Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1485

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
11905022 CV EXPL 25-2776
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 RvArt. 93 RvArt. 99 lid 1 RvArt. 10 paragraaf 3 Decreet betreffende Lage-emissiezonesArt. 10 paragraaf 6 Decreet betreffende Lage-emissiezones
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling geldboete wegens overtreding lage-emissiezone Antwerpen toegewezen

Stad Antwerpen vordert betaling van een geldboete van €150 wegens overtreding van het Gemeentelijk Reglement Lage-emissiezone Antwerpen door het motorvoertuig van de gedaagde, dat zich op 29 oktober 2023 in de lage-emissiezone bevond zonder geldige ontheffing. Daarnaast vordert zij administratie-, invorderings- en ingebrekestellingskosten.

De gedaagde betwist de vordering met het verweer dat hij niet de bestuurder was ten tijde van de overtreding, omdat zijn auto was gestolen. Hij overlegt een politieaangifte ter onderbouwing. De kantonrechter stelt vast dat de boete onherroepelijk is geworden omdat de gedaagde geen bezwaar heeft ingediend binnen de gestelde termijn.

De kantonrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van woonplaats van de gedaagde en dat Belgisch recht van toepassing is conform Rome II-verordening, omdat de overtreding in België plaatsvond. Het verweer van de gedaagde faalt, de boete en bijkomende kosten worden toegewezen. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen op 20 februari 2026.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de boete en bijkomende kosten wordt toegewezen en de gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11905022 \ CV EXPL 25-2776
Vonnis van 20 februari 2026
in de zaak van
STAD ANTWERPEN,
gevestigd te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[naam gedaagde / procederende in persoon],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde / procederende in persoon] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
- de akte van Stad Antwerpen.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Stad Antwerpen vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde / procederende in persoon] veroordeelt tot betaling van € 229,21, alsmede de proceskosten.
2.2.
Stad Antwerpen grondt haar vordering op het Decreet betreffende Lage-emissiezones (hierna: het Decreet), het Besluit Lage-emissiezones en het Gemeentelijk Reglement Lage-emissiezone Antwerpen. Stad Antwerpen stelt dat het motorvoertuig van [gedaagde / procederende in persoon] , met kenteken [kenteken] , zich op 29 oktober 2023 om 17:46 uur heeft bevonden in de Lage-emissiezone van de stad Antwerpen, terwijl het motorvoertuig niet voldeed aan de emissienormen en [gedaagde / procederende in persoon] niet in het bezit was van een ontheffing, de zogenoemde LEZ-dagpas. Verder stelt zij dat zij aan [gedaagde / procederende in persoon] een boete van € 150,00 heeft opgelegd en dat zij hem erop heeft gewezen dat hij binnen 30 dagen bezwaar kan maken tegen de boete, hetgeen hij niet heeft gedaan. Omdat [gedaagde / procederende in persoon] ondanks herinneringen niet is overgegaan tot betaling, is hij ook de administratiekosten van € 20,00, de invorderingskosten van € 30,00 en de kosten voor de ingebrekestelling van € 29,21 verschuldigd, aldus Stad Antwerpen.
2.3.
[gedaagde / procederende in persoon] betwist de vordering, omdat hij ten tijde van de overtreding niet de bestuurder was. Zijn auto is gestolen en is een week later teruggevonden. [gedaagde / procederende in persoon] verwijst in dit verband naar de politie-aangifte van 31 oktober 2023 (productie bij antwoord) en hij voert aan dat hij deze al bij Stad Antwerpen heeft ingeleverd.

