Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1487

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
11850245 CV EXPL 25-2337
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 7:213 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst wegens ernstige geluidsoverlast

Talis verhuurt sinds 2018 een woning aan [onderbewindgestelde]. Er is sprake van ernstige en structurele geluidsoverlast, vooral door nachtelijke geluiden, wat herhaaldelijk door politie en verhuurder is vastgesteld en beboet.

Ondanks waarschuwingen, gedragsaanwijzingen en een akoestisch onderzoek bleef de overlast bestaan, wat leidde tot een ontbindingsprocedure. De kantonrechter oordeelt dat [onderbewindgestelde] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en de gedragsaanwijzing, waardoor ontbinding gerechtvaardigd is.

Tijdens de zitting bleek dat de overlast inmiddels was gestopt, waarna Talis haar vordering beperkte tot een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming. De kantonrechter wijst dit toe, met een voorwaardelijke ontruimingstermijn van veertien dagen en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden wegens ernstige geluidsoverlast met een voorwaardelijke ontruiming en uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11850245 \ CV EXPL 25-2337
Vonnis van 20 februari 2026
in de zaak van
JURIDA B.V., IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER ALLE GOEDEREN DIE TOEBEHOREN OF ZULLEN TOEBEHOREN AAN [naam onderbewindgestelde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: [onderbewindgestelde] , dan wel Jurida q.q.,
gemachtigde: mr. J.G. Roethof,
tegen
STICHTING TALIS,
gevestigd te Nijmegen,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: Talis,
gemachtigde: mr. P.L.T. Roks.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 augustus 2025
- de brief van 23 december 2025 van de gemachtigde van Talis, met producties 26, 27 en 28
- de e-mail van 21 december 2025 van de gemachtigde van [onderbewindgestelde] , met productie 2
- de e-mail van 10 januari 2026 van de gemachtigde van [onderbewindgestelde] , met twee niet genummerde producties
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.
1.3.
Het verzet richt zich tegen het door de kantonrechter op 6 juni 2025 bij verstek uitgesproken vonnis onder zaaknummer 11734386 \ CV EXPL 25-1724, tussen Talis als eisende partij en [voormalig bewindvoerder] , in de hoedanigheid van (voormalige) bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] , als gedaagde partij.

