ECLI:NL:RBGEL:2026:1394

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
05-177233-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 138 SrArt. 254b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meervoudige schennispleging en diefstal met zorgmachtiging en strafvermindering

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van schennis van de eerbaarheid, gepleegd op diverse data in 2025 en 2026 in Doetinchem en Arnhem. De feiten betroffen openlijke ontuchtige handelingen, waaronder het ontbloten van het geslachtsdeel en het maken van aftrekkende bewegingen op openbare en besloten plaatsen, alsmede erfvredebreuk en diefstal bij Albert Heijn.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, mede door overeenkomsten in modus operandi, signalementen en ondersteunend schakelbewijs. Verdachte werd herkend op camerabeelden en door getuigen. De verdediging voerde onder meer vrijspraak aan wegens onvoldoende bewijs en betwistte het gebruik van schakelbewijs, maar deze verweren werden verworpen.

De rechtbank hield rekening met de psychische toestand van verdachte, die lijdt aan schizofrenie en een licht verstandelijke beperking, en met een zorgmachtiging die reeds was opgelegd. Hierdoor werd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar geacht. De straf werd daarom gematigd tot 100 dagen gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest, zonder voorwaardelijke straf.

Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan twee benadeelden voor immateriële en materiële schade, met wettelijke rente en oplegging van schadevergoedingsmaatregelen. Verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten waarvoor onvoldoende bewijs was.

De uitspraak werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 24 februari 2026.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 100 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor meervoudige schennispleging, erfvredebreuk en diefstal, met schadevergoedingen en zorgmachtiging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-177233-25 (+ 05-162559-25 + 05-274940-25 + 05-299171-25 + 05-006194-26 + 05-006354-26 (gev. ttz))
Datum uitspraak : 24 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboortedatum] ,
ingeschreven aan [adres 1] .
Raadsman: mr. W.H. Teusink, advocaat in Wezep.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Ten aanzien van parketnummer 05-177233-25
1.
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te Doetinchem, althans in Nederland,
Opzettelijk in het openbaar, te weten op of aan de Vennenlaan (ter hoogte van de
Vennenlaan 4 ), een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid
heeft verricht, te weten
- het met geheel of gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en/of
geslachtsdeel zich aldaar bevinden en/of
- ( vervolgens) met zijn hand aanraken van en/of vastpakken van en/of
(heen en weer) bewegen over en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
2.
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te Doetinchem, althans in Nederland,
opzettelijk
in het openbaar, te weten op of aan de Vennenlaan ,
een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid
heeft verricht, te weten
- het doen/brengen van zijn hand in zijn broek en/of onderbroek en/of
- ( vervolgens) met die hand opgaande en/of neergaande bewegingen
maken ter hoogte van zijn geslachtsdeel;
3.
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 24 april 2025 te
Doetinchem, althans in Nederland,
opzettelijk
op een of meer niet openbare plaatsen, te weten
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] en/of
- in de (achter) tuin van een woning op of aan [adres 1] ,
terwijl een of meer personen, te weten [aangever 1] en/of [aangever 2] ,
daarbij haars/huns ondanks tegenwoordig was/waren,
een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid
heeft verricht, te weten
meermalen, althans eenmaal (telkens)
- het met geheel of gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en/of
geslachtsdeel zich aldaar bevinden en/of
- ( vervolgens) het met zijn hand aanraken van en/of vastpakken van
en/of (heen en weer) bewegen over en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
4 .
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 24 april 2025 te
Doetinchem, althans in Nederland,
in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, te weten
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] en/of
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] ,
bij [aangever 1] en/of [aangever 2] , althans bij een ander of anderen
dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen;
5.
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 24 april 2025 te
Doetinchem, althans in Nederland,
in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, te weten
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] en/of
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] ,
bij [aangever 1] en/of [aangever 2] , althans bij een ander of anderen
dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk aldaar vertoevende
zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds
heeft verwijderd.
Ten aanzien van parketnummer 05-162559-25
hij op of omstreeks 25 april 2025 te Doetinchem, althans in Nederland,
opzettelijk in het openbaar, te weten op of aan de Brouwerskamp,
een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het met geheel of gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en/of geslachtsdeel zich aldaar bevinden
en/of
- ( vervolgens) het met zijn hand(en) aanraken en/of vastpakken en/of vasthouden van zijn
geslachtsdeel;
Ten aanzien van parketnummer 05-274940-25
hij op of omstreeks 5 oktober 2025 te Doetinchem, althans in Nederland,
opzettelijk in het openbaar, te weten (in de voortuin en/of op de oprit van de woning)
op of aan [adres 1] ,
een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het naar beneden trekken/doen van zijn broek en/of onderbroek, althans met geheel of
gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en/of geslachtsdeel zich aldaar bevinden en/of
- ( vervolgens) het met zijn hand aanraken en/of vastpakken van en/of (heen en weer) bewegen
over en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
Ten aanzien van parketnummer 05-299171-25
1.
hij op of omstreeks 20 oktober 2025 te Doetinchem, althans in Nederland,
opzettelijk
in het openbaar, te weten (in de voortuin van de woning) op of aan [adres 1] ,
een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het meermalen, althans eenmaal naar beneden trekken/doen van zijn broek en/of onderbroek, althans met geheel of gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en/of geslachtsdeel zich aldaar bevinden en/of
- ( vervolgens) het met zijn hand aanraken en/of vastpakken van en/of (heen en weer) bewegen over en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
2.
