ECLI:NL:RBGEL:2026:1254

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
440372
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 BWArt. 7:17 BWArt. 7:21 BWArt. 7:750 BWArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Levering en herstel van gebrekkige mestsilo met schadevergoeding en vrijwaringsvordering afgewezen

Eisers hebben Habo Drechtstede B.V. opdracht gegeven een mestsilo te bouwen, die vanaf oplevering gebreken vertoonde. Eisers vorderen herstel van de gebreken en schadevergoeding. Habo beroept zich op haar algemene voorwaarden en garanties, en schakelde DL Plastics in voor levering en montage van onderdelen.

De rechtbank oordeelt dat de mestsilo niet aan de overeenkomst voldoet en dat Habo de gebreken kosteloos moet herstellen. De algemene voorwaarden zijn niet overeengekomen en de garanties beperken de wettelijke aansprakelijkheid niet. Eisers hebben recht op schadevergoeding voor extra kosten door het niet-functioneren van de silo.

In de vrijwaringszaak vordert Habo vergoeding van DL Plastics, maar slaagt hier niet in omdat zij onvoldoende heeft toegelicht wat DL Plastics precies is te verwijten. De vorderingen tegen DL Plastics worden afgewezen. Habo wordt veroordeeld in de proceskosten van beide procedures.

Uitkomst: Habo Drechtstede B.V. wordt veroordeeld tot herstel van de gebreken aan de mestsilo en betaling van schadevergoeding aan eisers; de vrijwaringsvordering tegen DL Plastics wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Hoofdzaak: C/05/440372 / HA ZA 24-448
Vrijwaringszaak: C/05/445920 / HA ZA 25-10
Vonnis van 18 februari 2026
in de hoofdzaak (rolnummer 24-448) van

1.[naam eiser] V.O.F.

gevestigd te [vestigingsplaats]
2.
[eiser sub 1]
3.
[eiser sub 2]
4.
[eiser sub 3]
5.
[eiser sub 4]
allen wonende te [woonplaats]
eisende partijen
hierna samen te noemen: [eisers]
advocaat: mr. R.A. van Elst te Groningen
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HABO DRECHTSTEDE B.V.
gevestigd te Tiel
gedaagde partij
hierna te noemen: Habo
advocaat: mr. G.A.M.F. Galjé-Deckers LLM te Tiel
en
in de vrijwaringszaak (rolnummer 25-10) van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HABO DRECHTSTEDE B.V.
gevestigd te Tiel
eisende partij
hierna te noemen: Habo
advocaat: mr. G.A.M.F. Galjé-Deckers LLM te Tiel
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Dl plastics b.v.
gevestigd te Tzummarum (gemeente Waadhoeke)
gedaagde partij
hierna te noemen: DL Plastics
advocaat: mr. F.M. Postma te Joure

1.De procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaring

1.1.
Het verloop van de procedures blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 april 2025,
- de mondelinge behandeling van 11 juli 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak.

2.De hoofdzaak en de vrijwaring in het kort

2.1.
[eisers] heeft Habo opgedragen een mestsilo voor haar te bouwen. Habo heeft dat gedaan. Volgens [eisers] heeft de mestsilo vanaf het begin problemen gehad. Zij vordert in de hoofdzaak dat Habo wordt veroordeeld de gebreken te herstellen en aanvullende schadevergoeding te betalen. Habo verweert zich onder meer met een beroep op haar algemene voorwaarden en garantiebepalingen. De rechtbank is van oordeel dat de mestsilo gebreken heeft en dat Habo die gebreken moet herstellen en schade moet vergoeden. De algemene voorwaarden van Habo zijn niet overeengekomen en de gegeven garanties moeten niet zo worden uitgelegd dat de aansprakelijkheid van Habo daarin wordt beperkt.
2.2.
Habo heeft bij de bouw van de mestsilo DL Plastics ingeschakeld. Habo heeft DL Plastics in vrijwaring opgeroepen om schade die zij lijdt als zij in de hoofdzaak wordt veroordeeld om schadevergoeding aan [eisers] te betalen, te kunnen verhalen op DL Plastics. De vordering van Habo in de vrijwaring zal worden afgewezen omdat Habo, mede gezien het gemotiveerde verweer van DL Plastics, niet voldoende duidelijk maakt wat DL Plastics precies valt te verwijten.

