ECLI:NL:RBGEL:2026:1561

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
05/348909-25, 05/187632-25; 05/217229-25; 05/203337-25; 05/262413-25 en 16.280516.25 (gevoegd ttz)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i SrArt. 300 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie opgelegd voor meervoudige diefstallen en mishandelingen in korte periode

Verdachte, geboren in 2008, heeft in een korte periode na zijn verblijf in Nederland elf strafbare feiten gepleegd, waaronder vier winkeldiefstallen, twee diefstallen uit auto's, diefstal van een fiets, twee mishandelingen en twee pogingen tot diefstal uit woningen terwijl bewoners aanwezig waren. De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan, mede op basis van verklaringen, camerabeelden, forensisch onderzoek en bekentenissen.

De verdediging voerde onder meer ontkenning en noodweer aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren wegens onvoldoende bewijs en onwaarschijnlijkheid. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een onvoorwaardelijke jeugddetentie vanwege het recidiverende gedrag en het ontbreken van effect van eerdere maatregelen.

De rechtbank legde een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 195 dagen op, gelijk aan de duur van het voorarrest, en sprak verdachte vrij van enkele feiten wegens onvoldoende bewijs. De straf houdt rekening met de ernst en hoeveelheid van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het advies van de Raad. De voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 195 dagen onvoorwaardelijke jeugddetentie wegens meerdere diefstallen en mishandelingen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.348909.25, 05.187632.25; 05.217229.25; 05.203337.25; 05.262413.25 en 16.280516.25 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak : 17 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] (Marokko),
wonende aan [adres] ,
op dit moment gedetineerd in de JJI [plaats] .
Raadsvrouw mr. P. Hoesstee, advocaat in Zutphen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzittingen achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
ten aanzien van 05-217229-25
hij op of omstreeks 27 mei 2025 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, winkelgoederen (Lays chips, Optimel Drink, Heineken pils en een wrap), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan SPAR City, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
ten aanzien van 05-187632-25
De officier van justitie heeft een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging ingediend. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. De tenlastelegging luidt nu:
1
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen
door middel van inklimming
- op een erker is geklommen, en/of
- door het geopende raam van de woning is geklommen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Harderwijk, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een powerbank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een zonnebril (merk Rayban), een zonnebril (merk Osiris), parfum (ma Richesse), parfum (Capache), en/of een speaker, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] en/of [aangever 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een zonnebril (merk Bremer Burum), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] en/of [aangever 7] , in elk geval aan een
ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, een onbekend gebleven persoon heeft mishandeld, door een of meerdere malen met pepperspray, althans een prikkende vloeistof, in/op/tegen het gezicht van die onbekend gebleven persoon te spuiten;
ten aanzien van 05-203337-25
1
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Nunspeet een of meerdere blikken drank/bier en/of etenswaren/levensmiddelen, in elk geval enige winkelgoederen, die geheel of ten dele aan de Lidl, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Nunspeet een zwembroek, in elk geval enig winkelgoed, dat/die geheel of ten dele aan Okay Fashion en Jeans, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Nunspeet, een zwembroek, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
3
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Nunspeet een of meerdere brillen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Pearle Opticiens, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Nunspeet, een of meerdere brillen, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
ten aanzien van 05-262413-25
1
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Nunspeet tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit(en) en/of de inventaris van zijn kamer op het AZC (00.52) en/of een brandblusser, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan COA AMV Nunspeet, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Nunspeet ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een kopstoot in zijn gezicht, althans tegen zijn hoofd te geven terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Nunspeet [slachtoffer] heeft mishandeld, door hem een kopstoot in zijn gezicht, althans tegen zijn hoofd te geven;