hij op of omstreeks 4 november 2025 te Doetinchem, althans in Nederland,
opzettelijk
in het openbaar, te weten (in de voortuin van de woning) op of aan [adres 1]
een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het naar beneden trekken/doen van zijn broek en/of onderbroek, althans met geheel of
gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en/of geslachtsdeel zich aldaar bevinden en/of
- ( vervolgens) het met zijn hand aanraken en/of vastpakken van en/of (heen en weer) bewegen over en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
Ten aanzien van parketnummer 05-006194-26
1.
hij op of omstreeks 7 januari 2026 te Arnhem
een of meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn
(Velperbuitensingel 4 ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Ten aanzien van parketnummer 05-006354-26
1.
hij op of omstreeks 6 januari 2026 te Doetinchem
een of meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn (Rozengaardseweg 18a), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 6 januari 2026 te Doetinchem
in het besloten lokaal aan de Rozengaardseweg 18a, in gebruik bij Albert Heijn,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 31 december 2025 schriftelijk de
toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05-177233-25 [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten met uitzondering van feit 5. Voor de bewezenverklaring van de schennispleging onder feit 2 heeft de officier van justitie gebruik gemaakt van schakelbewijs, omdat de modus operandi overeenkomt met die bij feit 1. Onder feit 4 is volgens de officier van justitie ten aanzien van de zaak van [aangever 2] voldaan aan het bestanddeel ‘haars ondanks tegenwoordig’, omdat het waarnemen van aanstootgevend gedrag via camera’s rond een huis hier ook onder valt. Verdachte heeft door voor de ramen van de woning aan zijn geslachtsdeel te trekken de aanmerkelijke kans aanvaard dat een bewoner hem live, dan wel via beveiligingscamera’s, zou kunnen zien.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat niet kan worden gezegd dat verdachte de persoon is die op de foto staat die door [aangever 3] is overhandigd aan de politie. Daarnaast mag er geen gebruik worden gemaakt van schakelbewijs ten aanzien van feit 2, omdat er wisselend wordt gesproken over de signalementen. Voor feiten 1 en 2 moet daarom vrijspraak volgen. Ten aanzien van feit 3 heeft [aangever 2] de handelingen alleen via de camera gezien en heeft zij deze niet rechtstreeks op het moment zelf waargenomen, zodat er geen sprake is van ‘haars ondanks tegenwoordig’. Daarom moet verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde ten aanzien van [aangever 2] onder dit feit. Ten aanzien van feiten 4 en 5 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Op 3 juni 2025 omstreeks 20:00 uur was [aangever 3] ter hoogte van de Vennenlaan 4 in het Kruisbergse bos in Doetinchem. Zij zag op een bankje een man zitten met ontbloot onderlichaam, waarbij zijn broek tot op de enkels was afgezakt. [aangever 3] zag ook dat de man zijn geslachtsdeel in zijn hand hield en daarmee op- en neergaande bewegingen maakte. Zij schrok hiervan en voelde zich er ongemakkelijk bij.
[aangever 3] omschreef de man als volgt: een licht getinte huidskleur, circa 180-185 cm lang, gezet postuur, gemillimeterd haar, snor en baard, gekleed in een grijze jas, zwart shirt met rode accenten bij de hals, zwarte trainingsbroek en zwart-witte sneakers. [aangever 3] verklaarde dat zij dezelfde man in mei 2025 ook had gezien, hem toen naar zijn naam had gevraagd en dat de man zich had voorgesteld als [verdachte] . Toen was door de buurjongen van aangeefster ook een foto van de man gemaakt. [2] Verdachte verklaarde dat hij zichzelf op deze foto uit mei 2025 herkende. [3]
Naar aanleiding van de melding zijn verbalisanten omstreeks 20:50 uur naar de door [aangever 3] genoemde locatie gegaan. Verbalisanten zagen in het bos een man die voldeed aan het opgegeven signalement. De in het politiesysteem aanwezige foto van verdachte van 26 april 2025 kwam overeen met de man die verbalisanten ter plaatse aantroffen. [4]
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte de persoon is geweest die op 3 juni 2025 op voormelde locatie met ontbloot onderlichaam aan zijn geslachtsdeel heeft gezeten en daarbij op- en neergaande bewegingen heeft gemaakt. De Vennenlaan betreft een voor het publiek toegankelijke plaats. De gedraging vond plaats op een bankje langs een openbaar pad, zodat deze zichtbaar kon zijn voor voorbijgangers. [aangever 3] heeft dit ook gezien en is ervan geschrokken. Door zijn geslachtsdeel zichtbaar voor derden vast te houden en daarmee op- en neergaande bewegingen te maken op een voor het publiek toegankelijke plaats, heeft verdachte een ontuchtige handeling openlijk verricht als bedoeld in artikel 254b Sr. De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
Op 19 mei 2025 rond 16.50 uur wandelde [aangever 4] ter hoogte van de Vennenlaan in Doetinchem toen er een man naast haar ging zitten op een bankje. Zij zag dat de man zijn rechterhand in zijn broek had en op- en neergaande bewegingen maakte met die hand ter hoogte van zijn geslachtsdeel. [aangever 4] zag dat de man zich aan het aftrekken was terwijl de afstand tussen haar en de man ongeveer een halve meter bedroeg. De man keek [aangever 4] daarbij recht in het gezicht aan. [aangever 4] omschreef de man als een persoon met een licht getinte huidskleur, circa 180 cm lang, gezet postuur en kort zwart stekelig haar, gekleed in een zwarte korte broek. [5]
De rechtbank stelt voorop dat de aangifte het enige directe bewijsmiddel betreft voor dit feit. In beginsel is dat, gelet op het uitgangspunt van
unus testis, nullus testis, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. In de rechtspraak is uiteengezet dat het gebruik van zogenoemd schakelbewijs, waarbij bewijs van andere feiten als steunbewijs kan dienen in het te behandelen feit, toegestaan is (zie o.a. Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8600). Voor het gebruik van schakelbewijs dient de feitelijke gang van zaken (de modus operandi) ten aanzien van het betreffende feit op essentiële punten belangrijke overeenkomsten te vertonen met de feitelijke gang van zaken ten aanzien van feiten waarbij tot een bewezenverklaring is gekomen.