3.De feiten in de hoofdzaak

3.1.
[eisers] heeft een boerenbedrijf.
3.2.
Habo houdt zich onder meer bezig met de bouw van mestsilo’s.
3.3.
[eisers] heeft Habo opgedragen een mestsilo van golfplaten voor haar te bouwen. De opdracht is vastgelegd in een brief van Habo aan [eisers] van 31 oktober 2014. Daar staat onder meer in: [1]
Hierbij een nieuwevoorstel
Mestopslagsysteem : HABO golfplaten silo. Diameter 22.88 m × Hoogte 4.75 m Inhoud netto 1965 m3.
Uitvoering : Volledig gecoat aan beide zijden
Systeem : Inclusief spankap van gewapend PVC 900 gr/m2
Kwaliteit : Folie van gewapend PVC 850 gr/m2 KIWA gecertificeerd
(...)
Exclusief : Grondwerk en hijswerkzaamheden inclusief leggen prefab betonplaten.
Kraan : Voor de plaatsing van de betonplaten en elementen dient een kraan beschikbaar te worden gesteld. De kosten hiervoor zijn niet in de prijs inbegrepen.
(...)
Prijs : € 65.856,-- inclusief montage, netto, exclusief BTW
Montage : begin december 2014
Met de hand is toegevoegd:
Montage inclusief kraan. Wij grondwerk
Vergunning en risico’s voor HABO ivm hoogte silo,
omdat deze hoger is als jullie aanvraag.
3.4.
Habo heeft de volgende facturen aan [eisers] gestuurd: [2]
nummer
datum
omschrijving
bedrag inclusief btw debet
bedrag inclusief btw credit
10430
27 november 2014
vooruitbetaling 30%
€ 23.905,73
10459
23 december 2014
Habo golfplaten silo
€ 55.781,00
10463
29 december 2014
Credit betreft factuur 10459 d.d. 23-12-2014 i.v.m. latere levering nieuwe spankap
€ 24.200,00
10471
13 januari 2015
Door u gemaakte extra kosten t.b.v. Mestsilo
€ 1.815,00
10639
7 december 2015
Aan u geleverd en gemonteerd de spankap op de mestsilo.
€ 24.200,00
10745
28 juni 2016
Betreft eindafrekening Spankap Mestsilo
€ 8.675,25
3.5.
Onderaan deze facturen staat:
Op alle met HABO Drechtstede B.V. gesloten overeenkomsten zijn de Metaalunie voorwaarden van toepassing. Deze zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam.
3.6.
In art. 13.3 van de Metaalunievoorwaarden is een beperking van aansprakelijkheid opgenomen.
3.7.
Habo heeft de mestsilo medio december 2014 opgeleverd.
3.8.
Habo heeft op 9 januari 2015 de volgende garantieverklaring gegeven: [3]
Datum : 9 januari 2015
MESTSILO TYPE : Habo golfplaten silo met Spankap
22.88 × 4,62
MONTAGE DATUM : December 2014
Habo mestsilo compleet met los-laadstation
PVC leiding
Op bovengenoemde silo geldt een garantie van 10 jaar. Dit met een vermindering van 10% per jaar. Extra: 5 jaar volledige garantie en daarna 5 jaar 20% afbouwend. Op liner en spankap (montage mei 2015)
De garantie betreft materialen en constructie.
(...)
Geheel buiten garantie vallen gevolgschade, schade door derden en calamiteiten.
3.9.
Habo heeft opnieuw een garantieverklaring gegeven: [4]
Garantieverklaring (aangepast d.d. 22 juni 2016)
2e aanpassing d.d. 26 augustus 2016
(...)
Datum : 26 augustus 2016
MESTSILO TYPE : Habo golfplaten silo met Spankap
22.88 × 4,62
MONTAGE DATUM : December 2014
Habo mestsilo compleet met los-laadstation
PVC leiding
Op bovengenoemde silo geldt een garantie van 10 jaar. Dit met een vermindering van 10% per jaar. Extra: 5 jaar volledige garantie en daarna 5 jaar 20% afbouwend. Op liner en spankap (montage juni 2016) 10 jaar op de bovenste ring platen.
Deze mogen niet naar binnen getrokken worden, door de liner.
De garantie betreft materialen en constructie.
(...)
Geheel buiten garantie vallen gevolgschade, schade door derden en calamiteiten.
3.10.
In de jaren 2014, 2015, 2017, 2023 en 2024 heeft [eisers] problemen gehad met de spankap (de afdekking van de mestsilo), de liner (de losse voering van de mestsilo) en de wanden van golfplaat. Habo heeft herhaaldelijk werkzaamheden uitgevoerd om de problemen te verhelpen. [5]
3.11.
Partijen zijn met elkaar in contact gebleven over de problemen met de mestsilo.
3.12.
Op 9 april 2024 heeft de aan Habo gelieerde vennootschap Milieusystemen Tiel B.V. aan [eisers] bericht: [6]
Op 26 Maart jl. hebben wij met onderstaande deligatie uw mestsilo bekeken met tot doel het vaststellen van de oorzaak van de ontstane calimiteit en het opstellen van een plan tot reparatie van de ontstaane schade.
Aanwezig:
[eiser sub 2] En [eiser sub 1] [eiser sub 3] En [eiser sub 4]
[naam 1] – [bedrijf 1] Bob [bedrijf 2] – [bedrijf 2]
[naam 3] – [bedrijf 2] [naam 4] – fa. HABO Drechtstede
[naam 5] – Habo Drechtstede [naam 6] – HABO Drechtstede
[luchtfoto van een aantal opstallen van het bedrijf van [eisers] waaronder de silo, waarop met pijlen de plaatsen van de schade zijn aangewezen, de eerste schade aan de noordoostkant van de silo aan de kant van de weg en de tweede schade aan de zuidwestkant van de silo, Rb]
Probleem:
Ingezakte golfplaat silo. Aan de kant van de weg Noordoost over 4 ringen hoogte ingezakt, en tegenover Zuidwest over 2 ringen hoog ingezakt.
Op 6 november wil men de silo gaan vullen, blijkt er mest uit te lopen, 15 November is [medewerker] van MST er geweest om de boel te inspecteren, de liner ligt overal in de hoek vd silo goed tegen de wand.
Door de wind staat de liner bol naar binnen, er blijkt een scheur in de folie, 4 meter rechts van het man luik a.d. kant vd boerderij. Dit is niet te repareren en scheurt zelfs verder.
Er wordt een plan gemaakt om het dak er af te halen, op 1 december is [naam 6] er ter plaatse om e.e.a. te bespreken. Als er ruimte in de drukke planning is verwijderen we het dak. Op 11 december geeft [eisers] aan dat hij een kraan kan regelen maar dat er geen werkbak aan mag, besloten wordt het in het nieuwe jaar te doen.
21 december krijgen we een foto dat de silo ingezakt is langs de weg, 2 uur ’smiddags horen ze lawaai en blijkt de schade, zomaar uit het niets zegt men. Op oudejaarsdag snachts om 2 uur bezwijkt de silo aan de tegenoverliggende zijde, de constructie is dusdanig verzwakt door de eerste verzakking dat hij nu ook hier bezwijkt.