3.De beoordeling

3.1.
Omdat de onderhavige zaak een internationaal karakter draagt, dient eerst te worden beoordeeld of de kantonrechter bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen.
3.2.
De boete is van overheidswege aan [gedaagde / procederende in persoon] opgelegd. Van een rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van een geldboete is evenwel geen sprake. Hierdoor mist Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening) toepassing.
3.3.
De kantonrechter kan zijn bevoegdheid wel ontlenen aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Artikel 2 Rv Pro bepaalt namelijk dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien gedaagde in Nederland zijn woonplaats heeft en de zaak bij dagvaarding moet worden ingeleid. Nu voor een geschil als het onderhavige geen specifieke procedure is aangewezen, is de dagvaardingsprocedure bij de civiele rechter als restcategorie van toepassing. Omdat het beloop van het geschil onder de competentiegrens als bedoeld in artikel 93 Rv Pro blijft en gelet op de woonplaats van [gedaagde / procederende in persoon] , is de rechtbank Gelderland, kamer voor kantonzaken, locatie Nijmegen op grond van artikel 93 aanhef Pro en onder a BW en artikel 99 lid 1 RV Pro bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.
3.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Belgisch recht van toepassing is en overweegt hiertoe dat op grond van Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) aansluiting moet worden gezocht bij de plaats waar de door de eisende partij gestelde feiten, op grond waarvan zij de boete heeft opgelegd, zich hebben voorgedaan. Voorts is gesteld noch gebleken dat uit het geheel van omstandigheden volgt dat de rechtsverhouding tussen partijen nauwer is verbonden met een ander land, bijvoorbeeld Nederland. Hierdoor is Belgisch recht van toepassing op het onderhavige geschil.
3.5.
De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van [gedaagde / procederende in persoon] niet slaagt en dat de gevorderde hoofdsom van € 150,00 moet worden toegewezen. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.
3.6.
Stad Antwerpen heeft onweersproken gesteld en onderbouwd dat zij op 22 november 2023 per aangetekende post een kennisgeving van de boete aan [gedaagde / procederende in persoon] heeft gestuurd en dat daarbij is gewezen op de mogelijkheid van bezwaar. Volgens Stad Antwerpen is de boete onherroepelijk geworden, omdat [gedaagde / procederende in persoon] niet (tijdig) bezwaar heeft ingediend. Omdat [gedaagde / procederende in persoon] deze stelling van Stad Antwerpen niet onderbouwd heeft betwist gaat de kantonrechter ervan uit dat hij geen (geldig) bezwaar heeft ingediend. Het enkele verweer dat hij de politie-aangifte heeft ingeleverd bij Stad Antwerpen is daarvoor onvoldoende.
3.7.
In artikel 10, paragraaf 3 van het Decreet is bepaald dat de administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen na de kennisgeving hiervan, tenzij de overtreder binnen die termijn schriftelijk bezwaar heeft gemaakt tegen de boete.
Op grond van artikel 10, paragraaf 6 van het Decreet heeft de beslissing tot het opleggen van een administratieve boete uitvoerbare kracht als deze definitief is geworden. Dit is onder meer het geval na het verstrijken van dertig dagen na de kennisgeving van de administratieve geldboete, zonder dat er verweermiddelen zijn ingediend.
Omdat [gedaagde / procederende in persoon] geen bezwaar heeft ingediend, is de boete onherroepelijk geworden en heeft deze formele rechtskracht gekregen. Dit brengt met zich mee dat de kantonrechter uit moet gaan van de juistheid van de in rekening gebrachte boete en dat deze niet meer getoetst kan worden in deze procedure.
3.8.
Ook de gevorderde administratiekosten (€ 20,00), invorderingskosten (€ 30,00) en de kosten voor de ingebrekestelling (€ 29,21) worden toegewezen. De kosten, die zijn gegrond op het Retributiereglement van de Stad Antwerpen en die niet zijn betwist, komen de kantonrechter redelijk voor.
3.9.
Gelet op de uitkomst van de procedure wordt [gedaagde / procederende in persoon] veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van Stad Antwerpen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
107,50
(2½ punt × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
384,78

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde / procederende in persoon] om aan Stad Antwerpen te betalen een bedrag van € 229,21,
4.2.
veroordeelt [gedaagde / procederende in persoon] in de proceskosten van € 384,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
858/560