ten aanzien van 16-280516-25
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Utrecht schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Bijenkorf, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
ten aanzien van 05-348909-25
hij op of omstreeks 22 december 2025 te Nunspeet, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning gelegen aan [adres] , geld en/of goederen van zijn gading, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] en/of diens medebewoners, in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van insluiping, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.Onderzoek ter terechtzitting

Verdachte heeft meerdere dagvaardingen ontvangen. De rechtbank behandelt alle feiten op deze dagvaardingen gevoegd.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van 05-217229-25 [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat verdachte ter zitting het tenlastegelegde heeft ontkend, er niet op de beelden te zien is dat verdachte iets in zijn zak stopt en er bij de aanhouding geen goederen bij verdachte zijn aangetroffen.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever 9] heeft, namens Spar City te Zwolle, aangifte gedaan van winkeldiefstal gepleegd op 27 mei 2025. Op de camerabeelden zag hij dat verdachte 3 een pakje Optimel drink yoghurt uit de koeling pakt. Hij is de winkel uitgelopen zonder af te rekenen. [2]
Wanneer verdachte wordt voorgehouden dat hij een pakje Optimel zou hebben gepakt en deze zonder af te rekenen mee zou hebben genomen buiten de winkel, zegt verdachte dat het klopt dat hij alleen drinken bij zich had. Hij zag die jongens stelen en deed dit toen ook. Toen zijn vriend werd aangehouden heeft verdachte buiten de winkel het drinken weggelegd. [3]
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat sprake was van het plegen van diefstal tezamen en in vereniging met de twee medeverdachten. Dat zij samen de winkel in kwamen en alle drie iets hebben gestolen is daarvoor onvoldoende. Er is namelijk niet gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen gericht op de diefstal van levensmiddelen. Voor dat onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte dan ook vrijgesproken.
De rechtbank acht voor het overige wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan voor zover dat ziet op het pakje Optimel Drink.
Ten aanzien van 05-187632-25 [4]
Ten aanzien van het onder feit 6 tenlastegelegde
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 Proces-verbaal van bevindingen, p. 159-161;
 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1-2 van aanvullend proces-verbaal van 27 oktober 2025, voor zover getuige heeft verklaard dat zij in de avond van 16 juni 2025 in Ermelo twee jongens uit de trein heeft gezet. Vlak voor de deuren dichtgingen spoot een van de jongens pepperspray richting een medereiziger en getuige. De medereiziger kreeg dit in zijn gezicht en moest tot aan Nunspeet zijn ogen uitspoelen om de pijn en het prikken te minderen. Zijn ogen waren rood en gezwollen.
 Verklaring van verdachte op de zitting van 3 februari 2026.
De rechtbank stelt vast dat verdachte door met pepperspray in het gezicht van de medereiziger te spuiten, bij deze persoon pijn en letsel in de vorm van gezwollen ogen heeft veroorzaakt. De tenlastegelegde mishandeling is daarom bewezen.
Ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 het proces-verbaal van aangifte, p. 131-132;
 het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 233, voor zover verdachte heeft verklaard dat zij in die auto zijn geweest en spullen hebben weggenomen waaronder die powerbank.
Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 het proces-verbaal van aangifte, p. 113;
 het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 233;
 het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 238.
Gelet op de verklaring van verdachte dat het klopt dat zijn vriend een fiets had meegenomen om ermee naar huis te gaan, omdat zij geen vervoer hadden en zijn verklaring later dat het klopt dat zij de fiets hebben meegenomen, is de rechtbank van oordeel dat zij de fiets tezamen en in vereniging hebben weggenomen.
Ten aanzien van het onder feit 4 tenlastegelegde
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 Proces-verbaal aangifte, p. 147-148;
 Proces-verbaal van bevindingen, p. 28-29;
 Verklaring van verdachte op de zitting van 3 februari 2026.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de gestolen goederen voor een deel bij verdachte en voor een deel bij medeverdachte [medeverdachte] zijn aangetroffen, hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat zij deze goederen tezamen en in vereniging hebben weggenomen.