2.De feiten

2.1.
Talis verhuurt met ingang van 8 november 2018 aan [onderbewindgestelde] de woning aan het adres [adres] in [plaatsnaam] (hierna: het gehuurde). Het gehuurde is gelegen in een wooncomplex bestaande uit twee galerijen. Op beide galerijen bevinden zich woningen die uit twee woonlagen bestaan.
2.2.
Op de huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden van Talis (hierna: AHV) van toepassing. In artikel 6.4 AHV is onder meer het volgende bepaald:
“Huurder zal zich onthouden van elk gebruik van het gehuurde, waardoor buren en andere omwonenden overlast en/of hinder wordt aangedaan (…). Talis denkt daarbij in het bijzonder aan:
-
onrechtmatige gedragingen bestaande uit het veroorzaken van ernstige geluidsoverlast (…)”
2.3.
Bij aangetekende brief van 14 mei 2024 heeft de gemachtigde van Talis onder meer het volgende geschreven aan [onderbewindgestelde] :
“Cliënte overhandigde mij een dossier waaruit blijkt dat u al geruime tijd ernstige overlast veroorzaakt aan omwonenden, met name uw onderburen. Hierbij gaat het meestal om nachtelijke geluidsoverlast door dancemuziek, geschreeuw, luid gepraat, gestamp, het vallen van spullen op de vloer et cetera. Ook de politie heeft deze overlast meermaals geconstateerd en ook al meermaals boetes aan u uitgeschreven. En ook mijn cliënte heeft u herhaaldelijk aangesproken en aangeschreven op de overlast. Alleen al in 2023 maar liefst vier keer bij een gesprek op 2 augustus 2023, in een brief van 17 oktober 2023, bij een daaropvolgend gesprek op 8 november 2023 en een daar weer op volgende brief van 8 december 2023. Ondanks al deze acties van de politie en mijn cliënte, houdt de overlast niet op. Dit is voor mijn cliënte onacceptabel. Bij het gesprek dat zij op 13 mei 2024 met u gevoerd heeft, heeft zij dit reeds aan u laten weten.
(…)
Allerlaatste waarschuwing
Hierbij ontvangt u namens Talis een allerlaatste waarschuwing om erper directvoor te zorgen dat u op geen enkele wijze meer overlast veroorzaakt aan omwonenden, of laat veroorzaken door anderen die met uw goedvinden van het gehuurde en de algemene ruimtes gebruik maken.”
2.4.
In verband met nieuwe meldingen van geluidsoverlast heeft Talis, ter voorkoming van het opstarten van een juridische procedure, op 3 januari 2025 een vrijwillige gedragsaanwijzing aangeboden aan [onderbewindgestelde] . In de door beide partijen ondertekende overeenkomst staat onder meer het volgende:
Artikel 2 Gedragsaanwijzingen Pro
Partijen komen het volgende overeen:
  • Huurder veroorzaakt geen enkele geluidsoverlast meer. In het bijzonder tussen 22:00 uur ’s avonds en 8:00 uur ’s ochtends. U voorkomt geluidsoverlast bestaande uit, maar niet beperkt tot, aanhoudende te luide muziek, schreeuwen, bonken en stampen in de woning;
  • Huurder zal professionele hulpverlening, die wordt aangeboden door het regieteam van de gemeente Nijmegen en/of voorgesteld door maatschappelijk werk accepteren en meewerken om de overlast te stoppen en te voorkomen;
  • Huurder verstrekt aan verhuurder contactgegevens van zijn hulpverleners aan Talis;
  • Huurder stemt er mee in dat Talis, gemeente Nijmegen, politie en hulpverlening informatie uitwisselen om te monitoren dat huurder zich houdt aan de afspraken in deze gedragsaanwijzing of als er sprake is van andere (zorgelijke) signalen.
Artikel 3 Ontbinding Pro en ontruiming
Het niet nakomen van één van de gedragsaanwijzingen van artikel 2 is Pro een ernstige tekortkoming in de nakoming van de tussen Talis en huurder bestaande huurovereenkomst betreffende de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] . Indien huurder tekortschiet in een van deze gedragsaanwijzingen is Talis zonder meer gerechtigd de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning te bewerkstelligen en/of een ontruimings-kortgeding op te starten.”
2.5.
Na ontvangst van klachten over geluidsoverlast, heeft Talis in de periode van 5 tot 19 maart 2025 een akoestisch onderzoek laten uitvoeren in de woning van de benedenburen van [onderbewindgestelde] door de firma Burenlawaai. In de rapportage van 21 maart 2025 heeft Burenlawaai geconcludeerd dat in de woning van de benedenburen overlast is geconstateerd en dat deze afkomstig is van
“een direct aanpandig bovengelegen woonperceel”.
2.6.
Talis heeft [onderbewindgestelde] , althans zijn toenmalige bewindvoerder, bij brief van 4 april 2025 in de gelegenheid gesteld de huurovereenkomst op te zeggen. Omdat opzegging van de huurovereenkomst uitbleef, is Talis de ontbindingsprocedure gestart.
2.7.
Bij verstekvonnis van 6 juni 2025 is de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst (per de datum van uitspraak) en ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis toegewezen.
2.8.
De kantonrechter te Zutphen heeft op 7 juli 2025 [voormalig bewindvoerder] ontslagen als bewindvoerder en Jurida B.V. te [vestigingsplaats] benoemd als bewindvoerder.