In 2019 is er voor het laatst weer een nieuw dak opgegaan, men geeft aan dat de platen van de silo toen nog prima waren, binnen- en buitenzijde. De vraag was ook of een eerdere inzakking, jaren geleden, van de rand oorzaak kan zijn van de 2e inzakking, die 1e zat echter op een andere plaats, bij de sleufsilo.
(...)
[eiser sub 4] is het vertrouwen in de silo kwijt en ziet meer in een oplossing buiten hergebruik van de huidige silo. Hij vraagt nog wel om een reparatie met verlengde garantie op het geheel, maar krijgt als antwoord dat dat onmogelijk is.
(...)
Nu eerst een voorstel maken tot een oplossing en plannen om het dak te verwijderen zodat we de silo ook inwendig kunnen bekijken.
[foto’s van de beschadigde silo, met beschrijving, Rb]
Voorstel tot herstel van genoemde schade:
Voorbereidende werkzaamheden.
(...)
De afdekking wordt na de reparatie sowieso niet teruggeplaatst en vervangen voor een drijfdek.
Verwijderen dak & liner:
(...)
Totaal verwijderen dak & liner € 4.030,00
Verwijderen/vervangen van platen
(...)
Totaal verwijderen & vervangen van de platen € 6.560,00
Aanbrengen liner en drijfdek:
(...)
Totaal aanbrengen liner & drijfdek € 3.280,00
Materialen:
(...)
Bij te dragen materiaalkosten € 22.067,40
Herstel van deze mestsilo excl. BTW en onvoorzien
€ 35.937,40
Genoemde uren zullen we op basis van calculatie uitvoeren, indien u zelf meewerkt tijdens de werkzaamheden levert dit een directe besparing op, op het aantal uren.
Alternatief op het voor omschreven herstel voorstel door een geheel nieuwe mestsilo te plaatsen.
(...)
Vervanging van onderhavige mestsilo voor een
Geheel nieuw Flexobassin excl. BTW en onvoorzien
€ 65.140,50
Genoemde uren zullen we op basis van calculatie uitvoeren, indien u zelf meewerkt tijdens de werkzaamheden levert dit een directe besparing op, op het aantal uren.
3.13.
[eisers] heeft daarop als volgt gereageerd: [7]
Wij gaan niet akkoord met het voorstel van HABO/MST d.d. 9 april 2024.
Vanaf de oplevering van het mestopslagsysteem zijn er regelmatig problemen geweest met de wandplaten van de silo, de binnenliner en de afdekking. Wij denken dat dit veroorzaakt wordt door het ontwerp/constructie van de silo. Op een golfplaten silo van deze omtrek is het waarschijnlijk technisch onmogelijk om een spankap te monteren. In het voorstel van 9 april staat ook geen nieuwe spankap, maar drijfdek.
(...)
Tijdens het overleg hebben wij al aangegeven dat wij geen vertrouwen hebben in herstel van de silo. Bij herstel kan er ook geen garantie worden gegeven, wij denken dat we weer dezelfde problemen krijgen. Mocht MST graag een nieuwe silo willen leveren, dan heeft onze voorkeur een betonsilo. (...)
Tegenvoorstel
Ons tegenvoorstel bedraagt een vergoeding van
€ 60.170voor geleden schade (dit is excl. vergoeding voor de nog te lijden schade) en dan zullen wij zelf zorgdragen voor sloop en verwijdering van de huidige mestsilo.
 Garantiebepaling d.d. 26 augustus 2016 staat 5 jaar volledig en daarna 20% jaarlijks afbouwen. Dat houd in dat na 7,5 jaar wij nog 40% garantie: € 68.000 * 40%
= € 27.200
 Daarnaast staat in de garantie volledige garantie op bovenste rij platen. Op basis van de offerte van MST d.d. 09-04-2024 bedraagt dit
€ 4.656
 (...) de kosten van sloop (...) Totaal € 15.000,-
 Als laatste zien wij een vergoeding tegemoet voor de geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het niet functioneren van de mestsilo. Dit betreft
- de huur van opslag elders, inclusief bijbehorende transportkosten.
- extra mest afvoeren buiten het uitrijseizoen. (...)
Tot op heden bedragen deze extra kosten
€ 13.314
(...)
3.14.
[eisers] heeft de heer [naam 1] gevraagd om te rapporteren over de mestsilo. Op 14 juni 2024 heeft [naam 1] gerapporteerd: [8]
De volgende vragen van de advocaat zal ik trachten te beantwoorden.
1: zijn er gebreken/tekortkomingen in het door leverancier uitgevoerde werk.
De silo en de afdekking zijn geleverd volgens de opdrachtbevestiging HABO 31-10-2014 (...) Vrij snel na oplevering in 2014 zijn er gebreken ontstaan aan liner, afdekking en silo. Op dit moment is de gehele silo onbruikbaar door gebreken en tekortkomingen.
2: Zo ja, welke gebreken/tekortkomingen heeft u aangetroffen en aan welke eisen wordt volgens u niet voldaan?
Op 26-03-2024 ben ik ter plaatse geweest om samen met [eisers] , Habo/MST en [bedrijf 2] de ontstane situatie te bespreken en een oplossing van de zijde van de leveranciers te beoordelen. [eisers] is opdrachtgever, Habo is de leverancier en het bedrijf is overgenomen door Milieu Systemen Tiel (MST) en [bedrijf 2] is de toeleverancier geweest aan Habo betreffende de afdekking, een zogenaamde spankap.
Aangetroffen is een in elkaar gedrukte silowand, een gescheurde binnenliner en een niet meer te gebruiken afdekking als gevolg van wateraccumulatie.
Er wordt niet voldaan aan een bruikbare mestdichte opslag die voldoet aan de Brl 2342 (Beoordelingsrichtlijn Mestbassins. Met het KOMO attest geeft KIWA een gerechtvaardigd vertrouwen dat de mestbassins en afdekkingen voor mestbassins van leveranciers voldoen) … en wordt afgekeurd volgens de Brl 2344 (Verlenging referentieperiode mestbassins en afdekkingen).
3. Is herstel van de gebreken/tekortkomingen mogelijk en, zo ja, op welke wijze?
Herstel van de mestsilo is mogelijk maar de afdekking kan niet meer gerepareerd worden en moet opnieuw geleverd en geplaatst worden. De liner in de silo is ook niet meer te repareren en moet opnieuw geleverd en geplaatst worden.
Na geheel leeg maken van de silo (pas op: levensgevaarlijke gassen) kan de silo ontgraven worden. Hierna de afdekking en liner verwijderen.
Daarna de kapotte en in elkaar gedrukte en verbogen wandplaten losmaken, en vervolgens nieuwe wandplaten aanbrengen. Daarna nieuwe liner plaatsen en spankap plaatsen.
(...)