Ten aanzien van het onder feit 5 tenlastegelegde
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Zowel verdachte als zijn medeverdachte hebben die nacht meerdere auto’s opengemaakt en spullen uit die auto’s meegenomen. Hoewel niet bekend is wie de zonnebril heeft weggenomen kan uit het dossier worden afgeleid dat beide verdachten die nacht samen op rooftocht waren, zodat ook deze zonnebril door hen samen is gestolen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
[aangever 6] heeft aangifte gedaan van diefstal van een blauwe zonnebril. De pleegdatum die wordt genoemd in de aangifte, 20 juni 2026, komt niet overeen met de datum waarop verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn aangehouden (17 juni 2026) waarbij een blauwe zonnebril bij medeverdachte [medeverdachte] is aangetroffen.
De rechtbank kan verder aan de hand van het dossier niet vaststellen dat de zonnebril die is aangetroffen bij medeverdachte [medeverdachte] de zonnebril van aangever is, nu niet is gebleken dat het om een unieke zonnebril gaat en informatie over onderscheidende details van de bril ontbreekt.
De rechtbank is daarom van oordeel dat voor het tenlastegelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat. De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken.
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Zo kon van de schoensporen niet daadwerkelijk worden vastgesteld dat ze van de bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen schoenen afkomstig waren, kan verdachte niet worden aangemerkt als pleger en is er geen bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking.
Beoordeling door de rechtbank
Uit de voorgaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] in de nacht van 17 januari 2026 rond 00.20 uur in Ermelo uit de trein is gezet, waarbij verdachte een medereiziger heeft mishandeld door hem met pepperspray in zijn gezicht te spuiten. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn vervolgens gaan lopen en hebben dezelfde nacht een powerbank uit een auto op de oprit van [adres] in Ermelo, een fiets uit een voortuin aan [adres] in Harderwijk, en meerdere goederen uit een auto aan dezelfde [adres] gestolen.
Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij niet in het huis is geweest. Hij was daar wel in de buurt. Hij ging rondjes lopen om te kijken waar hij kon slapen. Hij was daar met Anas. [5]
Kort nadat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] uit de trein zijn gezet, zijn zij in Ermelo staande gehouden door verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] en gefouilleerd. Verdachte droeg een zwarte hoodie, een grijskleurige trainingsbroek, licht blauwkleurige gympen en een zwart nektasje.
Medeverdachte [medeverdachte] droeg op dat moment een witte pet, een blauwkleurige bodywarmer, een zwarte driekwartsbroek en blauwkleurige gympen van het merk Nike en hij had een geelkleurige tas bij zich.
Toen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] later die nacht omstreeks 04.45 uur naar aanleiding van een melding inbraak in de woning op het adres [adres] te Harderwijk in de omgeving van de betreffende woning werden aangehouden zag verbalisant [verbalisant] dat medeverdachte [medeverdachte] andere schoenen aanhad en zwarte gympen van het merk Nike droeg. [6]
Op camerabeelden van de [adres] in Harderwijk met in beeld “Jun 17 2025 02:53:07 AM” zag verbalisant twee personen in beeld met het volgende signalement:
1
- man;
- blanke of licht getinte huidskleur;
- zwarte jas met een wit logo ter hoogte van de borst;
- grijze broek;
- blauwe pet;
- blauw, grijzige sneakers met een zwart, witte zool;
- donkergekleurde schoudertas.
2
- donkergrijze capuchon;
- blauwe jas;
- zwarte broek;
- gele rugtas;
- donkere schoenen met een witte zool.
Deze laatste persoon voelde met zijn linkerhand aan de deurhendel van een voertuig.
Verder ziet verbalisant op de beelden de man met de schoudertas lopen. De man loopt richting de auto en gaat stil staan naast de auto. Met zijn rechterhand probeert hij de auto te openen. Verbalisant ziet nog een schim in beeld en ziet dat deze persoon een tas op zijn rug heeft. Deze man voelt aan de deurhendels van meerdere auto’s. Ook ziet verbalisant op de camerabeelden een persoon een voortuin inlopen en vervolgens de voortuin weer uitlopen met een fiets. [7]
Gelet op het signalement van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ten tijde van het staande houden en later bij de aanhouding op 17 juni 2025, dat niet volledig maar in voldoende mate overeenkomt met het signalement van de personen op de camerabeelden, in samenhang bezien met de bekennende verklaring van verdachte over de uit de voortuin gestolen fiets en de uit de auto’s gestolen goederen is de rechtbank van oordeel dat op de hiervoor beschreven camerabeelden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] te zien zijn die aan deurhendels van meerdere auto’s voelen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] de bedoeling had om waar zij konden goederen te stelen, dit ook hebben gedaan en dit ook, voor zover het andere tenlastegelegde feiten betreft, grotendeels hebben bekend.
