ECLI:NL:RBGEL:2026:1284

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/05/435624 / HA ZA 24-239
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:303 BWArt. 7:408 lid 1 BWAVGEuropees mededingingsrechtNederlands mededingingsrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige beëindiging distributieovereenkomst en schadevergoeding door leverancier

TTMS en Chroma hadden sinds 2015 een distributieovereenkomst die jaarlijks stilzwijgend werd verlengd. Chroma beëindigde de overeenkomst per 1 januari 2024, nadat TTMS weigerde een nieuwe conceptovereenkomst te ondertekenen vanwege vermeende strijdigheid met mededingingsrecht en AVG. TTMS vorderde onder meer een verklaring voor recht dat de conceptovereenkomst onrechtmatig was en schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging.

De rechtbank verklaarde TTMS niet-ontvankelijk in haar vorderingen over de conceptovereenkomst wegens gebrek aan belang, omdat deze niet relevant waren voor de beoordeling van de beëindiging van de bestaande overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat Chroma de overeenkomst niet rechtsgeldig had beëindigd, omdat zij geen tijdige schriftelijke kennisgeving tot niet-verlenging had gedaan en geen geldige opzeggingsgrond had aangevoerd.

Chroma had onvoldoende onderbouwd dat TTMS in verzuim was of dat zij de overeenkomst rechtsgeldig had ontbonden. Het exoneratiebeding kon Chroma niet beschermen tegen aansprakelijkheid voor de onrechtmatige beëindiging. De omvang van de schadevergoeding staat nog niet vast en partijen krijgen gelegenheid zich daarover nader uit te laten. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en raadt partijen aan tot schikking te komen.

Uitkomst: Chroma heeft de distributieovereenkomst onrechtmatig beëindigd en is aansprakelijk voor schadevergoeding, maar de omvang van de schade wordt nog nader vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/435624 / HA ZA 24-239
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
TTMS B.V.,
te Nieuw-Vennep,
eisende partij,
hierna te noemen: TTMS,
advocaat: mr. S.M. Pieroelie,
tegen
CHROMA ATE EUROPE B.V.,
te Ede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Chroma,
advocaat: mr. F.A.L. Canovai.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 23 oktober 2024
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 maart 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Tussen TTMS en Chroma heeft sinds 2015 een distributieovereenkomst bestaan die jaarlijks werd verlengd. Die overeenkomst is door Chroma beëindigd tegen 1 januari 2024, nadat Chroma met TTMS niet tot overeenstemming kon komen over een nieuwe (concept) distributieovereenkomst. De conceptovereenkomst was volgens TTMS op een aantal punten in strijd met het mededingingsrecht en ook met de AVG. Zij vraagt de rechtbank om vast te stellen dat dat zo is. TTMS stelt zich verder op het standpunt dat Chroma de bestaande overeenkomst niet tegen 1 januari 2024 kon beëindigen, omdat Chroma niet tijdig een
notice not to renewheeft uitgebracht, hetgeen nodig was om te voorkomen dat de overeenkomst weer met een jaar werd verlengd. TTMS vordert dat Chroma de schade zal vergoeden die TTMS door de voortijdige beëindiging van de overeenkomst heeft geleden.
Volgens Chroma heeft TTMS er geen belang bij dat de rechtbank vaststelt dat de conceptovereenkomst in strijd is met het mededingingsrecht en met de AVG, hetgeen volgens haar overigens ook niet het geval is. Zij stelt verder dat zij wél tijdig een
notice not to renewheeft uitgebracht, althans dat zij de overeenkomst heeft beëindigd op meerdere andere contractuele beëindigingsgronden. Ook betwist zij haar aansprakelijkheid en de door Chroma gevorderde schade.
2.2.
De rechtbank oordeelt dat TTMS geen belang heeft bij de gevorderde verklaringen voor recht inzake de conceptovereenkomst en verklaart haar niet-ontvankelijk in die vorderingen. Verder oordeelt de rechtbank dat Chroma de overeenkomst in strijd met de daarin opgenomen afspraken over beëindiging per 1 januari 2024 heeft beëindigd, dat zij daardoor tekort schiet in de nakoming van de overeenkomst en aansprakelijk is voor de schade die TTMS als gevolg daarvan heeft geleden. Partijen mogen zich over de het bedrag van die schade nog nader uitlaten, omdat het debat daarover nog onvoldoende is gevoerd.

3.De feiten

3.1.
TTMS is een distributeur van meet- en testapparatuur.
3.2.
Chroma (althans haar Taiwanese moederbedrijf Chroma ATE Inc.) is een fabrikant van onder meer meet- en testapparatuur, die zij verkoopt aan distributeurs als TTMS. Daarnaast verkoopt zij deze producten ook zelf rechtstreeks (in concurrentie met distributeurs als TTMS) aan afnemers in Europa.
3.3.
TTMS heeft sinds 2006 een distributierelatie gehad met Chroma, waarin Chroma optrad als leverancier en TTMS als distributeur binnen de Benelux. Naast TTMS heeft Chroma op enig moment ook een andere distributeur aangesteld voor de Benelux, namelijk het in België gevestigde CN Rood N.V./S.A. (hierna: CN Rood).
3.4.
Tussen Chroma en TTMS is op 1 november 2015 een (nieuwe)
“Distribution Agreement Benelux”gesloten (hierna: de overeenkomst). In de overeenkomst [1] staat onder meer het volgende:
Article 2. Appointment
Chroma hereby appoints Distributor and Distributor agrees to act as annon-exclusivedistributor of Chroma for the Products and to promote, sell and service the Products in the Territory subject to the terms and conditions of this Agreement.
[…]
Article 4. Responsibilities of Distributor
Distributor agrees:
To use its best efforts to vigorously promote and expand the sales of the Products by[hier volgt een opsomming van sales-inspanningen, Rb]
To meet the calender year […] Annual Sales Volume Objectives which are mutually agreed upon by the Parties by each 1st December for each succeeding year of the Agreement. […]
[…]
Article 9. Term and Termination
This Agreement shall be valid and enforce forone (1)year on and after the effective date andthereafter shall be automatically renewed for successive one year period unless either party gives the other party at least ninety (90) days written notice not to renew prior to the expiration of the initial term or any such extended term of this Agreement
Either party may terminate this Agreement upon ninety(90) dayswritten notice to the other party in the event of default in the performance of this Agreement by the other party, unless the default is attributable to Force Majeure under Article 10. Default shall include, but is not limited to, failure to achieve the annual sales goal as provided under Article 4B […].
