulent (…) de mogelijkheid gehad tot inzage in uw (pgb)administratie. Het lijkt erop dat De Zorgconsulent uw administratie heeft beheerd.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met uw pgb.”
2.25.
Bij brieven van 27 april 2021 (productie 21 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 2] een herziene budgetvaststelling voor 2015 en 2016 en een budgetvaststelling voor 2017 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op haar heeft van in totaal € 63.842,50. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.26.
Op 10 juni 2021 heeft [budgethouder 2] aangifte tegen De Zorgconsulent gedaan van fraude in de zorg. Bij akte van cessie van 16 juni 2021 heeft [budgethouder 2] haar vorderingen op De Zorgconsulent overgedragen aan VGZ. (Productie 22 van VGZ), waarna VGZ [budgethouder 2] op 25 juni 2021 te goeder trouw heeft verklaard (productie 23 van VGZ).
3.
Ten aanzien van [budgethouder 3]
2.27.
VGZ heeft aan de heer [budgethouder 3] voor de jaren 2015 tot en met 2017 een pgb toegekend van respectievelijk € 56.200,00 (2015), € 56.436,00 (2016) en € 57.199,00 (2017) voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Schoonmaken van de woning, Begeleiding Individueel en Begeleiding Groep (productie 24 van VGZ).
2.28.
[budgethouder 3] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 25 t/m 29 van VGZ).
2.29.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 3] op basis van zijn administratie, een interview met [budgethouder 3] op 25 september 2018 en intensieve dossiercontrole. Veiligheidszaken heeft bij brief van 3 september 2020 onder meer als volgt aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 3] gerapporteerd (productie 31 van VGZ):
“(…)
Ambtshalve herindicatie CIZ
Het Centrum Indicatiestelling zorg (CIZ) heeft een ambtshalve herindicatie uitgevoerd. Naar aanleiding van hun onderzoek is uw indicatie verlaagd van een ZZP 6VG naar geen indicatie. Uw indicatie van een ZZP 6VG, welke op 20 december 2017 is ingegaan, is per 19 maart 2018 beëindigd.
Interview
(…)
U heeft de uren op de facturen altijd gecontroleerd. U geeft aan dat de uren altijd klopten. U heeft de facturen altijd moeten ondertekenen. U heeft deze vervolgens nooit zelf bij de SVB ingediend. U geeft aan dat het beheer van de pgb-administratie via de Zorgconsulent ging.
(…)
Intensieve dossiercontrole
(…)

In de administratie zijn voor een deel van de jaren 2016 (…) en 2017 (…) weekrapportages aanwezig. Deze verslagen bevatten enkel een tabel waarin voor verschillende gebieden een score (goed, voldoende, matig, onvoldoende) is aangekruist. Een toelichting hierop ontbreekt. Dit betekent dat de weekrapportages geen enkele verantwoording geven over de geleverde zorg.
(…)

In de begeleidingsplannen staan veel zaken vermeld die geen Wlz-zorg betreffen. (…)
(…)
  • Uit de begeleidingsplannen is niet te herleiden dat u dagbesteding heeft genoten. De facturen van de jaren 2015 en 2016 tonen aan dat De Zorgconsulent hier wel voor heeft gedeclareerd.
  • De facturen van geheel 2015 tonen afzonderlijke declaraties van persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning. De in de begeleidingsplannen opgenomen doelen betreffen geen doelen voor deze functies zoals in de Wlz bedoeld.
(…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • In de zorgovereenkomst geldend voor de jaren 2015 en 2016 staat vermeld dat er sprake is van variabele zorglevering welke tegen een vast uurloon wordt gefactureerd. Dit komt niet overeen met de feitelijk geleverde vaste zorg zoals op de facturen vermeld.
  • Voor wat betreft de levering van persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning komen voor de periode januari tot oktober 2016 de informatie in de zorgovereenkomst en de informatie op de facturen niet overeen.
  • Voor wat betreft de levering van begeleiding groep komen de informatie in de zorgovereenkomst en de informatie op de facturen voor de maand oktober 2016 niet overeen.
  • De bedragen op de urenstaten van het jaar 2017 komen niet overeen met het in de zorgovereenkomst afgesproken maandbedrag en het bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedrag.
  • Het aantal zorguren zoals opgenomen in de zorgbeschrijving van het jaar 2017 komt niet overeen met de uren in de zorgovereenkomst en de bij de facturen behorende urenstaten.
  • De in de zorgbeschrijvingen, zorgplannen en zorgovereenkomsten beschreven zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de vastgestelde feitelijk geleverde zorg.
  • De vermoedelijke onbalans tussen feitelijke zorgverlening en facturatie is middels de intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • De intensieve dossiercontrole heeft uitgewezen dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd, dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.
  • Het pgb is nagenoeg elk jaar opgemaakt.
  • De Zorgconsulent lijkt uw administratie te hebben beheerd. Middels het formulier persoonsgegevens heeft De Zorgconsulent de mogelijkheid geboden vanuit het zorgkantoor informatie over uw pgb te ontvangen. In het interview heeft u uitgesproken dat het beheer van de pgb-administratie via De Zorgconsulent ging.”
2.30.
Bij brief van 4 september 2020 heeft Veiligheidszaken de bevindingen aan [budgethouder 3] gestuurd en hem in de gelegenheid gesteld daarop te reageren (productie 31 van VGZ).
2.31.
Nadat namens [budgethouder 3] was gereageerd op de brief van 4 september 2020 heeft Veiligheidszaken bij brief van 23 oktober 2020 de eindconclusie aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 3] gestuurd (productie 32 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Middels een intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat De Zorgconsulent u enige zorg heeft geboden. Er is echter geconcludeerd dat er nooit sprake is geweest van hulp bij het huishouden en de persoonlijke verzorging. Tevens heeft u bij De Zorgconsulent nooit enige vorm van dagbesteding afgenomen. Voor alle hiervoor genoemde zorgvormen is echter wel gedeclareerd.
Op grond van onze bevindingen stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor u en wat feitelijk aan u werd geleverd. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Wij achten het aannemelijk dat De Zorgconsulent wekelijks maximaal 2 uur begeleiding aan u heeft geboden. Per september 2015 komt hier wekelijks, voor de weken dat uw kindje bij u aanwezig was, 1 uur begeleiding vanuit de buddymoeder bovenop. Voor wat betreft de overige gedeclareerde uren stellen wij vast dat deze zorg niet aan u is verleend.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met uw pgb.”
2.32.
Bij brieven van 27 april 2021 (productie 34 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 3] een herziene budgetvaststelling voor 2015 tot en met 2017 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op hem heeft van in totaal € 102.611,00. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.33.
Op 29 mei 2021 heeft [budgethouder 3] aangifte tegen De Zorgconsulent gedaan van fraude in de zorg. Bij akte van cessie van 2 juni 2021 heeft [budgethouder 3] zijn vorderingen op De Zorgconsulent overgedragen aan VGZ (Productie 35 van VGZ), waarna VGZ [budgethouder 3] op 14 juni 2021 te goeder trouw heeft verklaard (productie 36 van VGZ).
4.
Ten aanzien van [budgethouder 4]
2.34.
VGZ heeft aan de heer [budgethouder 4] voor de jaren 2015 tot en met 2017 een pgb toegekend van respectievelijk € 38.185,21 (2015), € 56.436,00 (2016) en € 57.199,00 (2017) voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Schoonmaken van de woning, Begeleiding Individueel en Begeleiding Groep (productie 37 van VGZ).
2.35.
[budgethouder 4] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 38 - 41 van VGZ).
2.36.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 4] op basis van de administratie, een interview met [budgethouder 4] op 27 juli 2018 en intensieve dossiercontrole. Veiligheidszaken heeft bij brief van 4 september 2020 onder meer als volgt aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 4] gerapporteerd (productie 42 van VGZ):
“(…)
Herindicatie CIZ
Op 5 maart 2018 heeft u voor een herindicatie een gesprek gehad met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). (…) Naar aanleiding van het door het CIZ uitgevoerde onderzoek is uw indicatie verlaagd van een ZZP 6VG naar geen indicatie. Na een tijdelijke nieuwe Wlz-indicatie medio 2018, van waaruit u Zorg in Natura heeft ontvangen, is er per 23 augustus 2018 sprake van een Wmo-beschikking. De zorgverlening vanuit De Zorgconsulent is eerder, per 1 januari 2018, beëindigd.
Interview
(…)
  • U heeft zelf een aantal urenbriefjes gezien en ondertekend. Op enig moment heeft uw mentor gezegd dat u de urenbriefjes niet zomaar moest tekenen.
  • Zowel u als uw mentor hebben nooit facturen gezien en ingediend bij de SVB.
(…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • In de zorgovereenkomst geldend voor de jaren 2015 en 2016 staat vermeld dat er sprake is van variabele zorg welke tegen een vast uurloon wordt gefactureerd. Dit komt niet overeen met de feitelijk geleverde vaste zorg zoals op de facturen vermeld.
  • Voor wat betreft de levering van persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning komen voor het jaar 2016 de informatie in de zorgovereenkomst en de informatie op de facturen niet overeen.
  • Er zijn twee zorgovereenkomsten ingediend met ingangsdatum 1 januari 2017. Het grote verschil in vastgestelde zorguren, te weten 18 uur per week tegenover 168 uur per week, is zeer opmerkelijk. Daarnaast is niet duidelijk wat de reden van de wijziging is, daar de zorg in de jaren 2015 en 2016 met 15 tot 17 uur per week – de dagbesteding daargelaten – leek uit te komen.
  • De bedragen op de urenstaten van het jaar 2017 komen niet overeen met het in de zorgovereenkomst afgesproken maandbedrag en het bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedrag.
  • Het genoemde aantal wekelijkse zorguren op de bij de facturen behorende urenstaten van het jaar 2017, komen niet overeen met het in de laatste ingediende zorgovereenkomst afgesproken aantal zorguren per week.
  • De zorgbeschrijvingen geven te kennen dat er gedurende de jaren minder zorg nodig is. Dit is niet terug te zien in het totaal aantal gedeclareerde zorguren, welke jaarlijks nagenoeg gelijk blijven en, wanneer wordt uitgegaan van de in de laatste ingediende zorgovereenkomst, zelfs verhogen.
  • De in de zorgbeschrijvingen en zorgovereenkomsten beschreven zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de vastgestelde feitelijk geleverde zorg.
  • De vermoedelijke onbalans tussen feitelijke zorglevering en facturatie is middels de intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • De intensieve dossiercontrole heeft uitgewezen dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.
  • In het huisbezoek van 27 februari 2017 is vastgesteld dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft.
  • Het pgb is nagenoeg elk jaar opgemaakt.
  • Middels het formulier persoonsgegevens heeft De Zorgconsulent de mogelijkheid gehad tot inzage in uw de pgb-administratie.”
2.37.
Bij brief van 4 september 2020 heeft Veiligheidszaken de bevindingen aan [budgethouder 4] gestuurd en hem in de gelegenheid gesteld daarop te reageren (productie 42 van VGZ).
2.38.
Nadat namens [budgethouder 4] was gereageerd op de brief van 4 september 2020 heeft Veiligheidszaken bij brief van 23 oktober 2020 de eindconclusie aan de bewindvoerder van [budgethouder 4] gestuurd (productie 43 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Op grond van onze bevindingen en gelet op de inhoud van de reactie op de bevindingenbrief stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor de heer [budgethouder 4] en wat feitelijk aan hem werd geleverd. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Wij achten het aannemelijk dat De Zorgconsulent in 2015 wekelijks maximaal 1 uur en in de jaren 2016 en 2017 wekelijks maximaal 2 uur begeleiding aan de heer [budgethouder 4] heeft geboden. De overige gedeclareerde uren zijn feitelijk niet vast te stellen. Derhalve constateren wij dan ook dat deze zorg niet aan de heer is verleend.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met het pgb van de heer [budgethouder 4] .”
2.39.
Bij brieven van 27 april 2021 (productie 45 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 4] een herziene budgetvaststelling voor 2015 en 2016 en een budgetvaststelling voor 2017 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op hem heeft van in totaal € 87.174,50. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.40.
Op 25 mei 2021 heeft de bewindvoerder namens [budgethouder 4] aangifte tegen De Zorgconsulent gedaan van fraude in de zorg. Bij akte van cessie van 5 mei 2021 zijn de vorderingen van [budgethouder 4] op De Zorgconsulent overgedragen aan VGZ (Productie 46 van VGZ), waarna VGZ [budgethouder 4] op 14 juni 2021 te goeder trouw heeft verklaard (productie 47 van VGZ).