In zijn aangifte heeft [aangever 1] verklaard dat hij op 17 juni 2025 om 03:45 uur wakker werd door gestommel en geluiden in zijn slaapkamer in de woning aan de [adres] in Harderwijk. Hij zag een persoon die zich in zijn kamer ter hoogte van het raam bevond. Deze persoon hield een telefoon met zaklampfunctie ingeschakeld vast. Aangever hoorde de man met een buitenlands accent meerdere keren “sorry, sorry” zeggen. Aangever zag vervolgens dat de persoon via het raam naar buiten sprong en aangever zag dat hij in de richting van het spoor rende. [8]
Met behulp van een surveillancehond, die om 04:25 uur vanaf de woning op het adres [adres] in Harderwijk een spoor vond, trof verbalisant [verbalisant] twee personen aan die op een terrein tussen de busjes en het naastgelegen pand lagen aan de andere kant van de spoorlijn. [9]
Verbalisant [verbalisant] hoorde dat de ON.3091 middels de portofoon doorgaf dat een bewoner geschreeuw had gehoord bij de buren en dat die bewoner toen twee personen had weg zien rennen richting het spoor. Verbalisant herkende de door de hondengeleider aangetroffen personen als [medeverdachte] (medeverdachte) en [verdachte] , omdat hij hen een paar uur daarvoor in Ermelo had gecontroleerd bij een andere melding. [10]
Door verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , forensisch onderzoekers, zijn bij de woning aan de [adres] in Harderwijk meerdere schoenspoorfragmenten en dactyloscopische fragmenten veiliggesteld met de volgende waarmerken:
  • twee schoenspoorfragmenten op de afwateringsdorpel van de erker, aan de voorzijde van de woning: SIN: AASL3229NL en AASL3227NL;
  • dactyloscopische fragmenten op de ruit van het woonkamerraam: SIN: AARK1571NL en AARK1570NL.
Aan de voorzijde van de woning op de 1e verdieping aan de linkerzijde zagen verbalisanten een geopend slaapkamerraam. Daar vonden zij:
  • twee schoenspoorfragmenten op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam: SIN: AASL3225NL en AASL3228NL;
  • een schoenspoorfragment op de vensterbank onder het slaapkamerraam: SIN: AASL3226NL.
Het spoor SIN AARK1571NL-01 (de vingerafdruk op het woonkamerraam) vertoont een zeer grote mate van overeenkomst en geen verschillen van dactyloscopische aard met de afbeelding van de rechtermiddelvinger van verdachte en heeft dan ook geleid tot individualisatie met de vingerafdruk van verdachte. [12]
De rechtbank concludeert hieruit dat er een vingerafdruk van verdachte zat op het woonkamerraam, onder het slaapkamerraam waar aangever een persoon heeft gezien.