Vaststaat dat verdachte zich op 3 juni 2025, circa 2 weken na het onderhavige feit, op nagenoeg dezelfde locatie in Doetinchem schuldig heeft gemaakt aan het openlijk masturberen op een bankje langs een voor het publiek toegankelijk pad. In beide zaken vertoont de beschrijving van de dader duidelijke overeenkomsten: een man met een licht getinte huidskleur, circa 180–185 cm lang, gezet postuur, kort haar en gekleed in een zwarte broek. Daarnaast vertoont de wijze waarop de handelingen werden uitgevoerd – zittend op een bankje, trekkend aan het geslachtsdeel, op nagenoeg dezelfde locatie – ook opvallende gelijkenissen.
De rechtbank is van oordeel dat deze combinatie van een overeenstemmend signalement, karakteristieke modus operandi, de omstandigheid dat het ging om dezelfde plek in Doetinchem en het korte tijdsverloop tussen de incidenten zodanige sterke overeenkomsten oplevert dat de aangifte van [aangever 4] voldoende steun vindt in feit 1 van 3 juni 2025. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte openlijk een ontuchtige handeling heeft verricht als bedoeld in artikel 254b Sr.
Feiten 3, 4 en 5
De rechtbank zal deze feiten gelet op de onderlinge samenhang tegelijkertijd bespreken.
Ten aanzien van aangeefster [aangever 2]
Op 24 april 2025 kwam de dochter van [aangever 2] thuis met de hond. De hond rende direct blaffend naar de schuifpui van de woning aan [adres 1] in Doetinchem, waarop de dochter een man vanuit de zijtuin in de richting van de achtertuin zag rennen. De dochter dacht dat er werd ingebroken en belde [aangever 2] . [aangever 2] besloot bij thuiskomst direct de beelden van de camera’s die rond de woning hangen uit te kijken. Daarop zag [aangever 2] een man in haar tuin die meerdere keren door de ramen van de woning keek. [aangever 2] zag dat de broek van de man openstond en dat zijn geslachtsdeel zichtbaar was en dat hij hieraan trok. [aangever 2] omschreef de man verder als licht getint, rond de 35 jaar oud, vol postuur, kaal hoofd, zwarte snor en baard, zwarte jas met rode kraag en een grijs vest en lichte broek en een zwarte rugzak. [6]
Ook door de politie werden de beelden uitgekeken. Daarop was te zien dat de man door de tuin liep en herhaaldelijk naar binnen keek. De man maakte afwisselend met zijn linker- en rechterarm bewegingen naar beneden. De grijze broek van de man stond open, waardoor zijn onderbroek was te zien. Boven de rand van de onderbroek was een deel van zijn ontblote penis zichtbaar. [7] Verdachte verklaarde dat hij zichzelf herkende op de stills van de beelden. [8]
Ten aanzien van het bestanddeel “terwijl een ander daarbij haars ondanks tegenwoordig was” overweegt de rechtbank als volgt. Aangeefster keek naar aanleiding van de melding van haar dochter over een mogelijke inbraak direct de camerabeelden toen zij thuis was. Zij wist op dat moment nog niet dat zij geconfronteerd zou worden met seksuele handelingen in haar voortuin.
De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden sprake is van een ongewilde confrontatie met de handelingen van verdachte. Verdachte heeft zich in de tuin van aangeefster ontbloot en daar met zijn ontblote geslachtsdeel door de tuin gelopen en daaraan getrokken, terwijl hij meerdere malen bij de woning naar binnen keek. Daarmee heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat een bewoner van de woning hem zou zien, hetzij rechtstreeks of via de aanwezige beveiligingscamera’s. Dat de confrontatie met de handelingen van verdachte via camerabeelden heeft plaatsgevonden doet er niet aan af dat dit een onvrijwillige confrontatie is geweest. Aangeefster nam rechtstreeks kennis van de gedragingen van verdachte zoals deze zich kort daarvoor hadden voorgedaan.
De rechtbank acht daarmee, anders dan de verdediging, bewezen dat aangeefster door het handelen van verdachte “haars ondanks” is geconfronteerd met een aanstootgevende handeling als bedoeld in artikel 254b Sr.
Daarnaast heeft verdachte door zonder toestemming de achtertuin van [aangever 2] in te lopen wederrechtelijk een besloten erf bij een ander in gebruik betreden. Daarmee is ook sprake van erfvredebreuk zoals ten laste gelegd onder feit 4 . Uit de bewijsmiddelen blijkt echter niet dat verdachte, nadat hiertoe een vordering was gedaan door de dochter van [aangever 2] of [aangever 2] zelf, zich niet van het erf verwijderde. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 5.
Ten aanzien van aangeefster [aangever 1]
Op 24 april 2025 was [aangever 1] in haar woning aan [adres 1] in Doetinchem. Om 13:30 uur zag zij een man in haar achtertuin staan die zei dat hij aan het schuilen was voor de regen. Later die dag, om 18:15 uur, zag [aangever 1] dezelfde man weer in haar tuin staan. Ze omschreef de man als licht getint, tussen de 25 en 35 jaar oud, licht mollig postuur, kaal met zwarte stoppeltjes met een ringbaard en snor, gekleed in een donkerkleurige jas met capuchon, een grijze sweater met rode accenten, lichtgrijze broek, witte sneakers met zwarte accenten, donkergrijze onderbroek en zwarte rugzak. [aangever 1] zag dat de broek van de man naar beneden was en zij zag daardoor zijn hele geslachtsdeel. De man maakte trekkende bewegingen aan zijn geslachtsdeel terwijl hij [aangever 1] voortdurend aankeek. [9]
De rechtbank stelt voorop dat ook ten aanzien van deze gebeurtenis de aangifte het enige directe bewijsmiddel betreft. Vaststaat echter dat verdachte zich op dezelfde dag om 11:00 uur schuldig heeft gemaakt aan het openlijk masturberen in een tuin aan [adres 1] in Doetinchem. De beide locaties – [adres 1] en [adres 1] - liggen volgens Google Maps ongeveer 750 meter van elkaar verwijderd. Ook het signalement van de dader vertoont sterke overeenkomsten: een man met een licht getinte huidskleur, mollig postuur, kaal hoofd met een zwarte baard en snor, gekleed in een donkere jas of trui met opvallende rode accenten, een lichtgrijze broek en zwarte rugzak.
In combinatie met deze uiterlijke kenmerken valt op dat de modus operandi in beide gevallen nagenoeg identiek is: het betreden van een besloten tuin, het ontbloten van het geslachtsdeel en het maken van trekkende bewegingen. Gelet op deze overeenkomsten, het korte tijdsverloop tussen de incidenten en de nabijheid van de locaties, acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de persoon is geweest die zich op 24 april 2025 in de tuin van [aangever 1] bevond en zich daar schuldig maakte aan artikel 254b Sr.
Door zonder toestemming de achtertuin van [aangever 1] te betreden, heeft verdachte ook hier wederrechtelijk een besloten erf bij een ander in gebruik betreden. Daarmee is sprake van erfvredebreuk zoals ten laste gelegd onder feit 4 . Uit de bewijsmiddelen blijkt echter niet dat verdachte, nadat hiertoe een vordering was gedaan door [aangever 1] , zich weigerde van het erf te verwijderen. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 5.
Ten aanzien van parketnummer 05-162559-25 [10]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. De officier van justitie heeft ook hiervoor gebruik gemaakt van schakelbewijs, nu de aangifte in voldoende mate wordt ondersteund door het specifieke en overeenkomende signalement.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat er geen sprake was van in het openbaar trekken aan het geslachtsdeel door verdachte en dat hij alleen aan het wildplassen was. Nu hier ondersteunend bewijs ontbreekt en er alleen een aangifte in het dossier zit, moet verdachte van dit feit worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
Op 25 april 2025 rond 13:30 uur liep [aangever 5] over de Brouwerskamp in Doetinchem. In de bocht van de straat zag [aangever 5] een licht getinte man staan van ongeveer 180 cm lang, tussen de 30 en 40 jaar oud, met een normaal postuur, kaal hoofd en gekleed in een grijze jas met rode accenten. Op 20 meter afstand dacht [aangever 5] dat de man aan het plassen was omdat hij zijn broek los had. De man probeerde continu oogcontact met [aangever 5] te maken. Dichterbij zag [aangever 5] dat de man zijn broek naar beneden had ter hoogte van zijn bovenbenen, dat zijn geslachtsdeel volledig uit zijn broek hing en dat de man zijn geslachtsdeel met beide handen vasthield, terwijl hij voortdurend oogcontact met [aangever 5] probeerde te maken. [11]
Verbalisanten gingen om 13:50 uur die dag ter plaatse naar aanleiding van hetgeen [aangever 5] had gezien. De man zou mogelijk in een nabijgelegen tuin aan [adres 1] in Doetinchem zitten. Bij aankomst troffen verbalisanten daar een man in een tuinhuisje die voldeed aan het door [aangever 5] opgegeven signalement. De man bleek [verdachte] te zijn. [12]
De rechtbank concludeert dat verdachte de persoon is geweest die op de Brouwerskamp stond met zijn ontblote geslachtsdeel uit zijn broek, terwijl hij dit geslachtsdeel vasthield. Door [aangever 5] werd direct een specifieke en gedetailleerde omschrijving gegeven van de man die zij had gezien. Verdachte werd ongeveer 20 minuten later in de nabije omgeving aangetroffen en voldeed aan dit signalement. Dit signalement kwam in overwegende mate overeen met dat van verdachte bij de onder parketnummer 05-177233-25 bewezenverklaarde feiten 1 tot en met 3. Met name de grijze jas of trui met rode accenten is een specifiek detail. De rechtbank is van oordeel dat er zodanige sterke overeenkomsten zijn dat de aangifte van [aangever 5] voldoende steun vindt in de eerdere feiten.
De rechtbank is verder, anders dan de verdediging, van mening dat hier sprake is van het plegen van schennis door verdachte. Het voortdurende oogcontact dat hij met [aangever 5] zocht, in combinatie met het vasthouden van zijn geslachtsdeel met beide handen, wijst erop dat de gedragingen opzettelijk waren en bedoeld om [aangever 5] met zijn handelingen te confronteren. Dat past niet in het beeld van iemand die aan het wildplassen is. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde zoals bedoeld in artikel 254b Sr.
Ten aanzien van parketnummer 05-274940-25 [13]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Verdachte wordt in de omgeving van de woning aangetroffen en is herkend als de persoon op de beelden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat [aangever 6] niet heeft gezien dat verdachte aan zijn geslachtsdeel aan het trekken was, zodat verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit.
Beoordeling door de rechtbank
Op 5 oktober 2025 rond middernacht zag [aangever 6] meerdere keren een man staan bij en achter haar woning aan de [adres 1] in Doetinchem. [aangever 6] kon de man filmen en zag dat de man een donkere huidskleur had, een kaal hoofd, van middelbare leeftijd was en gekleed was in een gewatteerde jas en een rugzak op zijn rug droeg. Om 00.26 uur zag [aangever 6] dat de man achter haar auto en naast de woning stond met de broek op zijn knieën en stoïcijns voor zich uit keek. [aangever 6] stond op één meter van de man en zag dat de man trekkende bewegingen maakte aan zijn geslachtsdeel. Om 01.30 uur zag [aangever 6] de man weer bij haar woning staan. [14]
Naar aanleiding van de melding van [aangever 6] troffen verbalisanten die nacht rond 01.35 uur een man aan om de hoek van [adres 1] . De man voldeed aan het signalement dat was afgegeven door [aangever 6] . [15] Verbalisant [verbalisant] herkende de man op de beelden van [aangever 6] ambtshalve als verdachte op basis van zijn uiterlijk en door eerdere meldingen en briefings over hem. Verdachte verklaarde zelf dat hij op het erf was geweest om te kijken of er wat te eten lag. [16]
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte de persoon is geweest die op voormelde locatie met ontbloot onderlichaam aan zijn geslachtsdeel heeft getrokken. De voortuin en oprit van de [adres 1] betreft een voor het publiek toegankelijke plaats, grenzend aan de openbare weg. Hierdoor heeft verdachte openlijk een ontuchtige handeling verricht als bedoeld in artikel 254b Sr.
Ten aanzien van parketnummer 05-299171-25 [17]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Verdachte werd in de omgeving van de woning aangetroffen en werd herkend als de persoon op de beelden. Ten aanzien van feit 2 kan alleen het eerste gedachtestreepje op de tenlastelegging worden bewezen, omdat er geen bewijs is dat verdachte op 4 november 2025 aan zijn geslachtsdeel heeft getrokken.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman bepleit dat voor een bewezenverklaring onvoldoende is dat een verbalisant op de beelden ‘mogelijk’ ziet dat verdachte zijn geslachtsdeel vast heeft. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van dit feit. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman bepleit dat op de beelden van 4 november 2025 alleen de billen van verdachte te zien zijn. Dat is niet aanstootgevend en levert onvoldoende bewijs op voor schennispleging, zodat ook hier vrijspraak moet volgen.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
De rechtbank zal deze feiten gelet op de onderlinge samenhang tegelijkertijd bespreken.
In de nacht van 19 op 20 oktober 2025 werd [aangever 7] wakker van geluiden in zijn voortuin aan [adres 1] in Doetinchem. Op de livebeelden van zijn deurbelcamera zag [aangever 7] een man zittend in de voortuin met zijn broek op de heupen, terwijl zijn hand op en neer ging ter hoogte van zijn geslachtsdeel. Vervolgens liet de man zijn broek tot op de enkels zakken en ging hij opnieuw zitten. [aangever 7] keek daarna door zijn slaapkamerraam grenzend aan de voortuin en zag dat de man trekkende bewegingen maakte aan zijn geslachtsdeel. [18]
In de nacht van 3 op 4 november 2025 zag [aangever 7] via de livebeelden van zijn deurbelcamera opnieuw dezelfde man in zijn voortuin. De man deed zijn capuchon op en liet zijn broek een stuk naar beneden zakken, waardoor zijn billen zichtbaar waren op de camera. De man nam plaats op een van de stoelen in de voortuin. Het geslachtsdeel van de man hing uit zijn broek en [aangever 7] zag dat deze in slappe toestand verkeerde. [19]
Verbalisant [verbalisant] herkende de persoon die te zien was op de beelden van [aangever 7] van 20 oktober 2025 ambtshalve als verdachte. [verbalisant] herkende verdachte aan zijn kale hoofd, donkere gezichtsbeharing en aan zijn trui en jas met capuchon. [verbalisant] zag op de beelden dat de hand van verdachte, die op een stoel zat, op en neer ging en dat verdachte iets vasthield met zijn hand. De persoon op de beelden van 4 november 2025 herkende [verbalisant] ook ambtshalve als verdachte. Te zien was de broek van verdachte onder zijn billen hing, waarna hij deze optrok en uit beeld liep. [20]
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte de persoon is geweest die in de nacht van 19 op 20 oktober 2025 op de beelden te zien is. Anders dan de raadsman heeft bepleit, is er voldoende bewijs dat verdachte op die datum op- en neergaande bewegingen heeft gemaakt bij zijn geslachtsdeel. De verklaring van [aangever 7] dat hij dit zag toen hij door het raam keek wordt ondersteund door de beelden, waarop handbewegingen zichtbaar zijn. Ook in de nacht van 3 op 4 november 2025 is verdachte de man geweest die bij [aangever 7] in de voortuin zat. Vast staat dat het geslachtsdeel van verdachte uit zijn broek hing en dat zijn billen zichtbaar waren. [aangever 7] verklaarde bovendien dat hij zag dat het geslachtsdeel in slappe toestand verkeerde, een waarneming die alleen mogelijk is indien het geslachtsdeel daadwerkelijk zichtbaar is. De voortuin van de [adres 1] betreft een voor het publiek toegankelijke plaats, grenzend aan de openbare weg. Hierdoor heeft verdachte openlijk ontuchtige handelingen verricht als bedoeld in artikel 254b Sr.
Voor feit 2 is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich ook heeft afgetrokken, zodat hij van dit gedachtestreepje zal worden vrijgesproken.
Ten aanzien van parketnummer 05-006194-26 [21]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
  • het proces-verbaal van aangifte, p. 7-8 met bijlage p. 10;
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 13-14;
  • het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 27-28.
Ten aanzien van parketnummer 05-006354-26 [22]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
  • het proces-verbaal van aangifte , p. 5;
  • het proces-verbaal van aanhouding, p. 10-11 met bijlage p. 13;
  • het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 26 met bijlage p. 28.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 05-177233-25, het feit onder parketnummer 05-162559-25, het feit onder parketnummer 05-274940-25, feiten 1 en 2 onder parketnummer 05-299171-25, het feit onder parketnummer 05-006194-26 en feiten 1 en 2 onder parketnummer 05-006354-26 heeft begaan, te weten dat:
Ten aanzien van parketnummer 05-177233-25
1.
hij op
of omstreeks3 juni 2025 te Doetinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk in het openbaar, te weten
op ofaan de Vennenlaan (ter hoogte van de
Vennenlaan 4 ),
een of meerhandelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid
heeft verricht, te weten
- het met geheel
of gedeeltelijkontbloot onderlichaam en
/of
geslachtsdeel zich aldaar bevinden en
/of
- ( vervolgens) met zijn hand aanraken van en
/ofvastpakken van en
/of
(heen en weer) bewegen over
en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
2.
hij op
of omstreeks19 mei 2025 te Doetinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk
in het openbaar, te weten
op ofaan de Vennenlaan ,
een of meerhandelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid
heeft verricht, te weten
- het doen/brengen van zijn hand in zijn broek
en/of onderbroeken
/of
- ( vervolgens) met die hand opgaande en
/ofneergaande bewegingen
maken ter hoogte van zijn geslachtsdeel;
3.
hij op
één of meertijdstippen op
of omstreeks24 april 2025 te
Doetinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk
op
een of meerniet openbare plaatsen, te weten
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] en
/of
- in de (achter) tuin van een woning op of aan [adres 1] ,
terwijl
een of meerpersonen, te weten [aangever 1] en
/of[aangever 2] ,
daarbij
haars/huns ondanks tegenwoordig
was/waren,
een of meerhandelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid
heeft verricht, te weten
meermalen,
althans eenmaal(telkens)
- het met geheel of gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en
/of
geslachtsdeel zich aldaar bevinden en
/of
- ( vervolgens) het met zijn hand aanraken van
en/of vastpakken van
en
/of(heen en weer) bewegen over
en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
4 .
hij op
één of meertijdstippen op
of omstreeks24 april 2025 te
Doetinchem,
althans in Nederland,
in
de woning, het besloten lokaal en/ofhet besloten erf, te weten
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] en
/of
- in de (achter)tuin van een woning op of aan [adres 1] ,
bij [aangever 1] en
/of[aangever 2] ,
althans bij een ander of anderen
dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen;
Ten aanzien van parketnummer 05-162559-25
hij op
of omstreeks25 april 2025 te Doetinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk in het openbaar, te weten op of aan de Brouwerskamp,
een of meerhandelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het met geheel of gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en
/ofgeslachtsdeel zich aldaar bevinden
en
/of
- ( vervolgens) het met zijn hand(en) aanraken
en/of vastpakkenen
/ofvasthouden van zijn
geslachtsdeel;
Ten aanzien van parketnummer 05-274940-25
hij op
of omstreeks5 oktober 2025 te Doetinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk in het openbaar, te weten (in de voortuin en
/ofop de oprit van de woning)
op ofaan [adres 1] ,
een of meerhandelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het
naar beneden trekken/doen van zijn broek en/of onderbroek, althansmet geheel
of
gedeeltelijkontbloot onderlichaam en
/ofgeslachtsdeel zich aldaar bevinden en
/of
- ( vervolgens) het met zijn hand aanraken en
/of vastpakken van en/of (heen en weer) bewegen
over en/oftrekken aan zijn geslachtsdeel;
Ten aanzien van parketnummer 05-299171-25
1.
hij op
of omstreeks20 oktober 2025 te Doetinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk
in het openbaar, te weten (in de voortuin van de woning)
op ofaan [adres 1] ,
een of meerhandelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het
meermalen, althans eenmaalnaar beneden trekken/doen van zijn broek
en/of onderbroek,
althans met geheel of gedeeltelijk ontbloot onderlichaam en/of geslachtsdeel zich aldaar bevindenen
/of
- ( vervolgens) het met zijn hand aanraken
en/of vastpakken van en
/of(heen en weer) bewegen over
en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
2.
hij op
of omstreeks4 november 2025 te Doetinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk
in het openbaar, te weten (in de voortuin van de woning)
op ofaan [adres 1]
een of meerhandelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- het
metnaar beneden trekken/doen van zijn broek en/of onderbroek, althans met geheel of
gedeeltelijkontbloot onderlichaam en
/ofgeslachtsdeel zich aldaar bevinden
en/of
- (vervolgens) het met zijn hand aanraken en/of vastpakken van en/of (heen en weer) bewegen over en/of trekken aan zijn geslachtsdeel;
Ten aanzien van parketnummer 05-006194-26
1.
hij op
of omstreeks7 januari 2026 te Arnhem
een of meerderelevensmiddelen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn (Velperbuitensingel 4 ),
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Ten aanzien van parketnummer 05-006354-26
1.
hij op
of omstreeks6 januari 2026 te Doetinchem
een of meerderelevensmiddelen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan Albert Heijn (Rozengaardseweg 18a),
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op
of omstreeks6 januari 2026 te Doetinchem
in het besloten lokaal aan de Rozengaardseweg 18a, in gebruik bij Albert Heijn,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 31 december 2025 schriftelijk de
toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van parketnummer 05-177233-25
feiten 1 en 2:
het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten
feit 3:
op een niet openbare plaats handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten, meermalen gepleegd
feit 4 :
in het besloten erf bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, meermalen gepleegd
Ten aanzien van parketnummer 05-162559-25
feit 1:
het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten
Ten aanzien van parketnummer 05-274940-25
feit 1:
het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten
Ten aanzien van parketnummer 05-299171-25
feiten 1 en 2:
het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten
Ten aanzien van parketnummer 05-006194-26
feit 1:
diefstal
Ten aanzien van parketnummer 05-006354-26
feit 1:
diefstal
feit 2:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte en overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte er niet bij is gebaat om opnieuw de gevangenis in te gaan en verzoekt om te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich 8 keer schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid door aangevers in het openbaar of bij hun woning of in hun tuin te confronteren met zijn ontblote geslachtsdeel en in veel gevallen ook aftrekkende bewegingen te maken. Het hoeft geen nader betoog dat alle aangevers hier enorm van zijn geschrokken, met name omdat zij de schennis van verdachte niet hoefden te verwachten. Het gedrag van verdachte wordt als hinderlijk, onfatsoenlijk, aanstootgevend en angstaanjagend beschouwd en is in strijd met de publieke moraal. Verdachte ziet zelf echter de ernst van de feiten niet in. Daarnaast heeft verdachte zich bij 2 aangeefsters schuldig gemaakt aan erfvredebreuk en ook aan 2 diefstallen en 1 lokaalvredebreuk, wat voor winkeliers erg overlastgevend is.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft in aanmerking genomen het uittreksel justitiële documentatie van 27 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte de afgelopen 5 jaren niet is veroordeeld voor zedendelicten. Wel ontving verdachte op 25 december 2025 een strafbeschikking voor een winkeldiefstal, waardoor artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
Uit de Pro Justitia-rapportage van 21 oktober 2025 blijkt dat verdachte al jarenlang bekend is binnen de GGZ. In augustus 2020 werd hij in het kader van TBS met voorwaarden geplaatst op de FPK [kliniek 1] en behandeld met depot antipsychotica. Verdere behandeling kwam niet van de grond. In juli 2024 werd een zorgmachtiging aangevraagd voor de duur van 6 maanden. Uit meerdere rapportages van o.a. De [kliniek 1], FPA [kliniek 2] (GGNet) en Iriszorg blijkt dat verdachte lijdt aan schizofrenie en een licht verstandelijke beperking, met daarbij ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. Tevens is sprake van matig tot ernstig middelengebruik, waaronder alcohol en stimulanten. Er is een matig tot hoog recidiverisico op zedendelicten, zeker als verdachte niet onder toezicht staat en geen intensieve begeleiding ontvangt. De rapporteur adviseert de tenlastegelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen aan verdachte.
Uit de verklaring ter zitting van de deskundige A. Kroon, namens GGNet, waar verdachte eerder onder behandeling heeft gestaan, is gebleken dat verdachte moeilijk bereikbaar is, afspraken niet nakomt, zijn medicatie niet inneemt en bekend is met multi middelenmisbruik. Vrijwillige zorg is daardoor onvoldoende en de deskundige acht het van belang dat verdachte psychiatrisch wordt behandeld in het kader van een zorgmachtiging.
Uit het reclasseringsrapport van 27 januari 2026 komt naar voren dat verdachte al eerder onder toezicht heeft gestaan en dat dit toezicht werd geretourneerd wegens het niet nakomen van afspraken. Volgens de reclassering heeft verdachte ernstige psychische en verslavingsproblematiek waarbij het recidiverisico hoog is en de responsiviteit laag, waardoor er geen mogelijkheden zijn voor een plan van aanpak in een justitieel kader. Hierdoor is een intensieve klinische behandeling en begeleiding de enige passende mogelijkheid.
De straf
De rechtbank weegt bij de strafoplegging in strafverminderende zin mee de psychische toestand en kwetsbaarheid van verdachte en houdt er rekening mee dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van de delicten. Hij is dus niet volledig ontoerekeningsvatbaar, waardoor verdachte nog wel strafbaar is en de rechtbank dus een straf kan opleggen aan verdachte.
In het geval van verdachte is het met name van belang dat hij wordt behandeld voor zijn psychische- en verslavingsproblematiek, zodat kan worden toegewerkt naar stabiliteit, hetgeen niet alleen in het belang van verdachte is, maar ook in dat van de maatschappij ter voorkoming van (ernstigere) recidive. De rechtbank heeft om die reden bij beschikking van 10 februari 2026 (rekestnummer
FZ RK 26/238) een zorgmachtiging verleend op grond van artikel 2.3 van de Wfz.
Verder heeft verdachte ruim vier maanden in voorarrest gezeten. Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, ziet de rechtbank geen ruimte meer in de strafmaat om daarnaast nog een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Onder deze omstandigheden volstaat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die niet langer is dan de duur van het voorarrest, ook rekening houdend met de afgegeven zorgmachtiging voor een periode van 6 maanden. Alles afwegende wordt aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 100 dagen met aftrek van voorarrest.

7.De beoordeling van de civiele vorderingen

Ten aanzien van parketnummer 05-177233-25
De benadeelde partij [aangever 4] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert €400,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, subsidiair dat de vordering moet worden gematigd.
Overweging van de rechtbank
Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Volgens artikel 6:106 lid 1 BW Pro kan slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn of haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn.
Ten aanzien van het geestelijk letsel heeft [aangever 4] toegelicht dat zij na maanden nog steeds psychische klachten ervaart als gevolg van het incident. [aangever 4] heeft last van slaapproblemen, verhoogde spanning en ontregeling van het eetpatroon. [aangever 4] staat sinds 2023 onder behandeling bij GGNet en de toename van de psychische klachten is onderbouwd met een verklaring van haar psychiater van juni 2025.
De rechtbank stelt vast dat er, gelet op de verklaring van de psychiater, sprake is van geestelijk letsel bij [aangever 4] waardoor [aangever 4] in haar persoon is aangetast. Het gevorderde bedrag van komt € 400,- redelijk voor. De immateriële schade zal worden toegewezen.
Wettelijke rente
Voor de toegewezen immateriële schade (€ 400,-) is verdachte vanaf 19 mei 2025 wettelijke rente verschuldigd.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. De toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Ten aanzien van parketnummer 05-274940-25
De benadeelde partij [aangever 6] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 749,99,- aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vordering moet worden gematigd.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
De vordering tot vergoeding van materiële schade bestaan uit kosten voor het aanschaffen van een camerasysteem (€ 749,99,-).
De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde gedraging een inbreuk hebben gemaakt op het veiligheidsgevoel van [aangever 6] in haar woning. In een dergelijk geval is het verdedigbaar dat [aangever 6] preventieve veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, te meer omdat verdachte de betreffende nacht meerdere keren is teruggekomen en aangeefster samen met haar 2 (minderjarige) dochters woont. Voor de kosten voor de camera’s rondom de woning geldt dat dit kosten zijn voor beveiligingsmaatregelen die het directe gevolg zijn van de gedragingen van verdachte.
De rechtbank is echter van oordeel dat het gevorderde bedrag, gelet op de gemiddelde kosten voor een camerasysteem, bovenmatig voorkomt. De rechtbank zal de schade daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid matigen en een bedrag van € 350,- toewijzen. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot materiële schade.
Immateriële schade
[aangever 6] heeft toegelicht dat zij zich door het voorval minder veilig voelde in haar eigen woning en last had van slaapproblemen, herbelevingen en aanhoudende alertheid. Deze klachten zijn niet onderbouwd door een verklaring van een arts. De psychische gevolgen moeten voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst en schrik vormen, hoewel deze als zeer vervelend worden ervaren en begrijpelijk zijn, geen aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 BW Pro. Ernstigere psychische schade is door de benadeelde partij niet aangevoerd en niet onderbouwd. [aangever 6] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot immateriële schade.
Wettelijke rente
Voor de toegewezen immateriële schade (€ 350,-) is verdachte vanaf 5 oktober 2025 wettelijke rente verschuldigd.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. De toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 57, 63, 138, 254b en 310, van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 dagen;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Ten aanzien van parketnummer 05-177233-25
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 4] van € 400,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 4] , een bedrag te betalen van € 400,- aan immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Ten aanzien van parketnummer 05-274940-25
 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 6] van € 350,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
 verklaart de benadeelde partij [aangever 6] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële en immateriële schade;
 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 6] , een bedrag te betalen van € 350,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.H.S. Duinkerke (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. C.L.A. van der Veeken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 februari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL250425-1432-719, gesloten op 28 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte, p. 34-35 met bijlage p. 38.
3.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 114.
4.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 40.
5.Het proces-verbaal van aangifte, p. 31-32.
6.Het proces-verbaal van aangifte, p. 17-18.
7.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 45 met bijlagen p. 49.
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 112.
9.Het proces-verbaal van aangifte, p. 21-22 met bijlagen p. 28-29.
10.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025190234, gesloten op 23 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
11.Het proces-verbaal van aangifte, p. 5-6.
12.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 8.
13.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] in het Veld van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025480846, gesloten op 8 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
14.Het proces-verbaal van aangifte, p. 5-6.
15.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 10-11.
16.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p.
17.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025534668, gesloten op 9 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
18.Het proces-verbaal van aangifte, p. 5.
19.Het proces-verbaal van aangifte, p. 6.
20.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 18-19.
21.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026009469, gesloten op 9 januari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
22.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026008273, gesloten op 8 januari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.