5.Wat is de oorzaak van het inzakken van de silo?

Vanaf de oplevering van de mestsilo en afdekking zijn er regelmatig problemen geweest met de wandplaten van de silo, met de binnenliner en met de afdekking.
Gebruikelijk in de agrarische sector is het leveren van mestsilo’s en afdekkingen volgens de beoordelings richtlijnen mestbassins en afdekkingen voor mestbassins.
Ten tijde van de offerte, bevestiging en bouw van de mestopslag had Habo noCH [bedrijf 2] een dergelijk certificaat (Brl 2342)
(...)
Naar aanleiding van de aangetroffen overblijfselen na de mestsilo bij [eisers] en bovenstaande onderstreepte zinnen bestaat bij mij het zeer grote vermoeden dat de mestsilowand is bezweken door de uitgeoefende krachten van de afdekking op de mestsilowand, die hier niet tegen bestand is.
6. Is de oorzaak van het gebrek gelegen in het ontwerp/de ontwerptekeningen van de silo of de uitvoering van het werk?
Er is mij geen ontwerp, constructieberekening en tekening bekend, en ook de leverancier Habo/MST kunnen die na verzoek ook niet overleggen.
Wat ik gezien heb bij [eisers] over de montage van de afdekking op de mestsilowand roept geen directe twijfel op.
Dit uitgezonderd de middenpaal met onderliggende stelconplaat, welke niet beoordeeld konden worden.
Derhalve is m.i. het ontwerp de schuldige aan de herhaalde problemen met de mestsilowand. De problemen met de liner zijn niet het gevolg van het ontwerp, maar meer van uitvoeringsfouten.
(...)
3.15.
Bij brief van 27 juni 2024 van haar advocaat heeft [eisers] Habo bericht: [9]
Deskundigenrapportage
(...)
Cliënten wijzen u voorts op de gevolgen van uw tekortschieten, te weten:
 Cliënten kunnen het mestopslagsysteem thans niet gebruiken en hebben geen andere opslag beschikbaar zodat zij genoodzaakt waren elders opslag te moeten huren, inclusief bijbehorende transportkosten.
 Cliënten hebben extra mest afgevoerd buiten het uitrijseizoen. Dit is lastig in een overvolle mestmarkt en brengt hoge kosten met zich mee.
 Teneinde kosten te besparen hebben cliënten zoveel mogelijk de overige mestopslagruimte benut, met als gevolg dat meer tijd en arbeid nodig was om de mest te mixen.
 Voor komend najaar/winter is opnieuw extra opslag elders en extra afvoer nodig wat leidt tot schade/kosten.
Aansprakelijkstelling
Gelet op het voorgaande en de inhoud van de rapportage van de heer [naam 1] stellen cliënten HABO aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden schade ten gevolge van haar tekortschieten. (...)
Ingebrekestelling
U dient deze brief als ingebrekestelling aan te merken. De functie van deze ingebrekestelling is om u een termijn voor nakoming te geven en aldus te bepalen tot welk tijdtip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is, bij gebreke van welke nakoming u vanaf dat tijdstip in verzuim verkeert.
Namens cliënten verzoek ik u
uiterlijk vrijdag 12 juli 2024schriftelijk, onherroepelijk en onvoorwaardelijk te bevestigen dat u aansprakelijkheid erkent en te bevestigen dat u uw (herstel)verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst zult nakomen.
3.16.
Habo heeft hierop niet binnen de gestelde termijn gereageerd.

4.Het geschil in de hoofdzaak

4.1.
[eisers] vordert, na wijziging van eis, [10] dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Habo veroordeelt:
  • I) om de gebreken in het mestopslagsysteem op deugdelijke wijze te herstellen, binnen zestig dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,
  • II) € 22.505,45 te betalen als schadevergoeding, exclusief btw, te vermeerderen met wettelijke rente,
  • III) € 584,67 te betalen als vergoeding van kosten van vaststelling van schade en aansprakelijkheid, te vermeerderen met wettelijke rente,
(IV en V) met veroordeling van Habo in de proceskosten en de nakosten te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
[eisers] licht haar vordering als volgt toe. Zij mocht verwachten dat Habo haar een goede en deugdelijke mestsilo zou leveren. Dat heeft Habo niet gedaan. Daarom maakt [eisers] in deze procedure aanspraak op nakoming van de overeenkomst door herstel van de gebreken. [eisers] verwijt Habo ook dat zij haar niet heeft gewaarschuwd voor fouten in het ontwerp, dat Habo zelf heeft aangeleverd. Verder houdt zij haar aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering niet zijn ontdekt. [eisers] meent bovendien dat Habo toerekenbaar is tekortgeschoten en een onrechtmatige daad heeft gepleegd. [11] Subsidiair beroept zij zich erop dat Habo tien jaar garantie heeft gegeven en dat deze termijn nog niet is verstreken. [12]
4.3.
Habo betwist de gestelde gebreken niet. Wel meent zij dat zij niet in verzuim is omdat zij heeft aangeboden gebreken te herstellen en [eisers] daar niet of niet adequaat op heeft gereageerd. Verder doet zij onder meer een beroep op de garanties en de algemene voorwaarden, waarin de aansprakelijkheid in het algemeen wordt beperkt en die voor gevolgschade wordt uitgesloten. Habo betoogt dat [eisers] , door een beroep te doen op de garanties, het systeem van de wet verlaat. Dat kan volgens haar omdat de wettelijke bepalingen die in deze zaak van belang zijn, van regelend recht zijn.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

