Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 februari 2026,
- de pleitnota van de curator,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Op 20 maart 2025 werd het faillissement uitgesproken van autohandelaar [bedrijf 1] V.O.F. Op dat moment stond een Audi A3 zonder kenteken op het terrein van de gefailleerde. De curator nam de auto op in de boedelbeschrijving. Op 9 april 2025 nam de gedaagde de auto zonder toestemming van de curator weg, wat aanleiding gaf tot een kort geding waarin de curator afgifte van de auto vorderde.
De gedaagde stelde dat de auto voorafgaand aan het faillissement aan hem was geleverd en dat hij de auto slechts voor onderhoud en tenaamstelling bij [bedrijf 1] had achtergelaten. Hij vorderde in reconventie medewerking van de curator voor tenaamstelling en een voorschot op gemaakte kosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de curator op grond van het wettelijke vermoeden bezitter was van de auto op het moment van onttrekking door de gedaagde. De gedaagde slaagde er niet in dit te weerleggen binnen de kort gedingprocedure. Bovendien was de onttrekking heimelijk en onrechtmatig. De vordering van de curator tot afgifte werd daarom toegewezen, inclusief een dwangsom en een executiemachtiging. De reconventionele vorderingen van de gedaagde werden afgewezen. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De vordering van de curator tot afgifte van de auto wordt toegewezen en de reconventionele vorderingen van de gedaagde worden afgewezen.