ECLI:NL:RBGEL:2026:147

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
344409-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38v SrArt. 38w SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen gewapende woningoverval met geweld en bedreiging

Op 4 januari 2024 vond een gewapende woningoverval plaats waarbij vier gemaskerde mannen, waaronder verdachte, de woning binnendrongen. De slachtoffers werden bedreigd met vuurwapens, vastgebonden en mishandeld. De overvallers namen sieraden, horloges, een Playstation 5 en andere waardevolle goederen mee. Verdachte werd geïdentificeerd als een van de overvallers op camerabeelden, herkenbaar aan een Under Armour jas die hij bezit.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte medepleegde aan de woningoverval, waarbij sprake was van diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd met braak en inklimming. Verdachte speelde een actieve rol, begeleidde slachtoffers naar de kelder, droeg een revolver en nam goederen mee. Verdachte werd vrijgesproken van het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie op 5 november 2024, omdat hij toen in voorarrest zat.

De rechtbank besloot het volwassenenstrafrecht toe te passen, ondanks het advies van de officier van justitie en de raadsman om jeugdstrafrecht toe te passen. Dit vanwege onvoldoende pedagogische beïnvloedbaarheid en het feit dat verdachte meerderjarig was. De strafmaat werd vastgesteld op 54 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Tevens werd een contactverbod opgelegd voor drie jaar met vervangende hechtenis bij overtreding. Het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 54 maanden gevangenisstraf en contactverbod voor medeplegen gewapende woningoverval; vrijspraak voor voorhanden hebben vuurwapens.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/344409-24
Datum uitspraak : 7 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats] (Egypte),
wonende aan de [adres 1], [postcode] [woonplaats],
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats].
Raadsman: mr. R.A.E. Bunge, advocaat in Heeze.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks 4 januari 2024 te [plaats], althans in Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen sieraden en/of horloges en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten toebehoorden, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer horloges en/of sieraden en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorde(n), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het
- zich onverhoeds via een kapotgeslagen ruit de toegang tot die woning verschaffen en met gezichtsbedekkende kleding en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tegemoet treden en/of
- dreigend aan/op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tonen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of
- vastpakken en/of naar de grond brengen/duwen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of dwingen/sommeren (op hun buik) op de grond te gaan/blijven liggen en/of
- dwingen/sommeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] oogcontact te vermijden en/of voor zich uit te kijken en/of
- onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dwingen/sommeren naar de kluisruimte in de kelder en/of de in de slaapkamer gesitueerde kluis te lopen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] daarbij vast te pakken en/of te duwen en/of
- een of meermalen die [slachtoffer 1]' en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toevoegen: 'waar is de kluis’ en/of “wat is de code” en/of “als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been’ en/of ‘als je niet mee werkt maken we je af’ en/of “dan schieten we je in je hoofd “ en/of “moet ik je door je kankerkop schieten” en/of “moet ik een gaatje maken” en/of “je moet je mond houden”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- op dreigende toon in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] onderling tegen elkaar zeggen: “heb je hem geen schot in het been gegeven’ en/of “waarom heb je hem nog niet geschoten’’en/of “hij gaat mee, hij gaat mee”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- overhalen van de haan van een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, terwijl dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] wordt gehouden/gezet en/of
- slaan (met de hand/vuist) in het gezicht en/of op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of slaan met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp danwel een ander hard voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of
- vastbinden van de handen en/of enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- over de grond slepen van die [slachtoffer 2] terwijl zij vastgebonden is en/of
- met een dreigende houding in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te blijven en/of aldus toezicht op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te houden terwijl de woning door een of meer medeverdachten doorzocht werd en/of
- in de kluisruimte opsluiten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door het barricaderen van de deur van de kluisruimte, in welke ruimte die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (vastgebonden) op de grond liggen, en/of aldus beletten dat zij zich vrij konden bewegen in een richting die zij zelf wensten en/of
- vernielen/onbruikbaar maken van meerdere telefoons, althans gegevensdragers, teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hulp zouden inschakelen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2024 tot en met 5 november 2024 te [woonplaats], en/of elders in Nederland een playstation 5 en/of een bril van het merk Cartier, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
feit 2
hij op of omstreeks 5 november 2024 te [woonplaats], twee wapen(s) van categorie III, onder I van de Wet wapens en munitie, te weten
- een gaspistool, van het merk Heckler & Koch, type Sp9, kaliber 9mm knal/gas en/of
- een getransformeerde alarmrevolver, van het merk Olympic, type 38, kaliber .22 long rifle. zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 7 kogelpatronen van het kaliber .22 long rifle voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
In de nacht van 3 op 4 januari 2024 vond een gewapende woningoverval plaats in de woning aan de [adres 2] te [plaats] (hierna: de woning). Aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat omstreeks 00:05 uur vier gemaskerde mannen de woning binnendrongen.
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op de bank zat toen hij een knal hoorde uit de richting van de hal en de slaapkamer. [slachtoffer 1] liep in de richting van de knal en pakte de klink om de deur van de slaapkamer te openen. [slachtoffer 1] voelde dat de deur geopend werd. Er werden direct vuurwapens op hem gericht. [slachtoffer 1] ging direct onder dwang en met contact van de mannen op de grond liggen. Hij moest gelijk zijn horloge afdoen. Het horloge werd uit zijn handen gegrist. [slachtoffer 1] hoorde meerdere stemmen roepen
“Waar is de kluis?”en
“Wat is die code?” [2] Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij in de hal op de grond moesten gaan liggen. [slachtoffer 1] vertelde de mannen waar de kluis was. Toen het de mannen niet lukte om de kluis te openen, kwamen zij naar boven en riepen
: “als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been”,en
“als je niet meewerkt maken we je af”of
“(…) schieten we in je hoofd”. Tegen [slachtoffer 2] zeiden ze vooral dat ze haar mond moest houden. [3] [slachtoffer 1] zei dat hij wel meeging en liep onder bedreiging met een vuurwapen de trap af naar de kluis in de kelder. Bij aankomst bij de kluis moest [slachtoffer 1] weer op de grond gaan liggen. [slachtoffer 1] kreeg de kluis ook niet open. Een man riep:
“hij houdt ons voor de gek”, en
“denk je dat ik dom ben, broer?!”. De mannen zeiden tegen elkaar dat [slachtoffer 1] in zijn been geschoten moest worden. De mannen zeiden tegen [slachtoffer 1]
“Geef gewoon de code jongen, wij willen weg!”en gaven hem klappen in zijn gezicht en op zijn lichaam. [slachtoffer 1] werd ook met voorwerpen geslagen. Hij kreeg een harde klap op zijn hoofd met iets zwaars en metaalachtigs en voelde het bloed over zijn hoofd stromen. De mannen haalden aangeefster [slachtoffer 2] erbij. [4] [slachtoffer 2] lag op de grond en werd door één man bij haar bovenarmen vast gepakt. De man trok haar overeind en duwde haar richting de trap naar de kelder. Op de trap gaf de man haar wat duwtjes in haar rug. [slachtoffer 2] zag dat één van de mannen een revolver vast had. De revolver was zand- en metaalkleurig. [slachtoffer 2] hoorde dat de mannen met het wapen op het hoofd van [slachtoffer 1] aan het klikken waren. [5] [slachtoffer 1] verklaarde hierover dat het vuurwapen op zijn hoofd werd gezet en dat de haan werd overgehaald. [6] [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] mochten niet kijken naar de mannen. Zij moesten naar de kluis of de grond kijken. [slachtoffer 2] zag dat één van de mannen een donker vuurwapen vast had. Boven op de slaapkamer stond nog een kluis en lagen sieraden in een lade. [slachtoffer 2] werd weer mee naar boven getrokken. Zij moest laten zien waar haar sieraden lagen. [7] De mannen haalden de Rolex op en namen wat sieraden mee. Terwijl zij boven waren, lag [slachtoffer 1] beneden in de kelder op de grond met de twee andere mannen. [slachtoffer 1] hoorde de mannen constant zeggen
“Jij houdt ons voor de gek!”en er werd gedreigd [slachtoffer 1] in zijn been te schieten. De mannen zeiden
“Moet ik je door je kankerkop schieten?”en
“Moet ik een gaatje maken?!”. Eén van de mannen kwam naar beneden en vroeg aan een ander:
“Heb je hem nog geen schot in het been gegeven?”Eén van de jongens zei:
“waarom heb je hem nog niet geschoten?”. [8] Er werd meerdere malen gezegd
“Hij gaat mee, hij gaat mee!”. [slachtoffer 1] hoorde dat boven in de woning van alles doorzocht werd. Op een gegeven moment voelde [slachtoffer 1] dat hij vastgebonden werd. Er werd een dun draad om zijn enkels gewikkeld, en later werden ook zijn handen vastgebonden. Vervolgens werd [slachtoffer 1] verder de kelder in geschoven en werd [slachtoffer 2] bij hem gelegd. [9] De handen van [slachtoffer 2] waren vastgebonden met telefoondraad. Om haar voeten zat een haspel. [10] [slachtoffer 1] hoorde dat de deur van de kelder gesloten werd en dat de mannen deze probeerden te barricaderen door er een stok tegenaan te plaatsen. [11]
Bij de woningoverval zijn de volgende goederen weggenomen:
  • Eén Rolex Daytona horloge;
  • Eén Rolex Day Date horloge;
  • Twee Cartier Just Un Clou armbanden;
  • Twee Bulgari ringen;
  • Eén Rolex ring;
  • Eén Playstation 5;
  • Vier verschillende Louis Vuitton tassen;
  • Eén Call of Duty spel;
  • Eén Louis Vuitton jas;
  • Eén Louis Vuitton rugzak;
  • Eén North Face rugzak;
  • Twee Cartier Panthere brillen;
  • Apple Airpods Pro;
  • Eén Cartier zonnebril;
  • Eén slof sigaretten;
  • Eén Apple airtag;
  • Drie Love bracelets;
- Een geldbedrag van rond de 5000 euro.