5.
Ten aanzien van [budgethouder 5]
2.41.
VGZ heeft aan mevrouw [budgethouder 5] voor de jaren 2016 en 2017 een pgb toegekend van respectievelijk € 57.911,00 (2016) en € 58.694,00 (2017) voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Schoonmaken van de woning, Begeleiding Groep en Begeleiding Individueel (productie 48 van VGZ).
2.42.
[budgethouder 5] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 49 tot en met 52 van VGZ)
2.43.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 5] op basis van haar administratie, een interview met [budgethouder 5] op 28 september 2018 en intensieve dossiercontrole. Veiligheidszaken heeft bij brief van 4 september 2020 onder meer als volgt aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 5] gerapporteerd (productie 54 van VGZ):
“(…)
Huisbezoek 12 juli 2016
Op 12 juli 2016 is het zorgkantoor bij u op huisbezoek geweest. Ondanks het feit dat het niet is toegestaan, heeft uw zorgverlener het bezoek op uw verzoek bijgewoond. Tijdens het bezoek was tevens uw bewindvoerder aanwezig.
(…)
Als gevolg van de bevindingen welke gedurende het huisbezoek van 12 juli 2016 zijn opgedaan, heeft het zorgkantoor beoordeeld dat u voor het beheer van uw pgb een gewaarborgde hulp diende te benoemen.
Formulier gewaarborgde hulp
Naar aanleiding van het verzoek van het zorgkantoor heeft u een formulier voor de benoeming van een gewaarborgde hulp ingediend. Het formulier is op 5 december 2016 door zowel u als de vermeende gewaarborgde hulp, de heer [medewerker 3] , ondertekend. (…)
In het formulier voor benoeming gewaarborgde hulp staat vermeld dat de heer [medewerker 3] niet uw zorgverlener is. De heer was op het moment waarop het formulier is ingediend echter werkzaam als begeleider bij De Zorgconsulent. Uw begeleidingsplannen tonen tevens aan dat de heer ook feitelijk uw begeleider was.
(…)
Ambtshalve herindicatie
Het CIZ heeft een ambtshalve herindicatie uitgevoerd. In hun onderzoek heeft het CIZ vastgesteld dat u minder zorg nodig heeft. Uw indicatie is verlaagd van een ZZP 6VG naar een ZZP 2VG. (…)
Interview
(…)
  • U moest iedere maand een factuur ondertekenen. U keek op de facturen, maar u controleerde de uren niet. U heeft nooit zelf facturen bij de SVB ingediend.
  • U heeft uw DigiD afgegeven aan uw begeleider en uw bewindvoerder.
(…)
Intensieve dossiercontrole
(…)

De rapportages tonen aan dat doelen niet worden behaald. (…) Alle geformuleerde doelen zijn 1,5 jaar lang exact hetzelfde. Er is geen sprake van adequate zorglevering.
(…)
  • De maandrapportages zijn gekopieerd. Bijvoorbeeld: de maanden juli en september 2016 kennen exact dezelfde inhoud. Ook de maandrapportages van 2017 zijn gelijk aan de maandrapportages van 2016.
  • De maandrapportages van juli, september, november en december 2016 en april 2017 geven geen dagbesteding weer. (…)
  • De Zorgconsulent heeft in de betreffende maanden wel voor dagbesteding gefactureerd.
  • De maandrapportages van 2016 en 2017 tonen aan dat er sprake is van variabele zorglevering. Er staan opmerkingen in genoteerd als ‘de begeleider komt af en toe langs’en ‘de begeleider komt onverwacht langs’. De facturen laten echter een structurele zorglevering zien: wekelijks wordt op maandag tot en met vrijdag hetzelfde gedeclareerd.
  • De door De Zorgconsulent geleverde zorg past niet bij uw profiel en zorgvraag. (…)
(…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • Voor wat betreft het jaar 2016 komt de in de zorgovereenkomst afgesproken zorg, zowel op zorgsoort als op leveringswijze, niet overeen met de zorg zoals op de facturen vermeld.
  • De bedragen op de urenstaten van het jaar 2017 komen niet overeen met het in de zorgovereenkomst afgesproken maandbedrag en het bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedrag.
  • De in de zorgbeschrijvingen en zorgovereenkomsten beschreven zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de vastgestelde feitelijk geleverde zorg.
  • De uitkomst van de intensieve dossiercontrole komt overeen met de uitkomst van de door het CIZ uitgevoerde ambtshalve herindicatie.
  • De vermoedelijke onbalans tussen zorgvraag, zorglevering en facturatie is middels de intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • De intensieve dossiercontrole heeft uitgewezen dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd en dat er sprake is geweest van niet adequate, ondoelmatige zorg.
  • In het op 28 september 2018 uitgevoerde interview is vastgesteld dat er zorg werd geleverd en gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft.
  • Het PGB is nagenoeg elk jaar opgemaakt.
  • Door middel van het aanstellen van een medewerker van De Zorgconsulent als gewaarborgde hulp en het aan hem afgeven van uw DigiD, heeft De Zorgconsulent de mogelijkheid gehad tot inzage in uw (pgb)administratie. Het lijkt erop dat De Zorgconsulent uw administratie (deels) heeft beheerd.”
2.44.
Nadat [budgethouder 5] had gereageerd op de brief van 4 september 2020 heeft Veiligheidszaken bij brief van 23 oktober 2020 de bevindingen en de eindconclusie aan [budgethouder 5] gestuurd (productie 55 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Op grond van onze bevindingen stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor u en wat feitelijk aan u werd geleverd. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Wij achten het aannemelijk dat De Zorgconsulent wekelijks maximaal 4,5 uur zorg aan u heeft geleverd. Voor wat betreft de overige gedeclareerde uren stellen wij vast dat deze zorg niet aan u is verleend.
Verder heeft De Zorgconsulent, wegens het in bezit hebben van uw DigiD en de toegekende en uitgevoerde rol als gewaarborgde hulp, de mogelijkheid gehad tot inzage in uw (pgb)administratie. Het lijkt erop dat De Zorgconsulent uw administratie (deels) heeft beheerd.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met uw pgb.”
2.45.
Bij brieven van 27 april 2021 (productie 57 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 5] een herziene budgetvaststelling voor 2016 en 2017 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op haar heeft van in totaal € 65.568,75. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.46.
Op 8 mei 2021 heeft [budgethouder 5] aangifte tegen De Zorgconsulent gedaan van fraude in de zorg en bij akte van cessie van 10 mei 2021 heeft [budgethouder 5] haar vorderingen op De Zorgconsulent overgedragen aan VGZ (productie 58 van VGZ), waarna VGZ [budgethouder 5] op 28 mei 2021 te goeder trouw heeft verklaard (productie 59 van VGZ).
6.
Ten aanzien van [budgethouder 6]
2.47.
VGZ heeft aan de heer [budgethouder 6] voor het jaar 2016 een pgb toegekend van € 56.436,00 voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Begeleiding Groep en Begeleiding Individueel (productie 60 van VGZ).
2.48.
[budgethouder 6] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 61 tot en met 64 van VGZ).
2.49.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 6] . Veiligheidszaken heeft bij brief van 4 september 2020 onder meer als volgt aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 6] gerapporteerd (productie 65 van VGZ):
“(…)
Ambtshalve herindicatie
Het Centrum Indicatiestelling zorg (CIZ) heeft een ambtshalve herindicatie uitgevoerd. In haar onderzoek heeft het CIZ vastgesteld dat u minder zorg nodig heeft. Uw indicatie is verlaagd van een ZZP 6VG naar een ZZP 1 VG.
(…)
Intensieve dossiercontrole
(…)
 (…)
(…) de hoeveelheid zorg, zoals gedeclareerd (viermaal per week respectievelijk 4, 5, 5 en 3,5 uur), is niet aannemelijk. Zowel u als de zorgverlener hebben niet een dergelijke grote spanningsboog. Er is meer gedeclareerd dan feitelijk aan zorg geleverd.
(…)
Beoordeling van uw zorgdossier heeft aangetoond dat De Zorgconsulent bezoeken aan u heeft afgelegd. De hoeveelheid gedeclareerde zorg is, gezien de in het dossier aanwezige informatie, hoger dan hetgeen feitelijk is geleverd.
(…)
Opvallendheden en tegenstijdigheden
(…)
  • De wijze van zorglevering, zoals afgesproken in de zorgovereenkomst geldend voor de periode maart tot en met augustus 2016 (variabel), komt niet overeen met de gefactureerde zorg (vast).
  • De wijze van zorglevering, zoals afgesproken in beide in de administratie aanwezige zorgovereenkomsten geldend vanaf 1 september 2016, komt niet overeen met de gefactureerde zorg. In de eerste overeenkomst is er, net als de facturen tonen, sprake van zorglevering op vaste dagen en tijden. De dagen en zorguren wijken echter af. In de tweede zorgovereenkomst is variabele zorglevering tegen een vast uurloon afgesproken. De facturen tonen de declaratie van een vast maandbedrag.
  • Voor de gehele periode maart tot en met december 2016 geldt dat de in de zorgovereenkomst afgesproken en de gedeclareerde zorgsoorten niet geheel overeenkomen.
  • De bedragen op de bij de facturen van september tot en met december 2016 behorende urenstaten komen niet overeen met de bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedragen.
  • De in de zorgovereenkomst, de zorgbeschrijvingen en het zorgplan beschreven zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de feitelijk geleverde zorg middels de intensieve dossiercontrole is vastgesteld. De vermoedelijke onbalans tussen zorgvraag, feitelijke zorglevering en facturatie is door de intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • Op basis van de uitkomst van de intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.
  • Bevindingen uit het huisbezoek van 19 juli 2016 en de inhoud van het zorgplan en zorgbeschrijvingen geven te kennen dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft.
(…)”.
2.50.
[budgethouder 6] heeft niet gereageerd op de brief van 4 september 2020 van Veiligheidszaken. Bij brief van 23 oktober 2020 heeft Veiligheidszaken de bevindingen en de eindconclusie aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 6] gestuurd (productie 66 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Middels een intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat De Zorgconsulent u enige zorg heeft geboden. Professionele begeleiding is echter niet te herleiden. Daarnaast is er zorg beschreven welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Tevens zijn de gedeclareerde uren niet realistisch ten opzichte van hetgeen in uw zorgdossier beschreven; er is minder zorg geleverd dan gedeclareerd.
Op grond van onze bevindingen stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor u en wat feitelijk aan u werd geleverd. Wij achten het aannemelijk dat de op alle dinsdagen gedeclareerde uren feitelijk zijn geleverd. Voor wat betreft de overige gedeclareerde uren stellen wij vast dat deze zorg niet aan u is verleend.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met uw pgb.”
2.51.
Bij brief van 27 april 2021 (productie 68 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 6] een herziene budgetvaststelling voor 2016 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op hem heeft van € 16.682,26. Tegen deze beschikking is geen bezwaar gemaakt.
2.52.
Bij brief van 2 juli 2021 heeft VGZ aan [budgethouder 6] bericht dat hij zelf verantwoordelijk kan worden gehouden voor de onrechtmatige besteding van zijn pgb omdat hij niet voldoet aan het te goeder trouw-beleid (productie 69 van VGZ).
7.
Ten aanzien van [budgethouder 7]
2.53.
VGZ heeft aan mevrouw [budgethouder 7] voor de jaren 2015 en 2016 een pgb toegekend van respectievelijk € 47.560,00 (2015) en € 21.166,67 (2016) voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Begeleiding Groep en Begeleiding Individueel (productie 70 van VGZ).
2.54.
[budgethouder 7] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent een zorgovereenkomst te sluiten (productie 71 van VGZ)
2.55.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 7] op basis van haar administratie, een interview met [budgethouder 7] op 3 oktober 2018 en intensieve dossiercontrole. Veiligheidszaken heeft bij brief van 4 september 2020 onder meer de volgende bevindingen aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 7] gerapporteerd (productie 74 van VGZ):
“(…)
Interview
(…)
  • U moest één keer in de week facturen ondertekenen. Na ondertekening nam uw begeleider de facturen weer mee. Uw bewindvoerder diende de facturen in bij de SVB.
  • U heeft zelf nooit post ontvangen.
(…)
Intensieve dossiercontrole
(…)

Op basis van de inhoud van alle begeleidingsplannen is geconcludeerd dat De Zorgconsulent zo nu en dan bij u aanwezig is, maar dat de rol als zorgverlener niet is genomen. De Zorgconsulent schiet binnen de zorglevering geregeld te kort. (…)
(…)
  • Op basis van de informatie uit de begeleidingsplannen kan worden gesteld dat er wekelijks enige begeleiding is geboden. Gezien de informatie in de rapportages is het aannemelijk dat dit maximaal twee uur per week betreft. Facturen tonen aan dat De Zorgconsulent wekelijks meer uren voor deze functie heeft gedeclareerd.
  • Verschillende begeleidingsplannen tonen aan dat er gedeclareerd is voor zorg die feitelijk niet geleverd is. (…)
  • De rapportages van 2015 tonen aan dat er vanuit De Zorgconsulent geen zorg is geleverd bij de persoonlijke verzorging en de huishoudelijke ondersteuning. Hiervoor is gedurende alle weken van het jaar gedeclareerd.
  • De weekfacturen van 2016 tonen geen – zoals in 2015 het geval is – declaraties van persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning. De totaal gedeclareerde uren voor begeleiding komen echter nagenoeg overeen met de in 2015 totaal gedeclareerde uren voor begeleiding, persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning.(…) Het lijkt erop dat de uren voor persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning vanaf 2016 zijn opgeteld bij de uren voor begeleiding. De uren voor persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning kenden in 2015 een tarief van € 55,00 per uur. Bij het onderbrengen van die uren onder de functie begeleiding kenden zij per januari 2016 een uurtarief van € 62,50.
(…)

In de uitbetalingen vanuit de SVB is te zien dat De Zorgconsulent heeft gedeclareerd voor de periode 13 juni tot en met 29 juni 2016. Dit is opvallend, omdat uw indicatie slechts tot 10 juni 2016 heeft gelopen.
(…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • De frequentie van zorglevering, zoals afgesproken in de zorgovereenkomst en beschreven tijdens het interview (variabel), komt niet overeen met de gefactureerde zorg (vast).
  • De frequentie van de afname van dagbesteding, zoals in het met u afgenomen interview en in de intensieve dossiercontrole is vastgesteld, komt niet overeen met de gedeclareerde dagbesteding.
  • De in de zorgovereenkomst afgesproken zorgsoort komt niet volledig overeen met de in 2016 geleverde zorg, zoals vermeld op de bij de maanden behorende facturen. (…) De facturen van het jaar 2016 laten zien dat in het genoemde jaar geen persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning is geleverd en gefactureerd.
(…)
  • Informatie verkregen in het met u afgelegde interview heeft duidelijk gemaakt dat er sprake is geweest van dubbele declaraties.
  • De in de zorgovereenkomsten, de zorgbeschrijvingen vermelde zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de in de intensieve dossiercontrole vastgestelde feitelijk geleverde zorg. De vermoedelijke onbalans tussen zorgvraag, feitelijke zorglevering en facturatie is middels de intensieve dossiercontrole bevestigd.
  • De intensieve dossiercontrole heeft uitgewezen dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd, dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.
  • Het pgb is nagenoeg elk jaar opgemaakt.”
2.56.
Nadat [budgethouder 7] op 8 september 2020 telefonisch had gereageerd op de brief van 4 september 2020 heeft Veiligheidszaken bij brief van 23 oktober 2020 de bevindingen en de eindconclusie aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 7] gestuurd (productie 75 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Op 8 september 2020 heeft u telefonisch contact met ons opgenomen. (…) U heeft het volgende gemeld:
  • De Zorgconsulent deed de administratie.
  • U en andere cliënten zijn vanuit De Zorgconsulent geestelijke hardhandig aangepakt. De Zorgconsulent heeft gebruik/misbruik gemaakt van de beperking die jullie hebben.
  • Cliënten werden onder druk gezet om gegevens tot persoonlijke zaken, zoals pincode, DigiD-code, wachtwoorden voor e-mail, Facebook en dergelijke, met De Zorgconsulent te delen. U heeft dit nooit begrepen. Uiteindelijk bent u bewindvoering aangegaan. De heer [bestuurder] heeft geprobeerd dit tegen te houden, door te zeggen dat één en ander vanuit De Zorgconsulent wel geregeld kon worden en dat zij zorg konden dragen voor betalingsregelingen.
  • Op het kantoor in Winterswijk zat een dame die het pgb beheerde van cliënten die geen bewindvoerder hadden..
  • De Zorgconsulent heeft IQ-testen afgenomen, waarbij tegen cliënten werd gezegd dat men zichzelf dommer voor moest doen dan men in werkelijkheid is.
  • U bent er getuige van geweest dat er vanuit De Zorgconsulent handtekeningen zijn vervalst.
(…)
Conclusie
Middels intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat De Zorgconsulent u enige zorg heeft geboden. Er is echter geconcludeerd dat er nooit sprake is geweest van hulp bij het huishouden en de persoonlijke verzorging. Voor deze zorgvormen is gedurende het jaar 2015 structureel gedeclareerd. Verder is vastgesteld dat u niet op structurele basis gebruik heeft gemaakt van de door De Zorgconsulent geboden dagbesteding. Desalniettemin hebben hier gedurende de gehele zorgperiode wekelijks declaraties voor plaatsgevonden.
Op grond van onze bevindingen en uw aanvullende verklaring stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor u en wat feitelijk aan u werd geleverd. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Wij achten het aannemelijk dat De Zorgconsulent wekelijks maximaal 2 uur zorg aan u heeft geleverd. Voor wat betreft de overige gedeclareerde uren stellen wij vast dat deze zorg niet aan u is verleend.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met uw pgb.”
2.57.
Bij brieven van 27 april 2021 (productie 77 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 7] een herziene budgetvaststelling voor 2015 en 2016 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op haar heeft van in totaal € 58.322,50. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.58.
Bij brief van 11 augustus 2021 heeft VGZ aan [budgethouder 7] bericht dat zij zelf verantwoordelijk kan worden gehouden voor de onrechtmatige besteding van haar pgb omdat zij niet voldoet aan het te goeder trouw-beleid (productie 69 van VGZ).
8.
Ten aanzien van [budgethouder 8]
2.59.
VGZ heeft aan mevrouw [budgethouder 8] voor de jaren 2015 tot en met 2017 een pgb toegekend van respectievelijk € 42.345,00 (2015), € 42.523,00 (2016) en € 43.097,00 (2017) voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Schoonmaken van de woning, Begeleiding Groep en Begeleiding Individueel (productie 79 van VGZ).
2.60.
[budgethouder 8] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 80 t/m 83 van VGZ)
2.61.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 8] op basis van haar administratie, een interview met [budgethouder 8] op 15 mei 2018 en intensieve dossiercontrole. Veiligheidszaken heeft bij brief van 4 september 2020 onder meer als volgt aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 8] gerapporteerd (productie 85 van VGZ):
“(…)
Omzettingsformulier
In het op 21 november 2013 door uw bewindvoerder (…) ondertekende omzettingsformulier van Zorg in Natura naar pgb is als contactpersoon de heer [gedaagde] opgenomen. Tevens is het zorgkantoor middels het formulier verzocht alle post aangaande uw pgb te sturen naar het bij de contactpersoon genoemde adres (…)
Huisbezoek 20 juli 2016
Op 20 juli 2016 is het zorgkantoor voor een huisbezoek bij u geweest. U was echter niet op de hoogte van de afspraak. In het korte gesprek dat u met de huisbezoeker heeft gehad, hebt u aangegeven dat er weinig hulp komt. Tevens hebt u uitgesproken dat u uw woning via De Zorgconsulent heeft gekregen en dat u de woning moet verlaten als u naar een andere zorgverlener gaat. Omdat u uw pgb-administratie niet thuis had liggen, is met uw begeleider een nieuw afspraak gemaakt.
Huisbezoek 13 september 2016
Op 13 september 2016 is het zorgkantoor bij u op huisbezoek geweest. Tijdens het bezoek waren uw partner en twee begeleiders van De Zorgconsulent aanwezig. Aangezien de aanwezigheid van de zorgverlener bij een dergelijk huisbezoek niet is toegestaan, heeft het zorgkantoor uw begeleiders vanuit De Zorgconsulent verzocht weg te gaan. Zij hebben echter geweigerd het gesprek te verlaten.
(…)
Besluit afkeur zorglevering vanuit De Zorgconsulent
Volgend op de brief van 13 december 2016 heeft het zorgkantoor u op 19 december 2016 een brief gestuurd, waarin is aangegeven dat De Zorgconsulent als zorgverlener per 1 maart 2017 wordt afgekeurd. (…)
Bezwaarschrift
Op 27 januari 2017 heeft u bezwaar gemaakt tegen het besluit van het zorgkantoor De Zorgconsulent als zorgverlener af te keuren. Het bezwaarschrift is door u en de heer [gedaagde] ondertekend.
(…)
Ambtshalve herindicatie
Het CIZ heeft een ambtshalve herindicatie uitgevoerd. Naar aanleiding van hun onderzoek is uw indicatie verlaagd van een ZZP 3VG naar geen indicatie.
Interview
(…)

U moest handtekeningen zetten op documenten. Dit deed u op basis van vertrouwen. U geeft aan dat De Zorgconsulent u heeft ingepalmd, dat het voor uw gevoel goed was.
(…)
Intensieve dossiercontrole
(…) De volgende bevindingen zijn gedaan:
  • De aanwezige weekrapportages 2016 (…) zijn nietszeggend. (…) De weekrapportages geven geen enkele verantwoording over de geleverde zorg.
  • Het is niet duidelijk wat vanuit De Zorgconsulent de werkwijze is met betrekking tot de opmaak van de begeleidingsplannen. Er lijkt sprake te zijn van ‘copy-paste’ van voorgaande rapportages waarbij niet kritisch is gekeken naar welke informatie passend is bij de feitelijk geleverde zorg. Daarnaast is vastgesteld dat de doelen en de termijnstelling van de doelen niet realistisch zijn. (…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • De frequentie van zorglevering, zoals afgesproken in de zorgovereenkomst geldend voor de jaren 2015 en 2016 en beschreven tijdens gesprekken (variabel), komt niet overeen met de gefactureerde zorg (vast).
  • De bedragen op de urenstaten van het jaar 2017 komen niet overeen met het in de zorgovereenkomst afgesproken maandbedrag en het bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedrag.
  • De in de zorgovereenkomst afgesproken zorgsoort komt niet volledig overeen met de in 2016 geleverde zorg, zoals vermeld op de bij de maanden behorende facturen.
  • De in de zorgovereenkomst, zorgbeschrijving en zorgplan vermelde zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de vastgestelde feitelijk geleverde zorg.
De vermoedelijke onbalans tussen zorgvraag, feitelijke zorglevering en facturatie is door gesprekken, intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • Middels gesprekken en de intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd, dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.
  • Het pgb is nagenoeg elk jaar opgemaakt.
  • Het omzettingsformulier van Zorg in Natura naar pgb heeft De Zorgconsulent de mogelijkheid geboden post over uw pgb van het zorgkantoor te ontvangen. Wanneer u deze post zelf ontving, moest het mee worden gegeven aan iemand van De Zorgconsulent. Daarnaast is opgevallen dat De Zorgconsulent te allen tijde bij gesprekken met het zorgkantoor aanwezig wilde zijn en dat zij veelvuldig het woord namen. (…)”
2.62.
Nadat [budgethouder 8] had gereageerd op de brief van 4 september 2020 heeft Veiligheidszaken bij brief van 23 oktober 2020 de bevindingen en de eindconclusie aan [budgethouder 8] gestuurd (productie 86 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Middels een intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat u nooit een hulpvraag heeft gehad op de persoonlijke verzorging en de huishoudelijke ondersteuning. De Zorgconsulent heeft u op deze gebieden dan ook geen hulp geboden. Tevens heeft u bij De Zorgconsulent nooit enige vorm van dagbesteding afgenomen. Voor alle hiervoor genoemde zorgvormen is echter wel gedeclareerd.
Ook hebben er declaraties plaatsgevonden op momenten dat u, bijvoorbeeld wegens deelname aan de kindervakantieweek of een ziekenhuisopname, niet aanwezig was.
(…)
(…) In alles lijkt het erop dat De Zorgconsulent uw administratie heeft beheerd.