Gemengde overeenkomst
5.1.
De overeenkomst die partijen met elkaar hebben gesloten, heeft elementen van aanneming van werk. Habo heeft zich immers verbonden om een mestsilo voor [eisers] te bouwen en op te leveren (art. 7:750 BW Pro). Die overeenkomst heeft ook elementen van koop. [eisers] heeft de mestsilo die Habo voor haar heeft gebouwd, immers van haar gekocht (art. 7:1 BW Pro). Deze overeenkomst is daarom een gemengde overeenkomst. De bepalingen in de wet over koop en die over aanneming van werk zijn naast elkaar op deze gemengde overeenkomst van toepassing (art. 6:215 BW Pro). [13]
Herstel van gebreken
5.2.
[eisers] maakt aanspraak op herstel van gebreken, primair op grond van de wet, subsidiair op grond van de contractuele garantie. [14] Op grond van de bepalingen in de wet over koop moet de mestsilo aan de overeenkomst beantwoorden (art. 7:17 BW Pro). Als de mestsilo niet aan de overeenkomst beantwoordt, dan kan [eisers] als koper herstel van de mestsilo eisen, mits Habo daar redelijkerwijs aan kan voldoen (art. 7:21 BW Pro lid 1 aanhef en sub b BW). Verzuim is daarvoor niet vereist.
5.3.
[eisers] somt de problemen op die zij in de loop van de tijd met de mestsilo heeft gehad, maar zij preciseert niet zelf welke gebreken het zijn waarvan zij herstel vordert. Wel verwijst zij naar het rapport van [naam 1] van 14 juni 2024. Het is haar erom te doen om een mestsilo te hebben waarvan zij gebruik kan maken. Dat kan zij nu niet omdat de silowand in elkaar is gedrukt, de binnenliner is gescheurd en de afdekking niet meer is te gebruiken. [eisers] meent dat zij niet hoefde te verwachten dat een zo dure mestsilo binnen negen jaar na ingebruikname zulke omvangrijke en diverse gebreken zou vertonen.
5.4.
Habo betwist niet dat de mestsilo gebreken vertoont die [eisers] niet hoefde te verwachten. Zij herhaalt in de procedure het voorstel van 9 april 2024 om de daar genoemde gebreken tegen betaling te herstellen. [15]
5.5.
De rechtbank leidt hieruit af dat tussen [eisers] en Habo niet in geschil is dat de mestsilo gebreken vertoont waardoor [eisers] die mestsilo nu niet kan gebruiken, dat [eisers] die gebreken niet hoefde te verwachten en dat die gebreken kunnen worden hersteld.
5.6.
Ter zitting is de vraag aan de orde gekomen of de problemen aan de mestsilo kunnen zijn veroorzaakt doordat de bodem niet vlak is, maar de vorm heeft van een kegel. Habo heeft daarbij niet het standpunt ingenomen dat [eisers] verantwoordelijk is voor de vorm van de bodem van de mestsilo. Weliswaar zijn partijen overeengekomen dat [eisers] het grondwerk zou uitvoeren (‘Wij grondwerk’), maar Habo verwijt [eisers] niet dat zij bij het uitvoeren van het grondwerk is afgeweken van het ontwerp of anderszins fouten heeft gemaakt. Bovendien was het aan Habo als aannemer om (zo nodig) het grondwerk te laten aanpassen als de bodem zodanig was afgegraven dat de silo niet goed kon worden gebouwd. [eisers] mocht verwachten dat de mestsilo die Habo in haar opdracht heeft gemaakt en geleverd, was voorzien van een geschikte bodem.
5.7.
Op grond van het voorgaande is Habo naar het oordeel van de rechtbank gehouden om de gebreken aan de mestsilo te herstellen, zonder dat [eisers] ervoor hoeft bij te betalen (art. 7:21 BW Pro lid 1 aanhef en sub b BW en art. 25 Rv Pro). Daarom zal de rechtbank haar daartoe veroordelen. Het is aan Habo als aannemer en leverancier van de mestsilo om te bepalen hoe zij dat doet. [eisers] heeft weliswaar in reactie op het voorstel van 9 april 2024 verklaard dat zij geen vertrouwen heeft in herstel van de mestsilo, maar in deze procedure vordert zij herstel en stelt zij zich niet op het standpunt dat herstel van de mestsilo, al dan niet volgens het voorstel van 9 april 2024, niet mogelijk is. Ook maakt zij er geen bezwaar tegen dat de spankap wordt vervangen door een drijfdek.
5.8.
[eisers] licht niet toe waarom zij een dwangsom vordert. Er is geen reden om aan te nemen dat Habo niet zal voldoen aan de veroordeling om gebreken te herstellen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom.
5.9.
Habo meent dat [eisers] geen herstel meer kan vorderen omdat zij ( [eisers] ) haar schriftelijk heeft meegedeeld dat zij schadevergoeding vordert in plaats van nakoming. [16] Habo heeft die verklaring begrepen als een omzettingsverklaring omdat erin staat dat [eisers] geen vertrouwen heeft in herstel van de mestsilo en dat zij kiest voor vervangende schadevergoeding. [eisers] brengt daartegen in dat die mededeling geen omzettingsverklaring is in de zin van de wet, maar een reactie op een minnelijk overleg.
5.10.
Of de verklaring van [eisers] een omzettingsverklaring inhoudt, moet worden vastgesteld door die verklaring uit te leggen. [eisers] heeft verklaard dat zij niet akkoord gaat met het voorstel van Habo van 9 april 2024, dat zij geen vertrouwen heeft in herstel van de mestsilo en dat zij de voorkeur heeft voor een betonsilo in het geval dat Habo een nieuwe mestsilo zou willen leveren. Verder heeft [eisers] in die verklaring een tegenvoorstel gedaan. Dat houdt in dat Habo € 60.170,- schade aan [eisers] vergoedt, te vermeerderen met nog te lijden schade. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Habo deze verklaring in redelijkheid niet kunnen begrijpen als een omzettingsverklaring. [eisers] heeft het in die verklaring immers niet over vorderingen, maar gaat in op een voorstel en doet een tegenvoorstel. De verklaring moet daarom worden begrepen als een stap in de onderhandelingen. Habo heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die grond geven voor een andere uitleg. De conclusie is dat deze verklaring van [eisers] niet in de weg staat aan een vordering tot herstel (art. 6:87 BW Pro).
Aanvullende schadevergoeding
5.11.
[eisers] vordert, na vermeerdering van eis, vergoeding van € 22.505,45 exclusief btw. Dat bedrag is het totaal van vier posten: [17]
kosten vervangende opslag periode 8 november 2023 – 17 juni 2024 € 9.531,63
verschil in afvoerprijs periode november 2023 – januari 2025 € 3.663,82
tijdstip aanwenden mest periode september 2024 € 1.710,00
kosten uren/administratie periode november – augustus 2024
€ 7.600,00
totaal € 22.505,45
5.12.
Door een mestsilo te hebben geleverd die niet beantwoordt aan de overeenkomst, is Habo toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van 31 oktober 2014. Zij is daarom gehouden om schade die [eisers] daardoor lijdt te vergoeden.
5.13.
Habo kan niet meer nakomen in de periode waarop de schade betrekking heeft. Daarom hoeven de bepalingen in § 2 van afdeling 6.1.9 BW over het verzuim niet in acht te worden genomen (art. 6:74 lid 2 BW Pro).
5.14.
[eisers] specificeert de vier afzonderlijke posten van haar vordering. Onderdeel van de eerste schadepost (kosten vervangende opslag) is een vergoeding van € 4.500,00 voor de huur van een mestsilo van een derde, te weten [derde] (factuur van 20 december 2023). [18] Volgens Habo kan [eisers] geen aanspraak op die vergoeding maken, omdat zij (Habo) op 1 december 2023 kosteloos een mestzak aan [eisers] ter beschikking heeft gesteld en [eisers] daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Dat had zij volgens Habo wel moeten doen, omdat zij verplicht is om haar schade te beperken. [eisers] brengt hiertegen in dat de mestzak die Habo haar heeft aangeboden een inhoud had van 200 m³ en dat dit ruimschoots onvoldoende was om de gevolgen van het instorten van de mestsilo te compenseren. De mestsilo had immers een inhoud van 1965 m³. Daarom heeft [eisers] voor 1300 m³ aan opslag geregeld, waarbij haast geboden was. Habo heeft hier niet meer op gereageerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] niet gehandeld in strijd met haar plicht om schade te beperken door geen gebruik te maken van het aanbod van Habo, omdat het onvoldoende was. Daarom verwerpt de rechtbank dit verweer van Habo tegen deze schadepost. Habo gaat niet in op de overige schadeposten die [eisers] opvoert. De vordering tot vergoeding van schade zal daarom worden toegewezen als gevorderd.