Een iPhone 8, een iPhone 12, een iPhone 14 Pro en een iPad Pro waren door de overvallers vernield. [13]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 primair ten laste gelegde afpersing en diefstal met geweld, en het tenlastegelegde onder feit 2. Ten aanzien van feit 1, primair, is sprake van medeplegen, aldus de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken was bij de woningoverval in [plaats], waardoor verdachte van het primair tenlastegelegde onder feit 1 dient te worden vrijgesproken. Verdachte is niet door bewijsmiddelen te koppelen aan de plaats en tijd van het delict, aldus de raadsman. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1. De raadsman heeft ten slotte bepleit dat verdachte van feit 2 dient te worden vrijgesproken, nu niet kan worden bewezen dat verdachte de vuurwapens en munitie op 5 november 2024 voorhanden heeft gehad. Immers verbleef verdachte reeds vanaf 16 oktober 2024 in voorarrest in een andere strafzaak.
Beoordeling door de rechtbank
Bewezenverklaring feit 1 (primair)
De rechtbank zal eerst de vraag beantwoorden of verdachte bij de woningoverval in [plaats] betrokken is geweest en zo ja, wat zijn rol hierbij was. In dat kader vindt de rechtbank de volgende bewijsmiddelen van belang.
De camerabeelden van de kelder van de woning zijn door de politie uitgekeken. Het betroffen camerabeelden van 4 januari 2024 tussen 00:18:10 en 01:18:17 uur. Door de verbalisant is onder meer het volgende gezien:
00:20:20 uur: NN1 gaat de ruimte met de kluis in.
00:20:23 uur: NN3 gaat ook de ruimte met de kluis in.
00:20:28 uur: NN3 rent als eerste uit de ruimte met de kluis, waarna NN1 volgt. NN1 heeft de hamer in zijn linkerhand en een rugzak om.
(…)
00:20:47 uur: [slachtoffer 1] verschijnt samen met NN4 in beeld en ze lopen de trap af naar beneden. [slachtoffer 1] wordt niet vastgehouden door NN4. [slachtoffer 1] loopt als eerste de ruimte met de kluis in, waarna NN4 volgt.
(…)
00:22:16 uur: [slachtoffer 2] verschijnt samen met NN1 en NN3 in beeld en lopen de trap af. [slachtoffer 2] loopt voorop, waarna NN1 en NN3 volgen. [slachtoffer 2] wordt niet vastgehouden door NN1 of NN3. (…) NN1 heeft de hamer in zijn rechterhand en de rugzak om. NN3 heeft een voorwerp gelijkend op een revolver in zijn rechterhand.
00:22:19 uur: [slachtoffer 2] loopt als eerste de ruimte met de kluis in. NN1 duwt de witte toegangsdeur naar de ruimte met de kluis verder open, waarna hij de ruimte in gaat. NN3 volgt NN1.
(…)
00:27:20 uur: NN3 heeft licht- en donkerkleurige draden in zijn rechterhand.
(…)
00:34:09 uur: [slachtoffer 2] komt samen met NN2 en NN4 uit de ruimte met de kluis. NN4 heeft [slachtoffer 2] met zijn linkerhand vast bij de linkerschouder, terwijl ze de trap naar boven oplopen. De handen van [slachtoffer 2] zijn zichtbaar aan elkaar vastgebonden met een donkerkleurig draad.
(…)
00:51:34 uur: NN3 heeft een witte Playstation met controller in zijn handen. (…)
00:52:06 uur: NN3 loopt de trap af. NN3 loopt vervolgens in de richting van [slachtoffer 2] en blijft even stil staan. NN3 trapt met zijn rechtervoet tegen het linkerbeen van [slachtoffer 2]. (…)
00:53:28 uur: NN2 stapt de trap op, waarna hij zich toch omdraait en het voorwerp, gelijkend op een revolver, afgeeft aan NN3. NN3 loopt de ruimte met de kluis in.
00:54:02 uur: NN3 komt uit de ruimte met de kluis rennen, terwijl hij het voorwerp, gelijkend op een revolver, vasthoudt in zijn hand. NN3 pakt de Playstation en controller, waarna hij terug rent en uit beeld verdwijnt.
(…)
01:00:39 uur: (…) NN3 stopt de kledingstukken in de meegenomen tas. (…)
(…)
01:02:40 uur: NN2 wijst met zijn rechterhand, terwijl hij het voorwerp gelijkend op een revolver vasthoudt, eerst in de richting van NN3 die op de trap staat. Vervolgens wijst hij naar [slachtoffer 2]. NN3 komt de trap afrennen en loopt naar [slachtoffer 2] toe.
01:02:48 uur: NN3 pakt [slachtoffer 2] in eerste instantie bij haar polsen vast, waarna hij haar loslaat. [slachtoffer 2] probeert te bewegen, waarna NN3 haar bij haar polsen vastpakt en meesleurt. NN3 heeft zichtbaar het voorwerp gelijkend op een revolver vast in zijn rechterhand. NN2 pakt de haspel vast. NN3 pakt [slachtoffer 2] met twee handen vast en sleurt haar de ruimte met de kluis in. NN2 blijft even voor de witte toegangsdeur staan met de haspel in zijn handen. De voeten van [slachtoffer 2] bewegen veelvuldig, waarna ze verdwijnen achter de witte toegangsdeur.
(…)
01:04:00 uur: NN3 heeft het voorwerp gelijkend op de revolver weer in zijn rechterhand, waarna hij deze direct afgeeft aan NN2.
(…)
01:04:27 uur:NN1 zet de haspel neer en zet de plank samen met NN2 tegen de witte toegangsdeur aan. NN4 loopt de trap op, in de richting van NN3 die bij de tassen staat. De plank glijdt de eerste keer weg. NN2 verplaatst de haspel. NN3 loopt met de tas die hij al langere tijd vasthield de trap op, waarna hij uit beeld verdwijnt. NN4 heeft de Eastpack rugzak om, geeft één andere tas aan NN2 en loopt vervolgens ook de trap op waarna hij uit beeld verdwijnt. NN2 loopt direct achter NN4 aan. NN1 zet vervolgens de plank tegen de haspel en tegen de deur aan, waarna hij de overgebleven spullen die op de trap liggen pakt en om 01:05:01 uur uit beeld verdwijnt. [14]
Het signalement van de overvallers dat naar voren komt uit de camerabeelden, is door de politie uitgewerkt. De persoon aangeduid als NN3 wordt als volgt beschreven: NN3 had een donkergekleurde capuchon op en droeg een donkergekleurde bivakmuts. NN3 droeg daarnaast een donkergekleurde jas met op de linkerborst het logo van Under Armour. [15]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een Under Armour jas bezat. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij vrienden is met medeverdachte [medeverdachte 1]. [16]
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij één van de overvallers op 4 januari 2024 was.