Notwithstanding Section A of this Article 9, Chroma may terminate this Agreement immediately by giving written notice to Distributor at any time if:
[…]
d. Distributor becomes a distributor or agent for any third party on its or the other party’s behalf for any products which are directly competitive to the Products during the contract period of this Agreement, without Chroma’s prior written consent.
D. Upon expiration or termination of this Agreement:
a. Chroma shall continue to fill all orders placed by Distributor until expiration of the contract, except in the event Distributor becomes delinquent to Chroma as referred to in paragraph 9.B.
[…]
d. In no event shall Chroma be liable to Distributor for any compensation or damages under this Agreement as provided under paragraph 9.C.
[…].”
3.5.
Bij de overeenkomst hoort een Appendix B met de ondertitel
“Additional conditions”. Daarin staat onder meer het volgende:
2.Distributor is obligated to use Chroma’s Agent Management System (CAMS) to register all running cases and projects related to Chroma sales. In case distributor is registering a running case or project later then another party, distributor must discard the running case or project without any argument with Chroma.”
3.6.
De overeenkomst is sinds de ingangsdatum steeds stilzwijgend verlengd met een jaar.
3.7.
Op enig moment in 2023 heeft Chroma een nieuwe concept distributieovereenkomst opgesteld, die zij met al haar Europese distributeurs wilde sluiten. Een versie van deze conceptovereenkomst (hierna: de conceptovereenkomst) [2] heeft Chroma bij e-mail van
6 oktober 2023 toegezonden aan TTMS, nadat ze dit had aangekondigd bij e-mail van
4 oktober 2023. In de e-mail van 4 oktober 2023 staat, voor zover relevant, het volgende:
“Chroma Europe and Chroma HQ regal department have modified the template of Distribution Agreement.
Before sending you the template, I would like to explain by online.
Do you think you have a time on Friday, 06-October?
If so, let me know your available schedule.”
In de e-mail van 6 oktober 2023 staat, voor zover relevant:
“Thank you for your time earlier.
As we discussed, I would like to send you the template of distribution agreement.
Please refer to the attached file.
In CAMS, we only need limited information, company name and product partnumber.
Let me know with your comments by 20-October.” [3]
3.8.
Nadat TTMS Chroma op 16 oktober 2023 meedeelde dat zij de conceptovereenkomst wilde voorleggen aan haar advocaat en op 17 oktober 2023 vroeg om een definitief concept van de conceptovereenkomst voor dat doel, schreef Chroma TTMS op 23 november 2023 het volgende:
“Please confirm your decision by end of November”. [4]
3.9.
Bij e-mail van 4 december 2023 schreef Chroma vervolgens aan TTMS:
“This is the final reminder for this email. We will consider that TT&MS is not willing to sign and terminate the contract if you do not give is the feedback before 8th Dec.”
Daarop reageerde TTMS bij e-mail van 5 december 2023 als volgt:
“We don’t want to terminate the contract.
But if the contract conflicts with the Dutch (and European) laws, we can’t sign this.
We did get the following reply from the lawyer:
[hier volgt een opsomming van punten waarop de conceptovereenkomst volgens (de advocaten van) TTMS in strijd is met het mededingingsrecht en met de AVG, Rb]
Please change the contract in accordance with the Dutch and European laws and I will be happy to sign this. […]”
Chroma reageerde daarop bij e-mail van 6 december 2023 (voor zover relevant) als volgt:
“I would like to explain that this contract was made by Chroma Legal department and Chroma Germany together. It should be align with EU law and standard one for all the distributors. […]
If TTMS does not want to sign it, then I am afraid that we will not be able to continue business corporation from 2024. The other option is that we terminate existing contract and keep corporation with case by case base.
We can respect your decision, but need to know by 15-December.” [5]
3.10.
Bij e-mail van 18 december 2023 stuurde Chroma TTMS een brief met als onderwerp
“Termination of distribution channel in The Netherlands”(hierna: de
Termination-brief), waarin (voor zover relevant) het volgende staat:
“After a period of last years working with your company, Chroma has decided to terminate distribution agreement with TT&MS BV. We have come to this conclusion base on business expectations in relation to cooperation with you over the last years and policy change of distribution channels in The Netherlands.
With this letter I hereby inform you to terminate the Non Exclusive Distribution Agreement effective as the date of 1st of January 2024 between Chroma ATE Europe BV and TT&MS BV. To support you for your open offers we will accept your orders […] until 29th of February 2024. […]”. [6]
3.11.
Op bovengenoemde
Termination-brief reageerde TTMS bij e-mail van dezelfde datum als volgt:
“As mentioned in my previous email […] I don’t want to terminate the contract but I can’t sign the new contract that is in conflict with the Dutch law.
If I do understand well your lawyer is telling you that this contract is in accordance with European laws. How to solve this?[…]
I would suggest that we keep the old way of working which really means that we don’t use the CAM system. […]”
waarop Chroma bij e-mail van dezelfde datum antwoordt dat de conceptovereenkomst naar haar overtuiging wel in overeenstemming is met het recht en:
“Nevertheless, I can fully understand and respect your point of view about this new contract but we won’t be able to work with all distributors against old distribution agreements in the future. As a result of it, according to company policy, we have to terminate distribution contract with TTMS […]. However, we are still more than happy to work with you about Chroma business case by case in the future. […].”
TTMS antwoordt daarop met het aanbod om wel de conceptovereenkomst te ondertekenen, maar af te spreken dat zij niet de zogenoemde CAMS-informatie zal verstrekken. Chroma schrijft in reactie daarop:
”Unfortunately, I can’t agree with you about signing contract without using CAMS.” [7]
3.12.
Bij brief van haar advocaat van 28 februari 2024 schrijft TTMS Chroma onder meer, samengevat, dat Chroma de overeenkomst zonder deugdelijke grond vroegtijdig heeft beëindigd, aangezien er geen geldige grond voor tussentijdse beëindiging bestond en een (reguliere) beëindiging meegedeeld op 18 december 2023 niet zou kunnen leiden tot een eerder einde van de overeenkomst dan tegen 1 november 2024. De beëindiging tegen
1 januari 2024 is dus onrechtmatig en Chroma is aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade van TTMS, voorlopig begroot op € 171.482,00, aldus TTMS in deze brief. Chroma wordt gesommeerd om binnen twee weken na de datum van de brief aansprakelijkheid te erkennen en het genoemde schadebedrag te betalen, bij gebreke waarvan TTMS rechtsmaatregelen aankondigt. [8]
3.13.