5.15.
[eisers] vordert vergoeding van wettelijke rente vanaf de schadeveroorzakende gebeurtenis, althans 1 februari 2024, althans de dag van dagvaarding. Zij licht de ingangsdatum van de gevorderde rente niet toe. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van rente daarom toewijzen vanaf de dag van dagvaarding, dat is
19 augustus 2024.
5.16.
[eisers] vordert vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt door [naam 1] in te schakelen. Zij meent dat zij die kosten in redelijkheid heeft gemaakt ter vaststelling van de schade. Habo voert geen afzonderlijk verweer tegen de vordering tot vergoeding van deze schadepost. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] [naam 1] in redelijkheid kunnen inschakelen om de schade en de aansprakelijkheid vast te stellen. Habo zal daarom worden veroordeeld om ook deze kosten te vergoeden, te vermeerderen met wettelijke rente als gevorderd (art. 6:96 lid 2 aanhef Pro en sub b BW).
Algemene voorwaarden
5.17.
Habo doet een beroep op haar algemene voorwaarden (de Metaalunievoorwaarden). Daarin wordt haar aansprakelijkheid beperkt. Habo stelt dat zij naar de algemene voorwaarden heeft verwezen op haar factuur van 27 november 2014, die is verstuurd en betaald voordat zij met haar werkzaamheden begon. Die verwijzing staat ook op de facturen die zij daarna heeft gestuurd. Volgens Habo is de overeenkomst als volgt tot stand gekomen. Eerst heeft zij een offerte uitgebracht. [eisers] heeft met de hand aantekeningen op die offerte gemaakt. Daarmee heeft zij een nieuw aanbod gedaan. Habo heeft dat nieuwe aanbod van [eisers] aanvaard door een voorschot in rekening te brengen. Toen [eisers] het voorschot betaalde, was zij bekend met de algemene voorwaarden van Habo. [19]
5.18.
[eisers] meent dat de algemene voorwaarden van Habo niet van toepassing zijn. Zij licht dat als volgt toe. De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing verklaard in de koop- en aannemingsovereenkomst. [eisers] heeft ook niet schriftelijk ingestemd met toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Evenmin heeft zij bij Habo het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij daarmee heeft ingestemd. [eisers] betwist verder dat zij bekend is met de inhoud van de algemene voorwaarden en wijst erop dat Habo geen door partijen gewaarmerkt exemplaar in het geding heeft gebracht, waaruit zou kunnen blijken dat zij de algemene voorwaarden tijdig heeft verstrekt. [20]
5.19.
De rechtbank overweegt hierover het volgende. Of de algemene voorwaarden van Habo van toepassing zijn op de overeenkomst die zij met [eisers] heeft gesloten, moet worden beoordeeld aan de hand van de regels die gelden voor de totstandkoming van overeenkomsten. Partijen zijn het erover eens dat zij afspraken met elkaar hebben gemaakt op basis van een offerte van Habo van 31 oktober 2014. Verder is niet in geschil dat die offerte is gesteld op briefpapier van Habo waarop geen verwijzing naar algemene voorwaarden is opgenomen. Mevrouw [eiser sub 2] heeft ter zitting verklaard dat er bij haar aan de keukentafel afspraken zijn gemaakt die toen met de hand op de offerte zijn gezet en dat dit in goed vertrouwen is gedaan. Habo heeft dat niet betwist. De rechtbank gaat er daarom van uit. Onder deze omstandigheden kan de voorschotfactuur van 27 november 2014 waarop wel een standaard verwijzing naar algemene voorwaarden staat, niet gelden als een nieuw aanbod dat inhoudt dat partijen niet alleen zouden overeenkomen wat specifiek is opgenomen in de offerte, inclusief de handgeschreven toevoeging, maar bovendien dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. [eisers] hoefde immers niet te verwachten dat Habo na het concrete overleg dat partijen met elkaar hadden gevoerd, in een later stadium impliciet extra voorwaarden zou stellen. Op deze grond oordeelt de rechtbank dat partijen niet zijn overeengekomen dat de algemene voorwaarden van Habo van toepassing zijn. Het beroep van Habo op bepalingen in haar algemene voorwaarden wordt daarom verworpen.
Garanties
5.20.
Habo doet ook een beroep op de garanties. Deze houden volgens haar ten eerste in dat zij in de loop van de tijd voor steeds lagere bedragen aansprakelijk is.
5.21.
[eisers] meent dat zij op grond van de wet recht heeft op een goed product. Volgens haar heeft Habo daarbovenop een contractuele garantie verstrekt, waarmee zij haar aansprakelijkheid op grond van de wet heeft verruimd. Ook daarom is Habo gehouden om de mestsilo kosteloos te herstellen. [21]
5.22.
Zoals hiervoor overwogen, is Habo in beginsel gehouden om de gebreken aan de mestsilo kosteloos te herstellen. Dat wordt niet anders doordat partijen zijn overeengekomen dat de aansprakelijkheid van Habo in de loop van de tijd afneemt. De mestsilo heeft immers vanaf het begin niet beantwoord aan de overeenkomst en het is Habo in de loop van de tijd niet gelukt om de problemen te verhelpen.
5.23.
Habo neemt voorts het standpunt in dat zij in de garanties haar aansprakelijkheid voor gevolgschade heeft uitgesloten. [22] Daarom moeten de vorderingen tot vergoeding van gevolgschade volgens haar worden afgewezen. [eisers] brengt hier onder meer tegen in dat de mestsilo van meet af aan niet goed was, dat hij nooit duurzaam is hersteld en dat het daarom niet redelijk is dat Habo er nu een beroep op doet dat aansprakelijkheid voor gevolgschade is uitgesloten.
5.24.
Of de garanties die Habo heeft verstrekt inhouden dat zij haar aansprakelijkheid voor gevolgschade heeft uitgesloten, moet worden vastgesteld door die garanties uit te leggen. In die garanties staat dat onder meer gevolgschade geheel buiten de garantie valt. Naar het oordeel van de rechtbank kan de bepaling dat gevolgschade buiten de garantie valt in redelijkheid niet anders worden uitgelegd dan dat de aansprakelijkheid voor gevolgschade die volgt uit de wet door de garantie niet wordt uitgebreid en niet zo dat die aansprakelijkheid wordt uitgesloten. Met ‘de garantie’ kan in de context van de uit te leggen bepaling immers niets anders zijn bedoeld dan de contractuele garantie waarin die bepaling is opgenomen en dus niet de aansprakelijkheid die volgt uit de wet. Habo heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die grond zouden geven voor een andere uitleg. De rechtbank oordeelt op grond van deze uitleg dat Habo onverkort aansprakelijk is voor gevolgschade op grond van de wet.
Waarheids- en volledigheidsplicht
5.25.
Habo meent dat [eisers] bij dagvaarding de feiten niet juist heeft weergegeven en wijst erop dat zij bepaalde stukken niet in het geding heeft gebracht. Deze stukken gaan over reparatie en herstel van gebreken aan de mestsilo na de oplevering. Volgens Habo zijn dit belangrijke stukken en heeft [eisers] de rechtbank op het verkeerde been gezet doordat zij deze niet in het geding heeft gebracht. Zij verzoekt de rechtbank daaraan gevolgen te verbinden. [23]
5.26.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] haar afdoende geïnformeerd over de gebeurtenissen na oplevering van de mestsilo (zie onder meer productie 4 bij dagvaarding). De feiten die [eisers] niet heeft aangevoerd, en die Habo alsnog onder de aandacht van de rechtbank heeft gebracht, zijn niet van zo groot belang voor de beslissing dat de rechtbank er gevolgen aan zou moeten verbinden dat [eisers] die feiten niet heeft aangevoerd (art. 21 Rv Pro).
Proceskosten
5.27.
Habo zal overwegend in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten te vermeerderen met rente, zoals gevorderd.
5.28.
In het vonnis in het incident van 27 november 2024 heeft de rechtbank de beslissing over de kosten van het incident aangehouden. Omdat Habo in de hoofdzaak overwegend in het ongelijk zal worden gesteld en in de vrijwaring volledig, zal zij worden veroordeeld in de proceskosten in het incident. Deze kosten worden aan de zijde van [eisers] begroot op nihil.