Hij sloeg het raam van de woning met een hamer kapot. Via het raam kwamen hij en de andere jongens de woning binnen. [medeverdachte 1] verklaarde dat hij voor de overval werd opgehaald bij de [locatie], gelegen aan de [adres 3] in [woonplaats]. [17] Deze locatie bevindt zich hemelsbreed op 100 meter van de woning van verdachte. [18] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de gestolen goederen in de kelder werden verzameld en in tassen werden meegenomen. [19]
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij twee jongens in [woonplaats] heeft opgehaald. Hij zag dat er na de overval twee jongens in [woonplaats] uitstapten. [medeverdachte 2] heeft over de locatie in [woonplaats] waar hij de jongens heeft opgehaald verklaard dat er een school was met bomen en klinkers. [20] Verdachte is woonachtig aan de [adres 1] te [woonplaats] en deze woning ligt precies tegenover een school waarbij aan beide kanten van de weg bomen staan. [21] Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van [medeverdachte 2] is gebleken dat het telefoontoestel om 21:12 uur in [woonplaats] aanstraalde en daarbij binnen het bereik van de zendmast aan de [adres 4] te [woonplaats] was. Na onderzoek bleek dat deze telefoonmast op een afstand van hemelsbreed 281,51 meter gesitueerd is vanaf het woonadres van verdachte. [22]
Op 5 november 2024 werd de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] doorzocht. Tijdens de doorzoeking werden in de slaapkamer op zolder onder andere de volgende goederen in beslag genomen:
  • Een zonnebril van Cartier, met blauw geslepen glas;
  • een Olympic .22 revolver, met een bruine kolf, en met 7 patronen;
  • een Heckler en Koch 9.mm gaspistool, en
  • een zwarte bivakmuts waar een van de vuurwapens in zat.
Verbalisanten hebben naar aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] foto’s van de aangetroffen goederen gestuurd. De aangevers herkenden de Cartier bril, met de blauwe geslepen glazen en de Playstation 5, met serienummer E4390122X11410737. Aangevers hebben opgemerkt dat het serienummer overeenkwam met het serienummer van de bij hen weggenomen Playstation. [24]
Er zijn gegevens uitgevraagd bij Sony met betrekking tot de aangetroffen Playstation 5. Tussen 5 januari 2024 om 15:02:00 uur en 7 januari 2024 om 22:37:19 uur is er internetactiviteit op de Playstation gelogd. Op 5 januari 2024 om 15:12 uur werd een gebruiker aangemaakt. Aan deze gebruiker werd het e-mailadres [e-mailadres] gekoppeld. [25] Verdachte heeft verklaard dat zijn roepnaam [verdachte] is. [26]
Ook is er door de politie een aantal gesprekken van verdachte opgenomen. Op 20 november 2024 vond het volgende tapgesprek plaats tussen het PI-telefoonnummer van verdachte en het telefoonnummer van de ouders van verdachte (vetgedrukte passages zijn markeringen van de rechtbank).
[verdachte] (verdachte) - [naam 1] (moeder) en vader
(….)
[naam 1]:
vuile honden, waarom heb je dat gedaan [verdachte]? Je hebt ons ter schande gebracht [verdachte].[verdachte]:
hoe gaat het met jullie?
[naam 1]:
het gaat goed met ons [verdachte].
[verdachte]:
hoe gaat het met Papa?
[naam 1]:
wat moet ik je zeggen maar het gaat heel slecht. [verdachte] je gaat misschien twee jaar vastzitten. Weet je dat?
[verdachte]:
ik weet het maar ik ga morgen naar de rechter en ga ik hem mijn verhaal vertellen.
[naam 1]:
wat is jouw verhaal [verdachte]?
[verdachte]:
mijn verhaal is, ik was niet eens bij het ding, maar het probleem is, ik had een bril bij mij die gestolen is en de Playstation is ook gestolen.
(…)
[verdachte]:
en die ding was in januari?
[naam 1]:
ahh die was in januari, je hebt ons ter schande gebracht in heel [woonplaats], weet je dat [verdachte]! De mensen willen niet eens met ons praten. De dingen zijn heel slecht [verdachte]. Heel slecht. Je was net uit de gevangenis [verdachte], heb je nog een grote ramp veroorzaakt. Je was net de gevangenis uit, [verdachte]! Waarom schat, doe je mensen dat aan. Zou je het goed vinden als dat met mij of met jou vader gebeurd? Deze dingen gaan je naar de klote brengen [verdachte], met pistolen en met ehhh... je bent verloren [verdachte]. Je bent verloren schat (geëmotioneerd)
(…)
[naam 1]:
ik zweer het dat wij niet kunnen slapen mijn zoon. Wij zijn allemaal kapot, zelfs de mensen zitten de les voor te lezen, [naam 2] kwam ons de les voorlezen,ze hebben allemaal jou op de televisie gezien.
[verdachte]:
hoe weten ze het?
[naam 1]:
hoe ze het weten, heel [woonplaats] weet het.... Hij kwam tegen mij en tegen jou vader zeggen: "Heel [woonplaats] weet het, ga maar thuis zitten en voed jou kinderen op."
NNMan is te horen op de achtergrond, zegt:
je gaat onze leven naar de klote brengen man.
[naam 1]:
alle mensen weten het, ik weet niet hoe ze het weten, er is een dame die werkt bij de politie, ze is de vriendin van tante [naam 3], ze heeft tegen haar gezegd........ (stilte en zin wordt afgebroken).
[naam 1]:
en ehhhhh de hele wereld weet het [verdachte], dus eigenlijk wanneer je vrijkomt dan moet je niet in [woonplaats] leven. Je kan niet in [woonplaats] leven.
[verdachte]:
ja.
[naam 1]:
het is een grote schande, had je gevochten met iemand, hij heeft jou geslagen of jij hebt hem geslagen, of iets eervol,maar dit is een grote schande, is een grote schande dat wij huizen van mensen aanvallen, hun bestelen, we stelen hun geld en goud. Ik was toen ingestort [verdachte], toen ik de video zag, ik heb je direct herkend, en ik herkende de jas en alles. De jas is bij mij. Ze hebben deze niet meegenomen, Under Armour, grijs met zwart.Zeg tegen ze dan dat je 18 jaar was destijds, ik heb tegen de advocaat gezegd dat hij zo moet zeggen. Jij was 18 jaar en nog jong en geef maar de schuld aan ons [verdachte]. Zeg papa en mama werken 7 dagen en ik ging met slechte mensen om. Wij hebben de advocaat gestuurd dat wij mee willen gaan als het kan.
[verdachte]:
nee nee, deze zitting duurt maar 10 minuten.
[naam 1]:
het is geen probleem, wat belangrijk is dat wij iets zeggen, dat wij de oorzaak zijn, dat wij jou verwaarloosd hebben.
(…)
[verdachte]:
ik ben het probleem, wat hebben jullie gedaan, jullie hebben niets gedaan, jullie werken iedere dag.
[naam 1]:
jij blijkt in een groot probleem te zijn en wij weten het niet, we dachten dat jouw probleem Hasj of ehhh de shit waarmee je aangehouden werd in België. Wij dachten dat dat alleen het probleem is. Maar blijkt dat jouw probleem is veel groter, mishandelen en mensen slaan en diefstal en van alles.Jouw probleem is groot [verdachte]. Een probleem die je naar de klote brengt. En wat jij allemaal hebt gekregen is zwakte en nog meer, behalve jouw reputatie en onze reputatie, en onze naam, en onze eer en veel andere dingen. En de eer van jouw zussen en onze huis die vernield werd. Dus de schade wat wij allemaal hebben geleden, is niet eens 200000 euro waard is. Ik zweer het dat het niet waard is.Niet de 1000 euro wat jij krijgt of het stelen van de Playstationof ehhhh... nee nee het is echt niet waard. Als je zou werken dan zou je veel meer maken.
NNMan zegt op de achtergrond:
Dit alles zal opgenomen worden.
[naam 1]:
het mag opgenomen worden. Het is klaar, zij hebben alle bewijzen. De advocaat heeft tegen mij gezegd dat zij alle bewijzen hebben. Probeer ons de schuld te geven mijn zoon.
[verdachte]:
ze hebben niet veel, ze hebben niet veel. Ze hebben de Playstation en de bril.Is gestolen, hoe is het in jouw huis gekomen. Ik heb tegen ze hoe, ik heb ze gekocht. Wat gaan ze doen?
[naam 1]:
oke en het probleem van 4 januari?
[verdachte]:
alle mensen die daar waren, hebben ze hun DNA gevonden.
(…)
[verdachte]:
van mij hebben ze helemaal niets.
[naam 1]:
ehmmm
[verdachte]:
ze hebben alleen de Playstation en de bril.
(…)
[naam 1]:
jij zegt ik heb niets gedaan, maar er zijn bewijzen. Zeg tegen ze heb ik iets gedaan, ik ben nog jong en ik wist niet wat ik deed, zo dus. Moge God het verhoede. Ik hoop dat het niet twee jaar wordt want dan zullen het twee hele moeilijke jaren worden.
[verdachte]:
het komt goed.
(…)
[verdachte]:
klopt.(…)
Vader:
het probleem is dat wat we nu bespreken via de telefoon, ze horen het, de telefoon is ehhh....