Op grond van onze bevindingen uit het onderzoek en uw aanvullende verklaring stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor u en wat feitelijk aan u werd geleverd. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Wij achten het aannemelijk dat De Zorgconsulent, afhankelijk van het al dan niet bijwonen van gesprekken met derden, maandelijks 1,5 tot 2 uur zorg aan u heeft geleverd. Voor wat betreft de overige gedeclareerde uren stellen wij vast dat deze zorg niet aan u is verleend.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met uw pgb.”
2.63.
Bij brieven van 27 april 2021 (productie 88 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 8] een herziene budgetvaststelling voor 2015, 2016 en 2017 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op haar heeft van in totaal € 87.993,75. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.64.
Op 8 juni 2021 heeft [budgethouder 8] aangifte tegen De Zorgconsulent gedaan van “overige horizontale fraude” en bij akte van cessie van 8 juni 2021 heeft [budgethouder 5] haar vorderingen op De Zorgconsulent overgedragen aan VGZ (productie 89 van VGZ), waarna VGZ [budgethouder 8] op 23 juni 2021 te goeder trouw heeft verklaard (productie 90 van VGZ).
9.
Ten aanzien van [budgethouder 9]
2.65.
VGZ heeft aan de heer [budgethouder 9] voor de jaren 2015 tot en met 2017 een pgb toegekend van respectievelijk € 31.917,00 (2015), € 32.051,00 (2016) en € 33.025,05 (2017) voor de zorgfuncties Verpleging, Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Schoonmaken van de woning, Begeleiding Groep en Begeleiding Individueel (productie 91 van VGZ).
2.66.
[budgethouder 9] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 92 tot en met 95 van VGZ).
2.67.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 9] op basis van zijn administratie, een interview met [budgethouder 9] en zijn moeder op 8 oktober 2018 en intensieve dossiercontrole.
2.68.
[budgethouder 9] is op 21 mei 2020 overleden.
2.69.
Veiligheidszaken heeft bij brief van 3 september 2020 onder meer als volgt gerapporteerd aan (mevrouw [bewindvoerder 1] als bewindvoerder van) [budgethouder 9] , (productie 96 van VGZ):
“(…)
Omzettingsformulier
In het op 18 oktober 2013 door u en uw bewindvoerder, [bewindvoerder 1] (…) ondertekende omzettingsformulier van Zorg in Natura naar pgb is als contactpersoon de heer [gedaagde] opgenomen.
Overeenkomst pgb beheer
De beschikking van de rechtbank toont aan dat [bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2] per 5 april 2011 als uw bewindvoerders zijn aangesteld. De administratie bevat tevens een formulier voor pgb beheer door mevrouw [bewindvoerder 3] van [bewindvoeringsbureau] . In het formulier, dat op 2 juni 2014 door zowel u als mevrouw [bewindvoerder 3] is ondertekend, staat [bewindvoeringsbureau] als uw bewindvoerder vermeld.
(…)
Ambtshalve herindicatie
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een ambtshalve herindicatie uitgevoerd. Naar aanleiding van hun onderzoek is uw indicatie verlaagd van een ZZP 4VG naar geen indicatie.
(…)
Interview
(…)
  • U heeft facturen ondertekend. De bedragen op die facturen waren echter lager dan de facturen die wij hebben ontvangen. De door u getekende facturen kenden een bedrag van ongeveer € 600,00 en niet, zoals in onze administratie aanwezig, € 2.600,00. De facturen van € 2.600,00 heeft u nooit gezien. Naar uw idee zijn de rekeningen later aangepast. Uw moeder heeft aangegeven dat veel ten onrechte is gedeclareerd. De begeleiding is nooit vijf uur per dag langs geweest.
  • De Zorgconsulent heeft de facturen bij de SVB ingediend.
  • Uw bewindvoerder is in 2014 gestopt. De taken die bij de bewindvoerder lagen, bent u vanaf toen zelf gaan doen.
  • De Zorgconsulent had beschikking over uw DigiD.
  • U ontving zelf post van de SVB. Overige post aangaande uw pgb heeft u nooit ontvangen.
  • Uw begeleider en de heer [bestuurder] zijn bij een huisbezoek vanuit het zorgkantoor aanwezig geweest. Tijdens dat bezoek voerde de heer [bestuurder] het woord.
(…)
Intensieve dossiercontrole
(…) De volgende bevindingen zijn gedaan:
(…)
  • De rapportages van 2017 geven te kennen dat er sprake is van 24-uurszorg. U werkt echter 32 uur per week. Daarnaast moet u in een bepaalde periode in 2016 en 2017 ook nog twee of drie keer per week naar een fysiotherapeut. Levering van 24-uurszorg is niet aannemelijk. (…)
  • Aanvullend op het voorgaande item: er is begeleiding aanwezig op uw werkplek. In de 32 uur dat u werkt, hoeft De Zorgconsulent niets voor u te doen. Dit maakt levering van 24-uurszorg niet mogelijk.
  • Uw zorgdossier toont, anders dan de inhoud van het zorgplan en de declaraties te kennen gegeven, aan dat u in grote mate zelfredzaam bent. (…)
(…)
  • In uw zorgdossier wordt niets gezegd over het feit dat u diabeet bent. (…) Het diabeet zijn moet minimaal gespreksonderwerp zijn, aangezien hier zorgen over zijn (gezondheidsproblemen). Het betreft een essentieel doel, omdat hierin de grootste risico’s zitten. (…)
  • (…) Doelen en evaluaties zijn in 2016 en 2017 hetzelfde. Het valt op dat het woord laconiek in alle rapportages met een hoofletter is geschreven. De rapportages zijn maand op maand gekopieerd. Er komen wel wat zaken bij, maar er gaat nooit iets af. Er is geen sprake van doelmatige zorg.
  • (…) De toegevoegde waarde van De Zorgconsulent is niet uit de documentatie op te maken. (…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
(…)
  • De frequentie van zorglevering, zoals afgesproken in de zorgovereenkomst geldend voor de jaren 2015 en 2016 en beschreven tijdens het interview (variabel), komt niet overeen met de gefactureerde zorg (vast).
  • De in de zorgovereenkomst afgesproken en de in 2016 gedeclareerde zorg, zoals op de facturen vermeld, komen niet geheel overeen.
  • De bedragen op de urenstaten van het jaar 2017 komen niet overeen met het in de zorgovereenkomst afgesproken maandbedrag en het bij de SVB gefactureerde en uitbetaalde bedrag.
  • De in de zorgovereenkomst, zorgbeschrijving en zorgplan vermelde zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de feitelijk geleverde zorg, zoals tijdens het interview en middels de intensieve dossiercontrole is vastgesteld. De vermoedelijke onbalans tussen zorgvraag, feitelijke zorglevering en facturatie is door het interview, de intensieve dossiercontrole en de uitkomst van de herindicatie vanuit het CIZ bevestigd.
  • Op basis van de uitkomsten van het interview en de intensieve dossiercontrole is vastgesteld dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd, dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.
  • Het pgb is nagenoeg elk jaar opgemaakt.
  • De Zorgconsulent heeft de mogelijkheid gehad uw administratie (deels) te beheren. In het omzettingsformulier van Zorg in Natura naar pgb is een medewerker van De Zorgconsulent als contactpersoon opgenomen. Verder heeft De Zorgconsulent de facturen ingediend bij de SVB. Tevens had De Zorgconsulent beschikking over uw DigiD.”
2.70.
[bewindvoerder 1] heeft op de brief van 3 september 2020 gereageerd dat zij al sinds 10 april 2014 geen bewindvoerder meer van [budgethouder 9] is.
2.71.
Bij brieven van 27 april 2021 (productie 97 van VGZ), gericht aan [budgethouder 9] , heeft VGZ een herziene budgetvaststelling voor 2016 en een budgetvaststelling voor 2017 gestuurd, waaruit blijkt dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op hem heeft van in totaal € 27.003,25. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
10.
Ten aanzien van [budgethouder 10]
2.72.
VGZ heeft aan mevrouw [budgethouder 10] voor 2016 een pgb toegekend van € 61.958,00 voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging, Ophoging ZZP, Schoonmaken van de woning, Begeleiding Groep en Begeleiding Individueel (productie 98 van VGZ).
2.73.
[budgethouder 10] heeft met het pgb zorg ingekocht bij De Zorgconsulent door met De Zorgconsulent zorgovereenkomsten te sluiten (producties 99 en 100 van VGZ)
2.74.
Veiligheidszaken heeft een onderzoek uitgevoerd naar de rechtmatigheid van de besteding van het pgb van [budgethouder 10] op basis van haar administratie, een interview met [budgethouder 10] op 4 oktober 2018 en intensieve dossiercontrole. Veiligheidszaken heeft bij brief van 4 september 2020 onder meer de volgende bevindingen aan (de bewindvoerder van) [budgethouder 10] gerapporteerd (productie 102 van VGZ):
“(…)
Interview
(…)
  • U kreeg uren te zien, welke u moest ondertekenen. Uw begeleider nam de facturen na ondertekening weer mee, welke vervolgens naar de bewindvoerder werden gestuurd.
  • In de tijd van De Zorgconsulent werd er volop gefactureerd. Uw huidige zorgverlening kent eenzelfde aantal uur, het totaalbedrag van de facturen is echter gehalveerd.
  • Bij gesprekken met het zorgkantoor was altijd een begeleider vanuit De Zorgconsulent aanwezig.
Intensieve dossiercontrole
(…) De volgende bevindingen zijn gedaan:
(…)
  • De Zorgconsulent heeft minimale begeleiding aan u geboden. Hetgeen beschreven (de hoeveelheid) past echter niet bij een ZZP 6VG indicatie. (…)
  • In de maandrapportages staat onder het kopje ‘Wat kan beter’ het volgende vermeld: zinvolle dagbesteding. Dit is opmerkelijk, aangezien u de gehele week moeder bent (uw kindje gaat slechts twee dagdelen per week naar de opvang).
  • (…)
  • Uit de weekrapportages is niet te herleiden welke zorg op de onderaan de rapportage vermelde datum feitelijk is geleverd. Reden hiervan: de rapportages zijn week na week gekopieerd, met soms een extra zinnetje toegevoegd.
  • De beschreven zorg gaat voornamelijk over de zorg voor uw kindje (zorg vanuit de buddymoeder). Dit betreft geen Wlz-zorg.
(…)
Opvallendheden en tegenstrijdigheden
  • (…) Daarnaast komt de in de zorgovereenkomsten afgesproken zorgsoort niet overeen met de geleverde zorg, zoals vermeld op bij de maanden behorende facturen.
  • De frequentie van zorglevering, zoals afgesproken in de zorgovereenkomsten (variabel), komt niet overeen met de gefactureerde zorg (vast).
(…)
  • De in de zorgovereenkomsten en zorgbeschrijvingen vermelde zorg en de gedeclareerde zorg komen niet overeen met de in het interview beschreven zorg en de in de intensieve dossiercontrole vastgestelde feitelijk geleverde zorg. De vermoedelijke onbalans tussen feitelijke zorglevering en facturatie is middels het interview en de intensieve dossiercontrole bevestigd.
  • De intensieve dossiercontrole heeft uitgewezen dat er meer zorg is gedeclareerd dan feitelijk geleverd, dat er zorg is gedeclareerd welke geen Wlz-zorg betreft en dat er sprake is geweest van ondoelmatige zorg.”
2.75.
Nadat (de bewindvoerder van) [budgethouder 10] op de brief van 4 september 2020 had gereageerd heeft Veiligheidszaken bij brief van 23 oktober 2020 de bevindingen en de eindconclusie aan de bewindvoerder van [budgethouder 10] gestuurd (productie 103 van VGZ). Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Conclusie
Op grond van onze bevindingen uit het onderzoek en de reactie van mevrouw [budgethouder 10] stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Er is meer zorg gedeclareerd dan feitelijk geleverd. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. Wij achten het aannemelijk dat De Zorgconsulent wekelijks maximaal 7,5 uur zorg aan mevrouw heeft geleverd. Voor wat betreft de overige gedeclareerde uren stellen wij vast dat deze zorg niet aan haar is verleend.
Met het herhaaldelijk opmaken van valse facturen en het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, heeft De Zorgconsulent vergoedingen ontvangen waarop geen recht bestond. (…) Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat De Zorgconsulent opzettelijk heeft gehandeld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen met het pgb van mevrouw.”
2.76.
Bij brief van 27 april 2021 (productie 105 van VGZ) heeft VGZ [budgethouder 10] een herziene budgetvaststelling voor 2016 gestuurd en medegedeeld dat VGZ als gevolg daarvan een vordering op haar heeft van in totaal € 12.187,50. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt.
2.77.
Op 7 juni 2021 heeft de bewindvoerder namens [budgethouder 10] aangifte tegen De Zorgconsulent gedaan van fraude in de zorg en bij akte van cessie van 7 juni 2021 heeft [budgethouder 10] haar vorderingen op De Zorgconsulent overgedragen aan VGZ (productie 106 van VGZ), waarna VGZ [budgethouder 10] op 25 juni 2021 te goeder trouw heeft verklaard (productie 107 van VGZ).
--------------------
2.78.
In het rapport van het rechtmatigheidsonderzoek is in 6.2.3 onder meer het volgende opgenomen:
“(…)
De heer [bestuurder]
(…)
Op basis van het interview (met [bestuurder] op 19 maart 2019, rb
) zijn onder andere de volgende bevindingen gedaan:
De heer [bestuurder] hield zichzelf niet bezig met de binnenkant van de organisatie. Hij heeft nooit bedrijfsvoering gedaan. (…)
Een opvallende uitspraak die de heer [bestuurder] tijdens het interview heeft gedaan: ‘Ik vond het ook helemaal niet leuk om directeur te zijn van De Zorgconsulent, maar iemand moet directeur zijn. Alleen was ik het helemaal niet’.
Binnen de De Zorgconsulent lijkt sprake te zijn geweest van een verdeling van taken. De heer [bestuurder] (bestuurder) hield zich bezig met de zorg, de heer [gedaagde] (algemeen manager, hoofd bedrijfsvoering, werd ook meegenomen als zijnde directeur) deed de bedrijfsvoering en mevrouw [medewerker 1] (hoofd financiële administratie) deed de boekhouding. Binnen hun takenpakket had ieder zijn/haar eigen verantwoordelijkheden
(…)
Op basis van het interview heeft Veiligheidszaken een groot vermoeden dat er sprake is van fraude. (…) vanwege een verdeling in de werkgebieden, waarin ieder zijn/haar eigen verantwoordelijkheden droeg, lijkt de opzet van de vermeende fraude (…) niet alleen hem te moeten worden verweten. Om te achterhalen wie nog meer verantwoordelijk kan worden gesteld, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Het interviewen van mevrouw [medewerker 1] en de heer [gedaagde] zal hier onderdeel van zijn.
Mevrouw [medewerker 1]
(…) In het interview (met [medewerker 1] op 7 juni 2019, rb
) zijn onder andere de volgende zaken uitgesproken:
De heer [bestuurder] was directeur. Zijn taakgebied was de zorg. Hij hield zich bezig met de acquisitie.
De heer [gedaagde] was manager van het financiële gedeelte. Hij gaf opdracht aan de administratie. Daarnaast hield hij in de gaten of zaken financieel mogelijk waren.
(…)
5.
De heer [bestuurder] en de heer [gedaagde] bepaalden welke medewerker aan welke budgethouder werd gekoppeld. Eén van hen ondertekende tevens altijd de zorgovereenkomsten.
(…)
7.
Er werd geen registratie bijgehouden van de werkelijke uren dat een begeleider bij een cliënt was geweest. De feitelijke zorglevering is niet te achterhalen en niet te controleren. Facturen werden opgemaakt op basis van door begeleiders geplande begeleidingsmomenten (roosters).
8.
Er vond geen controle plaats op afspraak, feitelijke zorguitvoer en declaraties. (…)
9.
Dat wat maximaal uit een budget kon, werd gefactureerd.
(…)
De heer [gedaagde]
(…) In de interviews met de heer [bestuurder] en mevrouw [medewerker 1] zijn de volgende uitspraken gedaan aangaande de rol die de heer [gedaagde] binnen De Zorgconsulent had:
(…)
2. De heer [gedaagde] gaf als manager opdracht aan de medewerkers.
3.
De heer [gedaagde] of de heer [bestuurder] had, naast één begeleider, dagelijks leiding over het werkveld.
4.
De heer [gedaagde] en de heer [bestuurder] verdeelden wisselend werkzaamheden onder werknemers.
5.
(…)
6.
De heer [gedaagde] of de heer [bestuurder] tekende namens De Zorgconsulent de zorgovereenkomsten.
7. Bij ernstige calamiteiten werd de directie, welke uit zowel de heer [bestuurder] als de heer [gedaagde] bestond, gebeld. (…)
8. Bij besluitvorming aangaande (vernieuwing van) processen vond er overleg plaats tussen de bestuurder en de heer [gedaagde] .
(…)”
In Bijlage 2:
“uitgewerkt interview met de heer [bestuurder] ”is opgenomen dat [bestuurder] over de rolverdeling tussen hem en [gedaagde] onder meer heeft verklaard (op blz 107):
“Ik weet dat ik degene ben die het meest verantwoordelijk is, maar binnen zijn functie als hoofd bedrijfsvoering was hij ook verantwoordelijk. Zorgkantoor Menzis en de Inspectie vonden ook dat meneer [gedaagde] overal verantwoordelijk voor was, omdat onder bepaalde beleidsstukken zijn handtekening stond. Op jaarverslagen, de jaarrekeningen, staat ook zijn handtekening, omdat hij daar verantwoordelijk voor was. (…)”
2.79.
Bij aangetekende brieven van 24 juni 2020 (productie 108 van VGZ) en 7 juli 2020 (productie 109 van VGZ), heeft Veiligheidszaken [gedaagde] in zijn hoedanigheid van feitelijk leidinggevende van De Zorgconsulent geïnformeerd over het rechtmatigheidsonderzoek met een samenvatting van de bevindingen daaruit en hem uitgenodigd daarop te reageren.
[gedaagde] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2.80.
Bij brief van 23 oktober 2020 (productie 110 van VGZ) heeft Veiligheidszaken de volgende eindconclusie van het rechtmatigheidsonderzoek aan [gedaagde] gestuurd:
Conclusie
Op grond van de op 24 juni en 7 juli 2020 gedeelde onderzoeksbevindingen stellen wij ons op het standpunt dat de bij de Sociale Verzekeringsbank ingediende valselijk opgemaakte facturen van De Zorgconsulent geen juiste weergave zijn van de feitelijke situatie. Facturen zijn aan de hand van de toekenningsbeschikkingen opgemaakt en niet aan de hand van wat feitelijk nodig was voor en werd geleverd aan de budgethouders. Daarnaast is er gedeclareerd voor zorg welke niet onder de Wet langdurige zorg valt. (…)
Op basis van alle bevindingen stellen wij vast dat De Zorgconsulent een groot deel van de hoeveelheid gefactureerde zorg, over de periode 1 januari 2015 tot 24 april 2018, feitelijk niet aan de budgethouders heeft geleverd.
(…)
Concluderend stellen wij ons op het standpunt dat er is gefraudeerd met zorggelden.
(…) De heer ([bestuurder] , rb
) heeft zijn rol als bestuurder onvoldoende genomen en niet op de juiste manier vervuld. Om die reden houden wij hem verantwoordelijk voor de gepleegde fraude.
Daarnaast hebben wij vastgesteld dat binnen De Zorgconsulent grote verantwoordelijkheden bij u waren belegd. Als manager/hoofd bedrijfsvoering heeft u, naast de heer [bestuurder] , feitelijk leidinggegeven. Derhalve houden wij ook u verantwoordelijk voor de gepleegde fraude.”
2.81.
Bij brieven van 9 maart 2022 en 31 oktober 2023 (producties 111 en 112 van VGZ) is [gedaagde] in zijn hoedanigheid van feitelijk leidinggevende van De Zorgconsulent door VGZ aansprakelijk gesteld voor de vorderingen van VGZ betreffende de teveel en onterecht uitbetaalde pgb-gelden. In de brief van 31 oktober 2023 is [gedaagde] gesommeerd om binnen 15 dagen het bedrag van € 537.401,01 aan VGZ te voldoen, bij gebreke waarvan hij € 6.775,00 aan buitengerechtelijke kosten verschuldigd zal worden. Het bedrag van € 537.401,01 is gespecificeerd als de optelsom van de teveel betaalde pgb-gelden aan de tien hiervoor beschreven budgethouders.
2.82.
Bij e-mailbericht van 28 november 2023 (productie 114 van VGZ) heeft [gedaagde] gereageerd. Hij heeft het onderzoek door Veiligheidszaken bekritiseerd omdat het volgens hem op onjuiste en onvolledige gegevens is gebaseerd en onvoldoende voldoet aan het beginsel van hoor en wederhoor. [gedaagde] heeft zijn aansprakelijkheid voor de vorderingen van VGZ afgewezen en over zijn takenpakket binnen De Zorgconsulent onder meer als volgt verklaard:
“(…)
De feitelijk leidinggevende bij De Zorgconsulent B.V. was Dhr. [bestuurder] en niemand anders, ik moet nu ergens in de stukken lezen dat Dhr. [bestuurder] in 2020 heeft verklaard dat hij het helemaal niet leuk vond om directeur te zijn (…) en dat hij maar 1 dag per week op kantoor zou zijn geweest hetgeen eveneens onjuist is. Wel is het zo dat op het moment dat de verhoudingen tussen Dhr. [bestuurder] en mij ernstig verstoord waren geraakt, Dhr. [bestuurder] het contact zoveel mogelijk probeerde te vermijden en daarom veel minder op kantoor verscheen maar dit betrof dan voornamelijk de laatste maanden voor mijn vertrek bij De Zorgconsulent B.V. (…)
(…) Door deze snelle groei (van De Zorgconsulent, rb
) kwam er steeds meer werk (…) op mijn bord te liggen, ik had zo’n beetje met iedereen wel contact en maakte naar mijn mening veruit de meeste werkuren van iedereen binnen de organisatie. (…)
Die groei was voor de rest van de organisatie maar moeilijk bij te benen, Dhr. [bestuurder] kon uiteraard zelf niet overal tegelijk zijn dus werd mij structureel gevraagd ook veel op pad te gaan waardoor ik vaak heel Nederland door reed om cliënten te bezoeken, cliënten te begeleiden bij externe afspraken, (…) gesprekken te voeren met instanties, gesprekken te voeren met zorgverzekeraars, kortom ik had met vrijwel alle disciplines contact en werd voor veel zaken ingezet. De hoeveelheid werk werd steeds groter en voor mij steeds moeilijker te behapstukken daar ik wel allerlei klusjes moest opknappen en “brandjes” moest blussen maar tegelijkertijd nauwelijks beslissingsbevoegdheid had, doordat ik inmiddels overal wel zo’n beetje opdook dachten diverse collega’s dat ik veel zaken zelfstandig kon beslissen (…) maar zagen dan achteraf toch vaak dat gemaakte afspraken werden teruggedraaid en anders uitpakten dan gedacht doordat Dhr. [bestuurder] veelal anders besliste. Het gebeurde ook regelmatig dat ik Dhr. [bestuurder] moest vervangen bij o.a. sollicitatiegesprekken (…) De gehele werksituatie had er inmiddels voor gezorgd dat ik bij veel zaken werd betrokken (…) en aan allerlei besprekingen moest deelnemen en daardoor ook nog eens een enorm aantal e-mails ontving.