6.De feiten in de vrijwaringszaak

6.1.
In 2014 heeft [eisers] Habo opgedragen een mestsilo voor haar te bouwen.
6.2.
Op 27 oktober 2014 heeft Habo bij DL Plastics een spankap en liner besteld. DL Plastics was ervan op de hoogte dat deze materialen bestemd waren voor de mestsilo van [eisers] . Zij had opdracht om die materialen rechtstreeks daar af te leveren. DL Plastics heeft de order op dezelfde dag bevestigd. De koopprijs bedroeg € 21.858,25 exclusief btw.
6.3.
Op de orderbevestiging staat: [24]
Pas op !! De bodem moet wel vlak zijn, niet aflopend
6.4.
Habo heeft DL Plastics ook opgedragen om de te leveren spankap te monteren. DL Plastics heeft die opdracht op 2 december 2014 bevestigd. De prijs voor de werkzaamheden bedroeg € 1.500,00 exclusief btw.
6.5.
Op de orderbevestiging van 2 december 2014 staat: [25]
Er van uitgaande dat:
 een vlakke bodem (niet aflopend naar het midden)
(...)
Pas op !! De bodem moet wel vlak zijn, niet aflopend
6.6.
Op 2 december 2014 heeft DL Plastics de materialen geleverd en de spankap gemonteerd.

7.Het geschil in de vrijwaringszaak

7.1.
Habo vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
  • I) DL Plastics veroordeelt om aan Habo datgene te voldoen waartoe Habo in de hoofdzaak jegens [eisers] mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten en renten;
  • II) met veroordeling van DL Plastics in de proceskosten en de nakosten te vermeerderen met wettelijke rente.
7.2.
Habo licht deze vordering als volgt toe. In de hoofdzaak vordert [eisers] veroordeling van Habo tot nakoming van de koop-/aannemingsovereenkomst van 31 oktober 2014 en tot vergoeding van schade. Habo heeft voor de opdracht van [eisers] de liner en de spankap bij DL Plastics besteld en de montage van de spankap aan DL Plastics uitbesteed. Habo verwijst naar ‘het overzicht van de schade’ dat als productie is overgelegd bij incidentele conclusie tot vrijwaring in de hoofdzaak. [26] Uit dat overzicht leidt zij af dat de problemen zijn veroorzaakt door hetgeen is geleverd door DL Plastics. Zij stelt zich op het standpunt dat DL Plastics is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met haar. Volgens Habo is DL Plastics betrokken bij alle problemen en is zij in de gelegenheid gesteld gebreken te herstellen. De tekortkomingen zijn aan DL Plastics toe te rekenen omdat het aan haar schuld is te wijten dat er gebreken waren en dat zij deze niet afdoende heeft verholpen. Daarom is DL Plastics volgens Habo gehouden de schade die zij lijdt als zij in de hoofdzaak wordt veroordeeld, aan haar te vergoeden (art. 6:74 BW Pro).
7.3.
DL Plastics voert verweer. Daartoe voert zij onder meer het volgende aan. Zij heeft deugdelijke materialen geleverd en zij heeft de spankap op deugdelijke wijze gemonteerd. Zij heeft de spankap twee keer vervangen zonder dat zij daartoe gehouden was. Dat heeft zij twee keer op de juiste wijze gedaan. Zij meent daarom dat zij niet is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten met Habo. Zij vermoedt dat de problemen zijn veroorzaakt doordat er te veel trekkracht op de liner zat doordat de bodem van de mestsilo zeer waarschijnlijk niet vlak was voordat de mestsilo werd geplaatst. Zij heeft daarvoor gewaarschuwd in haar orderbevestigingen. DL Plastics doet verder een beroep op haar algemene voorwaarden, waarin haar aansprakelijkheid is beperkt. Ook voert zij aan dat zij nooit in gebreke is gesteld en dat zij ook niet op andere wijze in verzuim is geraakt. DL Plastics betoogt ten slotte dat de vordering van Habo is verjaard.