[verdachte]:
ja ik weet het. Ik weet het.
Vader:
eigenlijk moet je ons niet bellen maar... of we moeten niets bespreken. Want ik weet dat die afgeluisterd wordt. Ze zijn de telefoon aan het afluisteren. Jij hebt een fout gemaakt (…). We zaten niet te wachten op dit alles. Wij hebben ons geld, we hebben onze zaak, we hebben ons huis! We eten en drinken en we leven. Je moest met ons mee leven.
(…)
Vader:
[verdachte], weet je wat het probleem is, dat als onze zoon in de gevangenis is dan kunnen we niet het fijn hebben. Dat is het probleem, opleiding en zo, je kon dit alles dus doen, je kon een goede mens zijn en jouw eigen huis, auto en leven hebben wat veel mensen niet hebben. Ik weet niet waarom je met jongen, die vieze honden, je gaat met niemand van hen meer om en niemand moet contact met je opnemen en met niemand van deze mensen afspreken. Want je bent dom.
(…) [27]
Op 21 november 2024 vond het volgende tapgesprek plaats tussen het PI-telefoonnummer van verdachte en het telefoonnummer van de ouders van verdachte (vetgedrukte passages zijn markeringen van de rechtbank).
[verdachte] - Mama
‘(…)
[verdachte] zegt
je had het over een jas, niet praten, je had een jas gevonden toch?
Mama zegt ja die heb ik gevonden, waar moet ik deze heen brengen.
[verdachte] zegt
gooi deze weg.
Mama zegt helemaal weggooien?
[verdachte] zegt ja, wat jij gisteren tegen mij zei.
Mama zegt is goed, is goed, ik heb deze beneden gehangen, die is er nog steeds hier thuis,
is goed, ik ga deze weggooien.
Ehhhhh jij gaat zeggen dat je niet bij hen was en je blijft volhouden.
Mama zegt doe dat want ik ben erg bang, alle
andere problemen zijn makkelijk maar deze ramp ben ik echt bang voor. Een groot probleem, mishandeling en mensen… het is echt heel slecht. Heel Facebook, Youtube en instagram is vol met de video.’ [28]
Op 26 november 2024 vond het volgende tapgesprek plaats tussen het PI-telefoonnummer van verdachte en het telefoonnummer van de ouders van verdachte.
[verdachte] - Mama
‘(…)
Mama zegt ik ben bang dat er nog een doorzoeking plaatsvindt en
ik heb de jas waarmee je het misdrijf hebt gepleegd, en alles naar de zaak gebracht. (…)’ [29]
Op 21 januari 2025 om 20:12:01 uur vond het volgende tapgesprek plaats tussen het PI-telefoonnummer van verdachte en het telefoonnummer van de ouders van verdachte.
[verdachte] - Mama
(…)
Mama vraagt of de politie bij [verdachte] is geweest?
[verdachte]:
nee, waarom?
Mama zegt dat de politie vandaag bij hen is geweest en ze hebben gezegd dat ze gehoord hebben dat [verdachte] haar heeft gebeld. Ze heeft gezegd dat ze hem heeft herkend op de foto aan zijn jas, en ze denken dat hij het heeft gedaan.
[verdachte]:
ja.
Mama zegt dat ze de politie alle jassen die ze thuis heeft liggen heeft laten zien, en dat ze een Under Armourjas/vest naar [verdachte] gestuurd heeft. Mama zegt dat er twee agenten met papa beneden bij de bar hebben gezeten en twee zijn met haar naar boven gegaan. Ze gingen hen verhoren over de overval.
[verdachte]:
wat heb je tegen hen gezegd?
Mama:
we hebben eerlijk tegen ze gezegd dat jij het niet gedaan hebt en deze jas heeft iedereen, alle jongens, en dat is wel waar.
[verdachte]:
ja.
Mama:
ik heb ze alles verteld.
[verdachte]:
maar je moet niet zeggen dat ik die hier heb, want ik heb die niet eens.
Mama:
je hebt een vest van Under Armour.
[verdachte]:
ja ik heb een vest.
Mama:
ze hebben verder over de overal gepraat, waar was jij? De telefoon hier vergeten. Of ik jou die dag gezien heb.
(…)
Mama zegt dat ze het al gezegd heeft tegen de advocaat. Ze horen alles, ze hebben alles gehoord wat zij tegen hem gezegd heeft. Ze hebben ook gehoord dat [verdachte] tegen haar zei: doe de jas weg.
[verdachte]:
ik weet het.
Mama:
maar ik heb de jas niet weg maar ik heb de jas naar jou gestuurd,jij hebt geen andere jas.
[verdachte]:
ja.
(…)
Mama:
en zij hebben geen bewijs he.
[verdachte]:
ja ik weet het, daarom komen ze naar jullie om te praten.
Mama:
ja maar ze zullen van ons niet krijgen (loskrijgen).
[verdachte]:
er is ook geen bewijs want ik heb niets gedaan.
Mama:
ik heb gezegd als jij de Playstation gestolen had dan ga je toch niet de volgende dag openen met jouw account, je bent toch niet dom.
[verdachte]:
is klaar, is goed.
(…)
Mama:
Ze hebben gevraagd naar de jas. (…)Ik heb gezegd dat ik geen jas heb, ik ben toch niet dom om ze bewijs tegen mijn zoon te overhandigen, daarna hebben ze twee collega's gebeld en die kwamen ook.
(...) [30]
Medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte werden op 17 december 2024 samen vervoerd in een DV&O busje. De communicatie tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte tijdens dit transport werd opgenomen:
(…)
[medeverdachte 1] zegt dat hij dat zeker moet doen, dan kan hij, als hij naar jeugd gaat, PIJ krijgen of met twee jaar weer buiten staan als je slim beweegt. (…)
[verdachte] zegt dat zij ook met afpersing zitten.
[medeverdachte 1] zegt dat hij dat weet. Wel meer dan afpersing.
[verdachte]:
Ze willen ook gijzeling zetten toch?
[medeverdachte 1]:
Elke keer dat ik ze zie, verzinnen ze weer iets nieuws erbij. Ik hoef het niet meer te horen wholla!
[medeverdachte 1]:
Ik hoop dat ze die inhoudelijk inplannen.
(…)
[medeverdachte 1]:
Hadden ze die van jou ook gevonden?
[medeverdachte 1]:
Hebben ze van jou ook dingen daarop.
[verdachte]:
Nee man
[medeverdachte 1]:
Ik heb een kanker goeie plan, wholla.
[verdachte]:
Wat dan
[medeverdachte 1]:
Broer ik wil niet takkie,(praten) snap je wat ik bedoel?
[verdachte]:
Ja ja ik hoor je
[medeverdachte 1]:
Maar luister, hoor je me, hoor je me?
[verdachte]:
Ja
[medeverdachte 1]:
Kijk als ze mij jeugd sturen, als deze zaak jeugd wordt, ze zijn aan het kijken om al mijn zaken jeugd te sturen. Broer als al mijn zaken jeugd zijn, dan gaat waarschijnlijk nog een keer PIJ krijgen. Maar mijn advocaat zei, je kan niet twee keer PIJ krijgen. Kan wel, maar je gaat niet twee keer PIJ zitten. Snap je wat ik bedoel? Snap je wat ik bedoel?
[verdachte]:
Ja ja ik hoor je.
[medeverdachte 1]:
Als dat gebeurt, ik ga bij de inhoudelijke zitting, ik ga zeggen tegen die mensen, ik heb die spul aan je gegeven, je weet toch?
[verdachte]:
Ja ja ik hoor je
[medeverdachte 1]:
... ze hebben geen DNA en zo van jou toch?
[verdachte]:
Ik hoor … ntv .
[medeverdachte 1]:
Ze hebben geen DNA van je
[verdachte]:
Watte?
[medeverdachte 1]:
Hebben ze ding op jou
[verdachte]:
Niks man
[medeverdachte 1]:
Hé, ze hebben geen ding op jou toch? Daarom!Ik zeg ook. Wacht op die ding inhoudelijk is broer. Want als hij inhoudelijk is, broer, je weet toch, broer. Als die..ntv...torrie ( zaak/ding) nemen.. ntv...geen idee. Snap je?
[verdachte]:
ja ik hoor je
(…)
[medeverdachte 1]:
..ntv..die officier zegt er is geen plek in jeugd. Broer, mijn advocaat zegt dat mag geen reden zijn dat hij volwassen is. Daarom, je weet toch, het komt sowieso goed. Snap je? Ik zeg jou broer, die mensen, broer, die zijn, ik zeg wholla, let op. Wholla, let op. Broer beat the case broer. Als ik m niet beat (fan) beat jij m dan, je weet toch broer
[verdachte]:
Snap je, komt goed man
[medeverdachte 1]:
Snap je.
[verdachte]:
We komen er wel uit man.
[medeverdachte 1]:
Snap je broer. Jonge, die dingen moeten we nemen als uh...je weet toch die uh..pijps(fon) (vuurwapen) en zo moeten we nemen als lief. Weet toch ...ntv.. Maar ik zeg je broer, ik heb die dossier op mijn cel broer. Ik heb die dossier op cel. Die mensen hebben niets op jou. Geloof mij. Geloof mij, als ik tegen die, je weet toch, als ik tegen die mensen ga zeggen, ja ik ben erbij betrokken... papapa enik ga jullie toch....ik ga, die spullen komen van mij af. Dan hebben ze niks op jou snap je?
[verdachte]:
Ik hoor je
[medeverdachte 1]:
Dat is die game(slecht te verstaan) plen(fon)Ik heb mijn advocaat. Mijn advocaat zegt ja toch. Ik heb mijn advocaat zelfs gezegd.
(…) [31]
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in een nader verhoor bij de politie over dit tapgesprek verklaard dat hij tegen verdachte zei dat hij in de rechtbank zou zeggen dat hij de Cartier bril en de Playstation aan verdachte had verkocht. [medeverdachte 1] verklaarde dat hij dit niet echt ging zeggen, maar dat hij verdachte enkel gerust wilde stellen. [medeverdachte 1] is niet de vriend uit [woonplaats] waarvan [verdachte] zegt dat hij de gestolen spullen heeft gekocht, aldus [medeverdachte 1] in dit verhoor. [32]
[naam 4] is een vriend van verdachte. [33] Er is door de politie onderzoek gedaan naar zijn telefoon. Op 4 januari 2024 om 03:47 uur en 03:53 uur ontving de gebruiker van het toestel een SMS bericht in verband met twee gemiste oproepen. Uit de sms-berichten bleek dat [naam 4] een gemiste oproep had van het telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit telefoonnummer stond als contact opgeslagen met de naam [verdachte] en bleek in gebruik te zijn bij verdachte. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer in gebruik bij verdachte bleek dat op 4 januari 2024 tussen 03:47 uur tot 03:54 uur door de gebruiker van het telefoonnummer tien keer werd gepoogd om telefonisch contact op te nemen met het telefoonnummer van [naam 4]. Op 4 januari 2024 om 06:30 uur bezocht de gebruiker van het toestel van [naam 4] de website www.google.nl en op "nieuws in Apeldoorn". Op 4 januari 2024 om 06:30 uur bezocht de gebruiker van het toestel de website www.destentor.nl en op nieuws in Apeldoorn. Door de gebruiker van het toestel werd tevens de volgende site bezocht: www.apeldoorndirect.nl. Ook dit betreft een nieuwssite over Apeldoorn. [34]
Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte betrokken is geweest bij de woningoverval op 4 januari 2024. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de persoon is die in de beschrijving van de camerabeelden wordt aangeduid als NN3 en overweegt daartoe als volgt.
Medeverdachte [medeverdachte 1], een vriend van verdachte, heeft bekend één van de overvallers te zijn geweest. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij bij de [locatie] in [woonplaats] werd opgehaald. Dit betreft een locatie die hemelsbreed op 100 meter van het huis van verdachte ligt. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij, voordat hij naar [plaats] reed, twee personen bij een school in [woonplaats] heeft opgepikt. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] is gebleken dat hij op het moment van het oppikken van de twee personen in [woonplaats], aanstraalde op de zendmast in de buurt van de woning van verdachte.
Gebleken is dat verdachte in de nacht van 4 januari 2024 tussen 03:47 uur tot 03:54 uur een aantal keren trachtte te bellen naar zijn vriend [naam 4]. Het betreft een tijdstip kort na de overval en uit onderzoek is gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 2] na de overval richting [woonplaats] is gereden en daar omstreeks 03:30 uur kan zijn geweest. [35] [naam 4] zocht vervolgens op het internet naar nieuws in Apeldoorn, een plaats vlakbij [plaats]. De rechtbank merkt op dat dit opvallend is, nu [naam 4] in [woonplaats] woont en er voor hem dus geen directe aanleiding lijkt te zijn om (kort na de overval en midden in de nacht) het nieuws in Apeldoorn op te zoeken. Mede gelet op de hierna te bespreken bewijsmiddelen gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte contact heeft geprobeerd te zoeken met zijn vriend [naam 4] kort na de woningoverval op het moment dat hij weer thuis was afgezet en [naam 4] (uiteindelijk) informatie heeft gegeven die op deze woningoverval ziet, waarna [naam 4] op het internet naar nieuws hierover is gaan zoeken.
Uit de beschrijving van de camerabeelden in de woning volgt verder dat de persoon aangeduid als NN3 op verschillende momenten met de Playstation en met een revolver in zijn handen liep. Deze Playstation, een revolver, en een Cartier bril werden in de slaapkamer van verdachte aangetroffen. De Playstation en de Cartier bril waren afkomstig van de aangevers. Op 5 januari 2024, één dag na de overval, is met het e-mailadres van verdachte een account op de Playstation aangemaakt. Verdachte heeft verklaard dat hij de Cartier bril en de Playstation van medeverdachte [medeverdachte 1] had gekocht. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de woningoverval en het aanmaken van het Playstation-account, acht de rechtbank het onaannemelijk dat de goederen in dit korte tijdsbestek aan verdachte op die manier zijn overgedragen. Uit het opgenomen gesprek tussen [medeverdachte 1] en verdachte in het DV&O busje blijkt bovendien dat [medeverdachte 1] verdachte aanbood om te verklaren dat verdachte deze goederen van hem had gekregen. [medeverdachte 1] zei hierna tegen verdachte:
“Dan hebben ze niks op jou, snap je?”en
“dat is die game(…)plen”(de rechtbank begrijpt:
game plan). De rechtbank wijst erop dat medeverdachte [medeverdachte 1] hierover heeft verklaard dat hij dit enkel zei om verdachte gerust te stellen, maar dat hij dit niet tijdens de zitting zou gaan verklaren. [medeverdachte 1] is niet de vriend van wie verdachte de gestolen spullen heeft gekocht. [medeverdachte 1] weerspreekt met dit laatste dan ook de uitleg van verdachte dat hij de goederen kort na de overval onder zich had omdat hij die van [medeverdachte 1] zou hebben gekocht. Bovendien leidt de rechtbank uit de hierna te bespreken tapgesprekken tussen verdachte en zijn moeder af, dat daarin niet wordt gesproken over slechts een heling door verdachte van een Playstation en een Cartier bril, integendeel.
In de beschrijving van de camerabeelden staat verder dat NN3 een Under Armour jas droeg. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een Under Armour jas bezit. In een tapgesprek tussen verdachte en zijn moeder van 20 november 2024 merkte de moeder van verdachte op dat zij hem op de camerabeelden herkende. Zij benoemde hierbij onder meer dat zij de Under Armour jas van verdachte herkende. Uit de context van dit tapgesprek leidt de rechtbank af dat de opmerking over de jas zag op de woningoverval van 4 januari 2024 en niet op een andere strafzaak. De moeder van verdachte merkte namelijk vervolgens in het gesprek op: “
dit is een grote schande, is een grote schande dat wij huizen van mensen aanvallen, hun bestelen, we stelen hun geld en goud.”Ook sprak de moeder van verdachte in dit tapgesprek over het
“probleem van 4 januari”.Verdachte zegt vrijwel direct hierna
“Ze hebben niets. (…) ze hebben alleen de Playstation en de bril”en refereert daarmee direct aan de (buit van de) woningoverval. Uit het tapgesprek dat verdachte de dag erna met zijn moeder voerde, leidt de rechtbank af dat verdachte het heeft over de betreffende Under Armour jas en hij zijn moeder verzoekt om deze weg te gooien. In het tapgesprek van 26 november 2024 heeft de moeder van verdachte aan verdachte aangegeven de jas waarmee hij het misdrijf heeft gepleegd, naar de zaak te hebben gebracht omdat ze bang is dat er nog een doorzoeking plaatsvindt. In het tapgesprek van 21 januari 2025 werd door de moeder van verdachte wederom gesproken over de jas, die volgens haar als bewijs tegen haar zoon zou kunnen dienen. Ze gaf daarbij aan dat de politie onder meer heeft gehoord in een tapgesprek dat zij heeft gezegd dat zij verdachte heeft herkend aan zijn jas en ook dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat zij de jas weg moet doen. Vervolgens sprak zij in dit zelfde gesprek direct over de Playstation. De rechtbank leidt uit de inhoud van de voornoemde tapgesprekken, mede in onderlinge samenhang bezien, af dat het in deze tapgesprekken gaat over een Under Armour jas die verdachte kon linken aan de woningoverval, en dat deze om die reden uit het zicht van de politie moest blijven. Dat het hierbij zou gaan over een andere strafzaak van verdachte waarbij hij recent is veroordeeld voor het medeplegen van een ontploffing in Vianen op 3 september 2024 zoals verdachte ter zitting heeft verklaard, acht de rechtbank gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, in het geheel niet aannemelijk.
De raadsman heeft betoogd dat de herkenning van verdachte door zijn moeder niet betrouwbaar zou zijn, nu de moeder van verdachte niet benoemde aan welke kenmerken zij verdachte op de beelden herkende. De raadsman heeft hierbij gewezen op jurisprudentie waarin eisen naar voren komen die gesteld worden aan een herkenning van een verdachte door een verbalisant. De rechtbank wijst erop dat de herkenning van een verdachte door een verbalisant, die wellicht een aantal keer ambtshalve met een verdachte te maken heeft gehad, anders is dan een herkenning van een zoon door zijn eigen moeder. De rechtbank acht de herkenning van verdachte door zijn moeder authentiek en betrouwbaar, nu de moeder van verdachte in het tapgesprek spontaan verklaarde hem direct te herkennen. Zij verklaarde dit bovendien in een telefoongesprek waarin zij vermoedelijk dacht vrij tegen haar zoon te kunnen spreken.
De rechtbank merkt op dat verdachte in de telefoongesprekken met zijn ouders niet ondubbelzinnig bleef ontkennen betrokken te zijn geweest bij de woningoverval. Sterker nog, verdachte verklaarde in het telefoongesprek van 20 november 2024 dat er DNA materiaal was aangetroffen van diegenen die erbij waren, maar dat er van hem niets was gevonden: ‘Ze hebben alleen de Playstation en de bril’. De rechtbank merkt op dat het opvallend is dat verdachte dit specifiek benoemde. Het zou immers logisch zijn dat er geen DNA van hem wordt aangetroffen in een woning waar hij nooit zou zijn geweest. De rechtbank merkt op dat dit tapgesprek plaatsvond op de dag vóór de zitting van de raadkamer gevangenhouding in de onderhavige strafzaak op 21 november 2024. Dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat deze uitspraken van verdachte en zijn ouders zagen op de onderhavige strafzaak, en niet op de strafzaak die zag op de ontploffing in Vianen.
Ook in het opgenomen gesprek met medeverdachte [medeverdachte 1], waarin [medeverdachte 1] zijn game plan uitlegde, ontkende verdachte zijn betrokkenheid bij de woningoverval niet. Medeverdachte [medeverdachte 1] zei daarbij tegen verdachte: “
... ze hebben geen DNA en zo van jou toch?”en
“Hebben ze ding op jou?”Verdachte antwoordde daarop:
“Ik hoor je”en
“Niks man”. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij door het geluid in het busje niet goed hoorde wat [medeverdachte 1] tegen hem zei. Echter kan de rechtbank niet anders dan uit de antwoorden van verdachte afleiden dat hij wel goed verstond wat [medeverdachte 1] tegen hem zei. Immers zei verdachte meerdere malen
“ik hoor je”,wat een onwaarschijnlijk antwoord is als verdachte [medeverdachte 1] juist niet zou hebben verstaan. Op de vraag of men ‘iets op hem heeft’ antwoordde verdachte met
“Niks man”.
De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat verdachte betrokken is geweest bij de woningoverval op 4 januari 2024 en dat hij de persoon was die in de beschrijving van de camerabeelden wordt aangeduid als NN3 met de Under Armour jas. Verdachte heeft blijkens de camerabeelden een grote rol bij de overval gehad door onder andere samen met NN1 aangeefster [slachtoffer 2] naar de kelder te begeleiden, een revolver in zijn hand te hebben, en goederen, zoals de Playstation (die later ook bij verdachte is aangetroffen), mee te pakken. Ook is te zien dat verdachte op enig moment donkergekleurde draden in zijn handen had, en dat aangeefster [slachtoffer 2] later zichtbaar met donkergekleurde draden was vastgebonden. In vastgebonden toestand werd [slachtoffer 2] vervolgens door verdachte naar de kluisruimte gesleurd. Om die reden was er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders, waardoor verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de woningoverval.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 primair tenlastegelegde in de vorm van het medeplegen van diefstal met geweld in de woning van aangevers. De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat ten aanzien van het horloge dat aangever [slachtoffer 1] droeg ook sprake was van diefstal met geweld, nu de overvallers het horloge uiteindelijk uit de handen van [slachtoffer 1] hebben gegrist. Ook ten aanzien van de overige goederen is sprake van diefstal met geweld omdat de overvallers deze goederen zelf wegnamen. Bij dit alles was sprake van braak en inklimming, nu de overvallers zich de toegang tot de woning hebben verschaft door met een hamer een ruit in te tikken en vervolgens via dit raam de woning te betreden. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het wegnemen van schoenen, nu uit de verklaringen van aangevers niet is gebleken dat dergelijke goederen zijn weggenomen.
Vrijspraak feit 2
De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte de ten laste gelegde vuurwapens en munitie op 5 november 2024 voorhanden heeft gehad. Uit de stukken die de raadsman heeft overgelegd, blijkt dat verdachte vanaf 16 oktober 2024 in voorarrest zat voor de strafzaak die zag op de ontploffing in Vianen.
De rechtbank overweegt dat het voorhanden hebben van de vuurwapens en munitie op of omstreeks 5 november 2024 ten laste is gelegd. Om tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie te kunnen komen, is onder meer vereist dat verdachte over deze goederen kon beschikken. Nu verdachte zich vanaf 16 oktober 2024 in detentie bevond tot op heden en op (en omstreeks) de ten laste gelegde datum van 5 november 2024 dus gedetineerd zat, is de rechtbank van oordeel dat gelet daarop niet kan worden bewezen dat verdachte op of omstreeks 5 november 2024 over de vuurwapens en de munitie kon beschikken.
De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van feit 2.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
feit 1 (primair)
hij op
of omstreeks4 januari 2024 te [plaats],
althans in Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden en
/ofhorloges en
/ofeenzonnebril
lenen
/ofkleding
en/of schoenenen
/oftassen en
/ofgeld en
/ofeen Playstation en
/ofairpods en
/ofeen of meer andere goederen die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2],
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachtentoebehoorden, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft
en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van braak en
/ofinklimming, welke diefstal werd voorafgegaan
envergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden,gemakkelijk te maken en
/ofom bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en
/ofbedreiging met geweld bestond(en) uit het
- zich onverhoeds via een kapotgeslagen ruit de toegang tot die woning verschaffen en met gezichtsbedekkende kleding en
/ofeen vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] tegemoet treden en
/of
- dreigend aan/op die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] tonen en
/ofrichten van een vuurwapen
, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerpen
/of
- vastpakken en
/ofnaar de grond brengen/duwen van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/ofdwingen/sommeren (op hun buik) op de grond te gaan/blijven liggen en
/of
- dwingen/sommeren van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] oogcontact te vermijden en
/ofvoor zich uit te kijken en
/of
- onder bedreiging van een vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ,die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] dwingen/sommeren naar de kluisruimte in de kelder en
/ofde in de slaapkamer gesitueerde kluis te lopen en
/ofdie [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] daarbij vast te pakken en/of te duwen en
/of
- een of meermalen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toevoegen: “waar is de kluis” en
/of“wat is de code” en
/of“als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been’ en
/of‘als je niet mee werkt maken we je af’ en
/of“dan schieten we je in je hoofd” en
/of“moet ik je door je kankerkop schieten” en
/of“moet ik een gaatje maken” en
/of“je moet je mond houden”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekkingen
/of
- op dreigende toon in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] onderling tegen elkaar zeggen: “heb je hem geen schot in het been gegeven’ en
/of“waarom heb je hem nog niet geschoten’’ en
/of“hij gaat mee, hij gaat mee”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekkingen
/of
- overhalen van de haan van een vuurwapen,
althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp,terwijl dat vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] wordt gehouden/gezet en
/of
- slaan
(met de hand/vuist)in het gezicht en
/ofop het lichaam van die [slachtoffer 1] en
/ofslaan met een vuurwapen,
althans een daarop gelijkend voorwerp danwel een ander hard voorwerpop/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en
/of
- vastbinden van de handen en
/ofenkels van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/of
- over de grond slepen van die [slachtoffer 2] terwijl zij vastgebonden is en
/of
- met een dreigende houding in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] te blijven en
/ofaldus toezicht op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te houden terwijl de woning door
een of meermedeverdachten doorzocht werd en
/of