Op grond van vergelijkend sporenonderzoek concludeert verbalisant [verbalisant] , gecertificeerd onderzoeker schoen- en bandsporen, dat het schoenspoor [1.1] SIN AASL3225NL (het schoenspoor op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam) is veroorzaakt met een schoen soortgelijk aan schoen [C] (een schoen in beslag genomen onder medeverdachte [medeverdachte] ). Schoen C is een blauwkleurige schoen van het merk Nike met rode zool. [13] Dit zijn de schoenen die medeverdachte [medeverdachte] eerder op de avond in de trein aanhad. [14] En dat zijn dezelfde schoenen die medeverdachte [medeverdachte] bij zijn aanhouding bij zich had en onder hem in beslag zijn genomen. Daarnaast concludeert verbalisant [verbalisant] dat de fragmenten van de overige schoensporen, SIN: AASL3226NL, SIN: AASL3227NL, SIN: AASL3228NL en SIN: AASL3229NL, zijn veroorzaakt met schoenen soortgelijk aan de schoenen [A] (een schoen in beslag genomen onder verdachte) en [C] welke beiden hetzelfde profiel tonen. [15]
Bij de rechter-commissaris heeft verbalisant [verbalisant] verklaard dat hoewel schoen A en schoen C dezelfde profilering hebben er een verschil in afmeting is, vooral in de voorzool. Er zit bijna 3 millimeter verschil in de afmeting. Uit het onderzoek van verbalisant [verbalisant] komt schoen C daardoor het meeste in aanmerking als mogelijke spoorveroorzaker voor spoor 1.1. Het is niet aannemelijk dat spoor 1.1 van schoen A is. Het moet een op schoen C gelijkende schoen zijn geweest. [16]
De rechtbank concludeert uit dit bewijsmiddel in samenhang bezien met de omstandigheid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] door middel van een geurspoor startend bij de woning van aangever samen kort na de melding van de woninginbraak zijn aangetroffen, dat het aangetroffen schoenspoor op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam van de woning van aangever is veroorzaakt door medeverdachte [medeverdachte] . Daarbij is ook van belang dat verdachte en medeverdachte hebben bekend dat zij dezelfde nacht in de buurt van deze woning samen andere diefstallen hebben gepleegd. Ook wordt op de ruit van de woonkamer een vingerafdruk van verdachte aangetroffen. Nu van beide verdachten in ieder geval één individueel spoor is aangetroffen op de woning (de vingerafdruk van verdachte op het woonkamerraam en het schoenspoor van medeverdachte [medeverdachte] op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam) stelt de rechtbank vast dat zij samen bij de woning van aangever zijn geweest en samen onder het slaapkamerraam hebben gestaan. Eén van hen is vervolgens via de erker door het slaapkamerraam naar binnen geklommen.
Mede gelet op de hiervoor beschreven conclusie dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] deze nacht samen verschillende diefstallen hebben gepleegd in de buurt van deze woning, acht de rechtbank het opzet op de diefstal van geld of goederen uit de woning door middel van inklimming en het opzet op de samenwerking bewezen. Dat een willekeurige onbekende andere persoon met schoenen met hetzelfde profiel als de schoenen van één van beide verdachten bij aangever in de slaapkamer heeft gestaan acht de rechtbank niet aannemelijk.
Het is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Ten aanzien van 05-203337-25 [17]
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte, p. 18-20;
- proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 61.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde
Verdachte heeft het primair tenlastegelegde onder dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 het proces-verbaal van aangifte, p. 30;
 het proces-verbaal van bevindingen, p. 23;
 de verklaring van verdachte op de zitting van 3 februari 2026.
Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde
Verdachte heeft het primair tenlastegelegde onder dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 het proces-verbaal van aangifte, p. 37-38;
 het proces-verbaal van bevindingen, p. 23;
 de verklaring van verdachte op de zitting van 3 februari 2026.
Ten aanzien van 05-262413-25 [18]
Ten aanzien van feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Dit blijkt uit de verklaringen van de getuige [getuige] en [getuige] . Verder is op de camerabeelden te zien dat verdachte met een theeglas gooit. Ook blijkt uit de foto’s in het dossier wat er allemaal kapot is in de kamer.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij zag dat de verdachte en [naam] de kamer van binnen uit sloopten.
Aangever [aangever 10] heeft op de vraag wat verdachte precies heeft gedaan verklaard dat verdachte een kopstoot gaf aan [slachtoffer] . Daarna is er gevochten. [slachtoffer] zag vervolgens een mes op tafel liggen en heeft het mes gepakt en wilde daarmee uithalen naar verdachte, maar gleed uit. Toen is hij achterover gevallen en toen hij weer opstond wilde hij weer uithalen, maar door de drukte heeft getuige zijn mes kunnen afpakken. Hij heeft niet met spullen lopen gooien.