Bij e-mail van 4 maart 2024 schrijft Chroma het volgende aan TTMS:
“Please refer to the distribution agreement following our internal discussion.
We will continue working with TTMS against existing distribution agreement with them from 2015.
We will refuse to take order from TTMS as long as it’s not registered in CAMS in advance. […]” [9]
3.14.
In reactie op de brief van 28 februari 2024 schreef Chroma bij brief van
4 maart 2024 aan TTMS onder meer het volgende:
“We […] acknowledge the receipt of the letter sent by Vestius advocaten […]. In response to the content therein, we hereby clarify […]:
Pursuant to our Distribution Agreement, […], TTMS is obligated to use Chroma’s Agent Management System (CAMS) to register all running cases and projects related to Chroma sales. […] TTMS has persistently failed to adhere to these requirements. In fact, your explicit refusal to cooperate has already constituted the “default” as stipulated under Article 9(B) of the Agreement as the ground for termination.
Consequently, Chroma issued a Termination Notice on December 18, 2023 […] as per the provisions outlined in Article 9(B), with the notice taking effect 90 days following its receipt by your company. However, TTMS explicitly does not want to terminate the Agreement with Chroma. Considering our longstanding business relationship and in the spirit of goodwill, Chroma extended an opportunity for your rectification. Therefore, on March 4 2024, Chroma communicated via email withdrawing our intent to terminate and reiterated the necessity for TTMS to strictly adhere to the contractual obligations, specifically concerning the use of the CAMS system for case registration.
Given the aforementioned, the Agreement between our companies remains in force. It is imperative that TTMS complies with the contractual obligations for case registration. […]” [10]
3.15.
TTMS heeft Chroma vervolgens laten weten dat de opzegging van de overeenkomst een eenzijdige rechtshandeling is geweest die door Chroma niet eenzijdig kon worden teruggedraaid en dat zij de terugdraaiing van de opzegging niet accepteerde.
3.16.
Partijen zijn daarna niet tot overeenstemming gekomen met betrekking tot (de gevolgen van) het beëindigen van de overeenkomst door Chroma. Op 29 april 2024 heeft TTMS Chroma gedagvaard in deze procedure.

4.Het geschil

4.1.
TTMS vordert - samengevat - dat de rechtbank, bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis,
I. zal verklaren voor recht dat de volgende bepalingen in de conceptovereenkomst inclusief bijlagen in strijd zijn met het Europese althans Nederlandse kartelverbod dan wel het Europese of Nederlandse mededingingsrecht: CAMS en/of artikel 4.E van de conceptovereenkomst;
II. zal verklaren voor recht dat de volgende bepalingen in de conceptovereenkomst inclusief bijlagen in strijd zijn met de AVG: CAMS;
III. Chroma zal veroordelen tot betaling aan TTMS van een schadevergoeding ten bedrage van € 171.482,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 mei 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
IV. Chroma zal veroordelen in de kosten van deze procedure.
4.2.
TTMS legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.
Het CAMS-systeem, zoals dat wordt voorgeschreven in de conceptovereenkomst, is in strijd met het (Europese, althans het Nederlandse) mededingingsrecht omdat het leidt tot verboden uitwisseling van concurrentiegevoelige informatie en tot doel heeft klanten te verdelen tussen distributeurs en zo prijsconcurrentie tussen hen tegen te gaan. Dat geldt ook voor het CAMS zoals voorzien in de (bestaande) overeenkomst. De conceptovereenkomst bevat bovendien een non-concurrentiebeding dat eveneens een inbreuk vormt op het mededingingsrecht. Daarnaast verplicht het CAMS in de conceptovereenkomst de distributeurs tot verwerking van persoonsgegevens in strijd met de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG). TTMS heeft zich dus terecht verzet tegen het verrichten van de CAMS registraties en is terecht niet akkoord gegaan met (deze onderdelen van) de conceptovereenkomst.
De bestaande overeenkomst is volgens TTMS per 1 januari 2024 beëindigd. Hij is door Chroma op 18 december 2023 zonder reden opgezegd op grond van artikel 9.A. van de overeenkomst. Chroma had de overeenkomst op die datum echter op zijn vroegst tegen
1 november 2024 kunnen opzeggen. De overeenkomst is volgens TTMS bovendien niet opgezegd op grond van artikel 9.B. van de overeenkomst. TTMS was ook niet in verzuim als bedoeld in artikel 9.B. en is door Chroma niet in gebreke gesteld. De overeenkomst is door Chroma opgezegd als wraak omdat TTMS (terecht) niet instemde met (onderdelen van) de conceptovereenkomst. De opzegging van de overeenkomst was dus onregelmatig en onrechtmatig en Chroma maakte daarmee misbruik van omstandigheden, althans zij handelde daarmee onrechtmatig jegens TTMS. TTMS lijdt als gevolg daarvan schade, bestaande uit gederfde winst, die Chroma moet vergoeden, aldus TTMS. TTMS begroot die schade voorlopig op € 171.482,00.
4.3.
Chroma voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van TTMS, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van TTMS, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van TTMS in de kosten van deze procedure.
4.4.
Chroma voert daartoe het volgende aan.
De door TTMS gevorderde verklaringen voor recht moeten worden afgewezen, alleen al omdat TTMS daarbij geen belang heeft. Overigens zijn de door TTMS genoemde bepalingen van de conceptovereenkomst niet in strijd met het mededingingsrecht, en evenmin met de AVG.
Verder is de overeenkomst door Chroma rechtmatig en met inachtneming van de daarvoor geldende termijnen opgezegd en beëindigd. Een formele opzegging was niet nodig, want het gaat om een overeenkomst voor bepaalde tijd van één jaar, en Chroma heeft tijdig kenbaar gemaakt de overeenkomst niet te willen verlengen. Daarnaast heeft Chroma de overeenkomst ook rechtsgeldig beëindigd op grond van artikel 9.C. aanhef en onder d van de overeenkomst wegens het verkopen van concurrerende producten door TTMS. Bovendien heeft TTMS zich niet gehouden aan de inspanningsverplichting uit artikel 4.A. van de overeenkomst en heeft zij jarenlang de minimale omzetdoelstelling als bedoeld in artikel 4.B. niet gehaald. Beide tekortkomingen zijn grond voor onmiddellijke beëindiging op grond van artikel 9.B. van de overeenkomst. Ten slotte geldt dat de overeenkomst mede kwalificeert als overeenkomst van opdracht, die Chroma als opdrachtgever op grond van artikel 7:408 lid 1 BW Pro te allen tijde mocht opzeggen. Er is dus geen grondslag voor een verplichting tot schadevergoeding aan TTMS. Subsidiair betwist Chroma de hoogte van de schade waarvan TTMS de vergoeding vordert. Meer subsidiair vraagt Chroma de rechtbank om de eventueel door haar te betalen schadevergoeding te matigen.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

TTMS is niet-ontvankelijk in haar vorderingen I. en II., omdat zij daarbij geen belang heeft
5.1.