- in de kluisruimte opsluiten van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] door het barricaderen van de deur van de kluisruimte, in welke ruimte die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] (vastgebonden) op de grond liggen, en
/ofaldus beletten dat zij zich vrij konden bewegen in een richting die zij zelf wensten en
/of
- vernielen/onbruikbaar maken van meerdere telefoons, althans gegevensdragers, teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] hulp zouden inschakelen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en de bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, meermalen gepleegd

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast. Zij heeft in dat kader aangegeven dat er in de onderhavige zaak tegenstrijdige adviezen liggen over de vraag of verdachte al dan niet conform het jeugdstrafrecht dient te worden berecht maar dat zij, alles afwegend wel tot dit standpunt komt. De officier van justitie heeft daarmee ook het recente vonnis van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 11 november 2025 ter zake de ontploffing in Vianen waarbij het jeugdstrafrecht is toegepast in haar afwegingen betrokken. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 24 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het contact- en locatieverbod. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet van de straf worden afgetrokken. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een vrijheidsbenemende maatregel ex. artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt opgelegd voor de duur van drie jaren, inhoudende een contactverbod met de medeverdachten. De officier van justitie heeft gevorderd dat vervangende hechtenis van twee weken met een maximum van zes maanden wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet, en dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast omdat pedagogische beïnvloeding mogelijk is en jeugdstrafrecht aansluit bij de persoonlijkheid van deze verdachte. Ten tijde van het delict was hij 18 jaar oud. De rechtbank Midden-Nederland heeft in een zaak van verdachte waarin het feit later was gepleegd dan onderhavig feit, het jeugdstrafrecht toegepast. De raadsman heeft verzocht dat de rechtbank, voor het geval er een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden mocht worden opgelegd (waarvan de raadsman aangeeft het nut en de noodzaak niet in te zien), aansluit bij de voorwaarden die zijn opgelegd bij het vonnis van 11 november 2025 van de rechtbank Midden-Nederland. Ten slotte verzoekt de raadsman om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis en voor wat betreft de aan deze schorsing te verbinden voorwaarden aan te sluiten bij de bijzondere voorwaarden die door de rechtbank Midden-Nederland bij voornoemd vonnis zijn opgelegd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft samen met zijn mededaders een gewapende woningoverval gepleegd die in het begin van de nacht plaatsvond. Beide slachtoffers zijn onder meer bedreigd met een wapen en vastgebonden. Het was duidelijk dat verdachte en zijn mededaders voor de kluis in de kelder kwamen. Toen het hen niet lukte deze te openen, werd het Rolex horloge van het mannelijke slachtoffer afgepakt en werd de woning overhoop gehaald waarbij meerdere waardevolle spullen werden weggenomen. Het mannelijke slachtoffer is ook met een vuurwapen geslagen en bedreigd. Ten slotte zijn de slachtoffers op het moment dat de overvallers besloten te vertrekken, in hun eigen kluisruimte vastgebonden op de grond gelegd waarbij de deur is gebarricadeerd. Telefoons en een tablet zijn door de overvallers vernield om te verhinderen dat de slachtoffers hulp konden inschakelen.
Verdachte heeft ervoor gezorgd dat de slachtoffers in een enorm beangstigende situatie terecht zijn gekomen. Dit terwijl hun woning juist een plek is waar zij zich veilig zouden moeten voelen. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen en heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Dat het huis van de slachtoffers kennelijk specifiek is gekozen door de overvallers, omdat zij wisten dat er goederen van waarde in huis zouden zijn, maakt het feit des te meer intimiderend. Ook is het een toevallig geluk geweest dat het zoontje van de slachtoffers niet in de woning aanwezig was. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen rekening heeft gehouden met de gevolgen van zijn handelen.
De overvallers zijn op een gewelddadige en berekenende wijze te werk gegaan. Daarbij heeft verdachte na de overval nog geprobeerd, met behulp van nota bene zijn eigen moeder, om de jas die hem aan de woningoverval linkte, te laten verdwijnen. De rechtbank acht dit alles zeer kwalijk én zorgelijk.
Strafblad
Uit het strafblad van verdachte volgt dat verdachte op 11 november 2025 is veroordeeld voor het veroorzaken van een ontploffing bij een woning. Artikel 63 Sr Pro is van toepassing.
Persoon van verdachte
Verdachte is door klinisch psycholoog mw. M.G.H. van Willigenburg (rapportage d.d. 30 mei 2025) en psychiater mw. C.M. Gouverneur (rapportage d.d. 20 juni 2025) onderzocht. De deskundigen hebben gerapporteerd dat de algehele prestatie van het intellectueel functioneren van verdachte in het grensgebied van zwakbegaafd en licht verstandelijk beperkt niveau ligt. Bij verdachte is geen primaire antisociale problematiek gezien, maar dit kan ook niet geheel worden uitgesloten. Verdachte heeft niet willen spreken over de ten laste gelegde feiten. Er is in ieder geval sprake van een pro-criminele houding, wat wel een criterium is voor antisociale problematiek, maar op zichzelf is dit niet voldoende om tot een bedreigde (antisociale) persoonlijkheidsontwikkeling te komen. Op een deel van het functioneren van verdachte is geen zicht gekomen, wat het moeilijk maakt om zijn drijfveren en gedragspatronen met zekerheid te kunnen begrijpen. Er zijn cognitieve beperkingen vastgesteld die leiden tot bepaalde functiebeperkingen in het dagelijks leven, maar geen ernstige psychiatrische aandoeningen. De deskundigen hebben geen stoornis vast kunnen stellen, reden waarom evenmin kan worden gesproken van een doorwerking daarvan in het ten laste gelegde feit. Geadviseerd wordt dan ook om verdachte het bewezenverklaarde volledig toe te rekenen.
De rechtbank neemt de voornoemde conclusies over, waarna de rechtbank toekomt aan de vraag of al dan niet jeugdstrafrecht moet worden toegepast.
Over de vraag of jeugdstrafrecht dient te worden toegepast, verschillen de psycholoog en de psychiater van mening. De psycholoog adviseert niet om het jeugdstrafrecht toe te passen. Alhoewel betrokkene in het contact jonger over komt dan zijn kalenderleeftijd en hij vermoedelijk functioneert op de grens van zwakbegaafd en licht verstandelijk beperkt niveau, ontstaat er onvoldoende zicht op overige handelingsvaardigheden zoals ‘vermogen tot inschatten risico’s van het eigen handelen’, ‘vermogen tot het organiseren van het eigen gedrag’ en ‘handelen zonder nadenken’. Dit komt doordat de informatie van ouders over de handelingsvaardigheden thuis zijn daadwerkelijke vaardigheden lijken te onderschatten (gezien de discrepantie met de uitslag van het huidige intelligentieonderzoek), er geen zicht is ontstaan op zijn sociale netwerk en zijn dagbesteding, en er (de rechtbank begrijpt: ten tijde van het schrijven van deze rapportage) geen informatie van de PI werd verkregen over zijn huidige functioneren in detentie, en dus ook de adaptieve vaardigheden in detentie. Overige referenten als werkgevers of schoolbegeleiders zoals een mentor, die meer informatie over zijn handelingsvaardigheden zouden kunnen geven, waren er volgens verdachte niet. Verder ontstaat de indruk dat verdachte slechts een certificaat voor de middelbare school heeft gehaald, maar dat pedagogische beïnvloeding nauwelijks mogelijk is, afgaand op de informatie van de ouders van verdachte in het huidige onderzoek. Een groepsgericht leefklimaat is daarom niet noodzakelijk, en er zijn geen interventies nodig die slechts in het jeugdstrafrecht beschikbaar zijn.
De psychiater geeft aan dat er zowel factoren zijn die wijzen op het toepassen van het volwassenenstrafrecht als factoren die wijzen op het toepassen van jeugdstrafrecht. Al die factoren tegen elkaar afgewogen komt de psychiater tot het advies jeugdstrafrecht toe te passen, waarbij doorslaggevend is dat verdachte ten gevolge van zijn cognitieve beperkingen in combinatie met onvoldoende consistent geboden begeleiding en ondersteuning een vertraging heeft in zijn ontwikkeling. Hierdoor is hij minder dan verwacht kan worden voor zijn leeftijd in staat om risico’s van zijn handelen in te schatten, vertoont hij meeloopgedrag en is een pedagogische aanpak haalbaar.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 11 november 2025. De reclassering heeft in dit rapport beschreven dat zij vermoedt, kijkend naar de NIFP rapportages, dat bij verdachte meer sprake is van onderliggende problematiek dan de deskundigen hebben kunnen vaststellen. Dit kan zijn ontstaan gezien het zich beroepen op zijn zwijgrecht, maar ook gezien zijn vermijdende strategieën. Waar alle deskundigen het (wel) over eens zijn, is dat intensieve begeleiding tijdens en na detentie geïndiceerd is om zijn leven een positieve wending te kunnen geven.