(…)
ik heb wel collega’s aangestuurd of collega’s gevraagd om bepaalde zaken te regelen maar dit gold voor zoveel mensen binnen De Zorgconsulent B.V., (…) Ik heb ook nooit de dagelijkse leiding op me genomen, sterker nog, op enigerlei moment wilde ik dit best echter wilde heer [bestuurder] daar niets van weten. (…) de dagelijkse leiding beruste bij de heer [bestuurder] . (…)
Het is juist dat ook ik bij afwezigheid van de heer [bestuurder] zorgovereenkomsten tekende, ik moest dan in opdracht van de heer [bestuurder] tekenen daar ikzelf niet tekenbevoegd was (…) Ik heb nooit onderdeel uitgemaakt van de directie van De Zorgconsulent B.V., De Zorgconsulent B.V. had een eenhoofdige directie. De heer [bestuurder] deed dit weleens graag zo voorkomen omdat hij dit naar buiten toe beter vond staan maar feitelijk was het onzin en nergens op gebaseerd. Ik heb ooit ook eens op zijn verzoek 1 of 2 jaarrekeningen mee getekend maar ook dat was voor de bühne, de heer [bestuurder] was toen bezig om over te stappen naar een andere accountant als ik me goed herinner en hij vond dat zoals gezegd er mooier uitzien. Ik ben nooit beslissings -en/of tekenbevoegd geweest. De oproepbaarheid bij calamiteiten, de zogenaamde bereikbare dienst heeft ook een geheel andere context, de heer [bestuurder] heeft jarenlang een relatie gehad met een vrouw in Nijmegen, hierdoor was hij vaak ’s nachts en in de weekends niet in de regio (…) aanwezig, in die gevallen vroeg hij mij om die dienst dan waar te nemen. (…) De heer [bestuurder] draaide(… later, toen een en ander anders was georganiseerd, rb
) alleen nog een achterwachtdienst zodat men nog telefonisch ruggespraak kon houden, ook op dat vlak deed de heer [bestuurder] weer vaak een beroep op mij wanneer hij zelf verhinderd was wegens privé afspraken, dit gebeurde zo vaak dat ik vaker de achterwachtdienst draaide dan de heer [bestuurder] zelf, dit is uiteindelijk ook een bron van ergernis geworden tussen mij en de heer [bestuurder] .
(…)”
2.83.
Het faillissement van De Zorgconsulent is op 23 april 2024 opgeheven vanwege gebrek aan baten.
2.84.
[bestuurder] is op 12 juni 2023 overleden. De erfgenamen van [bestuurder] hebben zijn erfenis niet aanvaard en de curator heeft geconcludeerd dat inning van de schadevergoeding bij [bestuurder] ten behoeve van de boedel niet meer tot de mogelijkheden behoort.

3.Het geschil

3.1.
VGZ vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan VGZ te voldoen, primair het bedrag van € 537.401,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de betaaldata van de PGB-gelden, subsidiair vanaf 16 november 2023, meer subsidiair 27 februari 2025, telkens tot de dag van algehele voldoening;
[gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan VGZ te voldoen het bedrag van € 6.775,00 inclusief btw, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2025, althans vanaf de dag van dit vonnis, telkens tot de dag van algehele voldoening
[gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, alsmede het nasalaris, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na dit vonnis tot de dag van algehele voldoening.
3.2.
VGZ legt (samengevat) aan haar vorderingen ten grondslag dat De Zorgconsulent onrechtmatig heeft gehandeld jegens de budgethouders en VGZ door te handelen in strijd met ongeschreven recht en met wat in het maatschappelijk verkeer betaamt. VGZ stelt dat De Zorgconsulent zorg factureerde die zij niet (of slechts deels) aan budgethouders verleende of die niet onder de Wlz viel. De Zorgconsulent heeft opzettelijk een onjuiste administratie gevoerd en valse gegevens verstrekt met het doel om zelf pgb-gelden te verkrijgen. Omdat De Zorgconsulent onrechtmatig heeft gehandeld, is zij volgens VGZ aansprakelijk voor de schade die VGZ heeft geleden en die bestaat uit de som van de teruggevorderde bedragen. VGZ stelt dat [gedaagde] , naast De Zorgconsulent, hoofdelijk aansprakelijk is voor de vordering van VGZ op De Zorgconsulent omdat hem als feitelijk leidinggevende van De Zorgconsulent persoonlijk een ernstig verwijt treft.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij betwist dat De Zorgconsulent zorgfraude heeft gepleegd. Voor zover al sprake zou zijn van zorgfraude, betwist [gedaagde] dat hij aansprakelijk is voor daardoor geleden schade omdat hij daarvan niet op de hoogte was, geen (feitelijk) leidinggevende was binnen de organisatie van De Zorgconsulent en dat hem ter zake evenmin persoonlijk een ernstig verwijt treft. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van VGZ, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van VGZ, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van VGZ in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
VGZ heeft ter zitting verklaard dat zij het onrechtmatig handelen door De Zorgconsulent aan haar vordering ten grondslag legt en niet het toerekenbaar tekortschieten van De Zorgconsulent in de nakoming van de zorgovereenkomsten jegens budgethouders. VGZ onderbouwt haar stelling dat De Zorgconsulent onrechtmatig heeft gehandeld vooral met de bevindingen uit het rechtmatigheidsonderzoek van Veiligheidszaken.
[gedaagde] betwist dat De Zorgconsulent onrechtmatig heeft gehandeld.
4.2.
Niet in geschil is dat de onder de feiten genoemde budgethouders [budgethouder 1] , [budgethouder 2] , [budgethouder 3] , [budgethouder 4] , [budgethouder 5] , [budgethouder 6] , [budgethouder 7] , [budgethouder 8] , [budgethouder 9] en [budgethouder 10] (hierna te noemen: de tien budgethouders) voor de periode van 2015 tot en met 2017 pgb-gelden toegekend hebben gekregen en dat zij met die gelden zorg hebben ingekocht bij De Zorgconsulent. VGZ heeft als zorgkantoor de verantwoording van de besteding van de pgb’s van genoemde budgethouders bij De Zorgconsulent nader beoordeeld door middel van het rechtmatigheidsonderzoek door Veiligheidszaken, waarna de pgb’s op een lager bedrag zijn vastgesteld dan het bedrag van de aanvankelijke toekenningsbeschikking. Het bedrag dat VGZ in deze procedure als schade vordert is het verschil tussen het (aanvankelijk) toegekende en het vastgestelde bedrag, zoals dat van de budgethouders is teruggevorderd.
Rapport van Veiligheidszaken
4.3.
[gedaagde] stelt zich allereerst op het standpunt dat de stellingen van VGZ slechts zijn gebaseerd op het rapport van Veiligheidszaken, dat onderdeel is van VGZ. Het rapport van Veiligheidszaken is volgens [gedaagde] dus gebaseerd op een partijonderzoek. VGZ – die de bewijslast draagt van de stelling dat sprake is van onrechtmatig handelen – heeft zich volgens [gedaagde] niet kunnen baseren op een rapport op grond van zo’n eenzijdig onderzoek. [gedaagde] wijst er bovendien op dat het rapport, waarin diverse feiten en constateringen niet op juiste waarde zijn geschat, tot stand is gekomen door slechts budgethouders (mensen met een beperking), [bestuurder] en [medewerker 1] te horen, maar geen bewindvoerders, gewaarborgde hulpen, pedagogisch stafleden of VGZ-medewerkers die huisbezoeken aflegden.
VGZ heeft ter zitting verklaard dat Veiligheidszaken een separate afdeling is binnen de Coöperatie VGZ U.A. en geen onderdeel van VGZ is. Het onderzoek is gedegen, met waarborgen omkleed, uitgevoerd en te kwalificeren als een objectief en onafhankelijk.
4.4.
Het is juist, zoals [gedaagde] stelt, dat op grond van de hoofdregel in artikel 150 Rv Pro op VGZ de last rust om voldoende te stellen en bij – voldoende betwisting – de aan haar vordering ten grondslag liggende feiten en omstandigheden te bewijzen. De rechtbank volgt [gedaagde] niet in wat hij over het rapport van Veiligheidszaken heeft aangevoerd. Het verweer dat geen sprake is geweest van een onafhankelijk onderzoek, is te algemeen om te kunnen leiden tot de conclusie dat het onderzoek niet kan worden gebruikt als onderbouwing van de vordering van VGZ. Daarbij is in aanmerking genomen dat het rapport niet alleen tot stand is gekomen op basis van verklaringen van budgethouders, [bestuurder] en [medewerker 1] , maar ook op basis van de administratie en intensieve dossiercontrole. Ook het argument van [gedaagde] dat geen sprake is geweest van hoor en wederhoor is onjuist. Immers, Veiligheidszaken heeft hem bij brieven van 24 juni en 7 juli 2020 in de gelegenheid gesteld om te reageren op de bevindingen, maar daarvan heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. In het onderzoeksrapport is bovendien voldoende toegelicht hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden, welke gegevens daarbij zijn gebruikt en zijn de bevindingen logisch en inzichtelijk in kaart gebracht. Dat de budgethouders mensen met een beperking zijn, zoals [gedaagde] stelt, betekent niet dat hun verklaringen onbetrouwbaar zijn. Dat geldt te meer nu uit de bevindingen blijkt dat een aantal van de tien budgethouders behoorlijk zelfredzaam is en een aantal (na herindicatie) zelfs helemaal geen zorgindicatie meer heeft. [gedaagde] heeft onvoldoende toegelicht welk deel van de verklaringen van de budgethouders onbetrouwbaar is en op welk punt. Daarbij is de rechtbank zich ervan bewust dat de budgethouders een belang hebben bij het uitgangspunt dat zij als te goeder trouw worden beschouwd, maar dit is onvoldoende om het gehele rapport terzijde te schuiven. Dat geldt te meer nu de inhoud van de afzonderlijke verklaringen van de tien budgethouders op veel punten overeenkomt en wordt bevestigd door de bevindingen op basis van de administratie en de intensieve dossiercontrole. Het voorgaande brengt met zich dat [gedaagde] onvoldoende concreet en onderbouwd heeft gesteld dat het rapport van Veiligheidszaken niet voldoet om als bewijs te kunnen dienen.
Onrechtmatig handelen door De Zorgconsulent
4.5.
VGZ legt aan haar stelling dat De Zorgconsulent onrechtmatig heeft gehandeld ten grondslag dat De Zorgconsulent met behulp van valse documenten meer zorg declareerde dan zij verleende, met het doel om zelf pgb-gelden te kunnen verkrijgen. Uit de bevindingen van Veiligheidszaken blijkt volgens VGZ dat De Zorgconsulent structureel meer zorg declareerde dan zij verleende en daartoe opzettelijk valse documenten vervaardigde. In verband daarmee zorgde De Zorgconsulent ervoor dat zij over de pgb-administratie van budgethouders beschikte en in sommige gevallen over hun DigiD-code en invloed uitoefende op het handelen van de budgethouders (door hen onder meer te instrueren over wat zij tegen VGZ-medewerkers moesten zeggen en bij huisbezoeken van VGZ aanwezig te zijn). Daarnaast stelt VGZ dat De Zorgconsulent zorgsoorten heeft gefactureerd die zij niet of in mindere mate had geleverd of die niet kwalificeren als Wlz-zorg. De Zorgconsulent had budgethouders ervoor moeten behoeden dat zij hun pgb besteedden aan zorg die niet aan VGZ kon worden verantwoord, maar heeft in plaats daarvan bewerkstelligd dat budgethouders zijn geconfronteerd met verplichtingen om pgb terug te betalen aan VGZ. De Zorgconsulent heeft op die manier gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en zo niet alleen jegens budgethouders onrechtmatig gehandeld, maar ook jegens VGZ die als zorgkantoor verantwoordelijk is voor verdeling van de pgb-middelen, aldus VGZ.
4.6.
[gedaagde] betwist dat De Zorgconsulent onrechtmatig heeft gehandeld. Hij wijst erop dat noch De Zorgconsulent noch [bestuurder] is vervolgd voor zorgfraude Hij erkent dat sprake is geweest van diverse onregelmatigheden, zo is ook gebleken uit een onderzoek in 2017 van IGZ, maar hij betwist dat De Zorgconsulent zorgfraude heeft gepleegd. Dat onderzoek in 2017 had volgens [gedaagde] geen betrekking op de dienstverlening, maar op organisatorische, beleidsmatige en op procedurele zaken en kwaliteitsbewaking die niet op orde was. Binnen De Zorgconsulent werden fouten gemaakt door onzorgvuldigheid/slordigheden en de (controle in de) organisatie was niet waterdicht, maar [gedaagde] betwist dat sprake was van opzettelijke, structurele en stelselmatige fouten of fraude. Onregelmatigheden zijn er altijd wel te vinden, zeker als geen rekening wordt gehouden met het feit dat er binnen VGZ ook discussie was over de indicering en de vraag op welke wijze zorg (doelmatig) verleend kon worden, aldus [gedaagde] . [gedaagde] stelt dat er is gedeclareerd op grond van onvervalste urenstaten, gebaseerd op opgaaf door de voor de organisatie werkzame begeleiders.
4.7.