TTMS vordert verklaringen voor recht dat onderdelen van de conceptovereenkomst in strijd zijn met het (Nederlandse en Europese) mededingingsrecht respectievelijk met de AVG. Chroma heeft hiertegen als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat TTMS in deze vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat zij daarbij geen belang heeft.
5.2.
Dit verweer slaagt. De rechtbank komt tot dat oordeel op grond van het volgende.
5.3.
Over haar belang bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht heeft TTMS aanvankelijk gesteld dat dit daarin is gelegen dat Chroma de conceptovereenkomst met onwettige bepalingen aan haar heeft opgelegd en de overeenkomst heeft opgezegd omdat TTMS weigerde die conceptovereenkomst te accepteren. Op vragen van de rechtbank hierover op de mondelinge behandeling, heeft TTMS toegelicht dat de (werkelijke) reden waarom Chroma de overeenkomst heeft beëindigdis gelegen in de weigering van TTMS om akkoord te gaan met het (nieuwe) CAMS-systeem. Volgens TTMS is dit relevant voor de begroting van de door Chroma te vergoeden schade. TTMSdenkt dat als wordt vastgesteld dat haar weigering akkoord te gaan met het CAMS-systeem terecht was, daaruit volgt dat de door Chroma aan haar gemaakte verwijten van eigen schuld niet terecht zijn.
5.4.
Volgens Chroma heeft TTMS bij de gevorderde verklaringen voor recht geen belang omdat zij de conceptovereenkomst niet heeft aanvaard. Bovendien staan volgens haar de twee beweerdelijke strijdigheden van de conceptovereenkomst waarop de verklaringen voor recht zien, los van het geschil over de opzegging van de bestaande overeenkomst.
5.5.
Chroma heeft in de conclusie van antwoord uitgebreid uiteenzet waarom de bepalingen van de conceptovereenkomst (waaronder CAMS) volgens haar niet in strijd zijn met het mededingingsrecht en/of met de AVG en dat TTMS (dus) niet op goede gronden heeft geweigerd de conceptovereenkomst te aanvaarden. Maar zij stelt zich, ook blijkens haar toelichting tijdens de mondelinge behandeling, in ieder geval in het kader van deze procedure kennelijk niet (langer) op het standpunt dat zij de bestaande overeenkomst mocht beëindigen
omdatTTMS weigerde de conceptovereenkomst met haar aan te gaan. Dat betekent dat de vragen of de bepalingen van de conceptovereenkomst in strijd zijn met het mededingingsrecht of met de AVG in ieder geval niet hoeven te worden beantwoord om te kunnen beoordelen of Chroma de overeenkomst met ingang van 1 januari 2024 kon en mocht beëindigen zoals zij dat heeft gedaan.
5.6.
En, anders dan TTMS tijdens de mondelinge behandeling heeft betoogd, hoeven deze vragen naar het oordeel van de rechtbank evenmin te worden beantwoord met het oog op de begroting van een eventueel door Chroma aan TTMS verschuldigde schadevergoeding. Chroma heeft als verweer tegen de hoogte van de gevorderde schadevergoeding weliswaar (onder meer) aangevoerd dat zij in haar
Termination-brief van 18 december 2023 heeft aangeboden om gedurende de maanden januari en februari 2024 nog bestellingen van TTMS te accepteren, maar zij heeft daaraan (toen) kennelijk niet de voorwaarde verbonden dat TTMS zich bij het doen van die bestellingen zou conformeren aan het CAMS-systeem. Volgens TTMS heeft Chroma bij de betwisting van de schade ook een beroep gedaan op “de terugkrabbel-mail”, waarmee TTMS kennelijk doelt op de hiervoor onder 3.13. geciteerde e-mail van 4 maart 2024 en/of de hiervoor onder 3.14. geciteerde brief van Chroma van 14 maart 2024, waarin het voldoen aan CAMS wel als voorwaarde wordt gesteld. Dat Chroma zich in deze procedure op die mail en/of brief beroept in het kader van een “eigen schuld” verweer tegen de schadevordering van TTMS is de rechtbank echter niet gebleken. Dat zou ook in tegenspraak met het standpunt van Chroma in deze procedure dat de overeenkomst tegen 1 januari 2024 is beëindigd, want in de betreffende mail en brief wordt juist uitgegaan van voortzetting van de bestaande overeenkomst. Chroma heeft bovendien, nadat de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling opmerkte dat het enige “eigen schuld” verweer van Chroma dat de rechtbank in de stellingen van Chroma heeft kunnen ontwaren inhoudt dat Chroma heeft aangeboden na het einde van de overeenkomst per 1 januari 2023 nog twee maanden orders van TTMS te accepteren, niet betwist dat dit haar enige “eigen schuld” verweer was. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de veronderstelling van TTMS dat er door Chroma nog een ander “eigen schuld” verweer is gevoerd op een misverstand berust.
5.7.
Overigens kan de rechtbank zich wel voorstellen dat dit misverstand bij TTMS is ontstaan. Chroma heeft steeds wisselende standpunten ingenomen over de reden/grond voor beëindiging van de overeenkomst. Voorafgaand aan en ook nog na de
Termination-brief was dit het niet willen voldoen aan CAMS en het niet willen sluiten van de conceptovereenkomst. De rechtbank begrijpt dat TTMS er bij het uitbrengen van de dagvaarding vanuit ging dat dit de beëindigingsgrond was en dat Chroma zich hierop zou beroepen, zodat TTMS zich genoodzaakt voelde de gevraagde verklaringen voor recht te vorderen. Zoals hiervoor overwogen, volgt uit de stellingen van Chroma thans dat de beëindigingsgrond volgens haar toch een andere is, hoewel zij zich (kennelijk buiten de verweren om) nog steeds beklaagt over het niet willen aangaan van de conceptovereenkomst door TTMS. De rechtbank zal met deze wijze van communiceren en procederen van Chroma te zijner tijd zo nodig rekening houden in het kader van de proceskostenveroordeling.
5.8.
Gelet op het voorgaande heeft TTMS geen rechtens te respecteren belang (meer) bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht. Zonder belang komen die vorderingen haar niet toe (artikel 3:303 BW Pro). De rechtbank zal TTMS daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen I. en II.
De schadevordering van TTMS
5.9.
Bij de beoordeling van schadevordering van TTMS onder III. wordt tot uitgangspunt genomen dat de overeenkomst door Chroma is beëindigd per 1 januari 2024. Dat is namelijk, anders dan de vraag
hoede overeenkomst is beëindigd en of dat al dan niet regelmatig was, in deze procedure niet in geschil. [11]
5.10.
De schadevordering van TTMS is gebaseerd op de stelling dat Chroma de tussen TTMS en Chroma bestaande overeenkomst niet tegen 1 januari 2024 had mogen beëindigen op de wijze en op het moment waarop zij dat heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat Chroma de overeenkomst inderdaad niet aldus had mogen beëindigen, dat Chroma door dat toch te doen tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat zij daarom gehouden is de als gevolg daarvan door TTMS geleden schade te vergoeden. De rechtbank komt tot dat oordeel op grond van het volgende.
aard van de overeenkomst en juridisch kader
5.11.
Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomst tussen hen het karakter heeft van een distributieovereenkomst. Volgens Chroma is daarnaast “mede” sprake van een overeenkomst van opdracht. Voor welk deel van de overeenkomst dat geldt heeft zij niet duidelijk gemaakt. Of en in hoeverre de overeenkomst als overeenkomst van opdracht kan worden aangemerkt kan naar het oordeel van de rechtbank in het midden blijven, omdat het er voor de beoordeling van de schadevordering niet toe doet. De rechtbank volgt Chroma namelijk niet in haar standpunt dat, indien sprake zou zijn van een overeenkomst van opdracht, uit artikel 7:408 lid 1 BW Pro voortvloeit dat zij de overeenkomst op ieder moment mocht opzeggen. Die bepaling is immers van regelend recht en, indien al sprake zou zijn van een overeenkomst van opdracht, zijn partijen - zoals door TTMS terecht is aangevoerd - van de wettelijke opzeggingsregel afgeweken. Dat hebben zij gedaan door een eigen algemene regeling met betrekking tot de beëindiging (“termination”) van de overeenkomst op te nemen in artikel 9.A en bijzondere regelingen voor beëindiging in specifieke gevallen in artikel 9.B. en 9.C. Dat betekent dat de vordering van TTMS niet moet worden beoordeeld aan de hand van de wettelijke regeling inzake opzegging van overeenkomsten van opdracht.
5.12.
Verder is voor de beoordeling van de vordering van belang dat de overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd (één jaar) en een regeling bevat voor (automatische) verlenging. Dat betekent dat de vordering van TTMS evenmin moet worden beoordeeld aan de hand van de in de rechtspraak ontwikkelde regels over de opzegging van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd.
5.13.
Het voorgaande betekent dat de vordering van TTMS moet worden beoordeeld op basis van de door partijen in de overeenkomst schriftelijk vastgelegde afspraken, die de rechtbank waar nodig zal uitleggen.
Chroma heeft niet tijdig een “notice not to renew” uitgebracht
5.14.
In artikel 9.A. van de overeenkomst is bepaald dat deze is aangegaan voor de termijn van een jaar en telkens met een jaar wordt verlengd tenzij één van partijen ten minste 90 dagen voor de datum waarop de lopende termijn van de overeenkomst zal aflopen een schriftelijke
notice not to renewuitbrengt aan de andere partij. Chroma stelt zich primair op het standpunt dat zij tijdig een dergelijke mededeling aan TTMS heeft gedaan, waardoor de overeenkomst op 1 november 2023 niet met een jaar is verlengd maar per
1 januari 2024 in overeenstemming met artikel 9.A. is geëindigd. TTMS betwist dit.
5.15.
De rechtbank is van oordeel dat de overeenkomst niet per 1 januari 2024 is geëindigd door het tijdig uitbrengen van een
notice not to renewdoor Chroma. Daartoe is het volgende van belang.
5.16.
Om te voorkomen dat de overeenkomst per 1 november 2023 (weer) met een jaar zou worden verlengd, had Chroma ten minste 90 dagen voor die datum een schriftelijke
notice not to renewmoeten uitbrengen aan TTMS. Chroma heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat zij dit heeft gedaan.
Zij heeft, in reactie op de stelling van TTMS dat de overeenkomst per 1 november 2023 met een jaar is verlengd, slechts gesteld dat zij reeds in een veel eerder stadium dan haar
Termination-brief van 18 december 2023 aan TTMS heeft aangegeven dat de overeenkomst verouderd was, dat die niet zou worden verlengd en dat er een nieuwe overeenkomst diende te worden gesloten. Hiermee heeft Chroma haar verweer tegen de stelling van TTMS onvoldoende onderbouwd. Niet alleen maakt Chroma niet duidelijk wanneer zij dit zou hebben “aangegeven”; zij stelt ook niet dat dit schriftelijk is gebeurd (zoals artikel 9.A. van de overeenkomst vereist), laat staan dat zij dat met stukken onderbouwt. Daarbij komt dat TTMS uit het enkele feit dat Chroma een nieuwe overeenkomst wenste te sluiten en daarover (voor zover in deze procedure is gebleken niet eerder dan in oktober 2023) met TTMS in onderhandeling is getreden, naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer hoefde op te maken dat Chroma de bestaande overeenkomst (reeds) aan het einde van de toen lopende termijn bedoelde te doen eindigen op grond van artikel 9.A.
Voor de vervanging van de overeenkomst door een nieuwe overeenkomst (indien en zodra partijen daarover overeenstemming zouden hebben bereikt) was het immers niet noodzakelijk de bestaande overeenkomst (eerder) te doen eindigen. De stelling van Chroma dat zij heeft meegedeeld dat de overeenkomst niet zou worden verlengd, valt bovendien volstrekt niet te rijmen met de inhoud van de communicatie tussen partijen zoals hiervoor weergegeven in rechtsoverweging 3.7. tot en met 3.11., waarin partijen er duidelijk beide vanuit gaan, ook na het aflopen van de termijn op 1 november 2023, dat de overeenkomst nog niet door een
notice not to renewis beëindigd.