De reclassering rapporteert verder dat verdachte in de PI redelijk functioneert, maar niet optimaal. Hij toont beperkte vaardigheden in het zelfstandig functioneren. Ook is hij in de PI betrokken geweest bij een incident met een medegedetineerde. De reclassering ziet als risicofactoren het risicovolle sociale netwerk van verdachte, zijn aanhoudende cannabisgebruik en de moeite die hij heeft zijn leven/dagbesteding vorm te geven. Daarbij wordt enerzijds een zelfbepalende houding gezien en anderzijds beïnvloedbaarheid van verdachte.
De reclassering heeft het wegingskader (voor het al dan niet toepassen van jeugdstrafrecht) opnieuw ingevuld en dus voor de tweede keer (evenals in juni 2025) en met meerdere personen uitgebreid gekeken naar dit vraagstuk. De reclassering adviseert vervolgens het volwassenenstrafrecht toe te passen.
Volwassenstrafrecht
Anders dan de officier van justitie en de raadsman hebben verzocht, zal de rechtbank niet het jeugdstrafrecht toepassen. Verdachte was ten tijde van de woningoverval 18 jaar oud en dus meerderjarig. Het uitgangspunt is dat een meerderjarige verdachte wordt berecht volgens het volwassenenstrafrecht en de rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
De raadsman heeft erop gewezen dat de rechtbank Midden-Nederland verdachte met toepassing van het jeugdstrafrecht heeft veroordeeld, voor een strafbaar feit dat later heeft plaatsgevonden dan onderhavig feit. De rechtbank overweegt in dit kader dat de rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld mede op basis van het in die zaak ingediende reclasseringsadvies van 27 juni 2025. Echter, deze rechtbank beschikt inmiddels over een recenter reclasseringsadvies van 11 november 2025 waarin opnieuw een afweging is gemaakt over de vraag of al dan niet jeugdstrafrecht dient te worden toegepast en waarbij concreet wordt uitgelegd waarom in dit rapport tot een andere conclusie wordt gekomen (namelijk het toepassen van volwassenenstrafrecht) dan in het hiervoor genoemde reclasseringsrapport van 27 juni 2025. Er zijn volgens de reclassering enkele aanwijzingen voor het toepassen van het jeugdstrafrecht (zoals een zwakker intellectueel functioneren), maar er zijn ook contra-indicaties die volgens de reclassering doorslaggevend zijn. Zo ziet de reclassering tot nu toe een beperkte ontvankelijkheid voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning of beïnvloeding door volwassenen. Het is duidelijk geworden dat bij verdachte pedagogische beïnvloeding nauwelijks mogelijk was in de thuissituatie, afgaand op de informatie van ouders en verdachte. Ook gaat hij niet meer (terug) naar school. In tegenstelling tot de eerdere indruk van de reclassering, waarbij wordt verwezen naar het hiervoor genoemde rapport van 27 juni 2025, ziet de reclassering nu bovendien dat verdachte niet volledig naar behoren functioneert in de (reguliere) PI. Hij lijkt zich te laten verleiden of onder druk zetten door anderen. Hij draait verder redelijk mee in het reguliere programma, maar niet optimaal. Of hij in een JJI beter aan te sturen is, valt te betwijfelen daar verdachte niet ontvankelijk lijkt voor ondersteuning en beïnvloeding door volwassenen. De interventies die de reclassering adviseert worden in de huidige PI geboden en/of vallen niet onder het jeugdstrafrecht. De reclassering komt dan ook tot het advies het volwassenenstrafrecht toe te passen en adviseert een (deels) voorwaardelijk straf met bijzondere voorwaarden, waaronder een ambulante behandelverplichting bij De Waag.
Gelet op het voorgaande zijn er, wat de rechtbank betreft, te weinig aanknopingspunten om van het uitgangspunt het volwassenenstrafrecht toe te passen af te wijken. In het bijzonder neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zowel ten tijde van het feit als op dit moment niet ingebed is (geweest) in een pedagogische structuur en ook niet (meer) vatbaar is voor pedagogische beïnvloeding. Verdachte woonde weliswaar bij zijn ouders, maar maakte geen deel uit van het gezin en liet zich al langer vrijwel niets meer door zijn ouders vertellen. Verdachte volgde al geruime tijd geen onderwijs meer in een reguliere schoolomgeving. Voordat verdachte werd opgepakt bestond zijn dagbesteding grotendeels uit buiten hangen met zijn vrienden. De rechtbank betrekt daarbij ook dat uit de tapgesprekken die verdachte met zijn ouders heeft gevoerd, een beeld rijst van een verdachte die volledig zijn eigen gang gaat en op wie zijn ouders geen enkele invloed hebben. Dat verdachte mogelijk nog pedagogisch beïnvloedbaar zou zijn, volgt hier dus evenmin uit. Verdachte wordt dan ook volgens het volwassenstrafrecht berecht. De rechtbank zal in de strafmaat wel enigszins rekening houden met zijn jeugdige leeftijd.
Strafoplegging
De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geeft als oriëntatiepunt voor een woningoverval met ander dan licht geweld of bedreiging een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. In dit geval zijn bovendien meerdere strafverzwarende factoren aan de orde, zoals de forse omvang van de schade, het feit dat achtereenvolgens sprake is van medeplegen, het gebruik van wapens, letsel bij een van de slachtoffers en het feit dat de overval in de nachtelijke uren plaatsvond. De rechtbank houdt aan de andere kant rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte ten tijde van het feit en met artikel 63 Sr Pro. Alhoewel de reclassering een pakket aan bijzondere voorwaarden heeft geadviseerd en de rechtbank de wenselijkheid van deze voorwaarden wel inziet, zal de rechtbank geen bijzondere voorwaarden opleggen gelet op het volgende. Het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel (waar bijzondere voorwaarden aan kunnen worden gekoppeld) is mogelijk bij een veroordeling tot een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar (artikel 14a Sr). Een gevangenisstraf van vier jaar waarvan een deel daarvan met het oog op de bijzondere voorwaarden bovendien voorwaardelijk, doet naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende recht aan de ernst van de onderhavige feiten, reden waarom zij hiertoe niet zal overgaan. Gelet op al het vorenstaande, zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 54 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Door de deskundigen worden bijzondere voorwaarden ter voorkoming van recidive noodzakelijk geacht. De rechtbank overweegt dat dergelijke voorwaarden bij de deels voorwaardelijke veroordeling al aan verdachte zijn opgelegd in het inmiddels onherroepelijke vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Deze proeftijd van die veroordeling blijft opgeschort gedurende de detentie die in deze zaak wordt uitgezeten, zodat die voorwaarden feitelijk gaan gelden op het moment dat verdachte op vrije voeten komt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.
Het verzoek van de raadsman om de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen of te schorsen, zal gelet op het voorgaande worden afgewezen.
Artikel 38v Sr
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte voor de duur van 3 jaren geen contact mag hebben met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1].
De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt twee weken per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 38v, 38w, 47, 57, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde onder feit 1 zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’ heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
54 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contactverbod, namelijk dat verdachte gedurende drie jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met medeverdachten:
o [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2003 te Curaçao;
o [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2006 in [woonplaats];
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op;
 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
 wijst af het verzoek tot opheffing en schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Jansen (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. M. Rietveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 januari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ON3R024002, gesloten op 27 maart 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 481-482.
3.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], p. 492- 493.
4.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 482.
5.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], p. 493.
6.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 525.
7.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], p. 493.
8.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 525.
9.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 483.
10.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangeefster [slachtoffer 2], p. 489.
11.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 482-483.
12.Bijlage bij aangifte [slachtoffer 2], p. 497-501.
13.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 483-484.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 632-687.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 694, 700-702.
16.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2025.
17.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 238-240 en 242.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1397.
19.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 245-246.
20.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 109-111.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1397.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1392-1393.
23.Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 1293-1294, met lijst, p. 1295-1298, in samenhang met proces-verbaal Onderzoek Wapen, p. 1312-1313 en proces-verbaal Onderzoek Wapen, p. 1324-1325.
24.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1360, met bijlagen, p. 1361, 1368-1369.
25.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1373-1374.
26.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 296.
27.Tapgesprek sessienummer 1, p. 1485-1488.
28.Tapgesprek sessienummer 25, p. 1495.
29.Tapgesprek sessienummer 86, p. 1506.
30.Tapgesprek, p. 1510-1511.
31.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1420-1421, 1424-1425.
32.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 263-264.
33.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2025.
34.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1222, 1224-1225.
35.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1214.