ECLI:NL:RBGEL:2026:1481
Rechtbank Gelderland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen oplegging Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer
Verzoeker is op 5 november 2025 aangehouden met een alcoholpromillage van 405 μg/l, waarna het CBR hem een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) oplegde. Verzoeker betwist het alcoholpromillage niet, maar voert aan dat medische omstandigheden, waaronder een mogelijk auto-brewery syndrome, het hoge alcoholgehalte kunnen verklaren. Hij stelt dat het CBR onvoldoende rekening heeft gehouden met deze medische verklaring en het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het CBR in de beslissing op bezwaar wel degelijk op de medische omstandigheden is ingegaan en deze onvoldoende onderbouwd acht. Verzoeker heeft geen medische bewijzen kunnen overleggen die het auto-brewery syndrome aantonen. Het CBR hoefde het besluit niet aan te houden in afwachting van nader medisch onderzoek, omdat dit langdurig kan zijn en het CBR wettelijk verplicht is spoedig te beslissen.
Verder is het opleggen van de LEMA een gebonden bevoegdheid van het CBR bij een vastgesteld alcoholpromillage tussen 350 en 435 μg/l, waardoor het CBR geen ruimte heeft voor een belangenafweging of uitstel. De voorzieningenrechter concludeert dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de oplegging van de LEMA wordt afgewezen omdat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft.