ECLI:NL:RBGEL:2026:1456

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
05/311549-22 ont.
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • M.A. van Leeuwen
  • T.P.E.E. van Groeningen
  • A. Bonder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6:6:25 SvArt. 6:6:26 SvArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit productie en handel in harddrugs

De rechtbank Gelderland heeft op 25 februari 2026 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die eerder veroordeeld was tot 8 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van productie en handel in harddrugs. De ontnemingsvordering betrof het vaststellen en opeisen van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €193.012,25 door het Openbaar Ministerie.

De rechtbank heeft het rapport van de politie als uitgangspunt genomen en per transactiepost beoordeeld of de veroordeelde voordeel had verkregen. Uit het bewijs, waaronder chatberichten en processen-verbaal, blijkt een nauwe samenwerking tussen de veroordeelde en medeveroordeelden bij de productie en handel in MDMA, waaronder grote partijen geproduceerd in België en Nederland.

De berekening van het voordeel is gebaseerd op de verkoopwaarde minus productiekosten, waarbij rekening is gehouden met de verdeling van winst tussen betrokkenen. De rechtbank acht het aannemelijk dat de veroordeelde 25% van het voordeel uit de gezamenlijke transacties heeft verkregen. De totale ontnemingssom wordt vastgesteld op €184.313,60.

De rechtbank wijst het draagkrachtverweer af, omdat draagkracht pas in de executiefase aan de orde komt. Bij uitblijven van betaling kan gijzeling worden bevolen voor maximaal 1095 dagen, berekend volgens het LOVS-oriëntatiepunt van één dag gijzeling per €100 ontnemingsbedrag.

De uitspraak is gebaseerd op uitgebreide bewijsmiddelen, waaronder chatverkeer, processen-verbaal en een rapport van de politie over het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: De veroordeelde wordt veroordeeld tot betaling van €184.313,60 aan wederrechtelijk verkregen voordeel met een maximale gijzeling van 1095 dagen bij niet-betaling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 05/311549-22
Datum uitspraak : 25 februari 2026
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .
Raadsman: mr. J.C. Reisinger, advocaat in Utrecht.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 193.012,25.

2.De procedure

De rechtbank heeft voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in overleg met partijen beslist de behandeling van de ontnemingsvordering los te koppelen van de strafzaak en gebruik te maken van schriftelijke rondes. De rechtbank heeft in de strafzaak uitspraak gedaan op 4 juli 2024. De griffier heeft per e-mail van 6 oktober 2025 aan de raadsman verzocht het standpunt omtrent de ontnemingsvordering kenbaar te maken. De officier van justitie heeft (desgevraagd) aangegeven dat het bedrag dat genoemd is in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel (te weten € 193.012,25) het bedrag is dat wordt gevorderd.
De verdediging heeft per e-mail van 28 november 2025 een schriftelijk standpunt ingenomen. Hierop is door de officier van justitie gereageerd per e-mail van 17 december 2025. Er heeft geen tweede schriftelijke ronde plaatsgevonden.
De zaak is vervolgens op de openbare terechtzitting van 12 januari 2026 onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering, met bepaling dat bij uitblijven van betaling de rechtbank gijzeling zal bevelen voor de duur van 720 dagen. Zij baseert haar vordering op het hierna te noemen rapport, waarin een aantal (A, B en D t/m J) drugsgerelateerde transacties beschreven worden waarmee veroordeelde het gevorderde voordeel zou hebben behaald.
De verdediging heeft zich (primair) ten aanzien van posten A en B op het standpunt gesteld dat veroordeelde niet voor productie(s) in België is veroordeeld en ten aanzien van posten D tot en met G dat de betrokkenheid van veroordeelde niet vaststaat of aannemelijk is geworden.
Subsidiair, indien de betrokkenheid van veroordeelde wel wordt aangenomen, dient een kiloprijs van € 19.000,00 te worden gehanteerd. Verder dient bij de berekening rekening te worden gehouden met kosten en verdeling van de opbrengst over meer personen dan in de berekening is opgenomen. De verdediging heeft een alternatieve berekening gedaan die neerkomt op € 34.438,15. Tot slot heeft de verdediging een draagkrachtverweer gevoerd en verzocht daarom geen betalingsverplichting op te leggen.

3.De beoordeling van de vordering

Bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2024 (hierna: het vonnis) is veroordeelde ter zake van (onder meer) het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A, B, C en D van de Opiumwet gegeven verbod veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren.
Dat veroordeelde het bewezenverklaarde heeft begaan, blijkt uit de in dat vonnis gebezigde bewijsmiddelen. [1] De rechtbank ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft verkregen door middel van - kort gezegd - het medeplegen van de productie van en handel in harddrugs.
De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die door dat feit of uit de baten daarvan voordeel heeft verkregen. De rechtbank zal het geschatte voordeel van veroordeelde berekenen op basis van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr). Het voordeel zal worden berekend over de bewezenverklaarde strafbare feiten en andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.
De berekening van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel [2]
Ter berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten behoeve van de ontnemingsvordering is door de politie een berekening wederrechtelijk voordeel (hierna: het rapport) opgesteld. De politie heeft in het rapport een aantal drugsgerelateerde transacties beschreven en per post aangegeven hoeveel voordeel veroordeelde daaruit zou hebben genoten. De rechtbank neemt het rapport als uitgangspunt en zal per post beoordelen of veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen.
Samenwerking [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde]
Uit het vonnis en de daarin genoemde bewijsmiddelen [3] blijkt van een intensieve samenwerking tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] . Dit volgt onder meer uit berichten waarin wordt gesproken over de samenwerking en rolverdeling. Zo stuurde [veroordeelde] (met account [alias] ) aan het niet geïdentificeerde account [accountnaam] via Encrochat: “Dat is [naam] zijn kant maat (.,..) Ik heb de droge kant, pillen speed coke” en had [medeveroordeelde 1] (met account [alias] ) met het niet geïdentificeerde account [accountnaam] via Encrochat het volgende gesprek:
2022-11-17 15:10:24
[alias]
Moei ff met sus oppakkdn
2022-11-17 15:11:18
[accountnaam]
Dus met sus alles oppakken?
2022-11-17 15:11:22
[alias]
Ja
2022-11-17 15:11:32
[alias]
Hij weet ervan
2022-11-17 15:11:40
[accountnaam]
Maakt geen kut uit
Jullie zijn 1
2022-11-17 15:11:44
[alias]
Die ka dan met bier oppakke
2022-11-17 15:11:48
[alias]
Precies
Het wederrechtelijk verkregen voordeel per postIn het rapport zijn 10 posten beschreven waaruit veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zou hebben verkregen:
Partij 187,2 kilogram MDMA (België)
Partij 186 kilogram MDMA (België)
Voor 9 september 2022: 62,4 kilogram MDMA
Voor 14 oktober 2022: 68 kilogram MDMA op basis van 50/50 = 34 kilogram
Na 22 oktober 2022: 51 liter – 30 kilogram MDMA
Rond 21 november 2022: 34 kilogram helft/helft = 17 kilogram
22 november 2022: 25 kilogram
Rond 7 december 2022: 19 kilo nat = 15,882 kilogram droge MDMA
Rond 10 december 2022: 53 liter = 56,312 kilogram MDMA
Op/rond 23 april 2022: verkoop 100.000 pillen voor € 25.000,00
Verweer met betrekking tot posten A en B
De verdediging heeft aangevoerd dat veroordeelde niet is veroordeeld voor producties in België en dat veroordeelde daarom uit die producties geen voordeel heeft verkregen.
Gelet op het voorgaand overwogene ten aanzien van de nauwe samenwerking tussen [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] ziet de rechtbank voldoende aanwijzingen dat [veroordeelde] betrokkenheid heeft gehad bij producties in België waar [medeveroordeelde 1] aantoonbaar bij betrokken is geweest, alsook dat het aannemelijk is dat hij hieruit voordeel heeft verkregen. Het verweer kan daarom niet slagen.
A – 187,2 kilogram MDMA [4]
Uit de chatgesprekken volgt dat op 14 september 2022 een partij van 187,2 kilogram MDMA voor “de organisatie rondom [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] ” en voor [medeveroordeelde 2] en onder begeleiding van [medeveroordeelde 2] samen met een andere partij (139,732 kilogram) vanuit België naar Nederland werd getransporteerd.
De grondstoffen (300 kilogram van een pre-precursor) voor de productie van 187,2 kilogram MDMA werden via ‘mensen van’ (hierna: toeleveranciers) [medeveroordeelde 2] ( [alias] ) aangeleverd. Uit deze 300 kilogram kwam 157 liter (vermoedelijk PMK-olie), die werd omgezet naar 187,2 kilogram MDMA. [medeveroordeelde 1] ( [alias] ) regelde de verdeling en de verkoop van (een deel van) deze partij en had hierover berichtenverkeer met onder andere [medeveroordeelde 2] ( [alias] ) en [medeveroordeelde 2] .
[medeveroordeelde 2] had contact met [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] ( [alias] ) om (een deel van) de geproduceerde MDMA, die op 14 september 2022 aankwam in Doetinchem, op 15 september 2022 op te halen. Uit de berichten kan worden opgemaakt dat de 187,2 kilogram MDMA verdeeld werd tussen verschillende personen/groeperingen, te weten:
- de organisatie rondom [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] ;
- [medeveroordeelde 2] ;
- toeleveranciers via [medeveroordeelde 2] ;
- anderen (helpers/chauffeur).
Op 14 september 2022 vanaf 13:12 uur hadden [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] een gesprek over de hoeveelheid en een verdeling van de partij van 187,2 kilogram. [medeveroordeelde 2] : ‘187,20 kg, waarop [medeveroordeelde 1] reageerde met: ‘Geven we 90 terug 5 naar [medeveroordeelde 2] en 2 is voor [naam] enzo’ Vervolgens stuurde [medeveroordeelde 1] naar [medeveroordeelde 2] : ‘90kg gaan naar je mensen terug’, ‘5kg is er voor jou’ en ‘en 90 voor hier’. Wat later stuurt [medeveroordeelde 1] naar [medeveroordeelde 2] : ‘Had 5% met [medeveroordeelde 2] afgezproken’, ‘Dus 10% van 185 is 18,5’, ‘Daar zit hun deel wat hij moet kringen ook bij’, ‘Heb gezegd dat we die 18 voor hem meteen hier er afhalen’. Daarna zegt [medeveroordeelde 1] : ‘En hen misschien alles al verkocht’.
Op basis van dit berichtenverkeer acht de rechtbank het volgende aannemelijk. Er ging (van de totale productie van 187,2 kilogram) 2 kilogram naar chauffeurs en al 5 kilogram naar [medeveroordeelde 2] . De afspraak was dat (van wat over was) 5% van zowel het aandeel van de toeleveranciers als van het aandeel van de groep rondom [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] naar [medeveroordeelde 2] ging, dus in totaal 10% van het geheel van (nog) 180 kilogram, dus 18 kilo. Dat de afspraak en praktijk was dat [medeveroordeelde 2] van beiden kanten 5% ontving, wordt ook bevestigd in het gesprek van 12 november 2022 12:34 uur tussen [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] , kennelijk over de hierna nader besproken partij B van 186 kilogram, en het bericht daarin van [medeveroordeelde 1] aan [medeveroordeelde 2] “jij hebt jou 5% van ons en 5% van hun gehad” [5] .
[medeveroordeelde 1] zou er 18 af halen voor [medeveroordeelde 2] . Op die manier bleef voor de leveranciers van hun aandeel van 90 kilo 81 kilogram over (90 minus 9 kilogram). Vanuit de kant van [medeveroordeelde 1] had [medeveroordeelde 2] al uit het totaal van 187,2 de eerste 5 kilogram gekregen. Van de overige 90 kilogram, het aandeel van de groep [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] ging nog 4 kilogram naar [medeveroordeelde 2] . Voor de organisatie van [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] bleef daardoor 86 kilogram over.
Op 14 september 2022 werd een aantal berichten gestuurd over de waarde van de MDMA op dat moment. [medeveroordeelde 1] vroeg aan [alias] ( [veroordeelde] ): ‘Waar staat de m op’. Waarop [veroordeelde] antwoordde: ‘26 en 25 op aantallen’. [medeveroordeelde 1] heeft hierover ook contact met [medeveroordeelde 2] en zegt dat het 25 of 26 is, ligt eraan hoe mooi en hoeveel. De rechtbank acht het op basis van dit berichtenverkeer aannemelijk dat op het moment van de verkoop van deze partij MDMA, de prijs € 2.500 per kilo was. Dat er in de jurisprudentie andere bedragen worden genoemd, zoals door de verdediging aangevoerd, doet daar niet aan af. De prijs van MDMA fluctueert en wat hierover in de chatberichten is gezegd rondom de daadwerkelijke verkoop, is leidend.
Voor [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] geldt daarom een opbrengst van € 215.000,00 (86 kilogram x € 2.500,00).
[medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] realiseerden 86 kilogram MDMA voor henzelf door 187,2 kilogram MDMA te produceren. Er wordt vanuit gegaan dat de opbrengst van 86 kilogram MDMA enkel gerealiseerd kon worden als de volledige 187,2 kilogram MDMA werd geproduceerd. Daarom wordt voor de berekening van de kosten uitgegaan van de kosten voor de productie van de volledige 187,2 kilogram MDMA.
Het is niet bekend wat de exacte productiekosten voor deze 187,2 kilogram waren. Daarom wordt uitgegaan van de kostprijs uit het in het rapport opgenomen proces-verbaal (26DLR26090185-Y-108) dat is opgesteld door een expert op het gebied van synthetische drugs en precursoren bij de Nationale Politie. In dat rapport is rekening gehouden met de kosten voor conversie van de PMK-glicidezuur naar PMK, synthese en kristallisatie naar MDMA en kosten voor hardware. De kostprijs per kilogram MDMA is volgens die berekening € 584,31.
In de gevallen waarbij PMK is aangeleverd en de toeleveranciers hiervoor een vergoeding krijgen in de vorm van het eindproduct MDMA, vervalt de kostenpost voor de PMK. In dat geval is er sprake van een kostprijs per kilogram MDMA van € 221,47.
In het lab in België werden de precursoren voor PMK aangeleverd en kon gebruik worden gemaakt van de hardware (ketels, vriezers e.d.) in het lab. De kosten voor hardware komen in dat geval te vervallen. In dat geval is sprake van een kostprijs per kilogram MDMA van € 204,20.
In het geval van de productie van de 187,2 kilogram MDMA wordt uitgegaan van een kostprijs van € 204,20. De pre-precursoren werden via [medeveroordeelde 2] aangeleverd, de productie vond plaats in eigen beheer (met [medeveroordeelde 2] als laborant) en er werd gebruik gemaakt van het drugslab in België, waardoor ook de kosten van de hardware komen te vervallen. De wekelijkse kosten voor de helpers, huur, afval en gas werden betaald door de beheerders, aangezien uit de chatgesprekken blijkt dat [medeveroordeelde 2] hiervoor het geld ging ophalen in Tilburg. De helpers en chauffeur werden betaald met een deel (2 kg) van de geproduceerde drugs. Rekening houdende met voornoemde punten wordt ervan uitgegaan dat de kosten per kilogram geproduceerde MDMA € 204,20 en in totaal voor deze 187,2 kilogram € 38.226,24 waren.
Kostensoort
Prijs
Precursor voor PMK (ethylester van PMK-glicidezuur) € 0,00 i.v.m.
teruggave deel eindproductie aan toeleveranciers
-
Conversie: Overige kosten (€ 24 + € 2,4) x 2,0833)
€ 55,00
Synthese en Kristallisatie PMK naar MDMA
€ 190,04
Hardware
-
Kosten per liter PMK
€ 245,04
Omrekenfactor PMK -> MDMA
1,2
Kosten per kilogram MDMA
€ 204,20
Aantal kilogram geproduceerd
187,2
Subtotaal kosten
€ 38.226,24
Locatie (gratis gebruik lab België)
-
Totaal kosten
€ 38.226,24
Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze transactie wordt voor [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] geschat op: € 215.000,00 - € 38.226,00 = € 176.774,00.
Het dossier bevat aanwijzingen dat [medeveroordeelde 2] enerzijds en de organisatie van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] anderzijds de winst 50/50 verdeelden. Dit kwam onder meer naar voren in berichten tussen [medeveroordeelde 2] en [accountnaam] (niet-geïdentificeerde gebruiker), waarin [medeveroordeelde 2] stuurde: ‘Heb sinds 3 mnd afspraak 59-50’en ‘Als hij de helft terug geeft’, ‘Delen wij andere helft’, ‘Minus kosten’ (18 september 2022). Ook in berichtenverkeer tussen [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] stuurde [medeveroordeelde 1] ( [accountnaam] ): ‘5 kilogram verkocht’, ‘Kring morgen gekd voor’, ‘25’, ‘Geef ik je meteen de helft van’ (17 september 2022).
Gezien het vorenstaande wordt ervan uitgegaan dat [medeveroordeelde 2] 50% van de winst kreeg en de overige 50% voor [medeveroordeelde 1] overbleef. Gezien de eerder geconcludeerde intensieve samenwerking tussen [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] acht de rechtbank het aannemelijk dat [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] hun winsten (de overige 50%) samen pondspondsgewijs (elk 25%) verdeelden.
Op basis hiervan wordt ervan uitgegaan dat [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] het wederrechtelijk verkregen voordeel van in totaal € 176.774,00 uit deze transactie op de navolgende wijze verdeelden:
[medeveroordeelde 2] 50% = € 88.387,00
[medeveroordeelde 1] 25% = € 44.193,50
[veroordeelde] 25% =
€ 44.193,50.
B – 186 kilogram MDMA [6]
Uit gesprekken vanaf 14 september 2022 tot en met 3 november 2022 (proces-verbaal nr. 1242) volgt dat met een nieuwe hoeveelheid (pre-)precursor (“p-poeder”), aangeleverd door [medeveroordeelde 2] , nieuwe MDMA werd gedraaid.
Uit proces-verbaal 1494 maakt de rechtbank, samengevat, op dat:
  • eerder 300 was afgegeven waar 185 (c.q. 187,2 kilogram MDMA) uit was gekomen;
  • die andere meer moest zijn, omdat er nu (kennelijk door de toeleveranciers van [medeveroordeelde 2] ) 325 was afgegeven;
  • op 14 september 2022 (een deel van) die 325 was omgezet, afgekookt werd en de week erna de vriezer in zou gaan;
  • op 22 september 2022 [medeveroordeelde 2] aan [veroordeelde] vroeg om foto's van de olie te sturen,
  • kennelijk omdat die gasten van de 'p' (poeder) [medeveroordeelde 2] beschuldigden van stelen;
  • [veroordeelde] hierna foto's van jerrycans met donkere vloeistof stuurde en aangaf dat ze ook 100 liter terug konden geven en ze het zelf maar af moesten draaien, omdat dit alleen maar gezeur opleverde;
  • er kennelijk problemen waren met waterstofflessen/meters, waardoor een en ander langer duurde;
  • [medeveroordeelde 2] meerdere malen informeerde hoever ze waren en hierover contact had met [medeveroordeelde 1] , [medeveroordeelde 2] en [veroordeelde] ;
  • op 30 september 2022 foto's werden verzonden van zeven jerrycans met mogelijk PMK-olie die nog afgedraaid moest worden;
  • het 4 oktober 2022 de vriezer inging;
  • op 6 oktober 2022 werd doorgegeven dat de olie die dag gedraaid was;
  • op 7 oktober 2022 werd doorgegeven dat van 100 liter olie 127 base was gekomen;
  • op 12 oktober 2022 werd doorgegeven dat het 101,45 kilogram was en het die dag vervoerd werd vanuit België naar Nederland;
  • [medeveroordeelde 2] (een deel van) de partij ophaalde en kennelijk aan de toeleveranciers van de p-poeder leverde;
  • [medeveroordeelde 2] onenigheid had met de toeleveranciers van de p-poeder en de toeleveranciers hadden verwacht dat ze 70 uit 100 zouden krijgen;
  • [medeveroordeelde 2] op 12 oktober 2022 aangaf: "168 )literuit";
  • [medeveroordeelde 2] aangaf dat hij die andere (vermoedelijk de overgebleven 68 liter) de week erna ging wegdraaien;
  • [medeveroordeelde 2] (bijnaam [medeveroordeelde 2] ) volgens [medeveroordeelde 2] (maar) 65 teruggaf aan die Marokkaan;
  • ze met [medeveroordeelde 2] een afspraak wilden, maar [medeveroordeelde 2] eerst die laatste olie wilde afdraaien, zodat hij wist wat daaruit zou komen;
  • de onenigheid met de toeleveranciers bleef doorgaan;
  • [medeveroordeelde 2] aangaf dat 60 uit 100 al een mooi gemiddelde was;
  • [medeveroordeelde 1] op 12 oktober 2022 aangaf dat de verkoopprijs van M “23” (vermoedelijk € 2.300,00) per kilo was;
  • [medeveroordeelde 2] op 21 oktober 2022 aangaf dat uit 325, 168 liter kwam;
  • [medeveroordeelde 2] op 24 oktober 2022 informeerde of er nog wat over was van die 68, maar [medeveroordeelde 2] deze olie nog moest schoonmaken;
  • [medeveroordeelde 1] op 3 november 2022 bij [medeveroordeelde 2] aangaf dat hij hoorde dat niks was afgesproken over die 6 kilogram en wie die mensen waren die zeggen dat ze zoveel terug krijgen van k..s (vermoedelijk [veroordeelde] - [alias] );
  • [medeveroordeelde 2] op 3 november 2022 aangaf dat er 186 uit kwam en ze 84 terug hadden gehad en dus geen 90 zoals [medeveroordeelde 1] vroeg;
  • ze volgens [medeveroordeelde 1] normaal 25 kilogram (eindproduct) op 100 kilogram poeder terugkregen;
  • [medeveroordeelde 2] van beide kanten 5% had gehad.
De rechtbank leidt uit het berichtenverkeer af dat er 186 kilogram MDMA is geproduceerd en baseert dat met name op de berichten dat er 325 kilogram (pre-)precursor was aangeleverd, dat daar in de loop van het proces eerst 101,45 kilogram uit was gekomen en dat de overige 68 liter nog gedraaid moest worden. Het eindresultaat was volgens [medeveroordeelde 2] 186 kilogram. Vanwege de opvolgende chats en de bij elkaar aansluitende hoeveelheden, acht de rechtbank het aannemelijk dat er 186 kilogram MDMA is geproduceerd.
Uit de chats volgt vervolgens dat er opnieuw 5% (aan beide kanten) naar [medeveroordeelde 2] ging: op 12 november 2022 stuurde [medeveroordeelde 1] aan [medeveroordeelde 2] : ‘Jij hebt jou 5% van ons en 5% van hun gehad’.
Naar beneden afgerond zou dit nu ook (net als bij de onder A besproken partij van 187,2 kilogram) 18 kilogram zijn. Er resteerde dan nog 168 (186-18) kilogram. Bij een verdeling van de partij in tweeën, was voor de groepering rond [medeveroordeelde 1] en voor de toeleveranciers van de precursoren elk 84 (168/2) kilogram over. Dit kwam overeen met het bericht van [medeveroordeelde 2] dat ze 84 terug hadden gekregen. Daarom wordt bij de partij van 186 kilogram uitgegaan van de volgende verdeling: 84 kilogram voor de organisatie [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] , 84 kilogram voor de toeleveranciers en 18 kilogram voor [medeveroordeelde 2] .
Gelet op het bericht van [medeveroordeelde 1] op 12 oktober 2022 dat de ‘m’ op 23 zat, acht de rechtbank het aannemelijk dat de waarde op dat moment € 2.300,00 per kilogram was.
De opbrengst voor [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] komt daarmee op 84 x € 2.300,00 = € 193.200,00.
[medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] realiseerden 84 kilogram MDMA voor henzelf door 186 kilogram MDMA te produceren. Het is niet bekend wat de exacte productiekosten voor deze
186 kilogram waren. Voor het bepalen van de kosten wordt van dezelfde uitgangspunten uitgegaan, zoals vermeld bij de productie van 187,2 kilogram (post A). Op basis hiervan worden de kosten per kilogram geproduceerde MDMA geschat op € 204,20 en in totaal op € 37.981,20 voor 186 kilogram.
Kostensoort
Prijs
Precursor voor PMK (ethylester van PMK-glicidezuur) € 0,00 i.v.m.
teruggave deel eindproductie aan toeleveranciers
-
Conversie: Overige kosten (€ 24 + € 2,4) x 2,0833)
€ 55,00
Synthese en Kristallisatie PMK naar MDMA
€ 190,04
Hardware
-
Kosten per liter PMK
€ 245,04
Omrekenfactor PMK -> MDMA
1,2
Kosten per kilogram MDMA
€ 204,20
Aantal kilogram geproduceerd
186
Subtotaal kosten
€ 37.981,20
Locatie (gratis gebruik lab België)
-
Totaal kosten
€ 37.981,20
Het wederrechtelijk verkregen voordeel dat [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] uit deze productie hebben verkregen wordt geschat op € 193.200,00 - € 37.981,00 = € 155.219,00.
Op grond van de onder post A besproken verdeling acht de rechtbank het aannemelijk dat [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] het wederrechtelijk verkregen voordeel van in totaal € 155.219,00 uit deze transactie op de navolgende wijze verdeelden:
[medeveroordeelde 2] 50% = € 77.609,00
[medeveroordeelde 1] 25% = € 38.805,00
[veroordeelde] 25%
=€ 38.805,00.
Posten D, E en F
D – 62,4 kilogram MDMA [7]
In chatberichten tussen [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 1] van 9 september 2022 wordt de vergoeding besproken voor de mensen die helpen met krissen, in vriezer zetten, uithalen en inpakken. Die berichten zagen op de vergoeding voor de productie en het vervoer van 187,2 kilogram MDMA (post A). [medeveroordeelde 1] stelt voor ze ‘2k’ te geven. [medeveroordeelde 2] stuurt: ‘Zat te denken aan zelfde als hengelo’, ‘Alleen is dit nu 3x zo veel’. Gelet op deze berichten ziet de rechtbank voldoende aanwijzingen dat [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 1] , en daarmee ook [veroordeelde] , ergens voor 9 september 2022 productie hebben gedraaid (in Hengelo) van 187,2 / 3 = 62,4 kilogram MDMA.
Op 14 september 2022 werd een kiloprijs van € 2.500,00 gehanteerd (zie post A). Daarom is het geschatte voordeel van deze partij MDMA 62,4 x € 2.500,00 = € 156.000,00.
Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 62,4 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van een kostprijs van € 584,31 per kilogram MDMA. Deze kostprijs is gebaseerd op het in het rapport opgenomen proces-verbaal (26DLR26090185-Y-108) dat is opgesteld door een expert op het gebied van synthetische drugs en precursoren bij de Nationale Politie. In dat rapport is rekening gehouden met de kosten voor conversie van de PMK-glicidezuur naar PMK, synthese en kristallisatie naar MDMA en kosten voor hardware.
Op grond van de chatberichten waarin werd gesproken over de personen die hielpen op de locatie in Hengelo waarvoor (ongeveer) € 10,00 zou worden betaald per kilogram, neemt de rechtbank een aanvullende kostenpost van € 10,00 per geproduceerde kilogram MDMA mee in de berekening.
Omdat niet bekend is wat de locatie in Hengelo kostte, wordt uitgegaan van de huurkosten zoals deze berekend zijn aan de hand van de jaarhuur van de productielocatie op de [adres] , namelijk € 148,80 euro per geproduceerde partij (zie hierna bij post G t/m J).
De kosten van de chauffeur à € 2.000,00 zijn niet in het rapport meegenomen. De rechtbank is echter van oordeel dat deze kosten ook voor aftrek in aanmerking komen.
De totale kosten voor 62,4 kilogram komen daarmee op:
Kostensoort
Prijs
Kosten per kilogram MDMA
€ 584,31
+
Loonkosten helper per kg MDMA
€ 10,00
Kosten per kg MDMA (inclusief kosten helpers)
€ 594,31
x
Aantal kg geproduceerd
62,4
Productiekosten MDMA
€ 37.084,94
+
Locatie
€ 148,80
Chauffeur
€ 2.000,00
Totaal kosten
€ 39.233,74
Het wederrechtelijk verkregen voordeel voor [medeveroordeelde 2] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] samen komt daarmee op € 156.000,00 - € 39.234,00 = € 116.766,00.
E – 34 kilogram MDMA [8]
Op 14 oktober 2022 stuurde [accountnaam] (één van de beheerders van het drugslab in België) een bericht naar [accountnaam] ( [medeveroordeelde 2] ) waarin stond dat hij zich zwaar genaaid voelde door [naam] ( [medeveroordeelde 1] ) uit Doetinchem, omdat hij met [naam] de afspraak 50/50 terug had.
Volgens [accountnaam] werd kennelijk maar 25 kg teruggegeven, terwijl hij van de draaier wist dat er 68 kg was uitgekomen.
[accountnaam] gaf aan dat [accountnaam] het even zou nakijken. Ongeveer 9 minuten later stuurde [accountnaam] : “Hij liegt maat, ze hebben alles netjes verdeeld weet ik, hij heeft meer dan 30 gehad en de poeders waren uit verschillende fabrieken zei hij tegdn mij”.
Gezien de inhoud van deze berichten is er vermoedelijk 68 kilogram MDMA geproduceerd, die werd verdeeld volgens een 50/50 verdeling tussen de organisatie [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] en de wederpartij (België). Zij zouden daarmee een opbrengst van 34 kilogram MDMA hebben behaald.
Gezien het eerdergenoemde chatbericht van [medeveroordeelde 1] op 12 oktober 2023 dat de ‘m’ op ‘23’ stond, gaat de rechtbank uit van een verkoopwaarde van € 2.300,00 per kilogram.
34 kilogram x € 2.300,00 = € 78.200,00.
Aangezien voor het beschikbaar krijgen van deze 34 kilogram MDMA in totaal 68 kilogram geproduceerd moest worden, wordt uitgegaan van de kosten die gemaakt werden voor de volledig geproduceerde 68 kilogram. Omdat niet bekend was hoeveel de productie van 68 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van een kostprijs van € 221,47 per kilogram MDMA. De kosten van de pre-precursoren worden niet meegenomen in de kostprijs, omdat deze werden aangeleverd in ruil voor een deel van de geproduceerde MDMA. Het is niet bekend waar deze MDMA werd geproduceerd en wat deze locatie kostte.
De kosten voor de huur worden op basis van de berekende kosten voor het lab in Didam per partij (zie hierna bij post G t/m J) geschat op € 148,80.
De totale kosten voor de productie van 68 kilogram MDMA komen daarmee uit op:
€ 221,47 x 68 kilogram plus locatiekosten à € 148,80 = € 15.208,76.
Het voordeel dat met deze productie is behaald voor [medeveroordeelde 2] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] samen wordt geschat op € 78.000,00 - € 15.208,76 = € 62.991,00.
F – 30 kilogram MDMA [9]
Op 22 oktober 2022 stuurde [medeveroordeelde 2] dat er mooie olie (51 liter) omgezet was. De wederpartij, 37716 (beheerder drugslab België) zei daarop dat hij het zo weinig niet de moeite waard vond en of [medeveroordeelde 1] dat 50/50 deed. [medeveroordeelde 2] gaf aan dat hij er niks van hoefde te hebben en dat ‘hij’ ( [medeveroordeelde 1] ) alles mocht hebben. [medeveroordeelde 2] bevestigde dat [alias] het 50/50 deed.
De rechtbank acht het aannemelijk dat [medeveroordeelde 2] in de week voor 22 oktober 2022 voor [alias] ( [medeveroordeelde 1] ) 100 kilogram pre-precursor had omgezet naar 51 liter PMK-olie (51%). Op 22 oktober 2022 was [accountnaam] kennelijk bezig om deze 51 liter te “draaien" (naar uiteindelijk MDMA). Volgens [medeveroordeelde 2] was een opbrengst van 60 kilogram MDMA uit 100 kilogram pre-precursor een mooi gemiddelde. Dit wordt bevestigd door de opbrengst van 187,2 kilogram uit 300 kilogram pre-precursor (62,4%) (post A). Bij deze omzetting was 157 liter tussenproduct (PMK-olie) uit 300 gekomen (52,3%).
​​​​​​​
Daarom wordt aangenomen dat door de “organisatie rondom [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] ” en [medeveroordeelde 2] vlak na 22 oktober 2022 uit 100 kilogram pre-precursor ongeveer 60 kilogram MDMA geproduceerd werd. Aangezien uit de berichten kon worden opgemaakt dat op basis van een verdeling van 50/50 werd gewerkt, is het aannemelijk dat voor de “organisatie rondom [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] ” en [medeveroordeelde 2] 30 kilogram MDMA beschikbaar kwam (60 kilogram MDMA uit 100 kilogram pre-precursor. Verdeling 50/50: 50% van 60 kilogram = 30 kilogram).
Gezien het eerdergenoemde chatbericht van [medeveroordeelde 1] op 12 oktober 2023 dat de ‘m’ op ‘23’ stond, gaat de rechtbank uit van een verkoopwaarde van € 2.300,00 per kilogram, zodat deze productie € 69.000,00 (30 kilogram x € 2.300,00) opgebracht heeft.
Aangezien voor het beschikbaar krijgen van deze 30 kilogram MDMA in totaal 60 kilogram geproduceerd moest worden, wordt uitgegaan van de kosten die gemaakt werden voor de volledig geproduceerde 60 kilogram. Omdat niet bekend was hoeveel de productie van 60 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van een kostprijs van € 221,47 per kilogram MDMA. De kosten van de pre-precursoren worden niet meegenomen in de kostprijs, omdat deze werden aangeleverd in ruil voor een deel van de geproduceerde MDMA. Het is niet bekend waar deze MDMA werd geproduceerd en wat deze locatie kostte. De kosten voor de huur op basis van de kosten voor het lab in Didam per partij geschat op € 148,80.
De totale kosten voor de productie van 60 kilogram MDMA komen daarmee uit op:
€ 221,47 x 60 kilogram plus locatiekosten à € 148,80 = € 13.437,00.
Het voordeel dat met deze productie is behaald voor [medeveroordeelde 2] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] samen wordt geschat op € 69.000,00 - € 13.437,00 = € 55.563,00.
Verdeling posten D tot en met F
De opbrengsten van D, E en F voor [medeveroordeelde 2] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] samen zijn dus als volgt:
D: € 116.766,00
E: € 62.991,00
F: € 55.563,00
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van post A houdt de rechtbank (ook) voor de posten D en E een verdeling aan van 50% voor [medeveroordeelde 2] , 25% voor [veroordeelde] en 25% voor [medeveroordeelde 1] .
Voor post F houdt de rechtbank een 50/50 verdeling tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] aan, omdat [medeveroordeelde 2] in de chats (22 oktober 2022) [10] heeft gezegd dat hij van deze partij niks hoefde te hebben.
Dat betekent voor [veroordeelde] :
D: 25% van € 116.766,00
= € 29.191,50
E: 25% van € 62.991,00 =
€ 15.747,75
F: 50% van € 55.563,00 =
€ 27.781,50
De verdediging heeft de stelling ingenomen dat veroordeelde niet voorkomt in het berichtenverkeer noch daaraan deelneemt en dat daarom niet kan worden aangenomen dat hij betrokken was bij deze producties. De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat veroordeelde uit deze producties wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, gezien de eerder geconcludeerde nauwe samenwerking met [medeveroordeelde 1] .
Posten G – J (diverse producties “vanuit de [adres] ”)
In de strafzaak is al, op basis van de daarin genoemde bewijsmiddelen [11] , vastgesteld dat veroordeelde als medepleger betrokken is geweest bij – onder meer – de productie van MDMA in de periode vanaf september 2022 tot het aantreffen van het lab op 10 januari 2023 op de productielocatie [adres] . Tevens is door de rechtbank vastgesteld dat [medeveroordeelde 3] gebruik maakte van het Threema-account ‘ [accountnaam] ’ en dat hij ‘ [alias] ’ en ‘ [alias] ’ werd genoemd. Daarnaast is vastgesteld dat [medeveroordeelde 2] de gebruiker was van het Exclu-account ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ), [veroordeelde] de gebruiker van het Exclu-account ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ) en [medeveroordeelde 1] de gebruiker van de Exclu-accounts ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ) en ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ).
G – Er is 34 kg uitgekomen (21-11-2022) = 34 kg [12]
[medeveroordeelde 1] laat op 19 november 2022 in een chatgesprek via account [alias] aan de gebruiker van het account [accountnaam] (niet geïdentificeerd in onderzoek Picture) weten: ‘gewicht krijg je nog door’, ‘morgen weet ik gewicht’ en ‘ligt te drogen’.
Op 21 november 2022 geeft [veroordeelde] via het account [alias] door aan [medeveroordeelde 1] ( [alias] ): ‘Er was 34 uitgekomen’ en ‘Bier heeft net gebeld’.
Op 21 november 2022 laat [medeveroordeelde 1] via het account [alias] aan de gebruiker van het account [accountnaam] weten: ‘Er is 34kg uit gekomen mamma’ en ‘We gaan nog een keer maken met schonere olie’. [medeveroordeelde 1] ( [alias] ) verstuurt vervolgens later die middag een bericht aan [veroordeelde] ( [alias] ) met de inhoud: ‘Morgen word er dus geld gebra ht Twee tels En er moet 21 kg m mee’.
[veroordeelde] heeft vervolgens op 22 november 2022 via account [alias] het volgende chatgesprek met de gebruiker van het account [accountnaam] :
2022-11-22 13:17:02
(de in het proces-verbaal weergegeven UTC-tijd steeds omgezet in Nederlandse tijd)
[accountnaam]
[naam] had niet alle mama mee gehad
2022-11-22 13:17:12
[accountnaam]
Klopt dat?
2022-11-22 13:17:28
[accountnaam]
Hij zei ze moeder er om 21 uur was
2022-11-22 13:17:47
[accountnaam]
Maar dan was 13 uur er nog toch?
2022-11-22 13:18:17
[alias]
Klopt
(…)
2022-11-22 13:28:44
[alias]
lk begreep van [alias] 21 weg 13 is voor onkosten
2022-11-22 13:29:44
[accountnaam]
Haha nee maat
2022-11-22 13:29:55
[accountnaam]
Het was helft helft
2022-11-22 13:30:16
[accountnaam]
Maar hij had 25k nodig voor onkosten
2022-11-22 13:30:22
[accountnaam]
En fos
(…)
2022-11-22 13:32:36
[alias]
Ok er staat nu nog 12.2 om precies te zijn , ik ga [alias] ff berichten
Direct na het voorgaande gesprek stuurt [veroordeelde] op 22 november 2022 via het account [alias] aan ‘ [alias] ’, het account [medeveroordeelde 1] : ‘Loyalty wil nu ook de rest vd m ophalen’.
Uit de voorgaande chats leidt de rechtbank af dat ‘ [alias] ’, waarvan door de rechtbank eerder is vastgesteld dat dit [medeveroordeelde 2] betreft, op 21 november 2022 aan [veroordeelde] doorgeeft dat er 34 kg MDMA is geproduceerd. Hiervan werd vermoedelijk 21 kilogram direct verkocht aan [accountnaam] en de dag erna (door iemand uit zijn organisatie) opgehaald/betaald. Ook werden er berichten gestuurd over het ophalen van de overige 13 kilogram. Door [accountnaam] werd op 22 november 2022 een bericht gestuurd wanneer het gaat over de betaling (‘Het was helft helft’), waaruit kan worden opgemaakt dat de afspraak was dat -net als bij andere in deze ontnemingsrapportage beschreven transacties- de toeleveranciers van de pre-precursoren 50% van de geproduceerde MDMA kregen. Daarom wordt, in het voordeel van veroordeelde, ervan uitgegaan dat voor de organisatie rondom [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] de verkoopwaarde van 17 kilogram MDMA overbleef.
Gezien de verzonden chatberichten wordt ervan uitgegaan dat in ieder geval [medeveroordeelde 2] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] bij de productie van deze partij betrokken waren.
De betrokkenheid van die personen en de periode waarin de gesprekken en kennelijk de productie plaatsvonden zijn een aanwijzing dat de drugs werden geproduceerd in het lab aan de [adres] . Dat dit daadwerkelijk het geval was kan echter niet enkel op basis van hun betrokkenheid en die periode worden aangenomen.
Voor wat betreft de opbrengsten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Het rapport gaat in het voordeel van veroordeelde uit van een verkoopprijs die is gebaseerd op de verstuurde berichten van [veroordeelde] . Op 21 november 2022 geeft [veroordeelde] aan dat de prijs voor ‘steen’ op “19” zat (de rechtbank begrijpt dat hiermee € 1.900,00 per kilo wordt bedoeld). De inschatting van de prijs van MDMA-kristallen volgens het drugsprijzenoverzicht van 2022 hoger ligt namelijk aanzienlijk hoger op € 2.300,00 per kg.
De totale opbrengst komt aldus, in het voordeel van veroordeelde, uit op € 32.300,00 (17 kg x € 1.900,00).
Voor wat betreft de kosten neem de rechtbank het volgende in aanmerking. Voor het beschikbaar krijgen van deze 17 kilogram MDMA moest in totaal 34 kilogram worden geproduceerd. Daarom gaat de rechtbank uit van de kosten die werden gemaakt voor de volledig geproduceerde 34 kilogram. Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 34 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van de kostprijs van € 221,47 per kilogram zoals in het rapport onderbouwd. De productiekosten komen uit op een bedrag van (34 kg x € 221,47) € 7.529,98.
Ten aanzien van de huurkosten overweegt de rechtbank dat in het rapport de huurkosten per geproduceerde partij G t/m J als volgt zijn berekend:
Uit de huurovereenkomst van de productielocatie aan de [adres] volgt dat de huur van die ruimte per jaar € 3.504,00 bedroeg, per maand € 292,00.
Met betrekking tot de periode van de huurkosten gaat het rapport uit van een productie-periode van 9 november 2022 tot 10 januari 2023 (de dag van de inval). De huur over die periode is € 595,20 (62 dagen : 365 dagen x € 3.504,00).
De huurkosten voor ieder van de geproduceerde partijen G t/m J wordt dan geschat op € 148,80 (€ 595,20 : 4).
De rechtbank overweegt dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat partij G op de [adres] is geproduceerd en dat – zoals hierna aan de orde komt – dat evenmin kan worden vastgesteld ten aanzien van partij H, zodat de berekening in die zin niet kloppend is. Anderzijds geldt dat er geen reden is om per geproduceerde partij meer dan een halve maand aan huurkosten te rekenen wat dan neer komt op € 145,50 (€ 292,00 /2) aan huurkosten per geproduceerde partij. Nu dit lager is dan het bedrag dat in het rapport is berekend, gaat de rechtbank in het voordeel van veroordeelde uit van dat bedrag van € 148,80 aan huurkosten per partij die in de [adres] is geproduceerd.
Verder geldt dat nu onvoldoende duidelijk is of partij G is geproduceerd op de [adres] , ook dat bedrag aan huurkosten van € 148,80 daarvoor niet vaststaat. Echter ook als die partij elders is geproduceerd, kan er van worden uitgegaan dat er kosten zijn gemaakt voor het huren, althans gebruiken van een vergelijkbare ruimte en dat de kosten daarvoor vergelijkbaar zijn met de in het rapport berekende huurkosten per partij. De rechtbank gaat er daarom van uit dat ook voor partij G een bedrag van € 148,80 aan kosten is gemaakt voor het gebruik van een productieruimte.
De totale kosten komen daarmee uit op: € 7.678,78.
Het gezamenlijke voordeel dat de betrokkenen met deze productie hebben behaald wordt geschat op € 32.300,00 - € 7.678,78 = € 24.621,22.
H – 25 kg
Uit de chatberichten die in het rapport zijn opgenomen (p. 738 ontnemingsdossier) volgt dat [medeveroordeelde 3] ( [accountnaam] ) op 22 november 2022 aan [medeveroordeelde 2] ( [alias] ) vraagt ‘Heb je 25 mooie m’. [medeveroordeelde 2] ( [alias] ) reageert daarop met ‘Kun je bij chemelot pakken’. Uit deze berichten volgt slechts dat [medeveroordeelde 3] vraagt om ‘M’ (vermoedelijk MDMA) en niet dat hij deze daadwerkelijk heeft gepakt, noch dat dit in een transactie heeft geresulteerd. Het is de rechtbank onvoldoende aannemelijk geworden dat het hier gaat om eerder geproduceerde MDMA rondom de organisatie van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] . De rechtbank acht derhalve niet aannemelijk dat [veroordeelde] hieruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
I – 19 kg nat in emmers (7-12-2022) > omgerekend naar droog = 15,882 kg [13]
[medeveroordeelde 2] heeft met het account [alias] via Threema een gesprek gehad met de gebruiker van het account [accountnaam] ( [medeveroordeelde 3] ):
7-12-2022 07:53:21
[alias]
Gm maat
(…)
7-12-2022 07:54:18
[alias]
Bijna alleen maar poeier
(…)
7-12-2022 07:54:43
[accountnaam]
Okay ja beter met de rest weg doen
7-12-2022 07:55:08
[alias]
Ja zal drogen gooien
7-12-2022 07:55:24
[alias]
Maar zou ook ff testen voor je weg doet
(…)
7-12-2022 07:55:53
[accountnaam]
Hoeveel zou t zijn
7-12-2022 07:59:08
Dan weten jullie ook wat je te wachten staat
7-12-2022 07:59:17
[alias]
19kg nat in emmers
7-12-2022 07:59:20
[alias]
Allemaal poeder
(…)
7-12-2022 07:593
[accountnaam]
Kkzooi
7-12-2022 07:59:4
[alias]
Scheelt dat veel weg kunne tikken
De rechtbank leidt hieruit af dat [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] elkaar op 7 december 2022 berichten stuurden, waaruit kan worden afgeleid dat een hoeveelheid van in totaal 19 kg vermoedelijk MDMA “nat in emmers” zat en nog moest drogen, wat, als daarvoor nog 2 x 0,5 kilo gewicht van 2 emmers wordt afgehaald netto resulteert in tenminste 18 kilo “natte MDMA”. Het rapport vermeld dat 18 kg natte MDMA omgerekend minimaal 15,882 kg droge MDMA (170/150 x 18 kg nat) oplevert. Gelet op de inhoud van het gesprek gaat de rechtbank ervan uit dat dit om een eigen productie gaat vanuit de organisatie van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] , waarbij [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] in de uitvoering betrokken waren.
Voor wat betreft de opbrengsten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Het rapport gaat in het voordeel van veroordeelde uit van een verkoopprijs die is gebaseerd op de verstuurde berichten van [veroordeelde] . Op 10 december 2022 geeft [veroordeelde] aan dat de prijs voor “steen” op “15” (de rechtbank begrijpt dat hiermee € 1.500,00 wordt bedoeld) “zat”. De inschatting van de prijs van MDMA-kristallen volgens het drugsprijzenoverzicht van 2022 hoger ligt namelijk aanzienlijk hoger, op € 2.300,00 per kg. De totale opbrengst komt uit op € 23.823,00 (15,882 kg x € 1.500,00).
Voor wat betreft de kosten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 15,882 kg MDMA kostte, wordt uitgegaan van de kostprijs van € 584,31 per kilogram zoals in het rapport onderbouwd. De productiekosten komen uit op een bedrag van € 9.280,01 (15,882 kg x € 584,31).
Zoals hiervoor overwogen onder post G gaat de rechtbank voorts uit van een bedrag van € 148,80 aan huurkosten.
De totale kosten komen daarmee uit op: € 9.428,81.
Het gezamenlijke voordeel dat de betrokkenen met deze productie hebben behaald wordt geschat op € 23.823,00 - € 9.428,81 = € 14.340,19.
J - er is 53 uitgekomen en vrijdag draaien (9-12-2022) > omgerekend = 56,312 kg [14]
Op 6 december 2022 hebben [alias] ( [medeveroordeelde 2] ) en [accountnaam] ( [medeveroordeelde 3] ) via Threema een gesprek waarbij [accountnaam] vraagt of er nog wat is uitgekomen en [alias] aangeeft ‘53 bij elkaar’ en dat hij ‘vrijdag pas kan draaien’.
De rechtbank vindt het gezien de context van het gesprek aannemelijk dat het gaat om de omzetting van 53 liter PMK naar MDMA. Het rapport vermeldt dat na het afdraaien de MDMA kan kristalliseren in een vriezer, waarna het wordt gedroogd. Daarom is het aannemelijk dat de nog te draaien 53 liter een andere is dan de hiervoor genoemde natte 19 kilo die al lag te drogen.
Op 10 december 2022 kreeg [accountnaam] ( [veroordeelde] ) de vraag van [accountnaam] of het mogelijk was dat nog 10k van 300 geslagen werd. Hierop gaf [accountnaam] ( [veroordeelde] ) aan dat dit wel ging lukken en de m ligt te drogen. De prijs van M zat ‘op 16 en 15 op aantallen’.
Op 12 december 2022 vroeg [accountnaam] ( [veroordeelde] ) aan [accountnaam] welke stempel en kleur en gaf hij aan dat hij ze morgen kon maken. Hierop werd door [accountnaam] 320 (MB) Mybrand oranje doorgegeven. Ook vroeg [accountnaam] of hij er 500g steen/m bij kon doen. Later stuurde [accountnaam] ( [veroordeelde] ) dat het woensdagochtend klaar zou zijn.
Op 13 december 2022 werd tussen [accountnaam] ( [veroordeelde] ) en [accountnaam] voor de volgende dag een afspraak gemaakt bij de tiptopcarwash aan de [adres] . Er werd “15” afgesproken. Gezien de context van het gesprek gaat de rechtbank ervan uit dat hiermee € 1.500,00 wordt bedoeld.
Op basis van een eerder verstuurd bericht van [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) aan [accountnaam] op 21 november 2022 waarin hij stuurt ‘er is 34kg uit gekomen mama’ (…) ‘uit 31 lit’ wordt gesteld dat met de geproduceerde 53 (liter), die op vrijdag 9 december 2022 kon worden gedraaid en waarover [alias] ( [medeveroordeelde 2] ) het tegen [accountnaam] ( [medeveroordeelde 3] ) had, omgerekend/geschat 56,312 kilogram MDMA kon worden geproduceerd.
Gezien het vorenstaande vindt de rechtbank aannemelijk dat de partij van 53 (liter) door [medeveroordeelde 2] omgezet werd naar MDMA, waarna [veroordeelde] regelde dat (een deel) werd verwerkt tot xtc-pillen. Gelet op de inhoud van het gesprek vindt de rechtbank aannemelijk dat dit om een eigen productie gaat vanuit de organisatie van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] , voor wie [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] in de uitvoering werkten in het lab in Didam.
Voor wat betreft de opbrengsten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Het rapport gaat in het voordeel van veroordeelde uit van een verkoopprijs die is gebaseerd op de verstuurde berichten van [veroordeelde] . Op 10 december 2022 geeft [veroordeelde] aan dat de prijs voor ‘steen’ op “15” (de rechtbank begrijpt dat hiermee € 1.500,00 per kilo wordt bedoeld) “zat”. De inschatting van de prijs van MDMA-kristallen volgens het drugsprijzenoverzicht van 2022 ligt namelijk aanzienlijk hoger op € 2.300,00 per kg.
De totale opbrengst komt derhalve uit op € 84.468,00 (56,312 kg x € 1.500,00).
Voor wat betreft de kosten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 15,882 kg MDMA kostte, wordt uitgegaan van de kostprijs van € 584,31 per kilogram zoals in het rapport onderbouwd. De productiekosten komen uit op een bedrag van € 32.903,66 (56,312 kg x € 584,31).
Zoals hiervoor overwogen onder post G gaat de rechtbank voorts uit van een bedrag van € 148,80 aan huurkosten.
De totale kosten komen daarmee uit op: € 33.052,46.
Het gezamenlijke voordeel dat de betrokkenen met deze productie hebben behaald wordt geschat op € 84.468,00 - € 33.052,00 = € 51.416,00.
Verdeling G t/m J
De totale opbrengsten van G, I en J zijn dus als volgt:
G: € 24.621,22
I: € 14.340,19
J: € 51.416.00
Vastgesteld is dat [medeveroordeelde 3] , [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] verantwoordelijk zijn voor de exploitatie van het drugslab aan de [adres] . Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat [medeveroordeelde 3] betrokken is geweest bij de onder post G) genoemde productie. Wel zijn er voldoende aanwijzingen dat er een vierde persoon betrokken is geweest. Er zijn geen concrete aanwijzingen over hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel tussen de veroordeelden (en/of de onbekend gebleven vierde persoon met betrekking tot post G) werd verdeeld. De rechtbank zal het totale wederrechtelijk verkregen voordeel per veroordeelde daarom vaststellen op 25% van het totaalbedrag.
Dat betekent voor [veroordeelde] :
G: 25% van € 24.621,22 =
€ 6.155,31
I: 25% van € 14.340,19 =
€ 3.585,04
J: 25% van € 51.416.00 =
€ 12.854,00
K – 100.000 xtc-pillen voor € 25.000,00 [15]
In de hoofdzaak is vastgesteld dat [medeveroordeelde 1] in de periode april 2020 tot en met juni 2020 de gebruiker was van het Encrochat-account ‘ [naam] ’ en [veroordeelde] in de periode maart 2020 tot en met juni 2020 de gebruiker was van het Encrochat-account ’ [alias] ’.
Op 23 april 2020 heeft het account [accountnaam] via Encrochat een gesprek met [alias] ( [veroordeelde] ). [accountnaam] vraagt of de 100k eerder kan worden opgehaald. Er wordt vervolgens een ophaal afspraak gemaakt. [accountnaam] geeft aan dat hij (chauffeur) 25k heeft betaald en [naam] ervan afweet. [alias] laat weten dat hij hun geld, 6k, ervan afhaalt.
Tegelijkertijd heeft het account [alias] ( [veroordeelde] ) ook contact met het account [naam] ( [medeveroordeelde 1] ). [naam] stuurt ‘M gekd moet naar mij’ ‘heb 650 gerekend’ ‘6k voor jou’ ‘als je je gekd er af hebt gooi rest bij mij af’.
[accountnaam] laat vervolgens aan [alias] weten ‘het is al geregeld ik breng het zo naar [naam] ’.
De rechtbank leidt uit de chats tussen [accountnaam] en [alias] ( [veroordeelde] ) af dat de 100 K eerder kan worden opgehaald. Gelet op de inhoud en het verdere verloop van het gesprek vindt de rechtbank aannemelijk dat dit gesprek niet ging over een geldbedrag van € 100.000,00, maar over 100.000 xtc-pillen, waarvoor de chauffeur van [accountnaam] € 25.000,00 (25k) betaalde. [veroordeelde] ( [alias] ) hield hiervan kennelijk € 6.000,00 en de rest ging naar [medeveroordeelde 1] ( [naam] ). Hierbij gaf [medeveroordeelde 1] ( [naam] ) aan dat hij het geld voor de “M” (MDMA) moest hebben en hij hiervoor ‘650’ (€ 650,00) rekende.
Gezien de samenwerking tussen [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] wordt verondersteld dat [medeveroordeelde 1] ( [naam] ) en [veroordeelde] ( [alias] ) ieder € 6.000,00 overhielden aan deze transactie. De overige € 13.000,00 zou dan voor de (inkoop en/of productie van de) M kunnen zijn geweest. Dit is aannemelijk aangezien voor 100.000 pillen van 200 mg twintig kilogram MDMA nodig is. Bij een prijs van (destijds) € 650,00 per kilogram zou de (kost)prijs voor twintig kilogram "M" € 13.000,00 zijn geweest. Gelet op het vorenstaande is aannemelijk dat [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] bij deze transactie € 12.000,00 overhielden en dus ieder € 6.000,00 aan wederrechtelijk verkregen voordeel hadden.
Op grond van voornoemde is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van
€ 6.000,00.
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel
Al het voorgaande brengt met zich mee dat de rechtbank van oordeel is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van
€ 184.313,60en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
De rechtbank zal het door de verdediging gevoerde draagkrachtverweer niet honoreren. De vraag naar de draagkracht van de veroordeelde komt immers pas aan de orde in de executiefase op de voet van het bepaalde in artikel 6:6:26 van Pro het Wetboek van Strafvordering. In de ontnemingsprocedure kan de draagkracht alleen dan succesvol aan de orde worden gesteld als bij voorbaat duidelijk is dat de veroordeelde op dat moment en naar redelijkerwijs mag worden verwacht in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. De rechtbank is van oordeel dat zelfs als aangenomen zou worden dat veroordeelde thans beperkte draagkracht zou hebben, niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde naar redelijke verwachting ook in de toekomst in het geheel geen draagkracht zal hebben.
Duur gijzeling
Ingevolge artikel 36e, elfde lid, Sr zal de rechtbank de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd, vaststellen. De rechtbank hanteert bij de berekening van de duur het meest recente LOVS-oriëntatiepunt, inhoudende dat voor iedere volle € 100,00 van het opgelegde bedrag één dag gijzeling wordt gerekend, met een maximum van 1095 dagen.

4.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van
€ 184.313,60;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering op 1095 dagen.
Aldus gegeven door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A. Bonder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van der Velden, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRAA22047 (Picture), gesloten op 3 oktober 2023, en in de bijbehorende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld.
2.Het bewijs van het voordeel dat is verkregen is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRAA22047 (Picture), gesloten op 3 oktober 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, alsmede in het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ opgemaakt door een rechercheur van de politie Eenheid Oost-Nederland/Team Opsporing, gesloten op 28 februari 2025 met bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier dan wel, met de vermelding “(ontnemingsdossier)” naar die van het Rapport berekening wederrechtelijk voordeel, tenzij anders vermeld.
3.Proces-verbaal bevindingen PVB17, p. 3432 (map 9); proces-verbaal bevindingen JM 145, p. 2383 (map 7).
4.PV bevindingen 1242 p. 641 e.v. (ontnemingsdossier); PV bevindingen PVB103 p. 4285 e.v. (map 11); PV bevindingen 1494 p. 417 e.v. (ontnemingsdossier).
5.PV bevindingen 1494 p. 497 (ontnemingsdossier).
6.PV bevindingen 1242 p. 641 e.v. (ontnemingsdossier); PV bevindingen 1494 p. 417 e.v. (ontnemingsdossier).
7.PV bevindingen 1538, p. 681 e.v. (ontnemingsdossier).
8.PV bevindingen 1538, p. 681 e.v. (ontnemingsdossier).
9.PV bevindingen 1538, p. 681 e.v. (ontnemingsdossier).
10.PV bevindingen 1494 p. 513 (ontnemingsdossier).
11.Proces-verbaal van bevindingen 66, p. 5242 (map 14); proces-verbaal van bevindingen PVB100, p. 3546-3547 (map 9); proces-verbaal bevindingen 826, p. 3611 (map 9); verklaring van verdachte [veroordeelde] afgelegd ter terechtzitting van 21 mei 2024.
12.Relaas pv, p. 45-46 (ontnemingsdossier); PV1515, p. 718-728 (ontnemingsdossier).
13.Relaas, p. 47-48 (ontnemingsdossier); PV1515, p. 718-728 (ontnemingsdossier); PV1253 (bijlage 1), p. 729 e.v. (ontnemingsdossier).
14.Relaas pv, p. 48-49 (ontnemingsdossier); PV1515, p. 718-728 (ontnemingsdossier).
15.Relaas, p. 50-53 (ontnemingsdossier); bijlage 13, p. 745-749 (ontnemingsdossier); PVB17, p. 751-754 (ontnemingsdossier).