Uit het rapport van Veiligheidszaken blijkt dat De Zorgconsulent in tien van de dertig onderzochte gevallen meer zorg heeft gedeclareerd dan zij heeft verleend en/of mocht declareren. Voor alle tien de budgethouders is gebleken dat sprake is van door De Zorgconsulent gedeclareerde zorg die niet overeenkomt met de zorgovereenkomst. Zo is gebleken dat bij alle tien in de zorgovereenkomst is opgenomen dat de frequentie van de zorgverlening variabel zal zijn, maar dat sprake was van een vast bedrag aan gefactureerde zorg. Ook is er sprake van gekopieerde rapportages en/of declaraties ( [budgethouder 5] , [budgethouder 7] , [budgethouder 8] , [budgethouder 9] , [budgethouder 10] ) terwijl variabele zorglevering was afgesproken.
Daarnaast komt de feitelijk door De Zorgconsulent geleverde zorg niet (geheel) overeen met de zorg die zij op grond van de zorgovereenkomst en zorgbeschrijving had moeten leveren. In alle tien de genoemde gevallen heeft De Zorgconsulent méér zorg gedeclareerd dan zij feitelijk heeft geleverd. In drie gevallen ( [budgethouder 1] , [budgethouder 9] , [budgethouder 8] ) is gebleken dat De Zorgconsulent zorg heeft gedeclareerd voor zorg die zou zijn verleend op momenten van afwezigheid van de budgethouders en in één geval ( [budgethouder 7] ) is dubbel gedeclareerd. Bovendien is in vijf gevallen ( [budgethouder 1] , [budgethouder 3] , [budgethouder 5] , [budgethouder 7] , [budgethouder 8] ) gebleken dat een zorgsoort die De Zorgconsulent op grond van de zorgovereenkomst had moeten leveren en die zij wél heeft gedeclareerd, niet (geheel) overeenkomt met de zorgsoort die De Zorgconsulent feitelijk heeft geleverd. In reactie op de stelling van [gedaagde] dat er bij VGZ intern ook discussie was over indicaties en invulling van zorgsoorten, is namens VGZ ter zitting onweersproken gesteld dat bepaalde zorgsoorten (of zorgfuncties) binnen de besteding van het pgb weliswaar mochten worden “uitgeruild”, maar dat dat er niet aan af doet dat alleen de werkelijk geleverde zorgsoort gedeclareerd mocht worden.
Verder is gebleken dat De Zorgconsulent in alle tien de gevallen zorg heeft gedeclareerd die geen Wlz-zorg is, zodat die zorg dus niet gedeclareerd mocht worden ten laste van het pgb.
Ook is gebleken dat De Zorgconsulent documenten opstelde waarin onjuiste gegevens waren opgenomen. Zo is in acht van de tien gevallen ( [budgethouder 1] , [budgethouder 2] , [budgethouder 3] , [budgethouder 4] , [budgethouder 5] , [budgethouder 6] , [budgethouder 8] , [budgethouder 9] ) geconstateerd dat bedragen op de urenstaten niet overeenkomen met hetgeen is gedeclareerd. [gedaagde] stelt dat cliënten (budgethouders) facturen voor akkoord tekenden, waarna de SVB uitbetaalde. Opvallend is dat uit de bevindingen van Veiligheidszaken blijkt dat zes van de tien budgethouders ( [budgethouder 3] , [budgethouder 4] , [budgethouder 5] , [budgethouder 7] , [budgethouder 9] en [budgethouder 10] ) hebben verklaard dat zij weliswaar urenbriefjes of facturen voor akkoord tekenden, maar dat zij die daarna aan de begeleider van De Zorgconsulent meegaven en niet zelf bij de SVB declareerden. Kennelijk is niet op basis van de door budgethouders gecontroleerde facturen gedeclareerd. Dat wordt ook bevestigd door het interview van Veiligheidszaken met [budgethouder 9] , waaruit blijkt dat de bedragen op door [budgethouder 9] gecontroleerde facturen lager waren dan de bedragen op de gedeclareerde facturen en dat [budgethouder 9] het idee had dat de facturen na ondertekening waren aangepast.
4.8.
Ten slotte is gebleken dat in acht van de tien genoemde gevallen de feitelijke zorgvraag van de budgethouders niet paste bij de indicatie die zij hadden en de zorg die De Zorgconsulent leverde, althans factureerde. Na ambtshalve herindicatie door het CIZ zijn de indicaties van [budgethouder 1] , [budgethouder 2] , [budgethouder 3] , [budgethouder 4] , [budgethouder 5] , [budgethouder 6] , [budgethouder 8] en [budgethouder 9] herzien in minder zware indicaties omdat zij minder of (in geval van [budgethouder 3] en [budgethouder 4] ) zelfs helemaal geen zorgbehoefte meer bleken te hebben. De Zorgconsulent, die als zorgverlener zicht had op de zorgbehoefte, heeft geen actie ondernomen naar aanleiding van die gewijzigde zorgbehoefte. VGZ stelt zich terecht op het standpunt dat van De Zorgconsulent als professionele zorgverlener en in het kader van efficiënte zorg mocht worden verwacht dat zij dat wél had gedaan en de budgethouders had behoed voor terugvorderingen van pgb-gelden waar geen recht meer op bestond. In plaats daarvan is De Zorgconsulent zorg blijven declareren. Daar komt bij dat in acht van de tien gevallen ( [budgethouder 1] , [budgethouder 2] , [budgethouder 3] , [budgethouder 4] , [budgethouder 5] , [budgethouder 7] , [budgethouder 8] en [budgethouder 9] ) is gebleken dat De Zorgconsulent had bewerkstelligd dat zij inzage had in de pgb-administratie van de budgethouders of die pgb-administratie zelfs beheerde en dat het pgb elk jaar nagenoeg werd opgemaakt. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat de pgb-post naar De Zorgconsulent werd doorgestuurd als een budgethouder (nog) geen bewindvoerder had. Die verklaring is niet overtuigend nu uit het rechtmatigheidsonderzoek blijkt dat De Zorgconsulent bewerkstelligde dat de pgb-post van budgethouders die al een bewindvoerder hadden ook aan De Zorgconsulent werd toegezonden (zo blijkt in geval van [budgethouder 1] en [budgethouder 9] ). Uit deze omstandigheden heeft Veiligheidszaken naar het oordeel van de rechtbank terecht de conclusie getrokken dat De Zorgconsulent niet factureerde op basis van wat feitelijk aan zorg nodig was en werd geleverd, maar op basis van wat zij (maximaal) op grond van de toekenningsbeschikking kón factureren.
4.9.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat De Zorgconsulent structureel méér heeft gedeclareerd dan waar zij recht op had op grond van wat zij daadwerkelijk aan zorg leverde. Er is sprake van dusdanig significant verschil tussen de gedeclareerde zorg en de geleverde Wlz-zorg dat dit verschil niet is te verklaren door een slordigheid of onzorgvuldigheid, zoals [gedaagde] stelt. Uit de bevindingen blijkt bovendien dat De Zorgconsulent een werkwijze had die erop gericht was dat zij meer betaald kreeg dan waarop zij recht had op grond van de aan het pgb verbonden voorwaarden en dat zij de budgethouders buiten spel zette, althans dat probeerde. Dat bewerkstelligde De Zorgconsulent door zelf, op basis van onjuiste documenten, de declaraties te regelen en door invloed uit te oefenen op het contact tussen de budgethouders en VGZ. Dat was mogelijk doordat De Zorgconsulent ervoor zorgde dat zij de pgb-administratie van de budgethouders kon inzien en/of beheren. Daarnaast probeerde De Zorgconsulent begeleiders of andere medewerkers als gewaarborgde hulp te laten optreden en/of bij huisbezoeken aanwezig te laten zijn en daarbij het woord te laten voeren, terwijl dat niet de bedoeling was (zo blijkt in geval van [budgethouder 1] , [budgethouder 2] , [budgethouder 5] , [budgethouder 8] , [budgethouder 9] en [budgethouder 10] ). Als professionele zorgverlener had De Zorgconsulent moeten weten dat de gang van zaken in strijd was met de voor het pgb geldende regels en tot een terugvordering van (een deel) van het pgb bij de budgethouders zou leiden. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat De Zorgconsulent zorgfraude heeft gepleegd en heeft gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. De Zorgconsulent heeft aldus niet alleen onrechtmatig jegens de budgethouders gehandeld, maar ook jegens VGZ die als zorgkantoor verantwoordelijk is voor het beheer en de verdeling van de pgb-gelden. VGZ heeft dan ook recht op vergoeding van de als gevolg daarvan door haar geleden schade door De Zorgconsulent.
Aansprakelijkheid van [gedaagde]
4.10.
De Zorgconsulent is niet in deze procedure betrokken. Niet in geschil is dat de schadevergoeding niet kon worden voldaan uit de faillissementsboedel. De vraag is of, zoals VGZ stelt, [gedaagde] ook aansprakelijk is voor de schade die VGZ lijdt als gevolg van het onrechtmatig handelen van De Zorgconsulent.
4.11.
Bij deze beoordeling wordt voorop gesteld dat, wanneer een rechtspersoon tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, het uitgangspunt is dat alleen de rechtspersoon aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is echter, naast aansprakelijkheid van die rechtspersoon, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 2:9 en Pro 2:248 BW). Of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Bovendien geldt in geval van een faillissement van een BV dat met een bestuurder gelijk wordt gesteld degene die het beleid van de BV (mede) heeft bepaald, als ware hij bestuurder (lid 7 van artikel 2:248 BW Pro).
4.12.
VGZ stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de vorderingen van VGZ op De Zorgconsulent in verband met de teveel en onterecht uitbetaalde pgb-gelden omdat [gedaagde] feitelijk leidinggevende van De Zorgconsulent was en hem persoonlijk een ernstig verwijt treft. Volgens VGZ had [gedaagde] de dagelijkse leiding, was hij verantwoordelijk voor het financiële gedeelte, gaf opdrachten en verdeelde taken aan medewerkers, was betrokken bij nagenoeg alle e-mailcorrespondentie over uiteenlopende inhoudelijke pgb-onderwerpen en bemoeide zich actief met het beheer van het pgb van de budgethouders, aldus VGZ.
[gedaagde] betwist dat hij feitelijk beleidsbepaler was van De Zorgconsulent en ook dat hem persoonlijk een ernstig verwijt treft. Hij betwist dat hij deel uit maakte van de directie en stelt slechts uitvoerende taken te hebben verricht als werknemer. Dat hij [bestuurder] zo nu en dan heeft vervangen en een soort ‘manusje van alles’ was bij de uitvoering, betekent niet dat hij een bepalende en/of beslissende invloed had binnen De Zorgconsulent, aldus [gedaagde] .
4.13.
De rechtbank beslist hierna over de vraag (1) of [gedaagde] als medebeleidsbepaler van De Zorgconsulent is aan te merken en (2) of hem persoonlijk een ernstig verwijt treft. Overigens gaat de rechtbank er (net als [gedaagde] ) van uit dat [gedaagde] werknemer was van De Zorgconsulent. Hoewel hij geen schriftelijke arbeidsovereenkomst had, wordt daarvan uitgegaan omdat onbetwist is dat hij een vast salaris ontving van De Zorgconsulent.
1. Medebeleidsbepaler
4.14.
Onder medebeleidsbepalers in de zin van lid 7 van artikel 2:248 BW Pro worden onder meer verstaan personen die zich ten minste een deel van de bestuursbevoegdheid hebben toegeëigend, en op die manier het beleid van de vennootschap hebben bepaald of mede bepaald alsof zij bestuurders zijn. Of iemand het beleid van de vennootschap (mede) heeft bepaald en dus kan worden aangemerkt als feitelijk beleidsbepaler, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarvan kan ook sprake zijn in de situatie waarin een of meer formele bestuurders hun taken als bestuurder bleven uitoefenen (Hoge Raad 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:445) en het bestuur daarmee dus niet terzijde stellen.