Het is voor de rechtbank, mede gelet op de vraagstelling, niet duidelijk wie er volgens aangever [aangever 10] niet met spullen heeft lopen gooien. Getuige kan hiermee verdachte, maar ook [slachtoffer] bedoeld hebben. In het eerste geval zijn er twee getuigen die elkaar tegenspreken.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de verschillende getuigenverklaringen onvoldoende overtuigend is komen vast te staan dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij het tenlastegelegde. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.
Ten aanzien van feit 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat er sprake was van een noodweersituatie en verdachte [naam] en hemzelf heeft willen beschermen.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever 10] heeft namens het COA in Nunspeet aangifte gedaan van vernielingen op 12 augustus 2025. Voorafgaand aan de vernielingen gaf een jongen een andere jongen een kopstoot. [19] In een aanvullend verhoor heeft aangever [aangever 10] verklaard dat in de nacht van 11 op 12 augustus 2025 (de rechtbank begrijpt gelet op de aangifte: op 12 augustus 2025) bij de COA-locatie in Nunspeet verdachte een kopstoot gaf tegen [slachtoffer] . [20]
Getuige [getuige] heeft verklaard dat verdachte een gesprek van [naam] en zijn kamergenoot [slachtoffer] onderbrak. Er ontstond een discussie tussen [slachtoffer] en verdachte, waarbij verdachte [slachtoffer] een kopstoot gaf. [21]
Uit het dossier volgt onvoldoende informatie over de intensiteit van de kopstoot en zo ja, welk letsel die tot gevolg heeft gehad. De rechtbank is daarom van oordeel dat het primair tenlastegelegde (poging zware mishandeling) niet kan worden bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.
Dat een kopstoot behoorlijke pijn veroorzaakt neemt de rechtbank aan als een feit van algemene bekendheid. Het is daarmee bewezen dat verdachte de subsidiair ten laste gelegde mishandeling heeft begaan.
Beroep op noodweer
Uit de verklaring van getuige [getuige] (begeleider op het COA) volgt juist dat er een ruzie was geweest, maar dat het COA-medewerkers gelukt was om de bewoners uit elkaar te halen. Vervolgens onderbrak verdachte een gesprek tussen [naam] en [slachtoffer] waardoor een discussie ontstond. Daarna gaf verdachte [slachtoffer] de kopstoot. Dit wordt ondersteund door de verklaringen van aangever [aangever 10] en getuige [getuige] . Het is verdachte geweest die toen als eerste geweld heeft gebruikt zonder dat daar op dat moment een aanleiding voor was.
Het door verdachte gestelde noodweerscenario – dat meerdere personen hem en [naam] zouden hebben aangevallen en dat hij daarom een kopstoot gaf– wordt niet ondersteund door het dossier en is ook overigens onvoldoende aannemelijk geworden. Het beroep op noodweer slaagt niet.
Ten aanzien van 16-280516-25 [22]
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 het proces-verbaal van aangifte, p. 5;
 proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 48-49.
Ten aanzien van 05-348909-25 [23]
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
 het proces-verbaal van aangifte, p. 26-27;
 verklaring van verdachte op de zitting van 3 februari 2026.