8.De beoordeling in de vrijwaringszaak

8.1.
Habo vordert in de vrijwaring dat de rechtbank DL Plastics veroordeelt om aan haar datgene te voldoen waartoe zij in de hoofdzaak jegens [eisers] mocht worden veroordeeld. Ter zitting heeft de rechter Habo voorgehouden dat [eisers] in de hoofdzaak niet alleen schadevergoeding vordert, maar ook herstel van de mestsilo. Daarop heeft Habo toegelicht dat zij ervan is uitgegaan dat [eisers] een omzettingsverklaring heeft uitgebracht, dat zij (Habo) de schadevergoeding die zij in de hoofdzaak zou moeten betalen, wil afwentelen op DL Plastics en verder dat het haar in de vrijwaring uitsluitend is te doen om een geldvordering, omdat DL Plastics de mestsilo niet kan herstellen. Hoewel de rechtbank Habo in de hoofdzaak behalve tot vergoeding van gevolgschade ook zal veroordelen tot herstel van de mestsilo, gaat de vrijwaring dus alleen over de gevolgschade.
8.2.
Het is Habo die DL Plastics verwijt dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tot het leveren van de liner en de spankap en tot het monteren van die spankap. Het is daarom aan Habo om duidelijk te maken wat haar verwijt precies inhoudt. Dat er terugkerende problemen waren met de mestsilo, de spankap en de liner is op zichzelf niet voldoende om te kunnen oordelen dat DL Plastics is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen. DL Plastics betwist dat zij ondeugdelijk materiaal heeft geleverd en ondeugdelijk heeft gemonteerd en licht die betwisting toe door haar vermoeden te uiten dat de bodem van de mestsilo niet vlak was, waarvoor zij van tevoren had gewaarschuwd. Het ligt dan op de weg van Habo om haar bij dagvaarding reeds onvoldoende toegelichte verwijt, mede in reactie op het verweer, voldoende toe te lichten. Dat heeft Habo niet gedaan. De rechtbank zal haar daarom niet toelaten om haar stellingen dat DL Plastics ondeugdelijk materiaal heeft geleverd en ondeugdelijk heeft gemonteerd te bewijzen. Die stellingen komen daarom niet vast te staan. Daarmee is er geen grondslag om DL Plastics te veroordelen tot betaling aan Habo van wat zij in de hoofdzaak moet betalen aan [eisers] . De vorderingen van Habo zullen daarom worden afgewezen.
8.3.
Habo zal in de vrijwaringszaak in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten.

9.De beslissing

De rechtbank
in de hoofdzaak
9.1.
veroordeelt Habo om binnen zestig dagen na betekening van dit vonnis de gebreken aan het mestopslagsysteem op deugdelijke wijze kosteloos te herstellen,
9.2.
veroordeelt Habo tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 22.505,45 exclusief btw vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,
9.3.
veroordeelt Habo tot betaling aan [eisers] van € 584,67 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,
9.4.
veroordeelt Habo in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van [eisers] begroot op € 115,22 aan explootkosten, € 2.889,00 aan vast recht en € 1.306,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten, tarief II), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,
9.5.
veroordeelt Habo in de nakosten, aan de zijde van [eisers] bepaald op € 189,00, verhoogd met € 98,00 voor het geval dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,
9.6.
veroordeelt Habo in de kosten van het incident, aan de zijde van [eisers] begroot op nihil,
9.7.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
9.8.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de vrijwaringszaak
9.9.
wijst de vorderingen af,
9.10.
veroordeelt Habo in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van DL Plastics begroot op € 2.995,00 aan vast recht en € 1.306,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten, tarief II), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening,
9.11.
veroordeelt Habo in de nakosten, aan de zijde van DL Plastics bepaald op € 189,00, verhoogd met € 98,00 voor het geval dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening,
9.12.
verklaart de veroordeling in de proceskosten en de nakosten met rente uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
943 / 560

Voetnoten

1.Productie 2 bij dagvaarding
2.Productie 3 bij dagvaarding
3.Productie 7 bij dagvaarding
4.Productie 7 bij dagvaarding
5.Productie 4 bij dagvaarding
6.Productie 5 bij conclusie van antwoord
7.Productie 8 bij conclusie van antwoord
8.Productie 6 bij dagvaarding
9.Productie 8 bij dagvaarding
10.Bij akte van 11 juli 2025
11.Dagvaarding 20 – 23
12.Dagvaarding 16
13.De bepalingen over koop en aanneming van werk staan in boek 7 BW. Die over koop in titel 1 (art. 7:1 – 7:46), die over aanneming van werk in titel 12 (art. 7:750 – 7:769).
14.Dagvaarding 10, 11 en 16
15.Conclusie van antwoord 21 en productie 5; de rechtbank heeft bij de feiten geciteerd uit de brief van 9 april 2024 van Milieusystemen Tiel.
16.Spreekaantekeningen 6
17.Productie 13 bij akte overlegging producties tevens inhoudende wijziging van eis
18.Bij productie 9 bij dagvaarding
19.Conclusie van antwoord 9
20.Pleitnota vanaf 11
21.Pleitnota 10
22.Conclusie van antwoord 13
23.Conclusie van antwoord 5 en 6
24.Productie 4 bij conclusie van antwoord
25.Productie 6 bij conclusie van antwoord
26.Dat is een brief van 3 juli 2024 van Milieusystemen Tiel aan DL Plastics; in het exemplaar van de conclusie van de rechtbank is dat productie 1, in dat van Habo productie 2. Deze productie behoort tot het dossier in de vrijwaring omdat deze conclusie inclusief producties als productie 3 bij de dagvaarding in de vrijwaring is gevoegd.