4.15.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken dat [gedaagde] feitelijk bestuurstaken binnen De Zorgconsulent uitoefende. Uit de schriftelijke verklaring van [gedaagde] van 28 november 2023 en uit de interviews met [bestuurder] en [medewerker 1] blijkt dat [gedaagde] een uitgebreid takenpakket had en zich bij de vervulling van die taken als leidinggevende gedroeg binnen De Zorgconsulent. Zowel [bestuurder] als [medewerker 1] heeft verklaard dat [gedaagde] verantwoordelijk was voor de bedrijfsvoering. Hoewel [gedaagde] in zijn verklaring benadrukt dat hij nooit leiding heeft gegeven bij De Zorgconsulent en uitsluitend [bestuurder] (formeel én feitelijk) de leidinggevende was, blijkt uit de omschrijving van zijn werkzaamheden die [gedaagde] zelf geeft, dat hij feitelijk wel degelijk een deel van de leidinggevende taken (de dagelijkse leiding) voor zijn rekening heeft genomen. Zo heeft hij in zijn mail verklaard dat hij inkoopfacturen bekeek, dat hij collega’s aanstuurde of vroeg om bepaalde zaken te regelen, dat hij de achterwachtdienst draaide en dat hij in veel e-mailberichten in cc werd meegenomen. De rechtbank acht van belang dat medewerkers van De Zorgconsulent [gedaagde] als zodanig zagen, zo heeft hij zelf ook verklaard. [gedaagde] heeft verder verklaard dat hij de meeste uren werkte binnen De Zorgconsulent en, zeker toen de verhouding tussen hem en [bestuurder] verstoord was, [bestuurder] veel minder op kantoor verscheen om het contact met hem te vermijden. De stelling van [gedaagde] dat [bestuurder] als formeel bestuurder (ook) leiding gaf, doet aan het voorgaande niet af gelet op de in r.o. 4.14 genoemde jurisprudentie. Dat [gedaagde] medewerkers aanstuurde en instrueerde over hoe zij moesten omgaan met budgethouders wordt bevestigd in de door VGZ overgelegde mailcorrespondentie tussen [gedaagde] en medewerkers (productie 118 van VGZ). Daaruit blijkt dat [gedaagde] medewerkers instrueerde en opdracht gaf om ervoor te zorgen dat alle post van budgethouders betreffende zorgindicaties, het pgb en zelfs bankrekeningen en -codes (ongeopend) bij hem ( [gedaagde] ) en/of De Zorgconsulent terecht zouden komen. Uit die mailcorrespondentie blijkt nergens van bemoeienis van [bestuurder] met die instructies (hoewel sommige berichten in cc aan [bestuurder] zijn verzonden). De rechtbank gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] de medewerkers naar eigen inzicht – zonder instructie van [bestuurder] – aanstuurde en zo de werkwijze van De Zorgconsulent bepaalde. Dat [gedaagde] dit soort zaken bepaalde wordt bovendien bevestigd door de verklaring van [bestuurder] dat [gedaagde] beleidsstukken van De Zorgconsulent ondertekende.
4.16.
Van belang is verder dat [gedaagde] zorgovereenkomsten namens De Zorgconsulent tekende. [gedaagde] stelt dat hij die overeenkomsten in opdracht van [bestuurder] tekende. [gedaagde] heeft deze stelling echter niet onderbouwd en uit de door VGZ overgelegde zorgovereenkomsten blijkt niet dat [gedaagde] namens of in opdracht van [bestuurder] tekende.
Niet relevant is de stelling van [gedaagde] dat zijn tekenbevoegdheid niet formeel was geregeld. Bij deze beoordeling gaat het immers juist om de feitelijke situatie. Doordat [gedaagde] de overeenkomsten namens De Zorgconsulent ondertekende, vertegenwoordigde hij De Zorgconsulent feitelijk wél en achtte De Zorgconsulent zich daaraan kennelijk gebonden. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat [gedaagde] de jaarrekening van De Zorgconsulent op verzoek van [bestuurder] medeondertekende als directielid. Hoewel [gedaagde] stelt dat het slechts voor de bühne was of omdat het er volgens [bestuurder] beter uitzag, duidt de ondertekening door [gedaagde] erop dat zowel [bestuurder] als [gedaagde] ervan uitging dat [gedaagde] méér was dan een louter uitvoerend medewerker van De Zorgconsulent. [gedaagde] heeft in zijn verklaring bovendien vermeld dat de facturen (met urenverantwoordingen) per week in een aparte map werden verzameld en dat die vervolgens door hem of door [bestuurder] werden bekeken. Daaruit blijkt ook dat [gedaagde] – naast [bestuurder] – een controlerende/ leidinggevende rol had. Dat die controle in de praktijk niet altijd plaatsvond omdat het verzamelen van de facturen naar medewerkers voldoende afschrikwekkend zou werken, doet niet af aan de feitelijke situatie dat [gedaagde] in de organisatie degene was die (met [bestuurder] ) de facturen en urenverantwoordingen kon of zou controleren.
4.17.
Opvallend is daarnaast dat [gedaagde] in geval van calamiteiten vaak de bereikbare persoon was voor De Zorgconsulent. [gedaagde] heeft daarover verklaard dat dit te maken had met persoonlijke omstandigheden van [bestuurder] , maar dat doet er niet aan af dat de feitelijke situatie dusdanig was dat [gedaagde] aanspreekpunt was in geval van calamiteiten en die verantwoordelijkheid kennelijk op zich had genomen. Ten slotte is van belang dat tussen [gedaagde] en De Zorgconsulent sprake was van een rekeningcourantverhouding en dat [gedaagde] een bankpas van De Zorgconsulent had die op zijn naam stond, zo heeft hij ter zitting verklaard. Daar komt bij dat in de rekening-courantverhouding grote bedragen zijn overgemaakt aan [gedaagde] en zijn vennootschap [vennootschap gedaagde] . Voor een medewerker die slechts met uitvoerende werkzaamheden is belast, is dit niet gebruikelijk en zonder verklaring daarvoor, die [gedaagde] niet (voldoende) heeft gegeven, is dan ook niet aannemelijk dat [gedaagde] slechts met uitvoering was belast. De bovengenoemde feiten en omstandigheden geven invulling aan het in r.o. 4.15 gegeven oordeel dat [gedaagde] was aan te merken als feitelijk beleidsbepaler van De Zorgconsulent.
2. Persoonlijk ernstig verwijt
4.18.
Omdat [gedaagde] als feitelijk beleidsbepaler van De Zorgconsulent is aan te merken, is hij als zodanig aansprakelijk voor de vordering van VGZ op De Zorgconsulent indien komt vast te staan dat hem persoonlijk een ernstig verwijt treft ten aanzien van de schade.
VGZ wijst erop dat het [gedaagde] was die opdracht heeft gegeven om post van budgethouders in te nemen, ervoor zorgde dat budgethouders geïnstrueerd werden over wat zij tijdens huisbezoeken tegen medewerkers van VGZ moesten zeggen en dat hij zich op die wijze actief bemoeide met het beheer van het pgb van de budgethouders en de gang van zaken.
[gedaagde] erkent dat hij door het IGZ-onderzoek in 2016 weliswaar op de hoogte was van diverse onregelmatigheden binnen De Zorgconsulent en de noodzakelijke verbeteringen omdat daaruit was gebleken dat organisatorische, beleidsmatige en procedurele zaken alsmede de kwaliteitsbewaking niet op orde was. [gedaagde] betwist echter dat hij op de hoogte was van stelselmatige pgb-fraude en dat hem persoonlijk een ernstig verwijt is te maken.
4.19.
Van een (feitelijk) bestuurder van een zorginstelling, met name als die verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering zoals [gedaagde] , mag verwacht worden dat hij zicht heeft op de werkwijze van de organisatie, de administratie en declaraties en dat hij ervoor zorgt dat fraude wordt voorkomen. Dat geldt in dit geval te meer nu de IGZ in 2016 al had gesignaleerd dat allerlei zaken niet op orde waren bij De Zorgconsulent en verbeterd moesten worden en dat [gedaagde] daarvan op de hoogte was. Gebleken is dat daarop onvoldoende actie is ondernomen en die verbeteringen niet hebben plaatsgevonden. Uit het rapport van het IGZ van augustus 2017 (productie 120 van VGZ) blijkt immers dat de situatie bij De Zorgconsulent daarna niet is verbeterd en dat bijvoorbeeld de door begeleiders gewerkte uren nog steeds niet werden vastgelegd. Dat de administratie van gewerkte uren niet op orde was, wordt bevestigd door het rechtmatigheidsonderzoek van Veiligheidszaken. Daaruit blijkt bovendien, zoals hiervoor al is overwogen, dat stelselmatig meer uren zorg zijn gedeclareerd door De Zorgconsulent dan geleverd. Uit de e-mailcorrespondentie tussen [gedaagde] en medewerkers van De Zorgconsulent blijkt dat [gedaagde] ervoor zorgde dat hij zoveel mogelijk over de pgb- en VGZ-post van budgethouders beschikte en zo de controle had over de pgb-administratie van budgethouders en de pgb-declaraties door budgethouders. Het was dan ook juist [gedaagde] die erop kon en moest toezien dat op de juiste wijze werd gedeclareerd. Gelet op de controle die [gedaagde] op de declaraties kon en moest uitoefenen, het inzicht dat hij daardoor in het aantal gedeclareerde de uren moest hebben, de invloed die hij op budgethouders had en het stelselmatig méér declareren dan waar recht op was, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] bewust heeft bewerkstelligd dat budgethouders méér pgb betaald kregen dan waar zij recht op hadden. Ook omdat de budgethouders kwetsbare personen zijn die in hoge mate van De Zorgconsulent afhankelijk waren, is deze handelwijze van [gedaagde] zodanig onzorgvuldig dat hem persoonlijk een ernstig verwijt treft.
4.20.
Daar komt bij dat door De Zorgconsulent grote bedragen zijn overgemaakt aan [gedaagde] en [vennootschap gedaagde] (door boekingen in rekening-courant met De Zorgconsulent), terwijl niet is gebleken van een rechtsgrond voor die betalingen. [gedaagde] heeft over die betalingen ter zitting desgevraagd gesteld dat die betrekking hadden op extra werk dat hij voor De Zorgconsulent had verricht en op leningen van [gedaagde] aan [bestuurder] . [gedaagde] heeft de extra gewerkte uren en de leningen echter op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl dat wel op zijn weg lag. Daardoor is niet gebleken dat De Zorgconsulent die bedragen aan [gedaagde] of [vennootschap gedaagde] verschuldigd was. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] ook op dit punt persoonlijk een ernstig verwijt treft. Doordat hij de bedragen niet heeft terugbetaald (met uitzondering van € 40.138,89 in het kader van een schikking met de curator), zijn deze bedragen immers onrechtmatig aan De Zorgconsulent onttrokken, wat – samen met de betalingen aan [bestuurder] – heeft geleid tot het faillissement van De Zorgconsulent en benadeling van crediteuren van De Zorgconsulent, waaronder VGZ.
4.21.
Het voorgaande brengt met zich dat [gedaagde] , naast De Zorgconsulent, aansprakelijk is voor de door de VGZ geleden schade.
Omvang van de schade
4.22.
Met VGZ is de rechtbank van oordeel dat de omvang van de schade van VGZ kan worden bepaald op het verschil tussen het pgb uit de toekenningsbeschikkingen en het pgb uit de jaarafrekening. VGZ heeft in haar berekening al rekening gehouden met de zorg die wél is verantwoord. Tegen die berekening heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd. [gedaagde] heeft slechts betoogd dat het schadebedrag voortkomt uit het eenzijdige onderzoek van Veiligheidszaken en een nadere en objectieve beoordeling verdient. Omdat [gedaagde] heeft nagelaten aan te wijzen op welk punt de berekening niet juist is en wat het schadebedrag volgens hem zou moeten zijn, heeft hij het door VGZ onderbouwde schadebedrag onvoldoende onderbouwd betwist. Van belang is verder dat VGZ onweersproken heeft gesteld dat volgens de curator inning van de schadevergoeding bij de erven van [bestuurder] niet mogelijk is en dat niet is gebleken dat (een deel van de) schadevergoeding uit de faillissementsboedel is voldaan aan VGZ. De door VGZ gevorderde schadevergoeding zal daarom worden toegewezen. De wettelijke rente vanaf de betaaldata van de pgb-gelden is eveneens toewijsbaar.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.23.
VGZ vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] voert daartegen verweer. De onderhavige vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De rechtbank zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn daarom toetsen aan de norm van artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro.
De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is niet in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit. Hoewel niet direct van toepassing, geldt dat deze tarieven geacht worden redelijk te zijn. Op basis van deze tarieven wordt een bedrag van € 5.399,03 inclusief btw toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten is toewijsbaar vanaf de datum van dagvaarding, 27 februari 2025.
4.24.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.446,00
(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.616,78
4.25.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen een bedrag van € 537.401,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, vanaf de betaaldata van de pgb-gelden tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen een bedrag van € 5.399,03 in verband met buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, vanaf 27 februari 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 14.616,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J.M. Weijnen, mr. K.H.A. Heenk en mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.
JO/AW/KH/MS