3.Het geschil

3.1.
Talis heeft in de oorspronkelijke dagvaarding gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen ontbindt en dat [onderbewindgestelde] , althans diens bewindvoerder, wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, alsmede tot betaling van de proceskosten.
3.2.
Talis heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [onderbewindgestelde] tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, door structureel geluidsoverlast te veroorzaken. Volgens Talis handelt [onderbewindgestelde] daarmee in strijd met artikel 6.4 AHV en handelt hij niet als een goed huurder in de zin van artikel 7:213 BW Pro. Deze tekortkoming rechtvaardigt volgens Talis de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Talis stelt dat [onderbewindgestelde] sinds 2023 structureel ernstige geluidsoverlast veroorzaakt, zowel overdag als ’s nachts. Deze overlast wordt vooral door de benedenburen van [onderbewindgestelde] ervaren. Ter onderbouwing van de geluidsoverlast verwijst Talis naar de rapportage van de firma Burenlawaai, die in de periode van 5 tot 19 maart 2025 een akoestisch onderzoek heeft verricht in de woning van de benedenburen. Herhaaldelijke gesprekken, sommaties, een laatste waarschuwing en zelfs een gedragsaanwijzing hebben [onderbewindgestelde] er niet toe kunnen zetten een einde aan de overlast te maken, aldus Talis. Tot slot verzoekt Talis dat de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart en daarover een gemotiveerde beslissing geeft.
3.3.
[onderbewindgestelde] , althans Jurida q.q. als de formele procespartij, heeft in de verzetdagvaarding verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van Talis, met veroordeling van Talis in de proceskosten. Kort samengevat is aangevoerd dat weliswaar sprake was van enige geluidsoverlast, maar dat [onderbewindgestelde] zich sinds het ondertekenen van de gedragsaanwijzing aan de gemaakte afspraken heeft gehouden. Volgens [onderbewindgestelde] volgt uit het onderzoeksrapport niet dat hij verantwoordelijk is voor de geluidsregistraties, maar dat het geluid afkomstig is van aanpandige woningen, dus mogelijk ook van andere buren.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter gaat ervan uit dat [onderbewindgestelde] , althans Jurida q.q., tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis van 6 juni 2025. Tussen partijen is dit ook niet in geschil.
4.2.
Artikel 6:265 lid 1 BW Pro bepaalt dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden. Dit tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De hoofdregel en de ‘tenzij-bepaling’ brengen tezamen de materiële rechtsregel tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding van de huurovereenkomst.
4.3.
Op grond van artikel 7:213 BW Pro is een huurder verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit houdt onder meer in dat de huurder zich dient te onthouden van gedragingen die ontoelaatbare overlast veroorzaken. Uit artikel 6.4 AHV volgt dat [onderbewindgestelde] geen overlast en hinder aan omwonenden mag veroorzaken.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat met de overgelegde meldingen, correspondentie en het onderzoeksrapport van Burenlawaai voldoende onderbouwd is gesteld dat [onderbewindgestelde] ernstige en structurele geluidsoverlast heeft veroorzaakt. Dat alleen de benedenburen over die geluidsoverlast hebben geklaagd, doet aan de ernst van de overlast niet af. [onderbewindgestelde] heeft onvoldoende gemotiveerd verweer gevoerd tegen de bevindingen in het onderzoeksrapport. Mede gelet op de vele waarschuwingen die Talis heeft gegeven, is de kantonrechter dan ook van oordeel dat [onderbewindgestelde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de gedragsaanwijzing. De tekortkoming van [onderbewindgestelde] is dermate ernstig dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. [onderbewindgestelde] heeft zeker belang bij het behoud van de woning. Zijn belang weegt naar het oordeel van de kantonrechter echter minder zwaar dan het belang van Talis bij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Zij heeft als verhuurder immers mede de verantwoordelijkheid om te zorgen voor het rustig woongenot en een goed en veilig leefklimaat voor de andere bewoners in het wooncomplex. Ernstige en structurele geluidsoverlast, zoals [onderbewindgestelde] heeft veroorzaakt, belemmert dat.
4.5.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [onderbewindgestelde] al enige tijd geen geluidsoverlast meer heeft veroorzaakt. Talis heeft voorgesteld om de huurovereenkomst voort te zetten, maar wel onder de strikte voorwaarde dat [onderbewindgestelde] niet opnieuw in ernstige mate overlast veroorzaakt. Talis heeft daarom ter zitting haar vordering in zoverre verminderd, dat zij de voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vordert. [onderbewindgestelde] , althans Jurida q.q., is akkoord gegaan met het voorstel en dus met de verminderde vordering.
4.6.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande voorwaardelijk worden toegewezen, in die zin dat het vonnis niet ten uitvoer wordt gelegd zolang [onderbewindgestelde] niet opnieuw in ernstige mate overlast veroorzaakt. [onderbewindgestelde] wordt ook voorwaardelijk veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.7.
Ten aanzien van de gevraagde uitvoerbaarverklaring bij voorraad, oordeelt de kantonrechter als volgt.
Indien [onderbewindgestelde] opnieuw in ernstige mate (geluids)overlast veroorzaakt, heeft Talis belang bij spoedige beëindiging van de door [onderbewindgestelde] veroorzaakte overlast door uitvoering van deze uitspraak. Daar staat tegenover dat deze uitvoering tot gevolg heeft dat [onderbewindgestelde] het gehuurde zal moeten ontruimen, terwijl dit niet of zeer bezwaarlijk weer ongedaan kan worden gemaakt. Alles afwegende, gelet op de ernst en het structurele karakter van de overlast, is de kantonrechter van oordeel dat het belang van Talis bij onmiddellijke uitvoering van deze uitspraak zwaarder weegt dan het belang van [onderbewindgestelde] bij behoud van het gehuurde tot onherroepelijk op de vordering van Talis is beslist. Het vonnis zal daarom uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
4.8.
In overeenstemming met hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, compenseert de kantonrechter de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
vernietigt het verstekvonnis van 6 juni 2025 onder zaaknummer 11734386 \ CV EXPL 25-1724, tussen Talis als eisende partij en [voormalig bewindvoerder] , in de hoedanigheid van (voormalige) bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] , als gedaagde partij,
opnieuw rechtdoende
onder de voorwaarde dat [onderbewindgestelde] opnieuw in ernstige mate overlast veroorzaakt:
5.2.
ontbindt de tussen Talis en [onderbewindgestelde] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [plaatsnaam] ,
5.3.
veroordeelt Jurida q.q. om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te (doen) ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Talis zijn, en de sleutels af te geven aan Talis,
5.4.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
858/560