4.De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat:
ten aanzien van 05-217229-25
hij op
of omstreeks27 mei 2025 te Zwolle
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
winkelgoederen (Lays chips,Optimel Drink
, Heineken pils en een wrap), in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan SPAR City
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
ten aanzien van 05-187632-25
1
hij op
of omstreeks17 juni 2025 te Harderwijk,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s)voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en
/ofzijn mededader
(s)toebehoorde
(n
)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en
/ofdat/die weg te nemen goed/goederen onder
zijn/hun bereik te brengen
door middel van inklimming
- op een erker is geklommen, en
/of
- door het geopende raam van de woning is geklommen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op
of omstreeks17 juni 2025 te Harderwijk,
althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,een fiets
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij op
of omstreeks17 juni 2025 te Ermelo,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,een powerbank
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [aangever 3]
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4
hij op
of omstreeks17 juni 2025
te Ermelo, althansin Nederland, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,een zonnebril (merk Rayban), een zonnebril (merk Osiris), parfum (ma Richesse), parfum (Capache), en
/ofeen speaker,
in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] en
/of[aangever 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6
hij op
of omstreeks17 juni 2025 te Ermelo,
althans in Nederland,een onbekend gebleven persoon heeft mishandeld, door een
of meerdere malenmaalmet pepperspray
, althans een prikkende vloeistof,in
/op/tegenhet gezicht van die onbekend gebleven persoon te spuiten;
ten aanzien van 05-203337-25
1
hij op
of omstreeks2 juli 2025 te Nunspeet
een ofmeerdere blikken drank/bier en
/ofetenswaren
/levensmiddelen, in elk geval enige winkelgoederen,die geheel
of ten deleaan de Lidl
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2 primair
hij op
of omstreeks2 juli 2025 te Nunspeet een zwembroek
, in elk geval enig winkelgoed, dat/die geheel
of ten deleaan Okay Fashion en Jeans
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.primairhij op of omstreeks2juli2025teNunspeeteen ofmeerderebrillen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten deleaanPearleOpticiens, in elk geval aan een andertoebehoorde(n)heeftweggenomenmethetoogmerkomhetzichwederrechtelijktoeteeigenen;ten aanzien van 05-262413-25

2
hij op
of omstreeks12 augustus 2025 te Nunspeet [slachtoffer] heeft mishandeld, door hem een kopstoot
in zijn gezicht, althanstegen zijn hoofd te geven;
ten aanzien van 16-280516-25
hij op
of omstreeks21 augustus 2025 te Utrecht schoenen
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan de Bijenkorf,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
ten aanzien van 05-348909-25
hij op
of omstreeks22 december 2025 te Nunspeet, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning gelegen aan [adres] , geld en/of goederen van zijn gading, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] en/of diens medebewoners, in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van insluiping, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De rechtbank heeft taal- of schrijffouten in de tenlastelegging in de bewezenverklaring cursief verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn belang geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van 05-217229-25
diefstal;
ten aanzien van 05-187632-25
feit 1:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;
feiten 2, 3 en 4:
diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 6:
mishandeling;
ten aanzien van 05-203337-25
feiten 1, 2 primair en 3 primair:
diefstal;
ten aanzien van 05-262413-25
feit 2:
mishandeling;
ten aanzien van 16-280516-25
diefstal;
ten aanzien van 05-348909-25
diefstal door middel van insluiping

6.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.

8.De motivering van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 195 dagen.
De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet daarvan worden afgetrokken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest dient te worden opgelegd.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
 het uittreksel justitiële documentatie van 28 december 2025 (het strafblad),
 het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming 28 januari 2026.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
Verdachte heeft een blanco strafblad.
De ernst van de feiten
Verdachte is ongeveer negen maanden in Nederland en heeft in die tijd ruim zes maanden in voorlopige hechtenis gezeten. De voorlopige hechtenis is twee keer geschorst en telkens is die schorsing weer opgeheven omdat verdachte opnieuw de fout in ging. Ook na de opheffing van de voorlopige hechtenis heeft verdachte binnen drie weken opnieuw een misdrijf gepleegd.
In de zeer korte periode dat verdachte op vrije voeten in Nederland was heeft hij zich schuldig gemaakt aan elf misdrijven: vier winkeldiefstallen, twee diefstallen uit een auto, diefstal van een fiets, twee mishandelingen en twee pogingen tot diefstal uit een woning in de nacht terwijl de bewoners thuis waren en waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte in de woning door deze bewoners werden betrapt.
Verdachte heeft voor veel overlast en, in het bijzonder voor de slachtoffers van de pogingen tot diefstal uit de woningen, een gevoel van onveiligheid gezorgd. De grote hoeveelheid misdrijven die verdachte in zeer korte tijd heeft gepleegd vindt de rechtbank zeer verontrustend.
Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft geadviseerd een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Er lijkt niets anders mogelijk te zijn, omdat alles al is geprobeerd. Een werkstraf is niet passend en een voorwaardelijke straf met toezicht en begeleiding heeft geen toegevoegde waarde, omdat verdachte het lastig vindt om zich aan de afspraken te houden en blijft recidiveren waardoor hij tot nu toe iedere keer is terug gemeld en opnieuw in de justitiële jeugdinrichting (hierna: JJI) belandt.
Uit het rapport van de Raad volgt verder dat verdachte in de JJI naar school gaat en dat dat goed gaat. Verdachte heeft op de zitting laten weten graag te willen leren en een diploma te willen behalen. Het ontbreken van een toekomstperspectief in Nederland en zijn middelen- en medicatiegebruik verhogen echter de kans op recidive.
Op de zitting is gebleken dat verdachte openstaat voor buddycoaching en dat door de gemeente inmiddels een beschikking daartoe is afgegeven. Wanneer verdachte vrij komt zal de buddycoaching voor hem ter beschikking staan bij het COA. Het is aan verdachte om te laten zien dat hij met deze hulp in staat is om een goed leven te leiden, in Nederland of elders, zonder het plegen van misdrijven. Hij moet zich aan zijn belofte gaan houden dat hij niet opnieuw in de fout zal gaan. Tot nu toe is dat verdachte nog niet gelukt. De rechtbank wijst verdachte erop dat hij binnenkort meerderjarig wordt. Als verdachte doorgaat met het plegen van misdrijven dan moet verdachte ermee rekening houden dat aan meerderjarigen voor dergelijke misdrijven hogere straffen worden opgelegd, zeker als zij een strafblad hebben met meerdere feiten zoals dat van verdachte.
De rechtbank legt aan verdachte op een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 195 dagen. Dit betekent dat het voorarrest op de dag van de uitspraak gelijk is aan de op te leggen jeugddetentie.
De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelet op de ernst en hoeveelheid bewezenverklaarde feiten en het advies van de Raad de juiste strafmodaliteit is. Rekening houdend met de geldende oriëntatiepunten is een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest passend en geboden.
De rechtbank zal de voorlopige hechtenis opheffen vanaf de dag van de uitspraak, omdat de op te leggen onvoorwaardelijke jeugddetentie op dat moment gelijk is aan de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 45, 77a, 77g, 77i, 300, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/187632-25 onder 5 tenlastegelegde, het onder parketnummer 05/262413-25 onder 1 en onder 2 primair tenlastegelegde;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:
een jeugddetentievoor de duur van
195 dagen;
 beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

heft ophet bevel tot
voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Raat (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.
mr. Jacobs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025245804, gesloten op 27 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal aangifte, p. 34-35.
3.Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 52.
4.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025284680, gesloten op 30 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
5.Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , p.202.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 28-30.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 115-116.
8.Proces-verbaal aangifte, p. 18.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 25.
11.Proces-verbaal forensisch onderzoek woning, p. 69.
12.Proces-verbaal conclusie onderzoek dactyloscopische sporen, p. 73-74 en bijlagen, p. 78 en 80.
13.Proces-verbaal einduitslag vergelijkend sporenonderzoek, p. 92, 93 en 94.
14.Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen, p. 165.
15.Proces-verbaal einduitslag vergelijkend sporenonderzoek, p. 92, 93 en 94.
16.P. 2 en 4 van het proces-verbaal van verhoor getuige [verbalisant] van 27 januari 2026.
17.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025313597, gesloten op 5 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
18.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025384111, gesloten op 28 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
19.Proces-verbaal van aangifte, p. 73.
20.Proces-verbaal verhoor aangever, p. 83-84.
21.Proces-verbaal verhoor getuige, p. 188.
22.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Midden-Nederland, district Utrecht-Centrum, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0900-2025283419, gesloten op 22 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
23.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Veluwe-Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025617862, gesloten op 23 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.