5.17.
Ten slotte begrijpt de rechtbank niet hoe, zoals Chroma stelt, de overeenkomst als gevolg van een tijdige
notice not to renewkan zijn geëindigd per 1 januari 2024 (en niet reeds aan het einde van de lopende termijn per 1 november 2023 zoals volgt uit artikel 9.A.). Chroma heeft geen poging gedaan dit aan de rechtbank uit te leggen.
de overeenkomst is niet rechtsgeldig beëindigd op grond van artikel 9.C. of 9.B.
5.18.
De overeenkomst is ook niet rechtsgeldig beëindigd op grond van een andere contractuele opzeggings- of beëindigingsgrond. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
5.19.
Chroma stelt dat zij een rechtsgeldig beroep heeft gedaan op artikel 9.C. aanhef en onder d van de overeenkomst, op grond waarvan zij de overeenkomst met onmiddellijke ingang mocht beëindigen indien de distributeur (TTMS) tevens distributeur of agent wordt voor concurrerende producten zonder toestemming van Chroma. Zij stelt daartoe dat TTMS al langere tijd producten van concurrenten van haar heeft aangeboden en daarvoor niet om toestemming heeft gevraagd. Zij heeft dit enige tijd getolereerd, maar wegens de in de brief van 18 december 2023 genoemde redenen van beleidswijzigingen op het gebied van distributiekanalen en commerciële verwachtingen besloten dat die werkwijze van TTMS niet binnen haar distributiesysteem past. Zij wenst in de nieuwe voorwaarden zoals vervat in de conceptovereenkomst immers over te gaan op een systeem met een non-concurrentiebeding, en TTMS wenste zich aan dit gewijzigde beleid met betrekking tot concurrerende producten niet te conformeren, aldus Chroma.
5.20.
TTMS betwist dat Chroma de overeenkomst op deze grond heeft opgezegd en kon opzeggen. Zij wijst erop dat Chroma deze gestelde opzeggingsgrond niet heeft genoemd in haar correspondentie over de beëindiging van de overeenkomst. Ook stelt zij dat Chroma wist dat zij concurrenten van Chroma vertegenwoordigde zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Chroma en daar eerder nooit een probleem van had gemaakt. Veel van de bestaande distributeurs van Chroma vertegenwoordigen volgens TTMS dezelfde concurrenten van Chroma als TTMS. Volgens TTMS heeft Chroma al lang geleden haar (eventuele) recht verwerkt om de overeenkomst op deze grond te kunnen opzeggen. Zij verwijst ter onderbouwing naar een e-mail van Chroma aan haar van 19 mei 2016 [12] , waarin onder meer het volgende staat:
“[…] As we have non-exclusive agreement with TT&MS so it means TT&MS can promote products from competitors without agreement from Chroma. This was why we also removed one of related article from agreement as [bestuurder][de bestuurder van TTMS, Rb]
requested. Therefore, I think it’s fair that we can sign another distributor for Benelux market. […]”. Het zogenaamde gewijzigde beleid van Chroma wat betreft concurrerende producten is vóór (en ook bij) de beëindiging van de overeenkomst nooit aan haar meegedeeld, aldus TTMS.
5.21.
De rechtbank stelt vast dat de in artikel 9.C. aanhef en onder d genoemde opzeggingsgrond door Chroma niet eerder dan in deze procedure met de beëindiging van de overeenkomst in verband is gebracht. Bovendien heeft Chroma op het verweer tegen deze beëindigingsgrond door TTMS nauwelijks inhoudelijk gereageerd. Chroma heeft niet betwist dat TTMS al jaren concurrerende producten distribueerde zonder voorafgaande toestemming, dat zij dit wist en dat dit (in ieder geval in het kader van de bestaande overeenkomst) door haar werd getolereerd, blijkens de hiervoor geciteerde passage uit haar e-mail van 19 mei 2016 zelfs expliciet. Bovendien stelt Chroma zelf dat zij haar beleid op dit punt (pas) door het sluiten van de conceptovereenkomst wenste te wijzigen.
De rechtbank is daarom van oordeel dat Chroma in het kader van deze procedure geen beroep op deze opzeggingsgrond toekomt. Dat zij haar beleid op dit punt wenste te wijzigen door het aangaan van een nieuwe overeenkomst met TTMS maakt dit niet anders; indien het haar niet lukte daarover met TTMS overeenstemming te bereiken stond haar immers de reguliere beëindigingsmogelijkheid van artikel 9.A. ten dienste, mits zij de daarin vervatte termijn in acht nam.
5.22.
Chroma stelt verder dat zij de overeenkomst heeft beëindigd op grond van artikel 9.B. Daartoe stelt zij dat TTMS zich niet hield aan haar inspanningsverplichting tot het bevorderen van de verkoop van de Chroma-producten op grond van artikel 4.A. van de overeenkomst. Ook vroeg TTMS volgens haar regelmatig ongespecificeerd producten op, waardoor Chroma TTMS en de eindklant niet deugdelijk kon adviseren, hetgeen onder meer van belang is in verband met de garantieverplichtingen van Chroma. Bovendien haalde TTMS volgens Chroma al vanaf 2019 de in artikel 4.B. genoemde jaarlijkse minimale sales target niet.
5.23.
TTMS wijst erop dat deze opzeggingsgronden niet door Chroma zijn genoemd in de correspondentie met haar over de opzegging. Zij betwist dat deze gronden alsnog met terugwerkende kracht aan de beëindiging van de overeenkomst ten grondslag kunnen worden gelegd. Verder stelt zij dat opzegging op grond van de overeenkomst op grond van artikel 9.B. verzuim (
default) vereist en dat daarvan in dit geval geen sprake is: Chroma heeft geen van de drie genoemde tekortkomingen voor (of zelfs maar bij) de mededeling van de beëindiging van de overeenkomst genoemd en heeft haar op die punten niet in gebreke gesteld. Ten slotte betwist Chroma enkele van de tekortkomingen inhoudelijk.
5.24.
De rechtbank stelt vast dat Chroma niet heeft betwist dat voor opzegging op grond van artikel 9.B. verzuim aan de zijde van TTMS vereist is. Evenmin heeft Chroma betwist dat zij over geen van de gestelde tekortkomingen die zij aan de opzegging op grond van dat artikel ten grondslag legt met TTMS heeft gecommuniceerd in de aanloop naar de beëindiging van de overeenkomst en in de
Termination-brief. Chroma stelt slechts dat TTMS niettemin in verzuim verkeerde, omdat verzuim ook zonder ingebrekestelling kan ontstaan en omdat er sprake was van een heel palet aan omstandigheden, waaronder het niet voldoen aan de omzetdoelstellingen, het aanbieden van concurrerende producten en het niet delen van essentiële informatie met Chroma.
De rechtbank volgt Chroma daarin niet. Nog daargelaten dat artikel 9.B. van de overeenkomst voorziet in een
terminationop een termijn van 90 dagen (die door Chroma niet in acht is genomen) heeft Chroma geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat TTMS ten aanzien van ook maar één van de gestelde tekortkomingen in verzuim verkeerde. Voor zover Chroma die gestelde tekortkomingen al achteraf aan de beëindiging ten grondslag zou kunnen leggen zonder dat ze in de
Termination-brief zijn genoemd, staat het ontbreken van verzuim aan een beëindiging op deze gronden in ieder geval in de weg. Of TTMS op deze punten daadwerkelijk in de nakoming van de overeenkomst is tekortgeschoten kan daarom in het midden blijven.
de overeenkomst is ook niet ontbonden
5.25.
Chroma heeft zich ook nog op het standpunt gesteld dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, zonder daarbij overigens uiteen te zetten waarin de daarvoor vereiste ontbindingsverklaring is vervat en wat daarvan de rechtsgevolgen zouden moeten zijn gelet op de reeds jarenlang door partijen uitgevoerde overeenkomst. Voor ontbinding van een overeenkomst is verzuim vereist. Desgevraagd heeft Chroma niet kunnen uitleggen waarom ontbinding zonder verzuim in dit geval mogelijk zou zijn. Reeds omdat TTMS op het moment van de beëindiging niet in verzuim verkeerde, oordeelt de rechtbank dat de overeenkomst niet is ontbonden. Chroma heeft ook geen tegenvordering ingesteld.
Conclusie: Chroma kon de overeenkomst niet rechtsgeldig beëindigen tegen 1 januari 2024
5.26.
Uit het voorgaande volgt dat Chroma de overeenkomst met TTMS niet (meer) rechtsgeldig kon beëindigen tegen 1 januari 2024 op het moment waarop zij dat heeft gedaan en op de gronden waarop zij dat stelt te hebben gedaan. Aangezien Chroma niet tijdig een
notice not to renewheeft uitgebracht, is de overeenkomst ingevolge het bepaalde in artikel 9.A. per 1 november 2023 verlengd tot 1 november 2024.
door de overeenkomst onregelmatig te beëindigen is Chroma tekortgeschoten
5.27.
Door de overeenkomst niettemin, in strijd met de in artikel 9 overeengekomen Pro beëindigingsregeling, tegen 1 januari 2024 te beëindigen is Chroma toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst.
Chroma kan zich niet met succes beroepen op het exoneratiebeding
5.28.
Chroma heeft zich, voor het eerst op de mondelinge behandeling, beroepen op het in artikel 9.D. onder d. van de overeenkomst opgenomen exoneratiebeding. Zij stelt dat daaruit volgt dat er geen grondslag is voor schadevergoeding.
5.29.
De rechtbank oordeelt dat Chroma zich niet met succes op deze bepaling kan beroepen, omdat die op de onderhavige situatie niet van toepassing is. Daartoe is het volgende van belang.
5.30.
Volgens Chroma moet het exoneratiebeding zo worden uitgelegd dat zij in geen enkel geval jegens TTMS aansprakelijk is voor schade als gevolg van de beëindiging van de overeenkomst. TTMS betwist deze uitleg van het beding; volgens haar kan daar hooguit een beroep op worden gedaan als Chroma de overeenkomst rechtsgeldig zou hebben beëindigd in overeenstemming met de in artikel 9 opgenomen Pro beëindigingsregeling.
5.31.
Om te kunnen beoordelen of het exoneratiebeding het door Chroma bedoelde gevolg heeft, moet het worden uitgelegd. Daartoe is van belang dat de vraag hoe in een schriftelijk contract als dit de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Daarbij is namelijk ook van belang welke betekenis partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en wat zij met betrekking tot die bepalingen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
5.32.
De rechtbank stelt vast dat uit de tekst van artikel 9.D. onder d. niet duidelijk blijkt wanneer de daarin vervatte exoneratie precies van toepassing is. Die tekst verwijst namelijk naar artikel 9.C., maar op een dusdanige manier (
“any compensation or damages under this Agreement as provided under paragraph 9.C.”) dat er lijkt te staan dat wordt uitgesloten de verschuldigdheid van een schadevergoeding als geregeld in artikel 9.C. Maar artikel 9.C. zegt niets over schadevergoeding. Op vragen van de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling heeft Chroma niet duidelijk kunnen maken op grond waarvan TTMS deze bepaling zodanig had moeten begrijpen dat daarmee ieder recht op schadevergoeding werd uitgesloten, óók voor het geval dat de overeenkomst (zoals hier) in strijd met (de overige bepalingen van) artikel 9 door Pro Chroma wordt beëindigd. Omdat Chroma zich op de rechtsgevolgen van het exoneratiebeding beroept, had het op haar weg gelegen om feiten of omstandigheden te stellen waaruit volgt dat TTMS het beding redelijkerwijs zo had moeten begrijpen als Chroma stelt dat het bedoeld is. Omdat Chroma dat niet heeft gedaan, wordt haar uitleg van artikel 9.D. onder d. verworpen. Die bepaling staat dus niet aan de schadevordering van TTMS in de weg.
Chroma moet de schade van TTMS vergoeden; omvang schade staat nog niet vast
5.33.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Chroma in beginsel gehouden is de schade te vergoeden die TTMS heeft geleden als gevolg van het feit dat de overeenkomst niet pas per 1 november 2024 maar reeds per 1 januari 2024 is geëindigd. De omvang van die schade staat echter nog niet vast en het debat daarover is naar het oordeel van de rechtbank nog niet voldoende gevoerd.
5.34.
In dat kader is ten eerste van belang dat TTMS haar begroting van de schade vooralsnog alleen heeft gebaseerd op een in de conceptovereenkomst opgenomen omzetdoelstelling van € 400.000,00 per jaar. In reactie op het verweer van Chroma dat het gelet op de gemiddelde omzet van TTMS met betrekking tot Chroma producten over de afgelopen jaren niet realistisch is om uit te gaan van dit (niet eens overeengekomen) omzetdoel, heeft TTMS vooralsnog volstaan met de opmerking dat Chroma kan worden gehouden aan haar eigen omzettarget, waarop Chroma heeft gereageerd met de stelling dat die target meer een prikkel tot nakoming is dan een voorspelling. Daarbij komt dat Chroma erop heeft gewezen dat omzet niet gelijk staat aan gederfde winst en dat de door TTMS verdedigde brutomarge van 30% veel te hoog en onredelijk is, nog daargelaten dat de nettomarge, die tot uitgangspunt zou moeten dienen, aanzienlijk lager is. Ook wijst Chroma erop dat TTMS is uitgegaan van gederfde winst over een jaar terwijl de overeenkomst volgens haar eigen stellingen bij correcte beëindiging zou zijn geëindigd per 1 november 2024 en niet pas aan het einde van dat jaar. De rechtbank constateert dat TTMS haar begroting van het bedrag van de geleden schade, mede in het licht van de gevoerde verweren, vooralsnog onvoldoende heeft onderbouwd.
5.35.
Dat geldt ook voor de reactie van TTMS op het verweer van Chroma dat zij in haar
Termination-brief heeft aangeboden nog twee maanden (januari en februari 2024) bestellingen van Chroma in behandeling te nemen. Het is voor de rechtbank, die dit verweer opvat als een beroep op eigen schuld aan de zijde van TTMS wat betreft de over die twee maanden geleden schade, niet duidelijk of TTMS in die twee maanden nog bestellingen heeft geplaatst bij Chroma, zo nee waarom niet, en als er nog wel bestellingen zijn gedaan, of daaraan door Chroma gevolg is gegeven. Afhankelijk van de antwoorden op deze vragen zal TTMS dienen uit te leggen waarom de (gestelde) gederfde winst over die twee maanden niettemin voor rekening van Chroma zou moeten komen.
5.36.
De rechtbank merkt daarbij op dat, zoals hiervoor reeds is overwogen, aan het aanbod om in de maanden januari en februari nog bestellingen van TTMS te accepteren door Chroma kennelijk niet de voorwaarde is verbonden dat TTMS de registraties in het kader van het CAMS-systeem zou verrichten. Daarover wordt in de
Termination-brief immers niet gerept en de e-mail van 4 maart 2024 en de brief van 14 maart 2024 [13] (waarin die voorwaarde wel wordt gesteld aan het voortzetten van de distributierelatie) dateren van na de betreffende periode van twee maanden.
5.37.
Chroma heeft ook nog aangevoerd [14] dat TTMS na de opzegging haar bedrijfsactiviteiten kon voortzetten met de producten van de concurrenten van Chroma en [15] dat TTMS met de verkoop van concurrerende producten mogelijk meer marge heeft kunnen maken. Voor zover dit verweer bedoeld is als een beroep op voordeelstoerekening wordt het nu reeds verworpen, omdat Chroma niet heeft gesteld (laat staan onderbouwd) dat TTMS
als gevolg vanhet eindigen van de overeenkomst met Chroma meer of andere producten van andere leveranciers heeft kunnen verkopen.
Voor zover Chroma hiermee een beroep beoogt te doen op een schadebeperkingsplicht aan de zijde van TTMS, dient TTMS daar (desgewenst) nog op te kunnen reageren.
5.38.
Ten slotte is nog van belang dat Chroma aan het slot van haar conclusie van antwoord [16] een (in het lichaam van de conclusie niet toegelicht en daardoor mogelijk door Chroma TTMS over het hoofd gezien) beroep op matiging van een eventueel door haar te betalen schadevergoeding heeft gedaan, waarop TTMS desgewenst ook nog moet kunnen reageren.
Waarover partijen zich nog mogen uitlaten (en waarover niet)
5.39.
Gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot de aansprakelijkheid en de schade is overwogen zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte door TTMS, waarin zij het bedrag van haar schadevordering nader dient te onderbouwen en desgewenst mag reageren op het eigen schuldverweer van Chroma met betrekking tot de maanden januari en februari 2024, het in rnr. 60 en 63 conclusie van antwoord gevoerde verweer en het verzoek tot matiging. Vervolgens zal Chroma bij antwoordakte op de nadere onderbouwing van de schade van TTMS mogen reageren.
5.40.
De rechtbank merkt voor de goede orde op dat de nadere aktewisseling niet is bedoeld om het partijdebat over de grondslag van de aansprakelijkheid van Chroma en de daarover in dit vonnis genomen eindbeslissingen te heropenen. Hetzelfde geldt voor de beslissingen met betrekking tot de door TTMS gevorderde verklaringen voor recht. Pogingen om het debat op deze punten toch te heropenen zullen in beginsel wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten.
5.41.
De rechtbank geeft partijen, mede gelet op de inmiddels verstreken tijd en met het oog op het voorkomen van verdere proceskosten voor hen, in overweging om met inachtneming van de in dit vonnis reeds genomen beslissingen nogmaals te proberen tot een schikking te komen. Indien partijen buiten rechte tot een schikking komen, kunnen zij de rechtbank verzoeken die op te nemen in een proces-verbaal.
5.42.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
6. De beslissing
De rechtbank
6.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 18 maart 2026voor het nemen van een akte door TTMS over wat is vermeld onder 5.39., waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
943

Voetnoten

1.Productie 3 bij dagvaarding.
2.Productie 5 bij dagvaarding.
3.Productie 6 bij conclusie van antwoord.
4.Productie 6 bij conclusie van antwoord.
5.Productie 6 bij conclusie van antwoord.
6.Productie 8 bij dagvaarding.
7.Productie 8 bij conclusie van antwoord.
8.Productie 10 bij dagvaarding.
9.Productie 11 bij conclusie van antwoord.
10.Productie 11 bij dagvaarding.
11.Zie o.m. rnr. 42 dagvaarding en rnrs. 23 en 63 conclusie van antwoord.
12.Productie 4 bij dagvaarding, een e-mail van Chroma in reactie op bezwaren van TTMS tegen het aanstellen van CNRood als distributeur in de Benelux.
13.Hiervoor geciteerd onder 3.13. en 3.14.
14.In rnr. 60 van haar conclusie van antwoord.
15.In rnr. 63 conclusie van antwoord.
16.Zie rnr. 104 conclusie van antwoord.